Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Zuhoor vluchtte in haar eentje uit Irak: ‘Alles was beter dan slavin van IS worden, zelfs de dood’

Zuhoor vluchtte in haar eentje uit Irak: ‘Alles was beter dan slavin van IS worden, zelfs de dood’

Zuhoor vluchtte in haar eentje uit Irak: ‘Alles was beter dan slavin van IS worden, zelfs de dood’

In september 2015 viel IS de woonplaats van Zuhoor Alqaisi (33) in Irak binnen. Ze besloot te vluchten. “Mijn papieren had ik in plastic rond mijn buik geplakt, zodat ik kon worden geïdentificeerd als ik zou verdrinken.”

“In 1994, ik was zes jaar oud, is mijn vader vermoord door het regime van Saddam Hussein. Ik kan me zijn gezicht niet eens meer voor de geest halen. Het enige wat ik me nog echt van hem kan herinneren, is hoe hij zijn grote, warme handen door de gevangenisdeur stak om de koude voetjes van mij en mijn kleine zusje op te warmen. Volgens mijn moeder was ik zijn lievelingetje, omdat ik de rebelste was van al mijn broers en zussen.

Mijn vader was officier in het leger tijdens de Irak-Iran-oorlog. In 1990, twee jaar nadat deze oorlog was beëindigd, bezette en plunderde Hussein het buurland Koeweit. Mijn vader was het niet eens met de bezetting en hielp een vriend met vluchten voor het regime. Dit kwam aan het licht, waarna mijn vader werd opgepakt en veroordeeld. Ik snapte destijds nog niet wat er aan de hand was. Niet toen we hem opzochten in de gevangenis en ook niet toen mijn moeder schreeuwde toen hij werd geëxecuteerd. Ik speelde gewoon door.

‘Terwijl ik naar huis liep, zag ik mensen voedsel hamsteren, hun gezichten verwrongen van angst’

Na zijn dood waren we arm en hadden we altijd te weinig eten. Maar we hadden niet alleen honger, we waren ook onze trots verloren. Iedereen was bang voor het schrikbewind van Hussein. Nadat mijn vader door het regime was gedood, bleven mensen zo ver mogelijk van ons vandaan. Eind 1994 besloot mijn moeder te verhuizen. In Tikrit, een stad op zo’n 140 kilometer van Bagdad, zouden we opnieuw beginnen. Ik ging naar school, mijn oudere zus en moeder probeerden wat geld te verdienen met zelfgemaakt snoep. ”

Moedeloos

“Naarmate ik ouder werd, begon mijn droom om journalist te worden te groeien. Al van jongs af aan las ik alles wat los- en vastzat. Maar thuis viel die droom niet in goede aarde. Mijn moeder steunde me, mijn twee broers waren woest: ze vonden het niet gepast voor een vrouw om verhalen te maken en daarvoor overal alleen naartoe te reizen. Ze wilden niet dat mensen het idee zouden krijgen dat ik losbandig was. Toch zette ik door en werd ik op de journalistieke opleiding in Bagdad aangenomen. Vanaf dat moment was er elke dag ruzie. Het gekke is: mijn familie is niet eens islamitisch. De bezwaren van mijn broers waren iets cultureels. De familie-eer, het beschermen van onze naam… Ik heb dat echt als een last ervaren.

Het enige wat leuk was in mijn leven, was de universiteit. Nadat ik mijn opleiding had afgerond, liep ik steeds weer tegen dezelfde problemen aan: de mannen die het journalistieke wereldje beheersten, dachten dat ik ‘makkelijk’ was en probeerden misbruik van me te maken. Aan vrouwelijke journalisten werd voortdurend gevraagd om seks. Mannen probeerden ons aan te raken, te versieren en maakten seksuele toespelingen. Tijdens mijn opleiding had ik veel geleerd over mensenrechten, maar ik kwam er steeds opnieuw achter dat het er in de praktijk heel anders aan toeging. Thuis moest ik tegen de rigide ideeën van mijn broers vechten, tijdens mijn werk tegen oude mannen met macht die misbruik van me wilden maken. Ik werd er moedeloos van en bleef steeds vaker in bed liggen om na te denken over wat ik moest doen.

Ik besloot tijdelijk te stoppen met de journalistiek en kwam terecht bij een bank. De manager was een jonge man met moderne ideeën, met wie ik direct een klik had. Ik wist niets van bankieren, maar hij leerde me alles. Stap voor stap kreeg ik mijn zelfvertrouwen terug. Terwijl ik bij de bank bleef werken, pakte ik ook mijn journalistieke werk weer op als freelancer.

Maar in 2014 stortte alles in elkaar toen ik hoorde dat IS onderweg was naar Tikrit. Toen ik die dag naar huis ging, zag ik mensen voedsel hamsteren, hun gezichten verwrongen van angst. Ik was echt in shock van wat ik tegenkwam, het leek wel een film over het einde der tijden. Thuis zei ik tegen mijn moeder dat ze de deur en de gordijnen dicht moest doen en voor niemand mocht opendoen. IS was intussen overal. De Amerikanen wilden hen bombarderen, maar veel bommen kwamen op de huizen van burgers terecht. Zo is het huis van mijn buren opgeblazen. Zodra ik een helikopter hoorde, begon ik te tellen: een, twee, drie, vier, vijf… Daarna kwam de inslag. We wisten alleen nooit waar, dus het was elke keer weer een opluchting als ons huis niet was geraakt.”

Dan nog liever dood

“Zo zaten we achtentwintig dagen in ons huis opgesloten, waarbij ik elke dag meerdere keren dacht dat ik dood zou gaan. Een van mijn broers zat in een andere stad. We belden elke dag en ik smeekte hem me te leren hoe ik een kalasj-nikov moest gebruiken. Ik had bedacht om mijn moeder en zusje dood te schieten en daarna mezelf, om ervoor te zorgen dat IS ons niet zou ontvoeren, verkopen of verkrachten. Zelfs de dood was een beter alternatief. Alles was beter dan een slavin van IS te worden. Ik wist dat ze ons al observeerden: ’s nachts zag ik mensen door onze raampjes naar binnen gluren en dagelijks zag ik hoe mensen uit naburige gebouwen naar buiten werden gesleept en hoe IS’ers hun lichamen door honden lieten opeten. Ik deed geen oog dicht en viel kilo’s af. We besloten het erop te wagen en te vluchten.

We hadden een kennis met een taxi die ons wel naar een andere stad wilde brengen. Een lange tocht door de bergen, met rebellengroep al-Nusra aan de ene en IS aan de andere kant. Maar mijn moeder vond het risico toch te groot, ze wilde mij overhalen ook te blijven. Maar ik wilde naar Europa, dat idee had zich inmiddels genesteld in mijn hoofd en ik kon het niet meer loslaten.

Lees ook
Eveline’s vriendin koos voor zelfeuthanasie: ‘Ze was pas 33 en liet een man en een dochtertje van acht jaar achter’

In mijn eentje vluchtte ik naar de stad Erbil, een tocht langs brandende Humvees, soldaten en lichamen langs de kant van de weg. Eenmaal daar kocht ik een buskaartje naar Istanbul. Bij de grens werd mijn paspoort uitvoerig gecheckt. Ik had mijn diploma bij me en zei dat ik in Istanbul een vervolgopleiding zou gaan volgen. Toen lieten ze me gaan. Het moment waarop ik de grens over ging, voelde alsof ik mijn wortels uit de aarde trok. Maar ik had een doel: thuis had ik een televisieprogramma gezien over verschillende wereldsteden.

Amsterdam kwam daar ook in voor. De sfeer had me meteen gegrepen en ik las daarna alles over Nederland en specifiek over Amsterdam. Over de vrede, de vrijheid, de tulpen en de mensen die ruim-denkend waren. Het klonk als een droom. In Istanbul kon ik logeren bij een ex-studiegenoot en via via kwam ik in contact met een smokkelaar die me zou kunnen helpen. Hij zou ervoor zorgen dat ik de zee van Turkije naar Lesbos kon oversteken. In de vroege ochtend moest ik me melden bij een klein opblaasbootje. Het was geschikt voor maximaal veertig personen, wij moesten er met zo’n vijfenzestig man in.

Veel mensensmokkelaars zijn ronduit criminelen. Ze bestaan echter alleen maar omdat landen hun grenzen sluiten en het onmogelijk maken voor asielzoekers om asiel aan te vragen op een veilige plek. Europa heeft een goede reputatie op het gebied van mensenrechten, maar in de praktijk zijn er veel schendingen, vooral op het gebied van vluchtelingen. Mensensmokkelaars buiten die kwetsbare mensen uit.”

Het hele interview lees je in Flair 41-2021. Deze ligt t/m 19 oktober in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief

tekst Vivienne Groenewoud | fotografie Ester Gebuis