Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Frederique raakte op haar 19e zwanger en belandde met haar baby in de gevangenis

Frederique raakte op haar 19e zwanger en belandde met haar baby in de gevangenis

Frederique raakte op haar 19e zwanger en belandde met haar baby in de gevangenis
“Toen ik negentien was, raakte ik zwanger. Mijn leven was op dat moment chaotisch. Ik woonde op kamers en deed waar ik zin in had. Stappen, lol maken en een beetje rondhangen bij vrienden. Wat ik verdiende met mijn werk in een eetcafé gaf ik uit aan kleding en aan uitgaan.”Mijn moeder was op mijn zestiende overleden en met mijn vader had ik slecht contact. Niemand die iets zei van mijn wilde leven. Na een onenightstand bleek ik zwanger te zijn. Het was een flinke schok, omdat ik de pil slikte. Ondanks mijn losbandige leven wilde ik het kind houden. Ik wilde mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen. Toch had ik geen idee hoe mijn toekomst eruit zou zien; ik dacht gewoon niet na over wat ik kon verwachten.

Smokkelen

Na een bezoek aan de woningstichting kreeg ik een appartement toegewezen. Alleen had ik niet genoeg geld om het in te richten. Ik had een bank, tafel, gasfornuis en een koelkast nodig. Mijn salaris was te laag om die te kunnen kopen. Van de sociale dienst kreeg ik geen geld, dus ik moest op zoek naar een andere oplossing. En zo besloot ik drugs te smokkelen. Ik kende mensen die zich daarmee bezighielden, maar zij wilden me niet helpen. Ze vonden het onverstandig omdat ik zwanger was. Ze wilden me wel geld lenen, maar dat wilde ik niet. Ik moest het zelf regelen. Via via kwam ik in contact met mensen voor wie ik kon smokkelen. Vijfduizend euro zou ik ermee verdienen. Naïef als ik was, dacht ik dat ik nooit kon worden gepakt.”

Cocaïne op m’n benen

“Ik moest drugs van Curaçao via België naar Nederland smokkelen. Iemand haalde me op van het vliegveld op Curaçao en bracht me naar een ontzettend mooi hotel, waar ik twee weken verbleef. Per dag kreeg ik flink wat zakgeld, waarvan ik heerlijk vakantie heb gevierd. Ik maakte een lijstje met wat ik allemaal kon kopen van die vijfduizend euro. Toen kwam het moment waarop het moest gebeuren. De laatste dag had ik de zenuwen. Wat als ik gepakt zou worden? Maar ik kon niet meer terug. Dan moest ik zelf de vlucht terugbetalen en daar had ik geen geld voor. De dag van
vertrek was ik heel zenuwachtig. Degene voor wie ik smokkelde, tapete de zakjes cocaïne met isolatietape op mijn boven-benen. Ik had er nooit bij stilgestaan dat het er zo nep uit zou zien. Mijn benen
zagen er raar uit, dik aan de bovenkant. Op het vliegveld op Curaçao was iedereen volgens mij omgekocht, ik kon zo doorlopen. Ik kreeg een arts mee aan boord, omdat ik inmiddels zeven maanden zwanger was. Anders mocht ik niet mee. Ik voelde me opgelaten, sprak nerveus en had constant het idee dat hij het doorhad. We maakten een tussenstop in Portugal, waar we acht uur moesten wachten. Ik dacht dat ik daar zou worden gepakt. Als ik een beveiliger zag, schrok ik. De tape maakte geluid. Om dat te verbergen, at ik zakjes chips. Die zakjes maakten hetzelfde, knisperende geluid.
Ik werd niet betrapt, omdat ik zwanger was vielen mijn dikkere benen misschien niet op. In België was ik nog wat zenuwachtig, maar langzaam begon ik te geloven in een goede afloop. Ik passeerde de douane, wachtte op mijn tassen. Nog niks aan de hand. Omdat ik moest plassen zocht ik een toilet. En toen schrok ik me rot. Ik liep langs een beveiligingsbeambte en hoorde mijn signalement door zijn walkietalkie. Ik was erbij. Daar ga ik, dacht ik. Het bleek dat er in het politiebureau op het vliegveld twee mensen zaten die ik kende. Zij hadden mij verlinkt in ruil voor strafvermindering. Eén nacht moest ik op het vliegveld blijven. Omdat ik zwanger was en ze geen risico wilden nemen, hoefde ik niet te slapen op een houten bankje, maar kreeg ik een slaapzak om op te liggen.

Gevangenis

Ik bleef vastzitten tot mijn veroordeling. Eerst in Brussel, later in Brugge. Daar is een gevangenis met een kindervleugel en daar zou ik mogen bevallen. Ik werd tot vijf jaar cel veroordeeld. Ik wist dat kinderen drie jaar bij hun moeder in de gevangenis mochten blijven, dus ik was niet bang om mijn kind kwijt te raken. Natuurlijk vond ik het wel erg dat hij zijn eerste jaren in de gevangenis zou moeten doorbrengen. Mikes vader heeft een advocaat gestuurd om mij te helpen, maar wilde verder niets met zijn zoon te maken te hebben. Ik kreeg alle rechten. We wilden ook geen bezoek-regeling treffen. Hij zou geen rol spelen in het leven van Mike.”

Peuk in je eten

“Mijn zwangerschap in de gevangenis viel mee, maar soms miste ik vertrouwde mensen om me heen. Ik zat tussen aardige vrouwen. Er waren er meer die in verwachting waren, met wie ik kon praten over mijn zwangerschap en het opgesloten zijn. Eén moment vond ik wel moeilijk. Ik was bijna acht maanden zwanger en vloeide ineens bloed. Gelukkig bleek er niets aan de hand te zijn, maar het was heel vervelend dat ik niet zelf naar een huisarts kon of iemand kon bellen. In de gevangenis mag je niet bevallen, om die reden werd ik naar een ziekenhuis in Brugge gebracht toen mijn weeën begonnen. Een bewaakster ging mee. De bevalling verliep goed en ik was dolblij met Mike. Ik wilde hem het liefst aan iedereen laten zien. Normaal krijg je familie en vrienden op kraamvisite, bij mij kwamen alleen de gevangenisdirectrice en een paar bewaaksters langs. Lief van ze, maar ik vond het wel gek, niet leuk. Ook liepen er bewaaksters en politiemensen mee toen ik in mijn bed naar de ambulance werd gereden om terug te gaan naar de gevangenis. Ik zag de mensen kijken.

Lees ook
Madelon (29) ontmoette haar vriend in de gevangenis: ‘Jesse is mijn grote liefde. En een veroordeelde crimineel’

Kind verzorgen in de cel

Terwijl ik vastzat, mocht ik voor Mike blijven zorgen. Ik kon ook borstvoeding geven. Overdag werkte ik, vijf dagen per week. Ik moest enveloppen in plasticjes doen. Tussen het werk door mocht ik hem af en toe zien. Mike ging naar een soort crèche in de gevangenis. Medegedetineerde vrouwen letten daar op de kinderen. Ik had er geen problemen mee dat er gevangenen op hem pasten. Niet iedereen die daar zat, was slecht. Ik zat tussen vrouwen die opgepakt waren voor vooral drugssmokkel en diefstal. Kindermishandelaars en kindermisbruikers werden gemeden, zij hadden geen contact met de kleintjes. De kinderen kregen goed te eten en te drinken en er werd leuk met ze gespeeld. Er waren genoeg auto’s, kleurtjes, poppen en ander speelgoed voor de ongeveer tien kinderen die er zaten. Ook werd er met ze gezongen en werden er spelletjes gedaan. Gedetineerden maakten hun eten. Troffen wij weleens een peuk in onze maaltijd aan, in hun eten zat er nooit een. Als je een kind had, mocht je een uur eerder stoppen met werken en een tijdje met hem of haar doorbrengen op de gang. Ook tijdens het uur dat de gevangenen elke dag mogen luchten, kon Mike mee. De bewaaksters gingen ook af en toe met de kinderen naar buiten. Aan frisse lucht voor hem dus geen gebrek. Mike sliep bij mij in de cel, waar ik het licht ’s nachts aan had. De bewaking deed ’s nachts soms het licht aan om te checken of je nog in bed lag en ik wilde niet dat Mike daar wakker van werd. Om die reden is hij nu hartstikke bang in het donker.  Het klinkt nu misschien of het er allemaal geweldig was, maar ik had het ook moeilijk. Ik dacht vaak: ik wil weleens zelf kleertjes voor mijn zoon kopen. Nu kreeg hij kleding van de gevangenis. Het fruit voor de kinderen werd soms gestolen, dan wenste ik dat ik even naar de markt kon om appels en sinaasappels te kopen. Ook het koffiedrinken bij vriendinnen en gezellig kletsen, miste ik.”

Vervroegd vrij

Toen ik de eerste ‘vrije’ ochtend wakker werd, stond ik niet meteen op. Ik was gewend dat de deur niet open kon. Dat ik weer zelf de deur
kon openmaken en zonder bewaking naar beneden kon lopen was vreemd, maar heel fijn. Een straat oversteken vond ik eng, al dat verkeer. Midden op de weg ging ik stilstaan, omdat ik bang werd van die auto’s. Mike had niet door dat ons leven zo veranderde. Hij was pas twee en besefte niet goed wat er aan de hand was.”

Leg dat maar ’ns uit

“Na die week bij mijn grootouders, logeerden Mike en ik bij mijn broer. In die tijd vond ik een eigen huisje, waar ik nu nog woon. Het was super dat ik ineens echt kon moederen en leuke dingen kon ondernemen met Mike. We hadden weinig, alleen een tiendehands bank en een mooie kast die ik had geërfd van mijn moeder.  Van een buurvrouw kreeg ik een tuintafel als eettafel. Ik had voor vijftien euro bloemen gekocht om het huis op te vrolijken. Ik weet nog dat ik de eerste ochtend beneden kwam en dacht: wat gaaf, ons eigen plekje. Al snel ging ik werken, ik wilde niet van een uit-kering leven, maar bewijzen dat ik voor mezelf en mijn zoon kon zorgen. Mike ging naar de crèche en later naar school en de buitenschoolse opvang. Ik ging ook naar school, naar de meao. Ik slaagde en vond meteen daarna werk dat aansloot bij mijn opleiding. Ik werk op dit moment vijf dagen per week als polisbeheerder bij een verzekeringsmaatschappij. Mike is nu negen. Eigenlijk leid ik een heel burgerlijk leven. Vroeger haatte ik het als iemand zo’n leven had, nu vind ik het zelf heerlijk. Ik kan bijna alles doen en laten wat ik wil. Met Mike op vakantie, leuke kleren voor hem kopen en hem een goede toekomst bieden. Ik heb geen relatie. Ik ben nu al zo lang alleen, ik heb het altijd alleen gered.

Vertellen

Ooit moet ik het Mike vertellen. Toen ik nog vastzat, was ik er al mee bezig hoe ik dat zou doen. Ik ben er nog niet uit en heb ook geen leeftijd in gedachten. Mike kan het nog niet bevatten als ik het nu vertel. Hij moet er aan toe zijn. Nu denkt hij dat ik in de gevangenis heb gewerkt, een heleboel mensen denken dat trouwens. Dat heeft mijn broer tegen iedereen gezegd. Een paar mensen op mijn werk weten de waarheid, maar veroordelen me niet, de meesten van hen vinden het knap dat ik mijn leven weer op de rails heb.

Ik ben niet blij met wat er is gebeurd. Elke moeder is trots op de babyfoto’s van haar kind, ik niet. Natuurlijk vind ik het mooi
om ze te zien, maar ik denk meteen weer aan die tijd in de gevangenis. Toch is het voor mij niet verkeerd geweest. Ik probeer er iets positiefs uit te halen. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben: een sterk persoon en een goede moeder. Ik schaam me er niet heel erg voor. Soms denk ik wel: wat ben je toch dom en naïef geweest. Maar als ik niet was opgepakt, had ik waarschijnlijk nog een losbandig leven geleid. En of dat nou zo goed was geweest voor Mike?”   ■

Tekst: Ilona Stuyt | Beeld: Getty