Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relatie & Seks > Anke was bij het koninginnedagdrama in Apeldoorn: ‘In volle vaart kwam de auto op ons af’

Anke was bij het koninginnedagdrama in Apeldoorn: ‘In volle vaart kwam de auto op ons af’

Anke was bij het koninginnedagdrama in Apeldoorn: ‘In volle vaart kwam de auto op ons af’

Op Koninginnedag 2009 reed in Apeldoorn een auto met volle vaart het publiek in. De aanslag gebeurde pal voor de neus van Anke Donicie (46), haar man Gert (48), tweelingdochters Kiki en Noë (20) en zoons Jim (14) en Jesse (12). “Het gevoel van onbezorgde, vanzelfsprekende veiligheid zijn we sinds die dag verloren.”

Drama Koninginnedag Apeldoorn

“Op Koninginnedag 2009 bezoekt de koninklijke familie Apeldoorn. Aan de feestelijke optocht komt om 11.50 uur abrupt een einde als een automobilist met hoge snelheid door de afzetting rijdt, met als doel de open dubbeldekker waarin de familie zit te raken. De auto rijdt dwars door het publiek en komt tot stilstand tegen monument De Naald. Zeven toeschouwers komen om het leven. De 38-jarige dader Karst Tates overlijdt (die nacht) aan zijn verwondingen. Tegen een politieman die meteen ter plekke is, zou hij hebben gezegd dat Willem-Alexander een fascist en een racist is, en: ‘Ja, ik heb het bewust gedaan’.”

Het moment

“We waren die bewuste ochtend extra vroeg uit Dieren vertrokken om bij De Naald in Apeldoorn een mooi plekje te kunnen bemachtigen. De tweeling had op school net het koningshuis behandeld en ze waren enthousiast om de leden ervan in het echt te zien. We hadden zin in de dag: iedereen was vrolijk en het was prachtig weer. Ik weet nog dat we in de auto met zijn allen luidkeels meezongen met Pokerface van Lady Gaga. We hadden geluk, we vonden een mooi plekje vooraan bij het kruispunt, zodat de kinderen alles goed zouden kunnen zien als de koninklijke familie in de bus voorbij kwam rijden.”

‘Ik hoorde een doffe klap, gegil, zag schoenen, tassen en mensen door de lucht vliegen’

“We hadden ons net geïnstalleerd toen Gert zei dat hij een beter plekje zag – vlak bij het monument en de ingang van Paleis Het Loo – maar een paar meter verderop. Als ik aan de opmerkzaamheid van mijn man terugdenk, word ik nog elke keer overspoeld door een intens gevoel van dankbaarheid. Het is dat moment geweest, dat misschien wel ons leven heeft gered. We besloten te verkassen en nog geen vijf minuten later stonden we klaar voor hét moment. Kiki en Noë gingen voor het dranghek zitten, Jim zat in zijn kinderwagen en ik had Jesse op mijn arm, klaar om te zwaaien zodra de Oranjes in zicht kwamen. Jim was moe, hij was geschrokken van de kanonschoten die waren afgevuurd als startschot voor het feest en probeerde wat te dutten. De meisjes waren inmiddels gaan staan, samen met een heleboel andere kinderen. Ik zag ze wijzen naar de oude voertuigen in de optocht, naar de muziekbands en verklede mensen die langskwamen. Ze keken hun ogen uit. De sfeer was uitbundig, mensen waren vrolijk. Die verbinding die we nu allemaal zo missen in coronatijd was voelbaar toen de bus met de Oranjes in beeld kwam. En toen gebeurde het.”

Onwerkelijk

“Precies op de plek waar wij niet veel eerder nog stonden, raasde een zwarte Suzuki Swift dwars door de dranghekken het publiek in. Ik hoorde een doffe klap, gegil, zag schoenen, tassen en mensen door de lucht vliegen. Het was allemaal zo onwerkelijk dat ik niet eens direct kon plaatsen wat ik zag gebeuren. De bus met de Oranjes gaf gas en reed meteen weg. Ik ving nog een glimp op van Máxima, net als ik een jonge moeder, en zag de schrik, verbijstering en ontzetting op haar gezicht. Het voelde alsof ik in een slow motion-film zat, toen ik me realiseerde dat de auto in volle vaart op ons af kwam rijden. Ik zag het gevaar, maar ik kon helemaal niets doen. Ik stond als bevroren. Je voelt je zo machteloos. De situatie waarin je zit, is ook zo onwerkelijk. Alles gebeurt in een flits. Het is puur geluk geweest dat we ongedeerd zijn gebleven. De Suzuki Swift veranderde in een fractie van een seconde van richting en reed rakelings langs ons. Ik zag nog dat de ruiten verbrijzeld waren en de motorkap een stukje openstond, voordat de auto met een klap tot stilstand kwam tegen De Naald. Op nog geen vier meter afstand van mijn gezin. Ik zag de dader achter het stuur zitten en ondanks alles schoot door mijn hoofd: waarom doet iemand zoiets? Gert en ik werken allebei in de hulpverlening, dus was een van de eerste dingen die we ons afvroegen: hoe had het zover kunnen komen?”

“Omdat alles zo snel was gegaan, sloeg op dat moment pas het echte besef toe. Het gegil en de paniek golfden van alle kanten op ons af, toch leek alles nog steeds in slow motion te gaan. In de ontstane chaos duurde het even voordat ik mijn meisjes zag. Die opluchting was immens. Ik zag hoe ontredderd ze waren en om ze niet nodeloos bang te maken, wilde ik ze uitleggen dat we weg zouden gaan omdat er een ongeluk was gebeurd. Maar toen zag ik dat Jim niet meer in zijn wagentje zat. Ik keek om me heen, maar zag hem nergens. De vreselijkste scenario’s schoten door mijn hoofd: wat als hij onder de dranghekken door was gekropen, of als iemand hem had meegenomen? Ik weet niet precies hoelang ik hem kwijt was. Twee minuten? Tien? Ik weet alleen dat ik, net op het moment dat ik echt in paniek begon te raken, een handje voelde op mijn broek. Jim. Ik heb hem heel stevig vastgepakt. Was zo ontzettend dankbaar dat we het allemaal heelhuids konden navertellen. Een vrouw vlak bij ons stond te schreeuwen. Ik weet nog dat ik haar heb gevraagd of ze alsjeblieft rustig wilde doen, omdat ze de kinderen bang maakte.”

‘De gebeurtenis heeft een blijvend litteken achtergelaten bij ons allemaal’

“Ondertussen reden er ambulances en politieauto’s met snerpende sirenes af en aan, een geluid waar we zo snel mogelijk van weg wilden. Ook omdat de meisjes wel doorhadden dat het geen ongeluk was geweest. Ze hadden de bestuurder gezien en hoe de auto overal doorheen was gereden, en waren bang dat de dader uit de ambulance zou springen en ons dood zou rijden. We hebben ze zo veel mogelijk gerustgesteld en gezegd dat dat echt niet kon. Dat hij gewond was en de ambulance op slot zat. Terug bij onze auto voelde ik pas hoe erg mijn handen aan het trillen waren en hoe verkrampt mijn lichaam was. Mensen die in het straatje woonden waar we geparkeerd stonden, hebben ons wat water gegeven en daarna zijn we naar vrienden in Arnhem gereden. We hadden daar elf jaar gewoond en waren pas verhuisd, maar daar voelde het vertrouwd. Al was het ook onwerkelijk toen we daar waren; het feest was er nog in volle gang en de meeste mensen wisten niets van het drama dat zich in Apeldoorn had afgespeeld. We zijn daar gewoon de mensenmenigte in gegaan en de kinderen hebben er gespeeld met vriendjes en vriendinnetjes. Achteraf ben ik daar blij om. Ik vergelijk het een beetje met meteen weer op een paard klimmen als je ervan af bent gevallen. Ik denk dat we anders misschien wel nooit meer in een mensenmassa hadden durven staan.”

Lees ook
Rihana (30) werd als kind ontvoerd: ‘Mijn moeder trof een leeg huis aan: alles was weg’

Blijvend litteken

“Het heeft jaren geduurd voordat we Koningsdag konden vieren, voordat ik sowieso zonder paniekreactie weer aan een zwembad kon liggen of in een speeltuin kon zitten waar een hoop gillende kinderen waren. Ik kreeg dan echt een fysieke reactie; ik werd misselijk en heel alert. Een fight or flight-gevoel, dat ik rationeel gezien helemaal niet hoefde te hebben. Het helpt wel dat de feestdatum inmiddels is losgekoppeld van de dag van de aanslag. Koningsdag is niet meer op 30 april maar op 27 april, dat is fijn. Ik ben enorm dankbaar dat we niet iemand hebben verloren, dat vind ik wel echt iets om te benadrukken. Ik heb jarenlang contact gehad met een vrouw die haar broer heeft verloren bij de aanslag, daarbij valt wat wij hebben meegemaakt in het niet. Toch stap je snel in de valkuil om dan maar te bagatelliseren wat wij hebben meegemaakt. Natuurlijk, iedereen in ons gezin is er zonder fysieke verwondingen vanaf gekomen, maar de gebeurtenis heeft wel een blijvend litteken achtergelaten bij ons allemaal. We hebben die dag mensen gewond op straat zien liggen, mensen dood zien gaan. Uit respect voor hen en voor hun eventuele nabestaanden die dit lezen, wil ik daar niets concreets over vertellen, maar het was heftig. Deze feestdag zal voor ons nooit meer helemaal hetzelfde zijn. We vieren die met gemengde gevoelens. Onbezorgd in een mensenmassa staan springen, is er voor ons niet meer bij. Onbewust blijf je toch alert. Het gevoel van onbezorgde, vanzelfsprekende veiligheid zijn we sinds die dag verloren.”

Lees het hele verhaal van Anke in Flair 17-2021. Wil je deze editie (na)bestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Vivienne Groenewoud | Fotografie: Marloes Bosch