Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > De moeder van Renée leeft polyamoreus: ‘Ze heeft altijd meerdere mannen en vrouwen tegelijk’

De moeder van Renée leeft polyamoreus: ‘Ze heeft altijd meerdere mannen en vrouwen tegelijk’

De moeder van Renée leeft polyamoreus: ‘Ze heeft altijd meerdere mannen en vrouwen tegelijk’

‘Mijn moeder nam me apart in de keuken. We bespraken weleens vaker dingen met zijn tweeën, maar dit voelde anders. Ze was nerveus, begon steeds een zin en stopte dan weer. Ze twijfelde. ‘Mam, wat is er?’ vroeg ik. Ik voelde dat ze bang was dat ik haar nieuws zou veroordelen.

‘Ik ben heel ruimdenkend, hoor. Zeg het nou maar gewoon.’ Ze keek op, haalde diep adem en zei toen: ‘Ik ben verliefd.’ Dat was wel het laatste dat ik had verwacht. Welke woorden ze daarna gebruikte, weet ik niet meer exact. Maar de strekking ervan vergeet ik nooit meer. Ze had een man ontmoet en die was haar vriend geworden. Mijn stiefvader Jean-Luc vond het goed en vanaf nu zouden ze polyamoreus leven. Wist ik veel wat dat betekende.

Alles op het spel zetten

‘Dat je ruimte maakt in je leven voor meerdere liefdesrelaties,’ begon mijn moeder uit te leggen. Maar ik luisterde amper, er ging te veel door mijn hoofd. Ik was boos en verdrietig tegelijk. En eigenlijk vooral bang dat mijn moeder niet aan de mensen om zich heen dacht. Mijn halfzusje van zes, mijn halfbroertje van vier, mijn stiefvader met wie ze al tien jaar samen was. Deze nieuwe levensstijl kon toch niet zijn idee zijn, zoals ze beweerde? Wie wil zijn vrouw nou delen? Mijn moeder had alles waar ze ooit van droomde. Een prachtig vrijstaand huis in de bossen van Brabant. Een fijn gezin, een lieve man. Ze hoefde zich nergens zorgen om te maken. Maar het was nog niet genoeg. Ze moest en zou het allemaal op het spel zetten voor een beetje spanning, een paar vlinders in haar buik. Dit zou het begin van het einde van hun huwelijk zijn, dat wist ik zeker. Straks groeiden mijn halfbroertje en -zusje, net als ik, op met gescheiden ouders.’

Ons huwelijk blijft de basis

‘Dat weekend ben ik blijven logeren, zoals gepland, maar gezellig was het niet. Mijn moeder kwam met teksten als: ‘Onze nieuwe levensstijl is gebaseerd op liefde, openheid, eerlijkheid en respect.’ Sorry, ik zag het niet. Wat was daar nou respectvol aan? Ik maakte me vooral zorgen om mijn broertje en zusje. Waar werden zij aan blootgesteld? Kwamen er allemaal vreemde mannen en vrouwen over de vloer? De treinreis naar huis ging als een waas aan me voorbij. Ik kon wel janken. Eenmaal thuis kwamen de tranen. Ik vond het moeilijk om het mijn vriend te vertellen. Ik merkte dat ik me schaamde en het nieuws in eerste instantie wat afzwakte. ‘Ze is helemaal gek geworden,’ snotterde ik uiteindelijk in de armen van mijn vriend. Hij gaf me gelijk. Ik vond het fijn dat hij me steunde, aan de andere kant deed het me pijn dat hij haar veroordeelde. Ze bleef wel mijn moeder. Ik zei er niks van, maar voelde de tweestrijd.
Ik nam afstand van mijn moeder. Ik was zo boos dat ze ons gezin in deze situatie bracht. Ik ging nog wel naar ze toe, want ik miste mijn broertje en zusje, maar het contact met haar was anders. Het was minder warm en intens. Ze gaf me de ruimte. Later vertelde ze dat je binnen polyamorie altijd het tempo van de langzaamste moet aanhouden, misschien deed ze dat toen ook bij mij. Wanneer ik er was, probeerde ze wel het gesprek aan te gaan. Ze wilde me geruststellen. ‘Ons huwelijk blijft de basis,’ zei ze. ‘We gaan écht niet uit elkaar.’ Ook mijn stiefvader praatte met me en vertelde dat hij eigenlijk nooit in monogamie had geloofd. Dat hij degene was die mijn moeder aanmoedigde dit te doen. In het begin werd ik gek van al die informatie en meningen. Het voelde alsof ze me bij hun team wilden betrekken. Aan de andere kant wilde ik ze ook begrijpen. Ik zag dat ze het meenden, dat dit geen bevlieging was 
en ik hiermee moest dealen. Ze vertelden elk bezoek meer en langzaam, beetje bij beetje, begon ik de schoonheid ervan te zien. Vooral toen mijn moeder vertelde hoe ze haar vriend had ontmoet.’

‘Ze was op vakantie geweest naar Turkije. Alleen. Mijn stiefvader had blijkbaar gezegd dat als ze iemand tegenkwam, ze er vooral van moest genieten. Op haar laatste dag daar ontmoette ze Hakim. Ze was meteen tot over haar oren verliefd. Mijn stiefvader kon het opbrengen om blij voor haar te zijn. Zo onzelfzuchtig. Hij moedigde haar aan om te doen wat ze fijn vond, zelfs als dat kussen en vrijen met een ander zou betekenen. Thuis bij mijn vriend vertelde ik dat. Dat mijn stiefvader zelfs een keer de groeten deed wanneer mijn moeders vriend belde. Hoe knap ik dat vond. Ik wilde hem ervan overtuigen dat het daar goed zat, dat ze iets moois creëerden. Hij ging in die tijd niet vaak mee naar mijn familie en zag dus niet wat ik zag. Zijn mening bleef zoals in het begin, hij vond het maar niks. Ik werd steeds loyaler naar mijn moeder toe, wilde niet dat hij het afkeurde. Het kwam tussen ons in te staan. Toen mijn moeders vriend in de winter een paar maanden bij ze in huis kwam, gingen we er samen heen. Ik was vooral nieuwsgierig. Hoe zou hij eruit zien? Hoe zouden de kinderen reageren? Die eerste keer dat ik hem zag, tijdens een koud weekend in november, ontdooide ik meteen. De alertheid gleed van me af. Er was harmonie, gezelligheid in huis. Hij maakte Turkse hapjes, speelde met de kinderen. Mijn stiefvader danste met mijn moeder en maakte grapjes met haar vriend. Dat Hakim mijn moeder ook aanraakte en kuste, voelde opeens als iets heel natuurlijks. Ik zag liefde, mijn vriend zag vooral iets dat hij niet kende.’

Bij wie slaap je?

‘Af en toe belde mijn moeder. Dan vertelde ze hoe het thuis ging. Ze waren nog zoekende naar een manier van samenleven die werkte. Bij wie sliep ze bijvoorbeeld? Ze had er iets op bedacht. Wanneer ze haar roze badjas aan trok, sliep ze bij haar vriend. Droeg ze een gele, dan kroop ze bij mijn stiefvader in bed. Ik was inmiddels zo gewend aan het idee dat ze met zijn drieën waren, dat ik erom kon lachen. Mijn vriend begreep daar niks van. Hij snapte niet hoe mijn mening opeens zo kon veranderen. Hij vond dat ik erin meegezogen werd, dat ik me te veel liet beïnvloeden. Ik moest toegeven dat het invloed had op mijn beeld van relaties, van monogamie. Ik zag dat het werkte voor hen. Misschien zou het ook ooit wat voor mij zijn. Niet nu, maar later. Ik stond ervoor open. Daar schrok mijn vriend van. Het maakte hem bang, denk ik. Hij was gevallen voor een monogaam meisje. We lieten elkaar altijd vrij, maar niet op de manier van mijn ouders. Mijn vriend geloofde echt in monogamie, met iets anders kon hij niet leven. Wat als we samen kinderen zouden krijgen en ik op een dag thuis kwam met de mededeling: ‘Lieverd, ik wil er nog een man bij.’ Dat zou hij verschrikkelijk vinden. Dat was niet de toekomst die hij voor ogen had.’

‘De relatie tussen mijn moeder en haar vriend ging na vijf jaar voorbij. De koek was op. Ze was er verdrietig om, gelukkig was mijn stiefvader er om haar te troosten. Voor hem was dat ook moeilijk, maar ze hadden in het begin afgesproken overal open en eerlijk over te zijn, dus ook nu. Na een tijdje begon mijn moeder weer te daten. Mijn stiefvader kreeg twee jaar later een vriendin. Een vrouw van een paar jaar ouder dan ik, hij had haar ontmoet tijdens het salsadansen. Ik schrok daar toch weer van. Het voelde even alsof hij mijn moeder inruilde voor een jonger exemplaar. Ze schijnen ook nog op elkaar te lijken. Mijn stiefvader zag dat als een compliment: ‘Je moeder is helemaal mijn type.’ Zo kun je het ook zien. Ze had het er in het begin moeilijk mee, was soms jaloers. Dat was misschien ook goed. Nu ervoer ze hoe het was om aan de andere kant te staan. Hij ging er voorzichtig mee om. Belde haar af en toe wanneer hij bij haar was, om te zeggen dat het goed ging en dat hij van haar hield.

Niets voor mij

Toen mijn moeder eens vertelde hoe gecompliceerd het kon zijn, werden mijn ogen geopend. Ik begon na te denken over hoe ik dat zou vinden. Mijn man in bed met een ander. De laatste jaren had ik er abstract over gedacht. Met gedachten als: Dat is toch pure liefde, de ander alles gunnen waarnaar hij verlangt. Maar toen ik mijn ogen sloot en visualiseerde dat hij daar met een ander lag, draaide mijn maag zich om. En andersom ook. Mijn vriend zou kapot gaan als ik tegen hem zou zeggen dat ik vanavond bij een ander sliep. Vrienden noemen hem weleens de grote vriendelijke reus, omdat hij zo lang en zachtaardig is. Hij zou geen oog dicht doen en tot op het bot gekwetst zijn. Dat is het laatste wat ik wil. Om polyamoreus te leven, moet je compleet onzelfzuchtig zijn. Op dat moment realiseerde ik me dat ik dat niet ben en waarschijnlijk ook nooit zal worden. Ik weet heus wel dat hij nooit alles in mij kan vinden en ik niet alles in hem. Maar misschien hoef je ook niet alles te hebben. Kun je wat je mist ook in vriendschappen vinden, in plaats van in nog een liefdesrelatie. Daarom laten we elkaar daar ook compleet vrij in. Ga op pad, heb plezier, blijf lekker eten, geen probleem. Maar een man erbij in onze relatie, nee, dat lijkt me zo ingewikkeld. De rust is nu teruggekeerd 
bij ons. We zitten weer op een lijn, gelukkig. Mijn moeder zegt dat polyamorie de toekomst is. Ik geloof dat best. Maar niet de onze. Mijn vriend delen met een ander? 
Dat is toch niets voor mij.’