Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Thuis & wonen > Geert: ‘Gebarentaal is van kinds af aan mijn moedertaal’

Geert: ‘Gebarentaal is van kinds af aan mijn moedertaal’

Thuis & wonen
Geert: ‘Gebarentaal is van kinds af aan mijn moedertaal’

Wat als je (bijna) niet kunt horen? En je man ook niet? Of je kind? Sarah, Geert, Sandra en Charlotte weten hoe het is om doof door het leven te gaan.

Lees ook: Lily: ‘Mijn leven was één grote nachtmerrie’

Sarah: ‘Zeven jaar geleden leerden Geert en ik elkaar kennen bij een dovenclub. Hij was een vriend van mijn jongste broer, die ook doof is. Acht maanden na onze eerste ontmoeting werd het iets tussen ons. Inmiddels zijn we getrouwd en hebben we twee dove kinderen. Yaro (3) en Kyan (1).’
Geert: ‘Sarah en ik zijn doof doordat we werden geboren met connexine 26, een genetische afwijking die gehoorverlies en doofheid veroorzaakt. Dat ontdekten we toen we ons lieten testen in het ziekenhuis.’
Sarah: ‘Voor we aan kinderen begonnen, wilde ik weten waardoor we doof zijn, want zowel Geerts ouders als de mijne zijn horend. Toen ik kind was, was de medische wetenschap nog niet zo ver en werd er geen specifieke oorzaak gevonden. De nieuwe test gaf duidelijkheid en daardoor konden we ons goed voorbereiden op het ouderschap. Dat is nodig, want een doof kind moet zo snel mogelijk starten met therapieën, zoals logopedie en audiologie.’

Geert: ‘Gebarentaal is van kinds af aan mijn moedertaal. Zodra ik werd geboren, leerde mijn moeder het, zodat ze met mij kon communiceren. Dat was geen overbodige luxe, want ook mijn zus is slechthorend.’
Sarah: ‘Ik kan gebarentaal, maar ben ook gefocust op spraak. Sinds mijn achttiende draag ik een cochleair implantaat waardoor ik geluiden waarneem, al kan ik niet horen zoals iemand die niet doof is.’
Geert: ‘Yaro draagt twee implantaten. Kyan heeft er eentje en krijgt in december zijn tweede. Hoewel onze zonen nog jong zijn, hebben ze nu al een cochleair implantaat, omdat dat beter is voor hun ontwikkeling. Ik ben daar te oud voor. Ik draag wel een gehoorapparaat, maar zonder duidelijk mondbeeld begrijp ik niet wat mensen 
zeggen. Liplezen lukt ook alleen als iemand langzaam praat.’
Sarah: ‘Geert en ik gebruiken onderling vooral gebarentaal, maar Yaro en Kyan voeden we tweetalig op. Een bewuste keuze, want daardoor geven we hun betere kansen. We vinden het belangrijk dat ze goed kunnen spreken en dat ze 
verstaanbaar zijn. Onze oudste heeft beide talen min of meer onder de knie en kan zich nu al goed uitdrukken. Dat is een voordeel, voor de sociale contacten, maar ook voor later op de arbeidsmarkt.’
Geert: ‘We hebben weinig contact met andere doven, omdat we vrij afgelegen wonen. Het is voor mij niet makkelijk om met horende mensen te praten, tenzij ze ook gebarentaal kennen. Dat is eerder uitzondering dan regel. Dat wil ik niet voor mijn kinderen. Ik wil dat ze vriendjes in de buurt hebben naar wie ze lopend of op de fiets toe kunnen gaan.’
Sarah: ‘Als Yaro naar de kleuterschool gaat, kan hij naar het reguliere onderwijs, omdat hij beide talen leert. Dit type onderwijs heeft onze voorkeur omdat hij dan vanaf jonge leeftijd contact heeft met horende mensen, wat alleen maar een voordeel is. Ook krijgt hij sinds kort twee maal per week logopedie en audiologie.’

Het hele interview lees je in de nieuwe Flair. Nummer 40 ligt t/m 10 oktober in de winkel.

Volg jij onze huishoudpagina al? Hier vind je al onze huishoudtips handig op een plek: www.facebook.com/flairathome

Shoppen is altijd een goed idee