Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relatie & Seks > Marisse viel voor een boer in Gambia: ‘Dat ik ooit iemands 2e vrouw zou worden, had ik vroeger nooit geloofd’

Marisse viel voor een boer in Gambia: ‘Dat ik ooit iemands 2e vrouw zou worden, had ik vroeger nooit geloofd’

Marisse viel voor een boer in Gambia: ‘Dat ik ooit iemands 2e vrouw zou worden, had ik vroeger nooit geloofd’

Toen Marisse (30) trouwde met Seedy, kreeg ze er zijn eerste vrouw en hun vier kinderen bij. ‘Dit was mijn droom. Ik vond het een grote eer onderdeel uit te maken van een eeuwenoude Afrikaanse stam.’

Eén grote familie

“Gitzwart. Als de zon onderging en alleen de schaduwkant van de maan te zien was, zag ik ’s avonds geen hand voor ogen in mijn huisje dat grensde aan onze bananentuin. Zodra de schemering viel, namen de dieren het over. Slangen, apen, wilde zwijnen en insecten waarvan je denkt: hoe bestaat dit? Als torren van ruim tien centimeter opdoemden, wist ik dat het tijd was om naar binnen te gaan. Dankzij lampen op zonne-energie kon ik daar nog wat lezen of opruimen tot mijn man Seedy terugkwam van zijn gezin in het dorp. Hij hielp zijn eerste vrouw in de avond met de verzorging van hun vier kinderen en sliep daarna vaak bij mij. Jaloers dat hij daarvóór bij haar was, was ik nooit. Ik zag haar als een zus en gunde haar alle liefde van de wereld. We waren één grote familie. Ondanks dat leefde ik op mezelf, midden in de natuur.”

Geen wc, geen douche, geen koelkast

“Het dichtstbijzijnde dorp, waar Seedy woonde, lag op een halfuur loopafstand van mijn huisje. Elektriciteit, gas of stromend water had ik niet. Dat betekende: geen wc, geen douche, geen koelkast, geen internet en geen keuken zoals wij die kennen in Nederland. Ik leefde minimaal en deed alles op eigen kracht. Elke ochtend stond ik rond zes uur op, vóór de hitte, om water uit de put te halen. Het kostte me dagelijks zo’n vier uur om, met behulp van twee emmertjes aan een touw, voldoende water uit de put te halen voor mezelf en het bewateren van onze tuin met ongeveer drieduizend bananenbomen.”

‘Na een paar weken liet Seedy me tijdens het bewateren van de bananentuin weten dat hij verliefd op me was. Het verbaasde me niks’

Onderdeel van de gemeenschap

“’s Ochtends werkte ik samen met Seedy en tien mensen uit het dorp in de tuin. Rond het middaguur liep ik heen en weer naar Seedy’s andere vrouw om haar te helpen met het bereiden van eten voor een deel van de familie. Daarna keerde ik terug naar het land om weer te werken en bezoekers uit het dorp te ontvangen die even een kijkje kwamen nemen. In de avond kookte ik op mijn zelfgemaakte vuur voor iedereen die bleef hangen. Samen genoten we van de prachtige zonsondergang tot het weer donker was. Ik vond het fantastisch. Ik maakte onderdeel uit van de gemeenschap. Dit was mijn droom. Dit was waarvoor ik Nederland had verlaten.”

Jeugd

“Als je mij vroeger had verteld dat ik zou verhuizen naar Afrika en daar iemands tweede vrouw zou worden, had ik je ondanks mijn vrije opvoeding niet geloofd. Ik zou mijn ouders geen hippies noemen, maar ze komen er dichtbij. Ik zat op vrije scholen, mijn moeder was altijd bezig met natuurmedicijnen en spiritualiteit, en we hadden constant mensen over de vloer uit verschillende culturen en sociale milieus. En ik groeide op met een sterk gemeenschapsgevoel. Onze deur stond altijd open, we hadden genoeg eten voor iedereen, we dansten samen en geen enkel onderwerp, polygamie dus ook niet, was taboe. In ons gezin namen mijn moeder en ik hoofdzakelijk de zorg op ons voor mijn zusje met het syndroom van Down. Als mijn moeder in mijn zusjes ogen alles fout deed, nam ik het over.”

Gambia

“Ik was door mijn rol in het gezin zelfstandiger dan leeftijdsgenoten. Vanaf mijn puberteit verdiende ik mijn eigen geld, op mijn zeventiende ging ik op mezelf wonen en op mijn achttiende begon ik, net als mijn vader, als ondernemer in arbeidstrainingen en facilitaire dienstverlening. Ik had veel werk, verdiende lekker en kon eigenlijk alles doen wat ik wilde. Maar ik miste een diepere laag. Ik haalde geen voldoening uit mijn leven. De enige momenten waarop ik me echt thuis voelde in mijn eigen leven, was op de reggae-festivals die ik in mijn vrije tijd bezocht. Daar zag ik hoe mensen uit verschillende culturen samenkwamen, ervoer ik het gevoel van eenheid en community dat ik kende uit mijn jeugd. Hetzelfde gevoel borrelde op toen ik op mijn 21ste voor het eerst Gambia bezocht, tijdens een vakantie met mijn vader. Die anderhalve week zette mijn hele leven op z’n kop.”

Uit de ratrace

“Er ging een wereld voor me open toen ik voor het eerst voet op Afrikaanse bodem zette. Ik zag een vorm van leven die ik niet eerder had ervaren. Mensen die in de primitiefste omstandigheden leefden, maar veel vriendelijker en vrolijker waren dan de gemiddelde Nederlander die ik kende. Mensen die in armoede leefden, maar ons toch zonder twijfel uitnodigden om hun eten met ons te delen en mensen die konden ontspannen alsof er geen zorgen of tijd bestonden. Ik weet nog dat ik dacht: als een Nederlander dezelfde bagage zou hebben als een Gambiaan, zou de Nederlander bezwijken. Mijn eerste kennismaking met Gambia raakte iets diep in mij. Ik voelde sterk: ik kan hier van de mensen en de cultuur leren. Ik wilde onderzoeken waar de rust in mij zat, hoe het zou zijn om uit de ratrace te stappen.”

Uit het Nederlandse systeem

“In 2015, vier jaar na mijn eerste bezoek én ontelbaar veel reizen naar het land later, besloot ik op zoek te gaan naar de antwoorden op die vragen. Ik was klaar met mezelf gelukkig kopen en, hoe gek het misschien ook klinkt, ik was klaar met mijn onafhankelijkheid. En ik wilde weten hoe het zou zijn om me afhankelijk te voelen, om te leven met mensen op een manier waarin je samen verantwoordelijkheid draagt. Ik wist dat ik uit het Nederlandse systeem moest stappen om dat te ervaren. Mijn onderneming zette ik op pauze, verkocht alles wat ik niet meer nodig had, boekte een enkeltje naar Gambia en ging in de leer bij de bevolking zonder enig plan of idee van wat ik kon verwachten.”

Werken in de bananentuin

“Ik ontmoette Seedy een halfjaar na mijn aankomst. Ik had al die tijd in de stad Kololi geleefd, maar voelde dat het leven daar te westers was. Er was internet, er waren winkelcentra en ik had toegang tot de gemakken die ik in Nederland ook had. Ik wilde dieper de cultuur en de natuur in duiken. Een kennis uit de stad bracht me in contact met Seedy, een man uit een kustdorp die hulp kon gebruiken bij het onderhouden van zijn bananentuin. Hij had een leegstaand gastenhuisje. Perfect, dacht ik. Twee weken later verhuisde ik. Geen seconde ging er door mijn hoofd dat Seedy meer zou kunnen worden dan ‘de eigenaar van het stuk grond’.”

Leerschool

“Hij stelde mij op dag één voor aan zijn vrouw en vier kinderen, die onderdeel uitmaken van de Mandinka-stam. Ik werd met open armen ontvangen. Seedy was blij dat ik hem wilde helpen bij de ontwikkeling van de bananentuin, en op zijn beurt leerde hij mij over het reilen en zeilen in zijn gemeenschap. Ondanks dat het leven midden in de rimboe zelfs voor Gambiaanse begrippen primitief was – ik moest mijn behoefte doen boven een gat in de grond en me wassen met water uit een put – was ik meer dan tevreden. Ik had mijn leerschool gevonden.”

Liefdesverklaring

“Na een paar weken liet Seedy me tijdens het bewateren van de bananentuin weten dat hij verliefd op me was. Het verbaasde me niks. Veel Gambiaanse mannen zijn geïnteresseerd in westerse vrouwen: we worden gezien als een kans op een welvarender leven. Ik kreeg zelfs weleens een huwelijksaanzoek in de rij voor de kassa. Ook Seedy’s toespelingen wuifde ik gedachteloos weg. Ik was niet op zoek naar een man. Ik was op zoek naar mezelf en genoot intens van het leven dat Seedy voor me mogelijk maakte.”

Natuur

“Nooit eerder in mijn leven stond ik zo in contact met de natuur. Het werken in de tuin bracht me terug naar mijn kern en ik vond innerlijke rust, precies wat ik wilde. Seedy en ik werkten elke dag samen. We ontwikkelden een plan om de tuin te laten floreren en besloten een waterpomp en meer gasthuisjes te bouwen, zodat toeristen de tuin in de toekomst konden bezoeken. Zijn gedrevenheid zorgde ervoor dat ik hem in een ander daglicht begon te zien. Elke dag groeiden we dichter naar elkaar toe. We hadden ontzettend veel lol, droomden hardop over de toekomst van ‘onze’ tuin en door alle verhalen over de manier waarop hij met zijn familie samenleefde, gaf hij mij een ruimer beeld van hoe het leven ook kon zijn.”

Lees ook:
Sandra (48) werd verliefd op een getrouwde man: ‘Niemand betwijfelde of de liefde oprecht was’

Verbonden met elkaar

“Binnen het gemeenschapsleven in Gambia heeft iedereen een taak en alle taken ondersteunen elkaar. Je hebt elkaar nodig om te overleven en alle taken zijn even belangrijk en waardevol: van werken op het land tot koken. Niemand kan het alleen. Ik had enorm veel bewondering voor die eenheid. Het was precies wat ik miste in Nederland. Seedy wijdde mij stapje voor stapje in in het Gambiaanse leven en nam me volledig onder zijn hoede. Ik voelde me elke dag meer met hem en met zijn cultuur verbonden.”

Lees het hele verhaal van Marisse en haar leven in Gambia in Flair 26-2021. Wil je deze editie (na)bestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Jadrike Boells | Fotografie: privé-beeld