Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Real Life > Julie: ‘Mijn moeder zette me op een dieet van koekjesdeeg, zodat ik ziek zou worden’

Julie: ‘Mijn moeder zette me op een dieet van koekjesdeeg, zodat ik ziek zou worden’

Julie: ‘Mijn moeder zette me op een dieet van koekjesdeeg, zodat ik ziek zou worden’

Als kind werd Julie door haar moeder continue naar het ziekenhuis gesleept. Ze zou het aan haar hart hebben. Maar het was niet Julie die ziek was, maar haar moeder, die lijdt aan de psychische aandoening Münchhausen by Proxy.

“Ziekenhuis in, ziekenhuis uit werd ik gesleept. Allerlei onderzoeken moest ik ondergaan. Mijn moeder was ervan overtuigd dat ik iets ernstigs had, iets aan mijn hart. Ik wás ook altijd ziek als kind. Ik werd een paar weken te vroeg geboren en het was een wonder dat ik het haalde. Sindsdien kwakkelde ik met mijn gezondheid. Ik had last van mijn keel, neus en oren en mijn mond hing meestal open, omdat mijn neusschot scheef stond. Mijn moeder maakte zich verschrikkelijk druk om mijn gezondheid. Toen mijn vader een baan kreeg, waardoor hij een goede ziektekostenverzekering kreeg, gingen bij haar de remmen los.

‘Waarom gaan ze me opereren? Mijn moeder heeft dit allemaal verzonnen!’

Ze wilde tot op de bodem uitzoeken wat er mis met me was. In een medische encyclopedie zocht ze mijn symptomen op en die legde ze voor aan een arts. Als die het niet met haar interpretatie van die symptomen eens was, ging ze gewoon naar een andere. Ik wist wel dat ze soms mijn symptomen overdreef, maar ik durfde niet tegen haar in te gaan. Mijn moeder wist vast wel wat goed voor me was.

Ze was er ook van overtuigd dat ik allergisch was. Ze was helemaal tevreden toen ze een arts zover wist te krijgen dat hij me een dieet voorschreef waarin geen chocola, vlees, eieren, zuivelproducten en brood voorkwamen. Sindsdien leefde ik voornamelijk op koekjesdeeg. Niet echt gezond, natuurlijk. Dus zag ik altijd bleek en als ik snel opstond, had ik last van hartkloppingen. Mijn moeder wist zeker dat dat werd veroorzaakt door een hartkwaal. Terwijl ik natuurlijk eigenlijk ondervoed was.”

Ernstig ondervoed

“Er is veel onderzoek gedaan naar mijn hart, maar er kwam steeds niets uit. Mijn moeder sleepte me dan gewoon naar een andere arts ‘die zijn werk vast wél goed zou doen’. Ik dacht ook dat al die onderzoeken nodig waren, want ik voelde me vaak zo slap en ziek. Toen ik een jaar of veertien was, werd ik voor een week opgenomen in het ziekenhuis. Ik genoot van die week. Ik moest altijd veel in het huishouden doen, maar nu kon ik luieren, kreeg lekker te eten en de verpleegsters waren allemaal even aardig.

Toen gingen ze me opereren om mijn hartkleppen te onderzoeken. Dat vond ik verschrikkelijk, ik voelde me aangerand. Ik dacht: ‘Dit kan toch niet waar zijn? Ze gaan in me snijden. Hallo, mijn moeder heeft dit allemaal verzonnen!’. Maar geloofde ik het zelf? Mijn moeder houdt toch van me? Ik moest toch wel ziek zijn, anders was ik hier niet? Dat was de eerste keer dat ik twijfelde of ik wel echt zo ziek was, of dat het meer iets was dat in mijn moeders hoofd zat.

De uitslag van de operatie was dat mijn hart prima functioneerde. Maar mijn moeder was niet overtuigd. Nieuwe onderzoeken bij andere artsen volgden. Achteraf vind ik het vreemd dat geen enkele arts zich heeft afgevraagd of ik misschien zo bleek, mager en duizelig was omdat ik ernstig ondervoed was.

Al die jaren kwam ik maar weinig op school, omdat ik zo vaak in het ziekenhuis was. Of mijn moeder hield me thuis, omdat ze dacht dat ik ziek ging worden. Ze was zo met mijn gezondheid bezig, dat ze niet kon werken. Om toch wat geld binnen te krijgen, nam ze pleegkinderen in huis. Sommige kinderen bleven een paar jaar, anderen waren er maar een paar weken. Ook deze kinderen waren ziek, volgens mijn moeder, en ook zij moesten steeds weer naar het ziekenhuis om dan weer dit en dan weer dat te laten onderzoeken. En geen arts die zijn wenkbrauwen optrok, als ze met het zoveelste kind kwam aanzetten waarvan ze vermoedde dat het blaaskanker of weet ik wat had.”

Heftige ruzies

“Het gekke is: als een van ons écht iets mankeerde, reageerde ze niet. Ik weet nog dat ik op school mijn pols brak. Het bot stak door mijn huid. De school belde mijn moeder, dat ze me naar het ziekenhuis moest brengen. Ze kwam me ophalen, bracht me haar huis en ging vervolgens verder met schoonmaken. Om vijf voor vijf belde ze de huisarts. We mochten komen en hij vertelde dat mijn pols op twee plaatsen was gebroken. Waarom was ze niet eerder met me gekomen? Ze antwoordde dat ze er niet zo’n drukte van wilde maken. Het had toch net zo goed verstuikt kunnen zijn?

Het huwelijk tussen mijn ouders werd steeds slechter. Ze hadden heftige ruzies waar wij, de kinderen, soms ook in werden betrokken. Toen ik een jaar of zestien was, brak er een enorme brand uit in onze stacaravan. We waren eigenlijk nooit weg, maar die nacht sliep er toevallig niemand thuis. Al onze spullen waren weg. De pleegkinderen werden naar andere gezinnen overgeplaatst en mijn ouders en ik wachtten in een kleine caravan tot de verzekering de schadevergoeding uitkeerde. Zodra het geld binnen was, besloten mijn ouders te scheiden.

Mijn moeder bleek al een nieuwe vriend te hebben en ging met hem naar Mexico, mijn vader ging boven een garage wonen. Ze lieten me met wat geld achter, zodat ik voor de paarden kon zorgen. Elke ochtend ging ik naar school. Ik gedroeg me zo gewoon mogelijk, uit angst dat iemand de kinderbescherming zou bellen en ik god weet waar terecht zou komen. Na een paar weken kwamen mijn moeder en haar vriend me halen. Mijn moeder had een oudere man gevonden die wel voor mij wilde zorgen. Een ding wist ik zeker: dat nooit. Ik pakte mijn spullen en vluchtte.”

Mezelf genezen

“Drie jaar lang trok ik van het ene naar het andere adres en had ik allerlei baantjes. Om iets positiefs te doen, ging ik naar school om erachter te komen of ik echt zo dom was als mijn ouders me altijd hadden gezegd. Tot mijn verbazing haalde ik heel goede cijfers en dat gaf me wat energie. In de zomer schreef ik me in voor een cursus psychologie. Tijdens een van deze lessen werd het syndroom van Münchhausen by Proxy beschreven. Vrouwen die aan dit syndroom lijden, simuleren dat hun kind ziek is of maken hun kind ziek. Soms zelfs met dodelijke afloop. Moeders die dit doen, zijn meestal in hun eigen jeugd mishandeld of verwaarloosd. Ze zoeken de steun van artsen en reageren ondertussen hun trauma’s op hun kinderen af.

Ik had het gevoel dat de grond onder mijn voeten wegzakte. Was ik dan al die tijd niet ziek geweest? Had mijn moeder me in feite mishandeld? Herinneringen aan alle medische onderzoeken kwamen weer naar boven, daar raakte ik volledig van in de war. Ik probeerde hulp te krijgen, maar professionele hulpverleners begrepen met niet. Ze hadden nog nooit gehoord van moeders die hun eigen kinderen ziek maken.

Uiteindelijk heb ik mezelf langzaam genezen. De eerste stap was dat ik overal in mijn appartement spiegels zette, waardoor ik steeds weer met mezelf werd geconfronteerd. In mijn hoofd zag ik mezelf altijd als een zwak, ziek vogeltje, maar in de spiegels kwam ik steeds een vrouw tegen die er best mocht zijn. Daardoor veranderde langzamerhand het beeld dat ik van mezelf had. Ik las veel zelfhulpboeken, ging aan yoga doen, at beter en kwam in balans.

Nu geef ik lezingen over Münchhausen by Proxy en schrijf veel. Ik heb mijn verleden wel verwerkt. Hopelijk ben ik een voorbeeld voor mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, dat ze zien dat je er echt overheen kunt komen. Ik heb rust gevonden. Mijn droom was een huis met een enorme tuin. Vorig jaar heb ik zo’n huis gekocht. Bijna duizend bollen plantte ik in mijn tuin en in het voorjaar kwamen die allemaal uit. Dat was zo symbolisch.”

Bron: Flair Herfstboek