Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Myrthe heeft een relatie met een depressieve man: ‘Mensen denken vaak: wat haal jij hier nog uit?’

Myrthe heeft een relatie met een depressieve man: ‘Mensen denken vaak: wat haal jij hier nog uit?’

Myrthe heeft een relatie met een depressieve man: ‘Mensen denken vaak: wat haal jij hier nog uit?’

Myrthe (34) heeft een relatie met Vincent (37), die lijdt onder ernstige depressies. Zo erg, dat hij soms niet meer wil leven. ‘Mensen denken vaak: wat haal jij hier nog uit? Maar Vincent is zo veel meer dan zijn depressie.’

‘Het stoort me als mensen vragen hoe dit voor mij is. Daarmee geven ze me het gevoel dat Vincent een last is en dat heb ik zelf nooit zo gezien. Ik vind het juist heel bijzonder dat hij toelaat dat ik naast hem sta. Echt: fuck werk, geld en alles. Als ik doodga, weet ik: ik heb er mogen zijn op een moment dat iemand mij echt nodig had.

Minder goed

In de eerste jaren van onze relatie had Vincent weleens een korte periode waarin hij zich wat minder goed voelde. Zomaar, zonder aanwijsbare reden was hij dan stiller en wat teruggetrokkener. Als ik ernaar vroeg, gaf hij aan dat hij niet zo lekker in zijn vel zat. Meestal waaide 
zo’n periode vanzelf wel weer over en maakte ik me niet te veel zorgen. Eind 2015 veranderde dat. Vincent maakte zich klaar om naar zijn werk te gaan. Hij had net weer een ‘slechte’ week achter de rug. Waarom het toen ineens anders voelde? Ik heb nog steeds geen idee. Ik hoorde het mezelf ineens vragen: ‘Ik zie je toch nog wel terug?’ Hij keek me aan en zei: ‘Nee.’ Het enige wat ik op dat moment kon doen, was huilen. Vincent was zelf eigenlijk heel rustig, al was ook hij heel verdrietig. We hebben elkaar getroost, daarna heb 
ik de huisarts gebeld. Via hem zijn we bij de crisisdienst terechtgekomen. Dat was het begin van twee heftige jaren. Voor mijzelf was het een enorme uit­daging om de angst om mijn vader, die 
ik acht jaar geleden verloor door zelf­doding, los te kunnen koppelen en niet te projecteren op Vincent.’

Poging

Zeven dagen later is het gebeurd. Hij zei tegen de verpleging dat hij een rondje ging fietsen en toen heeft hij het gedaan. Hij is ons gewoon ontglipt. De depressie heeft hem gegrepen en ik geloof nog steeds dat hij het heeft gedaan tijdens een moment van wanhoop. Dat hij eigenlijk helemaal niet dood wilde; hij wist alleen niet hoe hij verder moest leven. Daarom spreek ik altijd liever van ‘zelfdoding’ 
dan van ‘zelfmoord’. Dat laatste klinkt voor mij te veel als een beschuldiging. Ik ben nooit boos geweest en heb hem ook nooit veroordeeld. Ik voelde alleen maar pijn, voor hem. Net zoals ik voornamelijk pijn voor Vincent voel.

Niemand kiest voor een depressie. Natuurlijk, ook als ‘naastbestaande’ – zo noem ik het altijd − heb je pijn. Maar dat is niet te vergelijken met de pijn die 
je voor je dierbare voelt, al ben ik echt 
wel realistisch genoeg om aan ‘selfcare’ 
te denken. Als je jezelf verwaarloost, kun je er ook niet voor een ander zijn. Daarom ben ik zelf ook in therapie gegaan, daarin vind ik de ondersteuning die ik nodig heb om naast Vincent te staan. Om de parallel met mijn vader los te laten, moest ik heel bewust aan de slag. Ik heb geprobeerd om goed naar Vin te luisteren en te kijken. We hebben eindeloos veel gepraat, waarna ik hem ook bewust los moest laten in bepaalde situaties, en vertrouwen in hem moest houden.’

‘Voordat we een relatie kregen, kende ik Vincent alleen van gezicht. We zeiden elkaar gedag, maar daar hield het mee op. Toen mijn vader overleed, heeft hij dat
via via te horen gekregen en kort daarop stuurde hij mij een berichtje via Facebook. Hij schreef dat hij ook in aanraking was gekomen met depressiviteit, en dat het nu heel goed met hem ging. En dat ik, als 
ik vragen had, bij hem terechtkon. Op 
die manier zijn we aan de praat geraakt en hebben we ontelbaar veel brieven aan elkaar geschreven via Facebook. Uitein-delijk hebben we een keer afgesproken. Voor hem was het direct liefde, zei hij later. Voor mij kwam hij uit de hemel vallen. Ik vond hem waanzinnig aantrekkelijk, met zijn half-Surinaamse uiterlijk en zijn creatieve geest. Daarbij was hij ook nog eens ongelooflijk grappig en had hij een waanzinnige muzieksmaak. In hem kwam alles samen. Holy fuck, dacht ik, dit is dus waar mijn vriendinnen het altijd over hebben. We hadden zo’n enorme connectie. Ook al lag ik jankend op de grond om mijn vader, nog steeds 
zag hij in mij een krachtige vrouw en gaf hij me zelfvertrouwen.
Ik wist inmiddels dat Vincent toen hij eind twintig was en ook al eerder last had gekregen van depressies. Wat dat heeft getriggerd? Dat is niet echt in een ver­klaring te vatten. Ik zeg altijd: het is een samenspel tussen nature en nurture: je natuur in combinatie met dingen die je meemaakt in je leven. Toen we net met elkaar omgingen, zei ik tegen mijn moeder: ‘Eigenlijk hou ik al een beetje van hem, maar ik vind het ook spannend.’ 
Als in: eng, door de ervaringen met mijn vader. Mijn moeder antwoordde: ‘Liefde is liefde, en daar moet je altijd voor gaan’. Vanaf dat moment heb ik ook nooit meer getwijfeld. Juist door wat ik had meegemaakt met mijn vader, begrepen we elkaar heel goed. Hij heeft me door heel zware tijden heen gesleept toen ik in de rouw was om mijn vader.’

Nooit getwijfeld

‘Toen de depressies hem weer in zijn greep begonnen te krijgen, heb ik nooit ook maar een seconde getwijfeld aan onze relatie. Als je partner kanker heeft, dan zeg je toch ook niet: ‘Heb je nu ook al uitzaaiingen in je longen? Hoe denk je dat dat voor mij is?’ Daarom ben ik ook de Facebookpagina Mind Matters Society begonnen, om te praten over dit soort dingen. Het lijkt soms wel alsof mensen alleen maar zien hoe hard ik mijn best doe, maar ik zou willen dat meer mensen zien hoe hard hij zijn best doet om in leven te blijven. Hij doet er alles aan om beter te worden, vecht elke dag voor zijn herstel. Daar kun je alleen maar respect voor hebben. Ik ben niet de held in dit verhaal, we doen dit samen.
We hebben een heel heftig jaar gehad, ik zal er geen glitters overheen strooien. Vincent is meerdere keren zodanig depressief geweest dat hij uit het leven wilde stappen. Daardoor is hij een aantal keren opgenomen geweest. Ik ben ontzettend bang geweest en heb veel verdriet gehad. Avonden waarin ik huilend op de grond zat en in staat was om te gaan bidden tot weet ik veel wie. Zijn medicatie werkte niet en het werd maar niet duidelijk welke medicijnen hij nodig had. Daarom is hij sinds een jaar gestopt met alle medicatie.
Sinds augustus hebben we de stabielste maanden gehad tot nu toe. Hij krijgt na lang wachten en zoeken nu ook de juiste hulp in de vorm van therapie. Maar zelfs in de zwartste periode is het nooit zo geweest dat Vincent alleen maar één grote, wandelende depressie was. We hebben altijd enorm kunnen lachen samen. Galgenhumor, waarbij we het hadden over muziek die hij eventueel op zijn begrafenis wil laten horen. Dat zijn grappen die alleen wij mogen maken, maar door erover te praten, haalden we de lading ervan af. Maar natuurlijk is er altijd die gedachte op de achtergrond: het kan toch niet dat ik na mijn vader ook mijn grote liefde op deze manier verlies?’

Oordeel

‘Als ik hier met mensen over praat, merk ik dat ze al heel snel denken: wat haal jij dan uit die relatie? Maar als ik in Vincents ogen kijk, komt de vraag ‘en ik dan?’ niet eens in me op. Hij is voor mij niet zijn depressie, hij is zo veel meer dan dat. Ik zou langer bezig zijn met vertellen wat ík hier juist aan heb, hoe hij mij ook op zo veel ma­nieren helpt. Ik ga nergens aan onder­door en ben elke dag dankbaar dat ik zo’n mooie liefde mag ervaren. Onder aan de streep ligt hier ook zelfliefde aan ten grondslag: op het moment dat Vincent me even geen liefde kon geven, kon ik genoeg van mezelf houden voor ons allebei. Als je echt een mooie liefde hebt gevonden, iets waar de hele wereld uiteindelijk naar zoekt, is dat een fucking mooi cadeau dat je niet zomaar weggooit. Daar vecht je voor, daar komen heel mooie dingen uit. 
Ik ben trots op ons allebei apart en op ons samen, maar ik zie Vincent echt als een warrior. Als je elke dag automatisch opstaat met een glimlach, heb je zo veel geluk gehad. Er mag best meer respect komen voor degenen die alles in het leven wél een struggle vinden.
Natuurlijk zijn we beiden realistisch. Niemand kan zeggen: dit is voor altijd. Ook wij niet. Maar we vechten wel elke dag voor elkaar. Plannen maken voor de toekomst is lastig. We zijn door een hel gegaan, dus als Vincent nu thuiskomt 
met een glimlach voel ik me al alsof ik 
op een bountyeiland zit. We zijn geen zielig stel dat gedrogeerd in een hoekje ligt. We leven heel erg in het nu, maar delen wel de missie om het gesprek over depressie open te breken. Een tijdje geleden zijn er speciale kaarten gemaakt die je kunt sturen naar iemand met kanker, wij doen nu net zoiets voor mensen met een depressie, omdat we merken dat mensen vaak niet weten wat ze moeten zeggen. Ook ben ik een opleiding aan het doen tot mental coach en schrijf ik er veel over, om ‘naast­bestaanden’ te helpen. Vincent maakt nu meubelen, gecombineerd met kunst, en schildert veel. Het emotioneert me zo als ik zie dat hij weer in staat is om zijn creativiteit te voelen. Als ik één ding heb geleerd is dat je nog beter kunt bloeien als er iemand naast je staat die dat aanwakkert. Ik vind het heel bijzonder dat wij dat voor elkaar mogen zijn.’ •

Tekst: Vivienne Groenewoud. Dit artikel heeft eerder in VIVA gestaan.