Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Real Life > Alies groeide op als Jehova’s getuige, maar valt op vrouwen: ‘Voor mijn familie ben ik verloren’

Alies groeide op als Jehova’s getuige, maar valt op vrouwen: ‘Voor mijn familie ben ik verloren’

Alies groeide op als Jehova’s getuige, maar valt op vrouwen: ‘Voor mijn familie ben ik verloren’

Alies (33) groeide op als Jehova’s getuige. Toen ze op haar achttiende stiekem een relatie kreeg met een vrouw, was dat de eerste stap naar uittreding en een gedwongen breuk met haar familie. “Ik vraag me elke dag af hoe het met mijn ouders gaat. Of ze mij ook missen. Ik blijf toch hun kind.”

“Omdat mijn ouders Jehova’s getuigen waren geworden voordat ik werd geboren, groeide ik ermee op, net als mijn twee broers en mijn zus. Maar vanbinnen voelde ik als tiener al dat het geloof niet klopte. Zo zou het einde der dagen elk moment kunnen plaatsvinden. Dan zouden wij als enigen naar het paradijs gaan, alle andere mensen gingen dood. Maar ik hoorde van oudere Jehova’s dat ze dat voor de Tweede Wereldoorlog ook al dachten. Dat vond ik raar. Hoe kon ‘elk moment’ al bijna een eeuw duren?

‘De drie ouderlingen vroegen me het hemd van het lijf. Kon ik specifiek vertellen wat we hadden gedaan? Hoe vaak ik was klaargekomen?’

Ik merkte ook dat ik anders dacht over bepaalde dingen. Als Jehova’s getuige zou ik moeten walgen van homoseksualiteit en dat deed ik niet. En waarom zou een liefdevolle God al die andere mensen niet toelaten in het paradijs? Maar ik had het er met niemand over. Ik wist dat het geen enkele zin had om dat te bespreken. Dan zou ik te horen krijgen dat ik beter mijn best moest doen voor God. Dus zette ik die gedachten uit mijn hoofd.

Ik kende ook geen andere wereld dan die van het geloof. De wereld daarbuiten was volgens mijn ouders en iedereen binnen de gemeenschap eng. Ik geloofde hen. Dat ik ooit uit de Jehova’s zou kunnen stappen, hield ik daarom niet voor mogelijk. Zelfs niet toen ik op mijn achttiende verliefd werd op een meisje.”

Stiekem met elkaar experimenteren

“Ik leerde Eline kennen tijdens een interne scholing van de Jehova’s getuigen. Zij kwam uit een andere gemeente, maar woonde bij mij in de buurt, dus we konden vaak afspreken. Juist omdat we allebei getuigen waren, vond niemand het gek dat we veel met elkaar optrokken. We werden gewoon gezien als beste vriendinnen.

Maar onze relatie ging steeds een stapje verder en we begonnen seksueel met elkaar te experimenteren. Twee jaar lang hebben we een relatie gehad. Alles moest natuurlijk stiekem, want seks voor het huwelijk en als vrouw een relatie hebben met een vrouw kunnen allebei echt niet volgens de Jehova’s getuigen.

Het was ook niet dat we onszelf als lesbisch zagen. Deze gevoelens overkwamen ons en gingen vast vanzelf weer over, dachten we. Ooit zouden we verliefd worden op een jongen en dan was wat wij hadden gedaan daarmee uitgewist. Na twee jaar liep de relatie ten einde. Toen de verliefdheid voorbij was, kreeg Eline last van schuldgevoel.

‘Ik ben bang dat ik niet in het paradijs kom,’ zei ze me op een dag. ‘We moeten dit echt opbiechten.’ Biechten deed je bij drie ouderlingen, vooraanstaande mannen binnen de gemeenschap, die dan een passende straf voor je verzonnen waarmee je zonde werd uitgewist. Ik had er totaal geen zin in, maar Eline hield voet bij stuk.

Zo werd ik een paar dagen later ontboden in een koninkrijkszaal en zat ik daar tegenover drie oudere mannen, die me het hemd van het lijf vroegen. Kon ik specifiek vertellen wat we seksueel hadden gedaan? Was ik klaargekomen? Hoe vaak was ik klaargekomen? Ik voelde me zo opgelaten en begon te huilen. Om al die details aan een stel mannen te vertellen, voelde zo ongemakkelijk. Maar ze bleven kil doorvragen. Daarna gingen ze even weg en kwamen ze met hun oordeel: ik had ernstig gezondigd en mocht de komende maanden niet in het openbaar spreken.

Lees ook:
Bibi over haar overleden vriendin na een avond stappen: ‘We weten zeker dat ze is vermoord’

Dat was een zware straf, want elke week hadden we vergaderingen waarin we bijbelonderwerpen bespraken. Je werd geacht actief deel te nemen. Zodra ik stopte met antwoorden bij die vergaderingen wist iedereen in de gemeenschap dat ik iets slechts had gedaan. Dus zat ik met het schaamrood op mijn kaken bij de vergaderingen. Wat zou ze hebben gedaan, voelde ik de anderen denken.

Ik was blij toen ik die maanden goed was doorgekomen en werd ‘hersteld’. Eline kreeg naast haar eigen straf het dringende advies om mij nooit meer te spreken. Omdat we niet in dezelfde gemeente zaten, hebben we elkaar nooit meer gezien. Op dat moment miste ik haar niet omdat de relatie eigenlijk al ten einde liep. Ik was eerder geïrriteerd dat zij het zo nodig vond om onze beide levens zo overhoop te gooien.

Ik was er nog steeds van overtuigd dat ik op een dag verliefd zou worden op een jongen, dan zou ik deze relatie kunnen vergeten. In de jaren die volgden, heb ik ook relaties gehad met mannen binnen de gemeenschap. Indertijd was het vooral een hele opluchting dat ik op een man verliefd werd. Maar er miste dan toch iets, al kon ik niet aan mezelf toegeven dat dit kwam omdat ik eigenlijk lesbisch ben.”

Het hele interview lees je in Flair 49-2021. Deze ligt t/m 14 december in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.