Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relatie & Seks > Thrillermaand: ‘Terwijl ze de babytas pakte, hoorde ze iets ritselen. Ze bleef stokstijf staan’

Thrillermaand: ‘Terwijl ze de babytas pakte, hoorde ze iets ritselen. Ze bleef stokstijf staan’

Thrillermaand: ‘Terwijl ze de babytas pakte, hoorde ze iets ritselen. Ze bleef stokstijf staan’

Augustus is Flair’s thrillermaand. Vier weken op rij krijg je van ons een verhaal van een topauteur. Deze week van Marion Pauw, die speciaal voor Flair een verhaal schreef over een kersverse moeder die met man en kind op vakantie naar Frankrijk gaat.

Het leek Sven een goed idee om ’s avonds te gaan rijden. Mara had er nog tegenin gebracht dat dit de baby zou kunnen ontregelen, maar volgens Sven zou ze juist de hele weg slapen. Deed ze dat niet altijd in de auto? Urenlang rondom Parijs in de file staan, daar zou de kleine Liddie pas overstuur van raken. Dit was echt de beste optie.

Sven had er een handje van om dingen zodanig stellig te brengen dat Mara er maar niet tegenin ging. Maar vanaf het moment dat ze de kleine Liddie om 18.00 uur vanuit haar ledikantje hadden overgeheveld in de Maxi-Cosi, had ze het op een krijsen gezet.

“Ze valt zo wel in slaap,” zei Sven. Maar bij Antwerpen sliep ze nog steeds niet.

“Misschien is dit niet zo’n goed idee,” zei Mara. “Kunnen we niet terug naar huis gaan en het morgen opnieuw proberen?” Of gewoon thuisblijven, had ze eigenlijk willen zeggen.

“Nee joh, natuurlijk rijden we door,” had Sven gezegd. “Ze wordt vanzelf een keer moe.” Hij keek haar even van opzij aan. “Morgen zitten we lekker in ons huisje en ben je alles vergeten.”

Fietsendrager

Hij keek verheugd, ongetwijfeld denkend aan zijn mountainbike die op een speciale fietsendrager stond die Sven voor de vakantie had aangeschaft. Het ding had bijna vijfhonderd euro gekost en Sven had het grootste deel van de dag voor vertrek besteed om hem uit te zoeken. Het was voor hem belangrijk om het beste te kopen en hij nam daarom altijd de tijd voor het beslissingsproces.

Mara had thuis zitten wachten tot hij eindelijk terug zou komen, zodat ze boodschappen kon doen. “Waarom heb je Liddie niet gewoon meegenomen naar de supermarkt?” had Sven gevraagd. Zelf vond hij het heerlijk om dingen met Liddie te doen. Wanneer het hem uitkwam. Ze had niet flauw willen zijn en was alsnog samen met Liddie naar de supermarkt gegaan, terwijl Sven de nieuwe fietsendrager op de trekhaak installeerde.

Vlak voor de Franse grens was Liddie dan eindelijk gestopt met huilen. Af en toe maakte ze nog een geluidje. Haar wangen waren rood van het krijsen.

“Zie je nou wel,” zei Sven opgewekt. “Uiteindelijk gaan alle baby’s slapen.”

Mara zei niets terug. Ook al was het gehuil een tijdje gestopt, in Mara’s hoofd klonk het nog gewoon door. Ze voelde hoe alle zenuwen in haar lichaam op scherp stonden. Ook zij was zo moe en overprikkeld dat ze wel kon janken. Wat dat betreft begreep ze haar kind perfect.

Bevalling

Vier maanden waren verstreken sinds de bevalling. Alles zou weer normaal moeten zijn. Ze zou zich weer fit moeten voelen, zin moeten hebben in seks, zin in haar werk als makelaar waar ze na de vakantie opnieuw aan zou beginnen. Iedereen zei tegen haar dingen als: “Wat ben je alweer actief, wat zie je er alweer goed uit, wat zijn jullie toch leuke ouders.”

Deze mensen wisten niet dat ze iedere avond al om acht uur in bed lag, zich soms urenlang opsloot op de wc omdat dat de enige overzichtelijke plek leek en nog steeds op een zwembandje zat omdat ze was ingescheurd tijdens de bevalling.

“Het gaat hartstikke goed,” zei ze tegen iedereen die zich kirrend over de kinderwagen boog. Maar de werkelijkheid was dat er continu een gealarmeerd gevoel in haar lichaam zat. Alsof je in de stad bent en opeens bedenkt dat je nog iets in de oven hebt staan. Alsof je eindexamen moet doen en weet dat je niet genoeg hebt geleerd. Alsof je naar je kind kijkt en het eigenlijk uit het raam wilt gooien.

Eenzaam

Boven alles voelde ze zich vooral eenzaam, zelfs nu ze met zijn drieën in de auto zaten. Een baby had eenheid moeten brengen, van hun een gezin moeten maken, maar ze voelde zich meer dan ooit een buitenstaander. Ze probeerde tot rust te komen door uit het raam te kijken. Donkere velden, geluidswallen, voorbijflitsende lantaarnpalen. De volle maan die schuin aan de hemel stond. Een verkeersbord gaf aan dat het nog vieren-veertig kilometer rijden was naar Orléans. Nooit had ze minder zin gehad in de vakantie als nu.

Zo kende ze zichzelf helemaal niet. Na haar studie was ze zelfs samen met een vriendin met een rugzak Midden-Amerika doorgetrokken. Ze had in hostels geslapen waar kakkerlakken rondliepen en nachten door-gebracht in met mensen, kinderen en kippen volgepakte bussen. Nu raakte ze al overstuur als ze het speentje van Liddie niet kon vinden.

“Vanaf hier is het nog twee uurtjes rijden,” zei Sven. Omdat ze niet reageerde, pakte hij haar hand en kneep erin. “Het wordt helemaal te gek, let maar op. Als jij morgen de prachtige natuur om je heen ziet, ben je deze reis alweer vergeten.”

Ze knikte dapper.

Sven kneep nog een keer in haar hand. “Waarom ga je anders niet lekker slapen? Ik red me prima.” Omdat ze niet reageerde, zei hij: “Doe nou maar.”

Schrikkerig

Mara pakte een trui van de achterbank, haar lievelings, een lichtblauwe van zachte wol, vouwde hem op en gebruikte hem als kussen tegen het zijraam. Ze had niet gedacht dat ze zou kunnen slapen, maar zodra ze haar ogen dichtdeed, was ze vertrokken. Ze schrok een tijd later wakker omdat ze hard in de gordel werd geworpen.

Een scheut paniek schoot door haar heen. Ze was schrikkerig de laatste tijd. Ze had moeite met harde geluiden en als iemand haar tegemoet kwam op straat, stak ze liever over. “Wat doe je?” vroeg ze met een schrille stem.

“Sorry, hoor,” zei Sven. “Sommige mensen kunnen echt niet autorijden.” Hij wees naar een vrachtwagen die voor hen op de afrit reed. “Eikel. Maar het goeie nieuws is dat we er bijna zijn.” Onder aan de afrit sloegen ze links af. Niet lang daarna reden ze op een provinciale weg volledig omgeven door een imposant loofbos. Sinds ze de snelweg hadden verlaten, hadden ze geen enkele andere auto meer gezien. Sven zette het grote licht aan bij gebrek aan straatlantaarns. “Je zult zien hoe prachtig het is. Sommige bomen hier zijn al meer dan een eeuw oud.”

“Oké,” zei Mara. Morgen, dacht ze. Morgen zou ze weer die leuke enthousiaste Mara zijn waar Sven voor was gevallen. Sportieve, positieve Mara. Succesvolle, zelfstandige Mara. Nu wilde ze alleen nog maar een gin-tonic en daarna heel hard huilen.

Lees ook
Thrillermaand: ‘We mogen de dood van Natasja niet meteen afschrijven als zelfdoding’

Over de auteur

Marion Pauw (48) is bestsellerauteur en scenarist. In 2005 debuteerde ze met de thriller Villa Serena. Met het boek Daglicht won ze in 2009

de Gouden Strop. In 2017 schreef ze samen met Susan Smit Hotel Hartzeer, een zelfhulpboek voor mensen met liefdesverdriet. Afgelopen mei verscheen haar meest recente roman Vogeleiland.

De rest van het verhaal van Marion Pauw lees je in Flair 34-2021. Deze ligt van 25 t/m 31 augustus in de schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.