Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > BMX-kampioen Jelle over ernstig ongeluk: ‘Mijn motto is: accepteren en doorgaan’

BMX-kampioen Jelle over ernstig ongeluk: ‘Mijn motto is: accepteren en doorgaan’

BMX-kampioen Jelle over ernstig ongeluk: ‘Mijn motto is: accepteren en doorgaan’

De spelen in Tokio zouden zijn afscheid worden, maar in plaats daarvan eindigde de carrière van BMX’er Jelle van Gorkom (30) al in 2018. Niet vrijwillig, maar door een ernstig ongeluk. “Sporten op hoog niveau is heel fysiek en als je halfzijdig verlamd bent, is het niet meer reëel om je vast te blijven houden aan die droom.”

“2017 was, na het winnen van zilver op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro, een jaar waarin ik wat mindere resultaten had geboekt. Samen met mijn BMX-maatje Niek (Kimmann, red.) besloten we er nog één keer helemaal voor te gaan om ons ultieme doel te behalen: goud in Tokio. We trainden hard in topsportcentrum Papendal, maar het ging gruwelijk mis op de baan.

Ik reed met zestig kilometer per uur van de startheuvel af, toen ik tegen een ketting botste die over de baan was gespannen om onbevoegden weg te houden. Die ketting had weggehaald moeten zijn, maar blijkbaar was daar miscommunicatie over geweest. Ik weet niets meer van het ongeluk. Mijn ouders, coach en teamgenoot waren erbij en vertelden er later over. Blijkbaar heb ik de ketting nog gezien en geprobeerd te remmen. Ik sloeg over de kop en raakte zwaargewond. Naast gebroken ribben en een breuk in mijn gezicht zat er een scheur in mijn schedel en had ik beschadigingen aan mijn lever, milt en nieren. Ik werd onder politie-escorte naar het ziekenhuis vervoerd. Daar lag ik twee weken in coma en werd er gevreesd voor mijn leven.

Dit heb ik allemaal van horen zeggen, want van de dag voor het ongeluk tot zes weken erna weet ik niets meer. Ik denk dat dat iets heel ingenieus is van het menselijk brein, dat wanneer je iets traumatisch meemaakt, het allerlei functies uitschakelt, als een soort bescherming. Door dat geheugenverlies kan ik nu zonder nare emoties op die startheuvel staan, wat ik soms nog doe om trainingen te bekijken. Ik weet dat die plek voor het grootste onheil in mijn leven en carrière zorgde, maar omdat ik er niets meer van weet, kan ik er rondlopen alsof er niks gebeurd is.

Het was niet de eerste keer dat ik in een coma raakte. In 2012 heb ik in San Diego ook drie dagen in coma gelegen, omdat iemand tijdens een wedstrijdsprong tegen me aantikte en ik ten val kwam. Dat ongeluk had niet zulke verstrekkende gevolgen als deze keer. Natuurlijk was mijn familie ook toen al bezorgd, maar ze wisten dat dit mijn leven was. Stoppen was geen optie.”

Alles opnieuw

“In het ziekenhuis hoorde ik de artsen zeggen dat de kans groot was dat ik zou eindigen als een kasplantje. Ik zou de rest van mijn leven in bed moeten liggen of hooguit in een rolstoel kunnen zitten. Dat werd aan mijn bed tegen mijn ouders gezegd, terwijl ik het wel kon horen, maar nog niet in staat was om te communiceren. Het enige wat ik op dat moment dacht was: dan kennen ze mij nog niet.

Twee weken later werd ik wakker uit mijn coma. Een wonder, volgens de artsen, maar ik denk zelf dat het pure wilskracht was. Ik wilde praten, er kwamen allemaal woorden in mijn hoofd op, maar het lukte niet. Dat was een bizarre gewaarwording. Wakker worden was pas de eerste stap, daarmee begon het opkrabbelen pas. Ik kon helemaal niets meer en moest echt alles opnieuw leren: eten, slikken, maar ook praten en lopen. Ik wilde geen seconde verliezen en liggen was niet goed voor me.

Al in het ziekenhuisbed heb ik, op eigen verzoek, oefeningen van de fysio gekregen. In de revalidatiekliniek wilde ik meer en meer. Ze moesten me soms echt afremmen, zodat ik mezelf niet zou forceren. Aan het begin van mijn revalidatieperiode maakte ik nog bekend dat ik zou terugkeren. Die vastberadenheid had ik als jongetje van drie al, toen ik net zo lang bleef zeuren tot ik bij de lokale BMX-vereniging mocht gaan fietsen. Officieel was ik twee jaar te jong, maar omdat ik mezelf maar bleef opdringen, maakten ze uiteindelijk een uitzondering.

Lees ook
De zus van Jessica werd zwaar mishandeld en overleed: ‘Op zoiets ben je niet voorbereid’

Als ik op mijn fiets zat, voelde ik me vrij. Dan vergat ik alles. Ik vloog door de lucht, was helemaal in het moment. Bang? Nee, dat ben ik nooit geweest. Ik kon eerder fietsen dan lopen. Toen ik twee jaar was, reed ik al zonder zijwieltjes. Maar mijn hart ging pas echt sneller kloppen toen ik oudere kinderen uit de buurt sprongen zag maken op zelfgemaakte BMX-banen. Ik wilde dat ook en mocht van mijn ouders een proefles volgen bij de lokale vereniging. Daarna ben ik nooit meer weggegaan. Ik was pas vier toen ik mijn eerste clubwedstrijd reed en werd Nederlands kampioen toen ik zes was.”

Het hele interview lees je in Flair 38-2021. Deze ligt 22 t/m 28 september in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

fotografie Marloes Bosch