Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Alleenstaande moeders met kind op vakantie: ‘Ik miste echt iemand met wie ik de taken kon verdelen’

Alleenstaande moeders met kind op vakantie: ‘Ik miste echt iemand met wie ik de taken kon verdelen’

Alleenstaande moeders met kind op vakantie: ‘Ik miste echt iemand met wie ik de taken kon verdelen’

Het is wel een dingetje, om na je scheiding met je kind op vakantie te gaan. Sabrina ging ervoor. “Ik wilde iedereen laten zien dat ik het prima kon in mijn eentje.”  

Sabrina van Schenkhoff (31) ging vorig jaar voor het eerst met haar dochter Merel (3) een week naar een vakantiepark. De eerste dagen waren niet zo geweldig…

Niets voor mij

“Toen ik nog samen was met de vader van Merel vlogen we ’s zomers naar een warm oord. Het uitzoeken van de accommodatie, het regelen van de tickets en het inpakken van de koffers deden we altijd samen. Na de scheiding besloot ik alleen met Merel op pad te gaan. Ik vond het heel spannend, maar wilde iedereen laten zien dat ik het prima redde in mijn eentje. Vliegen zag ik niet zitten. Ik ben nogal een stresskip en als ik dacht aan een druk vliegveld met een peuter kreeg ik het al Spaans benauwd. Een georganiseerde eenoudervakantie heb ik even overwogen, maar dat is echt niets voor mij. Ik hecht aan mijn privacy en heb mijn eigen plekje nodig. Ik zie het niet zitten met allemaal andere eenoudergezinnen vakantie te vieren. Het werd een huisje op een vakantiepark in Nederland.”

Lees ook
Mirthe gaat met haar lichamelijk en verstandelijk beperkte zoon op vakantie: ‘Hij kijkt er een jaar naar uit’

Chagrijnige peuter

“De eerste dagen waren helemaal niet zo leuk. Het begon al met het inchecken. We waren veel te vroeg en ons huisje was nog niet klaar. Zat ik daar met een chagrijnige peuter die haar middagslaapje had overgeslagen. Diezelfde dag raakte ik tot twee keer toe de weg op het park kwijt. Toen ik met een huilend kind op zoek ging naar ons huisje vroeg ik me af waarom ik dit toch zo graag wilde. De tweede dag was niet minder erg. We gingen zwemmen. Het was druk en ik moest mijn spullen in een kluisje stoppen. Niet zo’n simpel kluisje waar je een muntje in stopt, nee zo’n ding waar je allemaal codes moest intypen en knopjes moest indrukken. Ondertussen hield ik Merel natuurlijk goed in de gaten want ze heeft nog geen zwemdiploma. Toen we eindelijk in het zwembad lagen, dacht ik in een split second: oeps, welk kluisje had ik en wat was de code ook alweer? Ik wist het echt niet meer. Uiteindelijk heeft het zwembadpersoneel het kluisje voor ons geopend. Maar wel pas nadat alle andere bezoekers het zwembad verlaten hadden. Ik voelde me zo alleen. En het zien van al die gelukkige gezinnen om me heen werkte ook niet echt mee. Ik miste echt iemand met wie ik de taken kon verdelen.”

Steeds sterker

Toch voelde ik me in loop van de week sterker worden. Ik kon steeds meer genieten. De problemen waar ik tegenaan liep werden gewoon opgelost. Dat gaf vertrouwen. Toen we halverwege de week met zijn tweeën gezellig zaten te eten in het parkrestaurant dacht ik met trots: ‘Zie ons hier nou zitten, we hebben toch helemaal niemand nodig?’ Ik zou het zo weer doen ondanks het feit dat ik kapot was toen ik thuiskwam. Want van uitrusten was geen sprake. Iedere stap die je zet, moet je kind met je mee. En tja, een meisje van twee zegt ook weleens nee.”

Tekst: Sasja Gerritsen