Je bent hier: Home > Thuis & wonen > Joke: ‘Ineens was ik enig kind’

Joke: ‘Ineens was ik enig kind’

Thuis & wonen
Joke: ‘Ineens was ik enig kind’

Jullie groeien samen op, delen sommige herinneringen alleen met elkaar en maken grapjes die niemand anders begrijpt. En dan is je enige broer of zus er plotseling niet meer. Joke en Elisa vertellen hoe dat voelt.

Lees ook: Marlien: ‘Ik zou toch niet de volgende in het rijtje worden?’

‘Ik was net jarig geweest en mijn tante en nicht stonden voor de deur van mijn studentenhuis. Toen ze vertelden dat Jeroen was verongelukt, dacht ik dat het een grap was: ze wilden me vast meelokken naar een verrassingsfeestje. Ik vond het wel een slechte, ongepaste grap, maar toch drong de waarheid niet tot me door. Ik kende de betekenis van het woord ‘verongelukken’ ook niet. ‘Maar hij is toch wel oké?’ vroeg ik dan ook meteen. Pas toen begreep ik dat Jeroen het ongeluk niet had overleefd.

Die eerste week na zijn dood ging als in een waas voorbij. Veel familieleden hielpen ons met het regelen van de begrafenis en letten erop dat mijn ouders en ik iets aten. Al een paar dagen na Jeroens dood zei iemand tegen me: ‘Zorg goed voor je ouders. Jij bent nu de enige die ze hebben.’ Dat voelde als een enorme verantwoordelijkheid: ik moest ervoor zorgen dat zij verder konden met hun leven, dat ze weer gelukkig zouden worden. Zelf zag ik dat ook als mijn taak. Die eerste twee weken ben ik niet meer in mijn kamer geweest. Ik reisde steeds heen en weer tussen thuis en de universiteit en mijn vader ging met me mee, want dan had hij iets om zijn dagen mee te vullen.

Mijn vader was zijn beste vriend kwijt: hij en mijn broer waren twee handen op één buik. Dus bleef hij steeds op mijn kamer wachten terwijl ik naar college ging. Als ik terug was, zorgde ik er altijd voor dat ik iets te vertellen had over wat ik had meegemaakt en geleerd. Dat ben ik heel lang blijven doen: mijn ouders betrekken bij alles wat me overkwam. Ik had weleens het gevoel dat ik voor twee moest leven, dat ik voor mijn ouders hun zoon én hun dochter moest zijn. Omdat ik wilde dat ze trots op me waren, deed ik mijn uiterste best en studeerde ik zo veel ik kon.

Als vrienden mijn ouders ergens voor uitnodigden, wimpelden ze dat altijd af. Dan deed ik of ik wél wilde gaan, zodat zij zich verplicht voelden om mee te gaan. Op die manier hoopte ik dat ze weer verdergingen met hun leven. Als ik ze op zo’n avond toch een keer zag lachen, was ik blij dat ze hun verdriet heel even konden vergeten. Ik denk dat het niet tot ze doordrong hoeveel ik die eerste tijd voor hen zorgde. Ze zouden het vast ook niet hebben toegelaten, want ze zijn de sterkste mensen die ik ken.’

Het hele interview lees je in de nieuwe Flair. Nummer 42 ligt t/m 24 oktober in de winkel.

Volg jij onze huishoudpagina al? Hier vind je al onze huishoudtips handig op een plek: www.facebook.com/flairathome

Shoppen is altijd een goed idee