Je bent hier: Home > Thuis & wonen > Column Chantal: papegaai

Column Chantal: papegaai

Thuis & wonen
Column Chantal: papegaai

Flairs Chantal (39) is moeder van Ravi (2). Ze woont samen met Gijs (36) en hond Tony. Omdat ze terug wilde naar haar roots, verhuisden ze een jaar geleden van Amsterdam naar een gehucht op het platteland.

Lees ook: Column Chantal: De redactie

De kerkuil is weg, mamaaaa,’ zegt Ravi terwijl hij uit het raam tuurt en naar de boom wijst. ‘Kerkuil?’ vraag ik. Hoe kent hij de kerkuil? Zeker van opa geleerd. Wie weet hebben ze De Grote Vogel-encyclopedie doorgenomen en is de kerkuil blijven hangen.  ‘Ja,’ zegt hij. ‘Die is weg, hij is even naar de kerk, mamaaaa.’ En hij maakt zijn zin nog af met: ‘hoooor‘.

Ik vind kinderen de slimste wezens op aarde. Ik bedoel: een kerkuil die even naar de kerk gaat. Dat is niet meer dan logisch. De boomtoppen dansen in de wind, takken zwaaien heen en weer. Even is het stil, hij houdt zijn hoofd scheef, dat is de nadenkmodus. Ik hoor zijn hersens bijna kraken. ‘Mama, de wind kun je niet uitzetten, hoooor.’  Nog zo’n constatering. Er zou maar een knopje bestaan om de wind uit te zetten. Hoef je nooit tegen de wind in te fietsen.

‘Maan,’ zegt hij terwijl hij naar de slagtand wijst in het raamkozijn. Even begrijp ik hem niet, maar dan zie ik ook de vorm van een sikkel erin. Ravi zegt trouwens sinds kort achter alles, ‘hoooor’. En ik betrap mezelf erop dat het ook mijn stopwoordje is. Mijn schuld dus. Net als een ander woord, dat ik niet uitschrijf omdat ik de Bond tegen vloeken niet wil verontrusten. Volgens mij heeft hij dat woord nooit gehoord, omdat
ik, echt waar, probeer om het niet te gebruiken. Ik wil namelijk niet dat mijn papegaai de onkunst van het vloeken tot zich neemt.

Nog iets wat ik dagelijks hardop zeg, vooral als ik aan het werk ben op de redactie, waar ik tien dingen tegelijk doe: ‘Eeehm’. Dat zeg ik minstens vijftig keer op een dag. ‘Ravi, wat wil je op je brood?’ ‘Eeeehm, eeeehm…’ Dan volgt er nog een ‘ehm’, voordat hij antwoordt: ‘Appelstroop, nee, hummus, of nee, smeerkaas.’  Hond Tony komt tijdens het ontbijt altijd naast Ravi zitten, want: Ravi + eten = alles wat valt, is voor mij. ‘Tony heeft geen handen, dus hij kan mij niet aaien, mamaaa.’ Nee, Tony heeft poten, leg ik uit. Maar het woord poten begrijpt hij niet. Hij concentreert zich weer op de appelstroop  die inmiddels overal zit.

‘Laten we Tony maar even uitlaten, Raaf.’  De brievenbus kleppert. Ravi houdt zijn vingertje naast zijn oor. ‘Hoor ik daar iemand aan de deur?’ Deze zin heeft hij zeker weten van oma, want opa hoort de bel nooit. We trekken onze jas aan. Ravi wurmt zijn voetjes in zijn laarzen. ‘Zelf doen! Mooi jassie, mamaaaa. Lekker zacht, hoooor.’ En hij vlijt zijn wangetje tegen mijn schouder als ik op mijn hurken de rits van zijn  jas omhoog doe. Fijn. Appelstroop op mijn schouder. Tony tikt met zijn poten tegen de deur, hij heeft zin in een wandeling. Ik open de deur en Tony sprint naar buiten. Ravi erachteraan. De poort van de tuin staat open. ‘Wachten, Tony,’ brul ik nog. Maar hij racet de weg over, waardoor een tractor flink moet remmen. Het scheelde niet veel of Tony was zo plat als een dubbeltje.

‘*****!’ zegt Ravi triomfantelijk. Probeer dan maar eens niet in de lach te schieten. ‘Kijk een kerkuil!’ roep ik als hij het woord nogmaals herhaalt (negatief gedrag negeren werkt – voor mijn kind – het beste). ‘Nee mama, die is naar de kerk, hoooor!’

Wil je niets meer missen van Flair? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale lente-aanbieding: 10 nummers voor slechts €10

Shoppen is altijd een goed idee