Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Saskia beviel compleet onverwacht op vakantie: “We hadden al ingecheckt voor de terugvlucht”

Saskia beviel compleet onverwacht op vakantie: “We hadden al ingecheckt voor de terugvlucht”

Saskia beviel compleet onverwacht op vakantie: “We hadden al ingecheckt voor de terugvlucht”

Saskia (35) heeft een relatie met Antoon (40). Vijf jaar geleden beviel ze onverwachts en veel te vroeg van hun zoontje Gino tijdens een vakantie op Tenerife. “We hadden al ingecheckt voor de terugvlucht.”

‘‘Completa,’ hoorde ik een arts zeggen. Completa? Als in complete, volledige ontsluiting?’

Naar huis?

“Het werd ons aangeraden, niet alleen door de verloskundige, maar ook door de magazines: ‘Ga lekker samen op vakantie, nu het nog kan!’ Er is zelfs een naam voor: Babymoon, een soort huwelijksreis, maar dan voor zwangeren. Ik was ‘pas’ 24 weken zwanger, het kon dus nog makkelijk, dachten we. We kozen voor Tenerife en boekten een luxe hotel met alles erop en eraan. Ik keek ernaar uit om twee weken echt helemaal niks te hoeven doen. En aan dat luie voornemen, hebben we ons ook gehouden. Antoon en ik verplaatsten ons voornamelijk van de bank naar het bed en van het zwembad naar het restaurant. De dag voor vertrek kreeg ik last van mijn rug. We wilden op tijd naar bed, want we zouden de volgende dag al heel vroeg worden opgehaald. Ik ben nog even in bad gaan liggen, waar de pijn in mijn rug wel iets afnam. Ik zocht er niets verontrustends achter. Waarschijnlijk had ik na die weken niks doen ineens wel iets te veel gelopen.

De pijn in mijn rug kwam later op de avond terug. We raakten er niet van in paniek. ‘Als er iets is, zijn we nu zo in Amsterdam,’ zeiden we tegen elkaar. Ook toen ik bloed verloor, hielden we vast aan ons plan. Wij zouden gewoon naar huis gaan.

In de ochtend, bij het ontbijt, kwamen we een Nederlandse vrouw tegen, die zag dat ik pijn had. ‘Gaat het wel?’ informeerde ze bezorgd. ‘Je hebt toch geen weeën?’ ‘Dat lijkt me niet! Ik ben 26 weken zwanger,’ reageerde ik rustig. Ze dacht dat ik al veel verder was; mijn buik was behoorlijk groot. Maar haar opmerking zette me wel aan het denken. Zouden het misschien toch weeën kunnen zijn? In de bus naar de luchthaven, besloot ik de pijn te timen met een stopwatch. De pijn duurde steeds zo’n veertig seconden en dan was het weer een minuut weg. Ik wist meteen dat dit geen goed nieuws was, maar nog steeds bleven we vrij nuchter. We checkten in en ik wilde achter de douane maandverband kopen, maar alle winkels waren nog dicht. ‘Misschien moeten we toch even met de verloskundige in Nederland bellen,’ zei ik toen maar. Ik belde, vertelde wat er speelde en haar advies was helder: ‘Jij moet heel snel naar een ziekenhuis gaan!’ Dat was het moment dat ik de grond onder mijn voeten vandaan voelde zakken. Ik wilde niet blijven, ik wilde naar huis! Ik had ook geen flauw benul van de gevolgen van een bevalling met 26 weken. Antoon hakte de knoop door. Ik had niets meer te vertellen. Hij informeerde de stewardess en onze koffers werden van boord gehaald.”

Met loeiende sirenes

“Ik werd in een rolstoel gezet en naar de airport-arts gereden. Daar werd een ambulance gebeld. Niet veel later kwamen we aan in een particulier toeristenziekenhuis, waar Antoon en ik van elkaar gescheiden werden. Hij moest de betaling van de ambulance regelen, ik werd onderzocht. ‘Completa,’ hoorde ik een arts tegen zijn collega’s zeggen. Er werd alleen Spaans gesproken dit was het enige woord dat ik zo snel herkende. Completa? Als in complete, volledige ontsluiting? ‘You don’t have to panic, the baby is coming,’ richtte de arts zich toen toch in het Engels tot mij. Daar schrok ik natuurlijk wel van. En waar was Antoon? Ik liet alles maar een beetje over me heen komen. Ik werd aan het CTG gelegd in een kamer, waar naast mij een Spaanse vrouw lag te bevallen. Ik hoorde haar kermen van de pijn, waaruit ik opmaakte dat het met mij dan nog wel zou meevallen. Ik had wel pijn, maar zo veel pijn nou ook weer niet. Er werd een infuus aangelegd en ik kreeg diverse injecties; weeënremmers en medicijnen voor long- en hersenrijping, zo begreep ik later. Eindelijk kwam Antoon terug. De arts vertelde dat ons kind in deze kliniek geen kans had. We moesten naar Santa Cruz, in het noorden van Tenerife. Die rit er naartoe aangaan, was een gok. Het was zo’n drie kwartier rijden, met loeiende sirenes, in de siësta-spits, maar we kwamen veilig aan. Toen barstte het circus echt los. Er stond wel vijftien man om mijn bed en iedereen onderzocht me. Ik had negen centimeter ontsluiting. De weeën namen door de medicijnen gelukkig af en dat gaf kortdurende rust in de tent. Antoon en ik trokken een nieuw plan en belden familie en mijn werkgever. Antoon heeft een boerenbedrijf dat zijn ouders nu wat langer voor hem moesten runnen. Dat was geen probleem. We namen contact op met de alarmcentrale en bespraken onze zorgen met elkaar. Ik was er heilig van overtuigd dat ons kindje het niet zou redden. We hadden vette pech, beredeneerde ik. En hoewel ik wel verdrietig was, was ik niet compleet van de kaart. Het was onze eerste zwangerschap, we hadden geen idee van de hoeveelheid liefde die je voor een kind kon voelen. Op mijn telefoon zocht ik uit of je, als je in het buitenland bevallen was van een dood kindje, je kind meteen mee mocht nemen naar huis. We dachten heel praktisch. We hadden de naam Gino uitgezocht voor een jongetje, maar noemden de baby in mijn buik tot de geboorte ‘Guus’ – dat kon voor een jongetje of meisje. Als het kindje zou overlijden, zouden we het Guus noemen, spraken we af. Dan konden we Gino nog voor een eventueel volgend kindje gebruiken.”

Lees ook
Tessa: ‘Kunnen we ophouden met een vaginale bevalling een ‘normale’ bevalling noemen?’

Klein huiltje

“Ik lag plat op bed en mocht niet overeind komen, zelfs niet om te plassen. In de nacht kwamen de weeën terug. Antoon zat op een krukje en lag met zijn hoofd op mijn bed, zo deed hij hazenslaapjes. Ik pufte in stilte mijn pijn weg, het werd toch wel wat heftiger. Tegen vijf uur ’s nachts uur kreeg ik persweeën. Uit een echo bleek dat ons kind overdwars lag; op de natuurlijke manier bevallen zou de baby waarschijnlijk niet overleven. Ik kreeg een ruggenprik en een keizersnede. En Antoon moest op de gang wachten.

Ik kon niets van de geboorte zien, maar hoorde wel een klein huiltje. Het verbaasde mij. Leefde ons kind? Een verpleegkundige zei me dat het een goed teken was dat hij huilde. ‘Doctors will take good care of him now,’ zei ze. Gino werd naar de IC voor vroeggeborenen gebracht en ik werd gehecht en naar de uitslaapkamer gereden. Ik wilde Antoon zien. Ik wilde hem spreken. Niemand sprak goed Engels. Uiteindelijk regelde een stagiaire dat ik Antoon aan de telefoon kreeg. Hij was bij Gino, die het best goed deed en vrijwel geheel zelfstandig ademde.

De eerste keer dat ik onze zoon zag, was op een foto die Antoon mij liet zien. Het was een shock. Gino was heel klein, kwetsbaar en rood, hij woog slechts 1015 gram en was 36 centimeter lang. De dag erna mocht ik even bij hem, in een rolstoel. Ik voelde meteen vertrouwen en zo veel liefde voor hem. In de weken die volgden, leefden we tussen hoop en wanhoop. Gino viel af en woog nog maar 780 gram. Zijn situatie kende pieken en dalen. Het was een rollercoaster waarin we van uur tot uur meebewogen – we hadden geen keuze. Het ene moment deed hij het perfect. Het volgende moment was er weer een complicatie en vreesden we voor zijn leven.

Ik mocht, door complicaties door mijn keizersnede, tien dagen bij Gino in het ziekenhuis blijven. Antoon had een appartement voor ons geregeld, tegenover het ziekenhuis. Gino woog vijftienhonderd gram toen we zes weken na zijn geboorte met een ambulancevliegtuig van Tenerife naar Nederland terugvlogen. Op Schiphol stond een ambulance klaar om ons naar het ziekenhuis te brengen. Daar heeft Gino nog acht weken gelegen. En toen, vijftien weken na de eerste weeën op de luchthaven van Tenerife, mocht hij dan eindelijk écht mee naar huis.”

Emotioneel weerzien

“Het is bizar je kind na zo een lange tijd in zijn eigen bedje te zien liggen. Hier keken we al die tijd naar uit. We waren euforisch toen we de ontslagbrief in handen hadden. We konden eindelijk doen wat de meeste ouders direct na de geboorte doen. Met een gevulde maxi-cosi de deur uit. Zelf zorgen. Wandelen, met ons kind in de kinderwagen.

Gino is nu vijf en gaat naar de basisschool. Hij doet het hartstikke goed. Een jaar na zijn geboorte zijn we teruggegaan naar Tenerife. We spraken af met de arts die Gino behandeld heeft en ontmoetten vier verpleegkundigen die voor hem hadden gezorgd. Het was een emotioneel weerzien. Nog steeds hebben we regelmatig contact met elkaar via whatsapp. We hebben zo’n intensieve periode met elkaar beleefd, zoiets schept een band voor het leven.

Drie jaar geleden ben ik bevallen van onze jongste zoon, Joshua. We hebben tijdens die zwangerschap nog wel een poging tot vakantievieren gedaan, maar dat liep ook op een fiasco uit. We hadden een huisje geboekt op een park in Limburg, waar we na twee dagen alweer vertrokken, omdat ik werd teruggeroepen door mijn gynaecoloog. Er was onzekerheid over een eerder gemaakte echo, mijn baarmoedermond leek verkort, wat vervroegde weeën tot gevolg kon hebben. Het bleek vals alarm, maar onze week weg was wel klaar. Je zou kunnen stellen dat het aan ons gewoon niet is besteed, zwanger op vakantie gaan. Maar met de komst van Joshua is ons gezin compleet, dus in principe is er nu niets wat ons nog tegenhoudt.”

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Hester Zitvast