Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Samira vond een baby in een afvalcontainer en besloot haar te houden: ‘Ze was met bloed besmeurd’

Samira vond een baby in een afvalcontainer en besloot haar te houden: ‘Ze was met bloed besmeurd’

Samira vond een baby in een afvalcontainer en besloot haar te houden: ‘Ze was met bloed besmeurd’

‘Ik had me jarenlang in Egypte en de cultuur verdiept, het land raakt mij op een positieve manier. Toen ik eenmaal had besloten te vertrekken, vond ik binnen twee maanden een baan in de reiswereld.

Heel leuk en gevarieerd werk, waarbij ik veel contact heb met Nederlandse vakantiegangers. Het beste van twee werelden, vind ik. Mijn man Khaled leerde ik begin 2005 in een café in Hurghada kennen. Voor mij was het geen liefde op het eerste gezicht. Ik heb zijn avances zeker een half jaar lang genegeerd, al vond ik het stiekem wel gezellig om hem in het uitgaansleven tegen te komen. Altijd bracht hij mij na zo’n stapavondje netjes thuis en zo leerde ik hem steeds beter kennen. En uiteindelijk werd ik ook verliefd op hem. Al snel werd het toen serieus tussen ons. We wilden beiden dolgraag kinderen, maar we wisten dat zwanger worden vanwege mijn hoge bloeddruk en de medicatie die ik daarvoor al jaren slik, heel lastig zou worden. De kans op kinderen sloten we daarom uit, totdat ik geheel ongepland in februari 2006 in verwachting bleek. God, wat waren we gelukkig! Vanwege mijn hoge bloeddruk moest ik iedere week op controle. Ik vertrouwde op de Egyptische artsen, al bleken ze niet altijd even accuraat te werk te gaan.

Tijdens een van die bezoeken kregen Khaled en ik te horen dat het kindje wat problemen had: haar hartslag was vaak te langzaam, wat haar groei belemmerde. De arts raadde ons aan naar Nederland te vliegen, want de baby zou gehaald moeten worden. Dat kon ook in Egypte, maar volgens de arts was de zorg voor couveusekindjes hier slecht. Ik ben zo snel mogelijk naar Nederland gegaan. Niet fijn, want ik moest alleen omdat Khaled geen visum had. We zagen het echter allemaal niet zo somber in. De baby zou in Nederland vroeg worden gehaald en zodra Kenzy – zoals Khaled en ik haar hadden genoemd – aangesterkt was, zou ik weer naar Egypte komen. Dat was ons plan. Maar in het ziekenhuis in Dordrecht kreeg ik te horen dat de baby al was overleden. Wat een schok. En hoe naïef was ik geweest? Ik was al zevenenhalve maand zwanger en geen moment had ik eraan gedacht dat we de baby konden verliezen. Mijn wereld stortte in. Hoe vertelde ik dit aan Khaled? Ik moest hem bellen met het verschrikkelijke nieuws en werd zelf meteen in het ziekenhuis opgenomen. Mijn bloeddruk was zo extreem hoog dat ook mijn leven op het spel stond. Mijn twee beste vriendinnen, mijn zus en zwager waren erbij toen de weeën werden opgewekt. Meteen na de bevalling kreeg ik Kenzy in mijn armen. Ik bleef maar hopen dat ze toch zou gaan huilen. Volgens de arts was aan de moederkoek te zien dat Kenzy al in een vroeg stadium zuurstoftekort had gekregen en daardoor niet goed kon groeien. Waarschijnlijk door mijn hoge bloeddruk. Mijn zus regelde een noodvisum voor Khaled, zodat hij Kenzy voor de begrafenis nog kon zien. Ze was prachtig, met de krullen en volle lippen van haar vader. Mijn zus, familie en vrienden hebben verder alles voor de uitvaart geregeld. Ik was niet aanspreekbaar en voor Khaled was het helemaal moeilijk. Voor het eerst in Nederland en dan meteen je dochtertje moeten begraven.’

Verdriet

‘Het eerste jaar na het overlijden van Kenzy bleef ik maar huilbuien houden en Khaled bleef mij maar troosten. Ik vergat daardoor weleens dat ook hij verdriet had, maar dit niet zo goed kon laten zien. We kregen ruzie over de kleinste dingen, maar ook over het rouwproces. Khaled is islamitisch opgevoed en gelooft dat onze Kenzy bevoorrecht is, dat ze te mooi was voor deze aarde en God haar meteen een engel heeft gemaakt. Deze gedachte verzachtte veel pijn voor hem, terwijl ik juist vol frustratie zat. Op een gegeven moment ging dat niet meer samen en in 2008 zijn we even uit elkaar gegaan. Maar we kwamen er al snel achter dat onze liefde diep zit en dat we er toch samen voor wilden gaan. Met of zonder baby, want een nieuwe zwangerschap zat er volgens de artsen niet meer in. We hebben het weleens over adoptie gehad, maar dat is in Egypte niet mogelijk: volgens de Koran mag je geen kinderen adopteren. In Nederland kwamen we er niet voor in aanmerking. Bovendien konden we het ook niet betalen, de lonen in Egypte zijn erg laag. In 2010 zijn Khaled en ik in Rotterdam getrouwd. Voor ons voelde dat als een nieuw begin. We hadden ons erbij neergelegd dat we nooit kinderen zouden krijgen en onze weg gevonden in het verwerken van het verlies van Kenzy.
Totdat er iets bijzonders gebeurde. Op zaterdag 21 januari 2012 liepen twee collega’s van mijn man door de Egyptische stad Hurghada. Mohamed en Hassan werken allebei als duiker in een van de drie duikscholen waar Khaled manager is. Ze waren op weg naar het transferbusje dat hen altijd naar de duikschool brengt, toen ze ineens babygehuil hoorden. Het centrum bestaat uit allerlei straatjes die vaak niet verhard zijn en overal staan containers met afval. Ze liepen op het geluid af. Een van de vuilniszakken in een container bewoog en daar kwam het geluid vandaan. In een dichtgebonden zak lag daar een bloot, met bloed besmeurd baby’tje. Ze schrokken heel erg en brachten de baby meteen naar Khaled. Na overleg met hem hebben ze haar naar de moskee gebracht. Daar is de politie erbij gehaald, die haar naar het ziekenhuis heeft gebracht. Ik wist nog helemaal van niets, want dit alles gebeurde om zeven uur ’s ochtends. Pas toen ik thuiskwam van mijn werk, vertelde Khaled me het verhaal van de vondeling tussen het vuilnis. Ik wist niet hoe snel we naar het ziekenhuis moesten rijden om te vragen of de baby het had overleefd. Volgens de dokter was ze een dag of twee oud en misschien zelfs iets te vroeg geboren. Ze had een flinke kou opgelopen en moest aansterken, maar verder leek het een gezonde baby. Het bloed waarmee ze was besmeurd, kwam van het verkeerd doorsnijden van de navelstreng.’

Ze kan opgehaald worden

‘Officieel mochten wij geen contact met de baby hebben. Ze was immers al meteen van de staat. Op de een of andere manier kreeg Khaled het toch voor elkaar om haar even te mogen zien, maar verder werd er geen informatie met ons gedeeld. Ik mocht haar even vasthouden en ze raakte direct mijn hart. Een onbe-schrijfelijk moedergevoel. Ze leek zich zo thuis te voelen in mijn armen. Ze voelde meteen als ons kind. Dunya noemde ik haar vanaf dat allereerste moment. Dat betekent ‘het leven’ of ‘de wereld’. Dat was het begin. Khaled en ik hadden het thuis al kort over de mogelijkheid gehad dat Dunya misschien met ons mee naar huis zou mogen. Khaled had me gewaarschuwd dat die kans extreem klein was. Maar toen ik haar eenmaal 
in mijn armen had gehad, kon ik emotioneel geen afstand meer nemen. En Khaled ook niet. In de weken daarna is hij elke dag tussen zijn werkzaamheden door bij allerlei officiële instanties langsgegaan om het toch voor elkaar te krijgen. Het verlossende woord zou na twee weken komen, maar dat leken wel jaren. We waren er elke dag mee bezig. Het werd al snel duidelijk dat adopteren zoals dat in Nederland gebeurt, niet mogelijk zou zijn, maar dankzij een versoepeling van de adoptiewet was het wel toegestaan om als gemengd getrouwd koppel voor een kindje te zorgen. Mits je de juiste papieren hebt. Op dinsdag 7 februari kregen we te horen dat alles in orde was en we Dunya’s opvangouders mochten worden. Dunya heeft een andere naam van de staat gekregen en zal nooit officieel onze achternaam dragen, maar voor ons blijft ze Dunya. Op papier blijft ze tot haar zestiende een kind van de staat Egypte. Dat houdt in dat ze in principe weer bij ons weggehaald kan worden, bijvoorbeeld als haar familie haar komt opeisen. Maar de instanties hebben ons verzekerd dat dat onwaarschijnlijk is. We vinden het moeilijk dat adoptie niet bij wet geregeld is, maar Khaled en ik voelen ons tegelijkertijd zo bevoorrecht dat we voor Dunya mogen zorgen. Het voelt als een geschenk uit de hemel.’

‘Vanaf het moment dat Dunya bij ons in huis kwam, gaat het geweldig. Ze reageert goed op ons en is een heel lief kindje. Zo gemakkelijk, vrolijk en tevreden. Ik voel me bevoorrecht. Een gelukkig mens. Ik kan de hele dag naar haar kijken. Veel mensen vinden dat je niet zo veel aan baby’s hebt: ze huilen, slapen en drinken alleen maar en jij bent de hele dag luiers aan het verschonen. Zo ervaar ik het ondanks de korte nachten absoluut niet. Ik vind het hartstikke leuk en geniet van elk moment.

Ook onze omgeving reageerde blij. We hebben enorm veel cadeautjes gekregen, zelfs van mensen die we niet eens zo goed kennen. Vrienden en familie uit Nederland zijn hier al geweest en hadden een extra koffer vol kraamcadeaus bij zich. Ook financieel worden we gesteund. Mijn moeder heeft een spaarrekening voor Dunya geopend, mijn zus en zwager storten iedere maand een bedrag op onze rekening en hier in Hurghada is zelfs een trustfund voor Dunya geopend, zodat ze later naar een internationale school kan. Zo lief! Ik ben elke dag dankbaar dat wij een bijdrage kunnen leveren aan het leven van een meisje dat geen kansen leek te hebben. Dat we haar hebben kunnen behoeden voor een leven in een weeshuis, waar meisjes in Egypte vaak nog worden besneden en op zeer jonge leeftijd worden uitgehuwelijkt. Mijn hoop is dat Dunya gelukkig is bij ons en haar draai weet te vinden in een land dat nog niet echt vrouwvriendelijk is. We zullen er alles aan doen om haar daarbij te helpen. Haar start in het leven was niet goed, maar daar hebben we alvast verandering in gebracht.’