Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Ruinerwold-Edino over ontsnappen aan zijn vader: ‘Mijn allergrootste geheim was opeens wereldnieuws’

Ruinerwold-Edino over ontsnappen aan zijn vader: ‘Mijn allergrootste geheim was opeens wereldnieuws’

Ruinerwold-Edino over ontsnappen aan zijn vader: ‘Mijn allergrootste geheim was opeens wereldnieuws’

Het leven van Edino van Dorsten (29) stond in 2019 op z’n kop toen ‘het spookgezin van Ruinerwold’ werd ontdekt. Zijn familie, zijn vader, aan wie hij tien jaar daarvoor was ontsnapt. Nu heeft Edino zelf kinderen. “Ik wil laten zien dat je verleden je toekomst niet hoeft te bepalen. Niemand is kansloos.”

“Ik lag met mijn vriendin in bed toen er keihard op de deur werd geklopt. ‘Politie, doe de deur open!’ hoorde ik een mannenstem op dwingende toon roepen. Ik was verbijsterd, had geen idee wat er aan de hand was. Ik sprong in een broek die op de grond lag en trok een T-shirt over mijn hoofd. ‘We willen je meenemen om een paar vragen te stellen.’ Ze hadden geen uniform aan en ik vertrouwde het voor geen meter. ‘Wie zijn jullie, wat is er aan de hand?’ vroeg ik geschrokken. ‘We willen vragen stellen over het adres in Ruinerwold.’

Het voelde alsof al het bloed uit mijn hoofd wegtrok. Vanbinnen raakte ik in paniek. ‘Ik moet mee,’ riep ik zo rustig mogelijk naar mijn vriendin. ‘Het gaat over mijn vader.’ Ze wist dat ik een moeilijke jeugd had gehad, dat ik was mishandeld, maar ze had geen idee wat zich werkelijk had afgespeeld. Hoe erg het was. Op het politiebureau ben ik in een kale verhoorruimte urenlang ondervraagd door twee rechercheurs. Ze vertelden niet wat er aan de hand was, of wat zij wisten, ze stelden alleen maar vragen over mijn jeugd. Over met wie ik op een kamer sliep, wie er nog meer in mijn vroegere huis woonden, over mijn moeder, mijn vader.

‘Als kind twijfelde ik nooit aan mijn vader. We zouden het eeuwige leven hebben in het paradijs, wij waren uitverkoren’

Ik voelde dat ze al een beeld hadden van wat er aan de hand was, maar ik wist niet hoe compleet dat beeld was. Stijf stond ik van de spanning en hield mijn vader de hand boven het hoofd. Ik vertelde ze niks wat hem kon schaden. Ik droeg ons verschrikkelijke familiegeheim al mijn hele leven met me mee, want ik had geleerd dat verraad de grootste zonde was. ‘Ik ga niks meer zeggen als ik niet weet wat er aan de hand is,’ besloot ik uiteindelijk.

Na uren van verhoor speelden de rechercheurs open kaart. Ze vertelden dat een jonge man – later bleek dit mijn broertje te zijn – zich had gemeld. Dat ze alles wisten. Dat ze mijn vader met de kinderen hadden gevonden in de boerderij. Ik barstte keihard in janken uit. Het voelde alsof ik doormidden brak. De spanning die ik had opgebouwd, kwam er in één keer uit. Ik kon mezelf niet onder controle houden. Ik wist dat deze dag ooit zou komen. Wist niet hoe of wanneer, maar ik wist dat als die dag zou komen, ons leven nooit meer hetzelfde zou zijn.”

Uitverkorenen

“Ik ben geboren in Hasselt, een dorp in Overijssel. Ik was het derde kind van mijn ouders. Na mij kregen ze nog zes kinderen. Mijn vader startte zijn eigen religie nadat hij in de jaren tachtig een openbaring kreeg. Ik weet niet precies hoe of wat, maar hij had een teken gekregen van God en vanaf dat moment besloot hij zich helemaal over te geven aan Gods wil.

Hij zag zichzelf als de Messias. Het was zijn doel om een nieuwe wereld te creëren. Wij, zijn vrouw en zijn kinderen, waren de basis van die nieuwe wereld, of zoals hij het noemde het nieuwe Hof van Eden. In die wereld was alles goed. We waren allemaal kinderen van God en iedereen was gelijk. Zijn geloof was zijn leven. Hij schreef ontelbaar veel boeken en voedde ons op volgens zijn religieuze regels. Als kind twijfelde ik nooit aan mijn vader. Ondanks dat hij streng was en we veel moesten bidden, vond ik het geloof dat hij predikte mooi en voelde ik dat ik geluk had. We zouden het eeuwige leven hebben in het paradijs. Wij waren uitverkoren.

‘Ik wil niet meer terug naar de emoties die ik voelde als kind. Het is te zwaar, te pijnlijk. Tegelijkertijd was het mijn normaal’

Maar de realiteit van ons leven had niet verder af kunnen staan van wat hij predikte. Als hij voelde dat er iets niet klopte, was het altijd de schuld van zijn kinderen. Ik denk achteraf dat hij zijn eigen tekortkomingen op ons projecteerde. Dat hij zich seksueel aangetrokken voelde tot kinderen, maar dat dat wel bij ons vandaan moest komen, want hij was perfect. Dat gold voor alles. Als hij zelf boosheid of agressie voelde, was dat onze schuld. Als hij iets negatiefs ervaarde, moesten wij daarvoor gestraft worden. Wij waren ons van geen kwaad bewust.

De rode draad waren onze zo-genaamde seksuele gevoelens. Ik kan me niet anders herinneren dan dat mijn zus de kamer werd door geslagen omdat zij ‘een seksuele energie’ bij zich had. Als kleuter werd ik al in elkaar geslagen omdat hij dacht dat ik mezelf bevredigde. Ik had geen idee waar hij het over had. Ik ben ook ontel-baar vaak gestraft na schooltijd omdat hij voelde dat ik naar meisjes had gekeken. Hij stopte me dan in een ijskoud bad, waar ik in moest zitten tot ik mijn lichaam niet meer voelde. Als ik eruit stapte, klapte ik neer op de tegels omdat ik niet meer kon staan. Ik wil niet meer terug naar de emoties die ik hierbij voelde als kind. Het is te zwaar, te pijnlijk. Tegelijkertijd was het mijn normaal. Ik wist niet beter.

Lees ook
Chimène van Oosterhout (57): ‘Ik dacht dat mijn pech erop zat’

Ik was doodsbang voor mijn vader. Maar ik haatte hem niet. Ik geloofde namelijk heilig in zijn verhaal, zijn religie en de toekomst die hij voor ons schetste. Ik ben altijd bang geweest voor de dood, maar als we zouden leven volgens zijn regels, zouden we het eeuwige leven hebben. We geloofden allemaal dat de straffen een doel dienden. Hoe naar ze ook waren. Want we werden opgesloten, kregen geen eten, werden geslagen, geschopt. We moesten uren,soms dagenlang bidden voor vergiffenis om weer rein te worden.

Mijn oudere broer, zus en ik werden het vaakst gestraft. Wij waren de enigen die contact met de buitenwereld hadden, omdat we naar school gingen. Onze jongere broers en zussen zijn niet opgegeven bij de burgerlijke stand en waren dus altijd thuis. Ze bestonden niet voor de staat. Mijn vader geloofde dat het contact met de buitenwereld ons onrein maakte. Ik ben vaak tegen hem ingegaan als kind, maar hoe meer we tegen hem ingingen, hoe meer klappen we kregen. Ik leerde mijn straf te ondergaan en te wachten op mijn volgende zonde. Mijn moeder greep nooit in. Zij werd net zo hard mishandeld. Haar man was de Messias en we wilden allemaal niks liever dan zijn goedkeuring.”

Het hele interview lees je in Flair 43-2021. Deze ligt t/m 2 november in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

tekst Jadrike Boels | fotografie Petronellanitta