Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Vreemde vliegverhalen: ‘Zijn hand gleed over mijn mond toen ik muisstil klaarkwam’

Vreemde vliegverhalen: ‘Zijn hand gleed over mijn mond toen ik muisstil klaarkwam’

Vreemde vliegverhalen: ‘Zijn hand gleed over mijn mond toen ik muisstil klaarkwam’

Van een vliegramp overleven tot je grote liefde vinden in de stoel naast je. In een vliegtuig kan veel gebeuren. Drie vrouwen over hun meest memorabele vliegervaring.

1. ‘Door de klap brak het vliegtuig in drieën’

Vier dagen voor kerst, 1992. Nederland wordt opgeschrikt door vreselijk nieuws uit Portugal: bij Faro is een vliegtuig neergestort. Ruim vijftig voornamelijk Nederlandse inzittenden komen om. Maike (28) zat in het toestel, samen met acht familieleden.

Tekst: Marloes Vinke

‘Het was donker. Het regende en er was brand. Totale chaos. Mijn moeder dacht maar aan één ding: vluchten met diegene die het dichtst bij haar was. Dat was ik. Ze raapte me op en rende zo hard mogelijk van het vliegtuig vandaan. Waar de rest was, wist ze niet. Pas toen ze dacht dat we veilig waren, stopte ze met rennen en draaide ze zich om. Kort daarna zag ze mijn neef en later ook mijn vader en broer uit het vliegtuig kruipen. Gillend stond ze in de modder: ‘Hierheen! Hierheen!’
Mijn opa en oma waren veertig jaar getrouwd. Om dat te vieren, reisden we met de hele familie af naar het Portugese Albufeira: opa en oma, mijn oom en tante, hun zoon van veertien, mijn ouders, mijn broer en ik. Bijna twee jaar oud was ik. Het was de eerste keer dat we met het hele gezin zouden vliegen.
Mijn ouders hadden op de avond voor vertrek al een onbehaaglijk gevoel, realiseerden ze zich achteraf. En toen mijn moeder langsging bij haar schoonzus om 
gedag te zeggen, leek het alsof ze definitief afscheid nam.’

Bijna-doodervaring

‘De vlucht verliep sowieso al moeizaam, te beginnen met vertraging. Vlak voordat we opstegen, stonden de technici nog bij het vliegtuig. Eenmaal in de lucht ging het goed, totdat boven Portugal noodweer uitbrak. We zaten met z’n allen bij elkaar, ik bij mijn moeder op schoot. De piloot cirkelde boven de landingsbaan en probeerde verschillende keren te landen. In het vliegtuig was het doodstil, iedereen hield zijn adem in. Mijn broer werd misselijk van het gedraai en moest over­geven. Ineens raakten we met een klap de grond. We gleden, de romp van het vliegtuig slepend over de landingsbaan, richting de zee die voor ons lag. Mijn vader dacht dat ie doodging, vertelde hij later. Door de klap brak het vliegtuig in drieën. Ik schoot uit mijn gordel omhoog tegen het plafond, daarna verdween ik uit het zicht van mijn familie. Mijn moeder werd het gangpad in gesmeten. De lockers boven ons waren inmiddels open, waardoor ze werd bedolven door alle bagage. Mijn vader zat wonder boven wonder nog in zijn gordel, maar was bewusteloos en ernstig gewond aan zijn arm. Hij werd pas wakker toen hij zijn zoon, vier jaar oud, hoorde roepen: ‘Papa, brand!’ Mijn broer heeft zelfs nog mijn vaders gordel losgemaakt, want door zijn verwondingen kon hij het zelf niet. Samen zijn ze gevlucht.
Pas toen mijn moeder overeind kwam en in paniek rondkeek, zag ze mij verderop. Aan één been bungelde ik aan een stang, voordat ik uit het vliegtuig in de modder viel. Ze pakte me daar op en is gaan rennen. Opa en oma waren we kwijt. Met stoel en al uit het vliegtuig gesmeten.
Pas buiten het wrak beseften mijn ouders dat ze afzonderlijk van elkaar allebei hun kinderen hadden meegenomen. Met een groepje liepen we door een soort moeras naar het vliegveld. Mijn neef had niets, hij had zelfs zijn rugzak nog kunnen oppakken voordat hij uit het vliegtuig liep. Onderweg vonden we oma, zwaargewond. Ook opa had bijna al zijn botten gebroken, mijn oom was inmiddels bij hem. Hij en mijn tante waren gelukkig oké.
Vanaf de luchthaven reden de ambulances af en aan naar het ziekenhuis in Faro. Ernstige gevallen, zoals mijn oma, brachten ze eerst. Ze had een schedelbasisfractuur, inwendige bloedingen en een gebroken bekken. In het ziekenhuis bleek het chaos. Opa en oma waren meegenomen, maar we hadden geen idee waar ze lagen. Er waren zo veel gewonden. Alle artsen en verplegers in de omgeving werden opgeroepen om te helpen. Later hoorden we van lotgenoten over de overledenen. Maar in het ziekenhuis stonden we daar niet bij stil, alles wat we dachten, was: hoe komen we hier zo snel mogelijk weg?
Diezelfde avond nog vond mijn moeder mijn opa terug in het ziekenhuis. Mijn oma bleek per helikopter naar het ziekenhuis in Lissabon te zijn gebracht. Drie dagen lang dacht ze dat ze de enige overlevende was van de familie. Pas in het vliegtuig naar Nederland hoorde ze van een verpleger dat we in leven waren. Wij waren de dag na de ramp al teruggevlogen – iedereen in een KLM-pak, want kleren hadden we niet meer – maar contact leggen met Lissabon lukte niet meteen. De angst om weer in een vliegtuig te stappen was enorm, maar ze wilden ons zo snel mogelijk naar een Nederlands ziekenhuis brengen.’

Huilend naar Griekenland

‘Zelf weet ik niets meer van de crash, maar het heeft toch z’n sporen achtergelaten. Ik ben lang bang geweest voor harde geluiden, zoals onweer. Of de geur van een open haard, daar raakte ik volledig van in paniek. Mijn broer trouwens ook. De hele familie sliep slecht. Alles was eng: autorijden, fietsen, een vliegtuig dat overvloog. Volgens mijn ouders was de periode na het ongeluk onwerkelijk. Avond na avond hebben we de aan ons verstrekte videobanden van de ramp gekeken, in de hoop er iets van te begrijpen. Of we zaten met z’n allen op de bank naar de muur te staren. We waren compleet in shock.
De angst is nu, ruim twintig jaar later, nog steeds niet weg. Als ik op een brug sta, ben ik bang dat hij instort. Als ik met een boot ga varen, ben ik bang dat hij zinkt. Sinds een paar jaar ga ik weer met het vliegtuig op vakantie. Heel moeilijk, want ik heb – hoe kan het ook anders – behoorlijke vliegangst. Vanaf het moment dat ik een vakantie boek, ben ik zenuwachtig. De eerste keer dat ik weer in een vliegtuig stapte, had het vertraging: er moest een onderdeel vanaf Schiphol naar Rotterdam Airport komen. Toen had ik het niet meer. En vorig jaar op Kos hetzelfde verhaal. Er was iets mis met de motor en de techneut moest komen. Ik was volledig in paniek en wilde echt niet meer mee. Uiteindelijk heb ik toch, keihard huilend, doorgezet.
Een halfjaar na het ongeluk hebben mijn ouders geprobeerd om weer ritme in ons leven te krijgen. Iedereen deed het op zijn eigen manier: mijn ouders wilden snel terug in de maatschappij, net als mijn opa en oma. De rest van de familie keerde niet meer terug in het arbeidsproces, dat konden ze niet aan. Ook fysiek heeft het z’n weerslag gehad. Mijn moeder kreeg bijvoorbeeld overal ontstekingen. Vijf jaar geleden heeft ze, misschien wel daardoor, een nieuwe heup gekregen. En mijn oma heeft nog altijd last van haar evenwichtsorgaan.
Inmiddels praten we niet veel meer over de vliegramp, alleen als er aanleiding voor is. Zoals wanneer er een vergelijkbaar ongeluk in het nieuws komt. 
Je beseft dan meteen weer wat voor vreselijks ons is overkomen.’

2. ‘Als je wilt dat ik meega, moet je me morgen wakker maken, zei ik tegen hem’

Sabine (37) ging backpacken in Australië om haar ex te vergeten. Wist zij veel dat ze in het vliegtuig naast de liefde van haar leven bleek te zitten.

Tekst: Renée Lamboo

‘De stewardess had het nummer van mijn stoel met pen omcirkeld. 65B, ergens achterin. Ik plofte neer op de middelste van drie stoelen. Rechts van me, bij het raam, zat een jongen die in mijn reisgroep zat. We waren met een man of vijftien, allemaal jonge mensen op zoek naar avontuur. Om acht uur ’s ochtends werden we verwacht bij de check-in-balie. Mijn moeder bracht me naar het vliegveld. Onderweg belandden we in een eindeloze file. Ik vloekte en tierde, dit zal mij toch niet gebeuren? Ik móest mee op die vlucht naar Australië. Ik was achttien, 
had het net uitgemaakt met mijn vriendje na tweeënhalf jaar. Ik wilde vrijheid, verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid ervaren. Weg van alles wat aan mijn ex herinnerde, weg van mijn ouders en hun regels. Bezweet en gehaast sloot ik me een paar minuten te laat aan bij de groep. Godzijdank, ik had het gehaald. Nu ik in mijn stoel zat, voelde het echt alsof er niets meer kon gebeuren. Terwijl ik mijn spulletjes rangschikte voor de reis kwam Jeroen links van me zitten. Hij droeg een wijde spijkerbroek met een minstens zo groot T-shirt. Hij stelde van die typische beleefde vragen die je stelt aan boord van een vliegtuig. Wat wil je het liefst zien? Het Opera House, de verlaten wegen, de woestijn. Vind je vliegen niet eng? Nee, hoor. ‘Mijn vader is CEO bij Philips. We hebben met het gezin al zo veel gevlogen,’ antwoordde ik. Ik zag aan zijn gezicht dat hij me een snob vond. Ondanks dat ik Jeroen niet direct aantrekkelijk vond, voelde ik me wel veilig bij hem. Toen het me na een eeuwigheid pielen niet lukte om mijn oordopjes uit de knoop te krijgen, vroeg ik hem om hulp. Het kostte hem een paar seconden. Onbewust was dat de eerste keer dat ik voelde dat hij me wel zou beschermen. Mijn type was hij niet. Ik val op stevige mannen, waarin je verdwijnt als ze je vastpakken. Jeroen was slank en even groot als ik. Dat viel me eigenlijk pas op toen we in Bangkok overstapten. We sliepen er een nacht, waarna we verder vlogen naar Sydney. Weer inchecken, door de gate, in de rij voor mijn stoel. Uiteindelijk bleken we weer naast elkaar te zitten. Ik dacht dat iedereen dezelfde plek had gekregen, maar toen ik om me 
heen keek bleek dat niet zo te zijn. 
Dan was het wel erg toevallig, in zo’n groot vliegtuig. Jeroen en ik lachten er samen om.’

Slapen met tien mannen

‘De sfeer veranderde tijdens de ruim negen uur durende vlucht. Het voelde losser. Veel mensen zaten achterstevoren op hun stoel om met elkaar te praten. Waar kom jij eigenlijk vandaan? Wat studeer je? Als Jeroen vertelde, luisterde ik extra goed. Verliefd was ik nog niet, maar wel nieuwsgierig naar hem. Wie was deze jongen? Ik wilde meer van hem weten. Omdat we de eerste dagen allemaal in hetzelfde hostel sliepen, zou daar genoeg tijd voor zijn. Ik verheugde me erop. Gebroken kwamen we aan in Sydney. Ik was moe, voelde me vies. Dat ik met tien mannen werd ingedeeld op één slaapzaal, maakte me niks meer uit. Ik koos een plekje bovenin en sliep als een roos. De volgende dag ging iedereen zijn eigen weg. ’s Avonds zagen we elkaar weer. Het was een warme avond. We dronken whisky en bier op het terras van het hostel. Met ieder drankje werd de sfeer relaxter. De gesprekken gingen niet meer alleen over Australië, maar ook over thuis, relaties, onze dromen. Het werden gesprekken tussen vrienden. Jeroen bleek ad rem, slim, zorgzaam en lief. Toen ik na een paar biertjes misselijk naar het toilet strompelde, kwam hij achter me aan. ‘Rustig maar. Ga even zitten. Diep ademhalen,’ coachte hij me. De misselijkheid verdween snel, maar zijn aandacht was fijn. We bleven samen lang weg en belandden uiteindelijk in de gang van het hostel. Ik weet nog dat daar een betaaltelefoon stond waar we een beetje omheen draalden. We voelden allebei wat er zou gebeuren, het was een kwestie van tijd. Wie het initiatief uiteindelijk nam, weet ik niet meer. Maar we kusten. Een zachte, korte kus, één die zo veel leek te betekenen. Een paar seconden dacht ik nergens aan, maar toen kwam die ene gedachte in mijn hoofd op: voelt hij wel hetzelfde als ik? Misschien was dit voor hem niet meer dan een random zoen op vakantie. 
Ik wilde meer, en stelde hem op de proef. Hij had een auto gekocht en zou de volgende dag gaan rondtrekken met een groepje. Dat zou betekenen dat we elkaar uit het oog 
verloren. ‘Als je wilt dat ik meega, moet je me morgen­ochtend maar wakker maken,’ zei ik tegen hem. Ik deed geen oog dicht die nacht. Het werd donker en heel langzaam weer licht. Uren lag ik naar het plafond te kijken. Toen, rond een uur of zeven, ging de deur van de kamer zachtjes open. Op zijn tenen zag ik Jeroen dichterbij komen. Hij raakte mijn arm aan en vroeg: ‘Ga je mee?’ Ik glimlachte heel breed, stapte uit bed en pakte mijn spullen. Een paar minuten later stapte ik in zijn rode Ford Falcon. Met zijn zevenen reden we weg. Het avontuur en de liefde tegemoet. 
Ik voelde me meteen zijn vriendin, de anderen wisten wat er tussen ons speelde. Dat was in het begin wat ongemakkelijk. Ik wilde niet klef zijn met hen erbij, maar was wel hartstikke gek op Jeroen. We hielden afstand maar de blikken die we wisselden, zeiden voor mij genoeg. Hij voelde hetzelfde. Soms zochten we even privacy, dan sliepen we bijvoorbeeld een nacht samen op een kamer in plaats van op een slaapzaal. Dan kon ik hem net zo lang zoenen als ik wilde.’

Ruzie on the road

‘Gedurende de weken vielen er steeds meer mensen af. Hun geld was op of school of werk begon weer. Jeroen en ik bleven na zo’n drie maanden over. Dat was fijn, maar ook echt een relatietest. Dagenlang zaten we samen in de auto. Wrijving, ruzie, het kwam maar niet. We waren het vaak eens of vonden gemakkelijk een compromis. Eerst naar de Gold Coast, dan Alice Springs, Perth, Melbourne. Ik voelde me thuis bij hem, vrij om alles te zeggen wat ik wilde. Na negen maanden rondtrekken was het ook voor ons tijd om naar huis te gaan. Met pijn in mijn hart nam ik afscheid van Australië. Ook vreesde ik stiekem voor mijn relatie met Jeroen. Nu zouden we snel weten of het slechts een vakantieliefde was. Misschien zag hij me thuis niet meer staan. We gingen allebei terug naar ons eigen studentenleven. Maar elk moment dat hij had, pakte hij de trein naar mij toe, al was het maar voor een paar uurtjes. Toen wist ik: dit zit goed. Dit blijft. In 2009, tien jaar na onze reis, zijn we teruggegaan naar Australië. Ik was bang dat ik het geïdealiseerd had, maar het was even mooi als in mijn herinnering. Op de Sydney Harbour Bridge vroeg Jeroen me ten huwelijk. Ik zei volmondig ja. Als het ooit bijna misgaat tussen ons, hoef ik alleen maar de foto’s van Australië erbij te pakken. Dan weet ik weer waarom we ooit voor elkaar vielen. Die lieve jongen, aan wiens hand ik me toen al veilig voelde. Nog elke dag ben ik blij dat ik op dat vliegtuig ben gestapt. Dat de stewardess me op stoel 65k zette, naast mijn grote liefde op 65j.’

3. ‘Zijn hand gleed over mijn mond toen ik klaarkwam’

Merel (30) had gerekend op een saaie vlucht voor een saai congres. Maar het tegendeel bleek waar, toen die leuke ­
Zuid-Afrikaan naast haar kwam zitten.

‘Verdiept in mijn e-reader merkte ik de jongen die naast me stond niet eens op. Pas toen hij zachtjes kuchte, zag ik hem. Hij wees naar de stoel bij het raam. ‘Sorry,’ zei hij, en lachte. Hij had heel witte tanden. ‘Dat is mijn plek.’ Ik glimlachte beleefd terug, klapte mijn tafeltje in en stond op om hem erdoor te laten.
Ik werk bij een internationaal bedrijf waarvoor ik de organisatie van congressen voor mijn rekening neem. Elk jaar vindt zo’n congres plaats in een ander land, dat ik van tevoren moet bezoeken. Ik ben al naar Brazilië, Canada en China geweest. Maar de spannendste ervaring had ik tijdens mijn laatste bezoek, aan Zuid-Afrika. Of misschien kan ik beter zeggen: boven Zuid-Afrika.
Terug op mijn stoel was ik mijn reader snel vergeten. Een vrouw verderop in het pad was ontzettend aan het klungelen met haar handbagage. Ze was platinablond, dichtgeplamuurd en had een enorme nep-Burberry toilettas bij zich. Toen ze hem in het vak boven haar hoofd probeerde te zetten, werd ze bedolven onder een stortregen van mascara, oogschaduw en poederdozen. Van schrik slaakte ze een aanstellerig gilletje. Mijn buurman mompelde droog: ‘Ik snap de ophef niet, zo te zien maakt ze zich elke ochtend toch zo op?’ Ik gniffelde. Hij had humor en – concludeerde ik nadat ik hem zo onopvallend mogelijk had gecheckt – hij zag er ontzettend lekker uit met zijn blonde haar en bruine ogen. Het ijs was gebroken en al snel waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Just was Zuid-Afrikaan en had een vriend bezocht. Ik vond het leuk om naar het Afrikaans te luisteren. Net Nederlands, maar dan oneindig veel sexier. Vooral uit zijn mond. Justs blik gleed af en toe langs mijn borsten naar beneden. Hij zag dat ik het zag, maar het leek hem niet veel te kunnen schelen. 
Ik kreeg het warm. Gelukkig bood de stewardess achter het drankkarretje de broodnodige afleiding. We besloten allebei een flesje wijn te nemen.

De meeste mensen staarden naar in hun schermpje, maar de inflight entertainment kon mij maar matig boeien. Ik bestudeerde Justs profiel. Zijn mooie, goedgevormde handen. Zijn gespierde bovenbenen. Ineens vond ik het idee meer dan tien kilometer hoog in de lucht te zitten in een ruimte vol onbekenden heel opwindend. Ik pakte mijn dekentje, legde het over me heen en zakte wat onderuit zodat ik tegen Justs arm leunde. Hij draaide zijn hoofd even naar me toe en knipoogde lief. 
Af en toe liep er iemand langs die naar het toilet moest, maar verder was het vliegtuig gedompeld in rust. Plotseling voelde ik een hand op mijn dijbeen, onder de deken. Als een soort stil­zwijgende toestemming opende ik mijn benen een beetje, waarna zijn hand wat hoger kroop. Ik ben niet echt kinky, maar het idee dat we elk moment betrapt konden worden, vond ik ontzettend opwindend. Wat is het 
ergste dat er kan gebeuren? dacht ik. 
Ze kunnen ons moeilijk uit het vliegtuig gooien. Justs vingers gleden in mijn slipje. Toen hij mijn adem hoorde stokken, draaide hij zijn gezicht naar me toe en liet zijn tong langzaam over mijn lippen glijden. De meeste passagiers sliepen inmiddels.’

Discreet klopje

‘Onder de deken wurmde ik me uit mijn slipje en trok mijn rok recht. Just keek me vragend aan. ‘Volg me,’ fluisterde ik, terwijl ik mijn slipje in zijn hand drukte. Onvast liep ik naar het toilet­hokje. 
Al snel hoorde ik een discreet klopje. Just wrong zich bij me in de kleine ruimte. Ik ging op de toiletbril voor hem zitten, trok zijn rits open en nam zijn penis in mijn mond. Aan zijn reactie te horen, moest ik daar niet te lang mee doorgaan. Hij greep me vast en trok me omhoog. Ik bukte, hield me vast aan de spoelbak. Ruw schoof hij mijn rok omhoog. Zijn hand streelde mijn hals en gleed over mijn mond toen ik klaarkwam. Goddank, want anders hadden de andere passagiers ons zeker gehoord. Aan zijn onderdrukte gekreun af te leiden kwam ook hij tot een hoogtepunt, waarna we even giechelend als twee schoolkinderen stonden uit te hijgen. Snel fatsoeneerden we onze kleding. 
Ik weet zeker dat sommige mensen ons gezien hebben toen we samen uit het toilethokje kwamen, maar eerlijk gezegd kon het me weinig schelen.
Terug op onze plaatsen krulde ik me op tegen Justs rug. De rest van de vlucht sliep ik als een baby. De daaropvolgende dagen bleek Just me ook op een wat comfortabelere plek – mijn hotelbed – heel goed in hogere sferen te kunnen brengen. De terugvlucht was een stuk saaier, al heb ik elf uur lang met een grote smile op mijn gezicht gezeten door de boxershort die Just stiekem in mijn handbagage had gestopt, met een briefje erbij dat hij hem persoonlijk zou komen ophalen. Wie weet doe ik mijn Mile High Club-ervaring nog eens over. 
Als ik deze zomer met Just van Johannesburg naar het Krugerpark vlieg, bijvoorbeeld. Al is zo’n klein vliegtuigje wel érg gehorig. Tot die tijd hebben we in elk geval de webcam nog.’

Deze verhalen hebben eerder in VIVA gestaan.