Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Tine (24) verloor haar vader en onlangs ook haar moeder: ‘Ik heb niemand meer die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel’

Tine (24) verloor haar vader en onlangs ook haar moeder: ‘Ik heb niemand meer die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel’

Tine (24) verloor haar vader en onlangs ook haar moeder: ‘Ik heb niemand meer die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel’

‘Toen mijn moeder vertelde dat ze niet meer kon worden geholpen, was het alsof mijn wereld instortte. De gedachte dat ze er over een paar maanden niet meer zou zijn – de prognose was maximaal vier maanden – was ondragelijk. Ik had mijn vader al niet meer, en nu zou mijn moeder ook sterven? Razend was ik, op welke God dan ook, die ons dit aandeed. Ontroostbaar ook, want mijn moeder was mijn leven.

Ik heb zorgverlof genomen om bij haar te blijven. Ik trok weer bij mijn moeder in om zo veel mogelijk bij haar te zijn. We sliepen zelfs in dezelfde kamer, om nog even 
welterusten te kunnen zeggen voor we in slaap vielen.

Ik probeerde alles in die paar maanden te proppen. Met haar naar de zee, omdat ze daar zo van hield. Rolstoel in de auto en op weg. Naar Rome, omdat ze daar ooit was geweest met mijn vader. Haar haren uit haar gezicht houden terwijl ze boven de wc hing omdat ze moest overgeven. Elke dag zorgde ik dat ze het lekkerste eten kreeg. Ik reed ervoor naar de bakker in haar geboortedorp – zo’n veertig kilometer verderop – omdat ze zo hield van de pistolets daar. Ik zorgde voor bloemen in huis, non-stop, omdat ik wist dat ze zo genoot van het zien ervan.
Ik ben ontzettend blij dat ik die paar maanden met haar nog heb gehad. We hebben gepraat, uren- en urenlang. Over doodgaan, over een leven na de dood, over hoe ik verder moest zonder haar. We hebben gehuild samen. Ik, omdat ik verder moest zonder haar, zij omdat ze me moest achterlaten. Ze vertelde over haar angsten, maar ook over de verlossing waar ze naar uitkeek – ze had zo veel pijn op het laatst. Ik kon haar alles vragen, alles vertellen. Ik ging vaak bij haar in bed liggen als ze sliep om haar warmte tegen me aan te voelen, haar ademhaling te horen, te weten dat ze er was.

Niemand meer

Uiteindelijk heeft mijn moeder gekozen voor euthanasie, zodat ik ook dan haar hand kon vasthouden. De week erna was ik bezig met haar afscheid, dat moest het mooiste ter wereld worden. En ook in de weken die volgden, bleef ik bezig. Pas een maand later kwam het besef. Ik zat ’s ochtends te ontbijten en toen hoorde ik op de radio een liedje dat we ook op haar afscheid hadden gespeeld. Opeens was het alsof ze nét dood was. Die ochtend kwam het besef: ik ben helemaal alleen. Ik heb een heel lieve vriend, een hoop vriendinnen, een tante, leuke collega’s. Maar ik heb geen moeder. Geen vader. Geen broer. Geen zus. Ik ben moederziel alleen. Je familie, dat zijn de mensen naar wie je kunt bellen, dag en nacht. No matter what, ze zijn er voor je. Onvoorwaardelijk.’

‘Hoe langer het geleden is dat mijn moeder stierf, hoe harder het wordt. Ik mis haar zo verschrikkelijk. Het is gek, ik heb nog elke dag een moment waarop ik denk: dit moet ik aan mama vertellen, of: ik ga mijn moeder even bellen. Ik weet zo goed dat ze dood is, ik heb me de ogen al uit mijn hoofd gehuild omdat ze er niet meer is. En toch zijn er iedere keer van die momenten waarop het lijkt dat ik het voor het eerst besef.

Vriendinnen helpen niet

Overlevingsmodus noem ik het. Ik overleef nu. Ik voel me stuurloos, weet niet welke richting ik mijn leven nu moet geven. Ik heb mijn moeder beloofd dat ik goed voor mezelf zou zorgen, maar ik heb het er zo moeilijk mee. Ik eet onregelmatig – ik heb gewoon géén honger – en ik slaap te weinig omdat ik zo vaak aan haar lig te denken. Normaal gezien zou ik nu een vader hebben bij wie ik kan uithuilen. Ik begin hem nu, sinds haar overlijden, meer te missen. Ik heb hem nooit gekend, hij stierf toen ik twee was, ik heb geen herinnering aan hem. Mijn moeder vertelde wel over hem, ze zei me altijd dat ik zo op hem leek, en dan was ik trots, zonder goed te weten waarom. Dat hij dood was, vond ik als kind wel erg, maar hem missen? Hoe kun je iets missen dat je niet kent? Ik voel het nu pas. Nu, nu ik iemand wil om bij te schuilen als het verdriet om mijn moeder weer zo heftig wordt dat ik erin dreig te verzuipen. Er is niemand meer die ik ken vanaf mijn geboorte, niemand die zonder woorden begrijpt wat ik bedoel.’

‘Mijn vrienden zijn ongelofelijk lief voor mij, mijn vriend doet alles wat hij kan om me te troosten en te steunen. Dat waardeer ik, echt. Maar het neemt het verdriet niet weg. Het neemt het alleen-zijn niet weg. Ik kan er moeilijk over praten met ze, want ik merk dat ik ze dan kwets. Mijn vriendinnen zeggen: ‘Wij zijn nu je familie,’ maar zo werkt het niet. Met je zus of broer kun je bijvoorbeeld ruziemaken, want je weet: we zijn er voor elkaar als er eentje in de shit zit. Dat werkt niet zo met een vriendin. Het is dat onvoorwaardelijke aan de liefde die ik van mijn moeder kreeg, dat ik zo mis. Het maakt me bang dat ik dat nooit meer zal hebben. Echt, letterlijk bang. Tot hyperventileren toe. Ik ben vierentwintig en het lijkt soms of mijn leven voorbij is. Dit had een periode in mijn leven moeten zijn van feesten, van uitgaan, van iets opbouwen op werkgebied, van genieten van het stukje leven waarin je al wel wat verantwoordelijkheden hebt, maar vooral nog heel veel vrijheid.

Erfenis

Ook dat is in één klap veranderd met mijn moeders dood. Ik heb een huis geërfd, er zijn de successierechten die moeten worden betaald, de nalatenschap die moet worden geregeld. Er komt zo veel bij kijken… De laatste keer bij de notaris begon ik te huilen. Er was niet eens een aanleiding, alleen dat gevoel van: ik ben hier te jong voor. Dit moet mijn moeder doen.’

‘Ik heb volwassen moeten worden, in één klap. En daardoor lijk ik nog eenzamer te worden. Mijn vriend is er voor me, maar hij is nog jong, merk ik nu. Als ik hem vertel over het huis, en een jaarlijks betaaloverzicht van de gasketel, zie ik hem naar me kijken: hij heeft geen idee waar ik mee bezig ben. Ik ben bang dat we het niet gaan halen samen. Hij is nog maar vijfentwintig. Ik ben door mijn moeders ziekbed en haar dood enorm veranderd. Er is niet alleen het verdriet en het gemis, maar ook het ‘grote plaatje’. Vroeger geloofde ik altijd in een happy end. Als ik het moeilijk had, bleef ik mezelf voorhouden dat het goed zou komen. Nu lukt me dat niet meer. Misschien komt het terug, maar wat als dat niet zo is? Ik kan niet tegen mijn vriend zeggen: ‘Geef me even de tijd, het komt wel weer goed,’ want zo is het niet. Dit is geen liefdesverdriet, geen jarenlange vriendschap die verbroken wordt. Ik ben mijn moeder kwijt. Ik weet niet hoe ik dat ooit te boven kan komen…’