Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Real Life > Ilse (28) verruilde haar harde juristenwerk voor de boerderij: ‘Het is geen baan meer, maar mijn leven’

Ilse (28) verruilde haar harde juristenwerk voor de boerderij: ‘Het is geen baan meer, maar mijn leven’

Ilse (28) verruilde haar harde juristenwerk voor de boerderij: ‘Het is geen baan meer, maar mijn leven’

Ilse Boersen (28) begon haar carrière als jurist op de Amsterdamse Zuidas. Nu is ze boerin tussen honderd koeien. “Laatst kwamen mijn ex-collega’s bij me lunchen. Ik had tafels in de stal gezet.”

“Ik ben opgegroeid op Texel, tussen de koeien. Mijn toenmalige stiefvader had een melkveehouderij. In het begin vond ik die dieren best eng, ze zijn zo groot en destijds hadden ze ook nog hoorns. Maar al snel veranderde dat. We hadden een koe die naar mij vernoemd werd, Ilse, een heel grote, zwarte koe. Haar dochter heette Ilse 2. Ook werd er een koe vernoemd naar mijn zus Manon. Mijn broertje had pech, want koeien zijn nou eenmaal vrouwtjes en hebben geen jongensnamen. Oma Jet was onze favoriet, dat was de liefste koe.

Ik zie nog voor me hoe mijn broertje – toen twee jaar – in het weiland tegen Jet aan lag te doezelen in de zon. Mijn broertje, zus en ik hielpen mee op de boerderij: na school gaven we de dieren water en voerden ze. Boeren is een manier van leven die me altijd is bijgebleven. Het betekent vrijheid, maar wel elke dag hard werken en veel verantwoordelijkheid dragen.

Ik was achttien toen ik in Amsterdam ging studeren. Niet zozeer omdat ik naar de grote stad wilde, maar mijn beste vriendin Marleen ging ernaartoe en ik kon bij haar intrekken. We woonden vlak bij de drukke Wibautstraat en in het begin kon ik niet slapen vanwege al het verkeerslawaai. Maar het wende snel en in no time lag ik juist thuis op Texel wakker van de stilte.

‘Mijn bank-rekening was zeer tevreden; Ik spaarde duizend euro per maand. Maar ik had moeite met die overdaad’

Het leuke aan de stad vond ik al die verschillende mensen en culturen die je leert kennen, daar ga je anderen beter door begrijpen. Eerst studeerde ik maatschappelijk werk, maar dat bleek niets voor mij. Ik vond de studie erg abstract en achteraf gezien was ik nog te jong en onzeker. Je moet toch wel sterk in je schoenen staan voor maatschappelijk werk. Na een tussenjaar koos ik voor hbo rechten en dat was een schot in de roos, ik vond het een superleuke studie. Elk jaar als de enorme doos met nieuwe wetbundels binnenkwam, maakte mijn hart een sprongetje. Heerlijk vond ik die dikke boeken, zoals het Burgerlijk Wetboek.

Nieuwe regels leren vond ik fantastisch, omdat ze houvast geven om uit te zoeken hoe dingen werken. Wat me in rechten ook zo aansprak, was dat je die echt kunt toepassen in je dagelijks leven. Neem nou consumentenrecht. Ik liet me in de winkel niet meer wegsturen als een paar schoenen dat ik amper drie maanden daarvoor had gekocht al uit elkaar viel. Ook al moet je volgens de winkel binnen twee weken ruilen, je hebt recht op een deugdelijk product. Zij moeten ze repareren of nieuwe aanbieden.

In mijn laatste studiejaar werkte ik bij een groot advocatenkantoor op de Zuidas in Amsterdam en mocht ik blijven. Ik was knowhow-medewerker, wat betekent dat ik voor de advocaten onder meer veranderingen in de juridische regelgeving in de gaten hield.”

Hoe eet je kreeft?

“Het was een bijzondere manier van leven op de Zuidas. De eerste week dat ik daar werkte, kregen we etiquetteles in een chic hotel. Hoe gedraag je je aan tafel tijdens zaken-diners? Wanneer houd je een toost? We leerden hoe we ingewikkelde schelpdieren en kreeft netjes konden eten met bestek.

Bedrijfsfeesten waren groots, in de Westergasfabriek bijvoorbeeld. Met het hele kantoor skiën in Oostenrijk was heel normaal. Ik kon helemaal niet skiën, maar de après-ski was hartstikke gezellig met mijn leuke collega’s. Ik merkte wel hoe groot de kloof tussen stad en platteland is, iets wat de meeste collega’s niet echt begrepen. Dan vertelde ik bijvoorbeeld dat wij weleens een eigen koe in de vriezer hadden liggen. Dat was een dier dat bij ons was opgegroeid en we na de slacht terugkochten van de slager.

‘Huh? Je eet je eigen hond toch ook niet op?!’  riepen mijn kantoorgenoten geschokt. Terwijl het voor mij heel normaal is. Je weet dat je koe een goed leven heeft gehad, ik vind het juist een mooie gedachte dat je het dier kent waar je het vlees van eet. Toen dacht ik al: ik wil iets aan die kloof doen.

Lees ook:
Amber (24) werd te vroeg geboren: ‘Aan de buitenkant zie je niet dat er iets aan de hand is’

Mijn bankrekening was inmiddels zeer tevreden; ik verdiende erg goed op de Zuidas. Nadat mijn vriendin Marleen was verhuisd, kon ik het appartement in Amsterdam makkelijk alleen betalen. Ik had een auto en spaarde nog minstens duizend euro per maand. Maar ik had eigenlijk moeite met die overdaad. Ik was vanuit het boerenleven gewend keihard te werken voor weinig geld. Dit klopte niet voor mijn gevoel.

Ik merkte bij kantoorgenoten dat er soms weinig waardering was voor al die luxe. Dan hadden we een uitje in een heel mooi hotel en vonden zij het te min. Eerst vond ik dat raar, maar ik merkte dat ik zelf ook veranderde. Op een gegeven moment ging ik met mijn toenmalige vriend een weekendje weg en vond ik het eten niet  ‘viersterrenhotel-waardig’. Vervolgens sliep ik slecht, want ik realiseerde me: zo wil ik niet worden.

Nog datzelfde weekend besloot ik weg te gaan bij het advocatenkantoor. Het verschil tussen de Zuidas-cultuur en wat ik thuis had meegekregen, was te groot, het was me gaan tegenstaan. De week erna lichtte ik mijn leidinggevende in en een paar maanden later stopte ik. Toen ik mijn telefoon en spullen inleverde op kantoor, vroegen mijn collega’s:  ‘Wat ga je doen?’  ‘Ik weet het niet. Uitzoeken wat ik wil,’ antwoordde ik tot hun verbazing.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

tekst Eva Munnik | fotografie Ester Gebuis