Je bent hier: Home > Thuis & wonen > Column Chantal: Sudath

Column Chantal: Sudath

Thuis & wonen
Column Chantal: Sudath

Flairs Chantal (39) is moeder van Ravi (2). Ze woont samen met Gijs (36) en hond Tony. Omdat ze terug wilde naar haar roots, verhuisden ze een halfjaar geleden van Amsterdam naar een gehucht op het platteland.

Lees ook: Column Chantal: Het is hier fantastisch

Twaalf jaar geleden deed ik vrijwilligerswerk op Sri Lanka, een paar maanden na de tsunami. Sudath bezemde elke dag de vloer in mijn bungalow aan zee. Hij kon razendsnel in een boom klimmen om een kokosnoot te pakken. Tijdens de tsunami heeft deze boomklimkunst hem gered. Hij klom zo hoog als hij kon en wachtte tot het water zakte. Doodsbang was hij, maar hij overleefde het. Zijn broer niet.

Sudath voelde meteen als mijn brother from another mother, er ontstond een hechte vriendschap, al konden we nauwelijks communiceren. Hij leerde mij wat Singalees, ik hem Engels. Op mijn laatste dag ging ik mee naar zijn ouders. De huisraad was ingepakt in plastic, zelfs de bank. Sudath gaf me een hindoebeeld uit de glazenkast. Ik beloofde binnen tien jaar terug te komen. Deed er zelfs een spuugje op. Dat vond hij maar gek. Hij werd
mijn penvriend: we hielden contact met brieven. Facebook? Dat hij hadden wij nog niet.

Die tien jaar werden er twaalf – maar nu ben ik er. Zenuwachtig sta ik samen met Gijs en een tuktuk voor mijn hotel. Er stopt een scooter. Ik had ‘m nooit herkend, maar als hij met zijn handen mijn hand vastpakt, voel ik dat het Sudath is. Noem het broederliefde. Op zijn scooter wijst hij de weg, de tuktuk snort erachteraan. Rijstvelden, palmen, kindjes die zwaaien.

We rijden dieper de jungle in. Het is hier zo groen, dat het lijkt alsof er een filter overheen zit. Een steil weggetje omhoog en we zijn er. Zijn vrouw, vier zoontjes, vader en schoonvader ontvangen ons met open armen. Zij spreken geen Engels, we maken gebaren. Binnen hangen posters van babymeisjes. ‘We wish for daughter.’

Ik moet zitten, zij staan. Er wordt cake gebracht en thee. De ventilator wordt naast mij gereden en ‘opa’ probeert het apparaat aan te krijgen. Met zijn handen wappert hij de vliegen van mijn cake. Sudath vertelt dat zijn moeder net is overleden. ‘My leader, gone.’ Zijn grote bruine ogen zijn waterig. Ik slik. Krijg kippenvel.

Dan haast hij zich naar binnen en komt terug met een stapel papier: een Glamour, een Grazia en meer tijdschriften met verhalen die ik schreef over de tsunami en Sudath. Hij heeft al mijn kaarten en brieven bewaard. Een foto van Ravi die net is geboren. Ik ben geraakt dat hij er al die jaren op bleef vertrouwen dat ik zou terugkomen.

‘Eat, eat,’ zeggen ze, maar ik krijg de droge cake amper weg. Op mijn telefoon laat ik foto’s van Nederland zien. Vooral ‘opa’ vindt mijn telefoon prachtig en neemt ‘m al snel over. Het oude ventje gilt verrukt. Koortsachtig denk ik na: wat staat er allemaal op die telefoon? Maar nee, hij is niet in extase van Patricia Paay-achtige taferelen, maar van sneeuw. Gewoon een foto van de kleine Ravi in de sneeuw.

Op de terugweg kan ik geen woord uitbrengen. Het gebeurt niet vaak, maar ik was er echt stil van. En nog raak ik ontroerd als ik denk aan deze middag. Wat me zo raakt? Dat we ondanks ons minimale contact tóch zo bijzonder voor elkaar zijn.

Shoppen is altijd een goed idee