Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Michelle werd mishandeld: ‘Als ik geen seks wilde, sloeg hij me’

Michelle werd mishandeld: ‘Als ik geen seks wilde, sloeg hij me’

Michelle werd mishandeld: ‘Als ik geen seks wilde, sloeg hij me’

Pas na jarenlange vernederingen, mishandelingen en scheld-partijen durfde Michelle (34) haar ex te verlaten. ‘Op den duur dacht ik alleen nog maar dat het mijn schuld was.’

Michelle:  ‘Heel veel mensen denken dat mishandeling alleen over fysiek geweld gaat, maar de woorden van mijn ex hebben er bij mij nog dieper ingehakt dan zijn afranselingen. Als iemand je keer op keer zegt dat je niets waard bent, dan word je zó klein. Als ik klappen van hem kreeg omdat ik mijn mening had gezegd, voelde ik nog steeds een bepaalde kracht. Maar als hij me weer eens te midden van een groep mensen had vernederd, bleef er niets van me over. Dat is nu mijn grootste uitdaging: mezelf terugvinden. Ik ben tijdens mijn relatie met Marco veel vriendinnen kwijtgeraakt, omdat ze me niet meer herkenden. Die contacten komen langzaamaan terug, maar hetzelfde is het niet. Ik ben ook niet meer de vrolijke Michelle van vroeger. Ik ben veel introverter geworden. Het geweld raakt je op alle mogelijke manieren.’

Met de vlakke hand

‘Ik was 24 toen ik Marco leerde kennen, in de kroeg. Ik merkte vrij snel dat hij jaloers was, maar ik was toen nog zo naïef om dat als een teken van liefde te zien. Toen we gingen samenwonen, ontdekte ik dat hij schulden had en weleens drugs dealde. De spanningen in huis liepen soms hoog op en steeds vaker schold hij me uit. Bitch. Trut. Achterlijke. Het zijn woorden die je relatie binnensluipen. Eerst word je kwaad, maar na een tijd denk je: ik moet gewoon een beetje beter mijn best doen. Ik heb zelfs ooit een boek gekocht over hoe je het best je man kunt pleasen: door zijn pantoffels klaar te zetten en zijn bad vol te laten lopen. Ik hoopte dat het beter zou worden als ik dat allemaal deed, maar eigenlijk wist ik al: hier ga ik nooit gelukkig van worden.

We hadden ook vaak ruzie over seks. Hij wilde dat ik altijd klaarstond, voor welk standje dan ook, en als dat niet zo was, sloeg hij me. Het was vernederend, maar ik onderging het, uit angst voor wat er anders nog zou komen. Hij sloeg hard, maar altijd met de vlakke hand en tegen mijn achterhoofd, zodat niemand de sporen zag. Soms duwde hij me tegen de grond, greep hij me bij de keel, trok aan mijn haren. En één keer heeft hij een mes tegen mijn keel gezet. Heel vaak schold hij me uit op straat. Dan stonden we op de markt bij de groentekraam en vroeg ik hem of een kilo aardappelen genoeg zou zijn voor ons. ‘Stomme kut, dat je dat nu nog niet weet!’ riep hij dan. Hij bleef maar razen, alle mensen keken, en ik voelde me nog minder dan niets. Die dag heb ik hem zelf een klap gegeven, waarop hij me een blauw oog sloeg. Ik kon alleen maar denken: nu heb ik jou tenminste ook eens te pakken gekregen.

Lees ook:
Opgebiecht: ‘Mijn kat of mijn vriend? Dan ga ik voor de kat’

Lief

Maar Marco kon ook erg lief zijn. Hij had een zachte, charmante kant. Natuurlijk was het niet verstandig om samen een kind te krijgen, maar ik hoopte dat hij die zachtheid vaker zou laten zien als we een gezin waren. Daarnaast had ik met hem te doen, omdat hij een rotjeugd heeft gehad. Ik dacht dat ik hem kon redden. Maar tijdens de zwangerschap kreeg ik alleen maar meer klappen. Hij gooide me op de grond omdat hij ervan overtuigd
was dat het kind niet van hem was. Op een nacht – ik was vijf maanden zwanger – heeft hij me buitengesloten, waarna ik naar mijn ouders ben gelopen, zo’n drie kwartier verderop. Daarna ben ik in het ziekenhuis beland met vroegtijdige weeën. Nu kan ik niet begrijpen dat ik toen niet bij hem ben weggegaan, maar ik koesterde nog altijd hoop.’

Ultieme vernedering

‘Lore werd geboren en we waren alle twee gek op haar. Marco gedroeg zich als een droomvader, tot Lore na een paar weken ademhalingsproblemen kreeg. Ze moest een paar dagen worden opgenomen in het ziekenhuis, en omdat ik al die tijd bij haar bleef, was het huishouden wat verwaarloosd. Dat verweet hij me. Hij was in die tijd werkloos, terwijl ik lange dagen maakte en nog niet eens helemaal was hersteld van mijn bevalling. Ik beet van me af, zei dat hij ook weleens iets kon doen. Ik wist wel dat ik daar klappen voor zou krijgen, maar er waren nog steeds momenten dat ik wilde rebelleren. Die dag heeft hij me op bed gegooid en met zijn vuist op mijn hechtingen gebeukt. Daarna kwam hij met Lore in zijn armen bij me staan, hield zijn voet boven mijn hoofd en zei: ‘Ik zou die kop nu zo graag intrappen.’

Dat was het absolute dieptepunt, een totale vernedering voor wie ik was als
moeder en vrouw. Maar nog steeds ging ik niet weg. Voor iemand die het niet heeft meegemaakt, is het nauwelijks voor te stellen, maar de mishandeling wist je
persoonlijkheid uit. Je wordt alsmaar onderdaniger. Ik dacht op den duur alleen nog maar dat het mijn schuld was. Had ik maar niet zo fel moeten reageren. Had ik maar niet zo lomp moeten zijn. Ik was ervan overtuigd dat ik geen goede relatie verdiende. Iemand in vertrouwen nemen, durfde ik niet, omdat ik wist dat mensen dan zouden zeggen: ‘Ga bij hem weg.’

Dat kon ik niet. Ergens was ik ook bang dat niemand het serieus zou nemen. Er waren geen fysieke sporen van mishandeling. De vernederingen, het seksuele geweld: die zie je niet. Wie zou me geloven? Marco heeft zelf ook altijd gezegd dat hij me niet mishandelde: ‘Ik gebruik mijn vuisten toch niet?’ Ik heb één keer geprobeerd om het geweld aan te kaarten bij de huisarts en één keer de crisislijn gebeld. Maar beide keren had ik het gevoel dat het probleem werd weggewuifd.Het waren jaren van totale eenzaamheid. Alleen op het werk kwam ik tot rust, maar de busrit naar huis was een marteling omdat ik nooit wist wat er zou gebeuren. Mijn ouders hadden wel door dat Marco dominant was en soms zeiden ze dat ik me niet zo onderdanig moest opstellen, maar van het geweld hadden ze geen
vermoeden.

Pas na de scheiding heb ik het verteld, eerst aan mijn zus. Op een
dag, toen we in de auto zaten, zei ze dat ze blij was dat ik bij Marco weg was. ‘Ik moet je iets vertellen,’ antwoordde ik. Daarna hebben we samen gehuild. Niet veel later heb ik het mijn moeder verteld, die maar niet begreep waarom ik haar niet eerder in vertrouwen had genomen. Ik had gewoon de kracht niet. Ik ben ook pas bij Marco weggegaan toen hij daar zelf mee instemde. Ik had al een tijd het vermoeden dat hij me bedroog, omdat hij zo vaak tot diep in de nacht weg was. Ik had daarover gechat met een nicht en blijkbaar had ik dat bericht laten openstaan. Marco moet het gelezen hebben.

‘Wat denk jij nou?’ vroeg hij toen ik thuiskwam. Ik zei hem dat we uit elkaar moesten gaan, dat het niet werkte tussen ons. En hij gaf me gelijk. Ik begreep het niet goed, want hij had me al die jaren ontelbare keren tegengehouden. Een paar weken later vertelde hij dat hij me al maanden aan het bedriegen was. Het was hoe dan ook een last die van mijn schouders viel: eindelijk kon ik weg.’

Blauwe plekken

‘Lore reist nu in co-ouderschap heen en weer tussen haar vader en mij. Zelf heb ik mijn vader na de scheiding van mijn ouders niet veel meer gezien, en dat wilde ik niet voor Lore. Ik weet ook dat Marco zielsveel van haar houdt en zijn best doet. In het begin stuurde hij zelfs berichten dat hij eindelijk begreep hoeveel ik had gedaan voor onze dochter. Omdat hij altijd vroeg moet werken, brengt hij haar tegen bedtijd naar mij en slaapt ze dus elke nacht hier. Het leek veilig en goed, maar onlangs is ze thuisgekomen
met een blauwe plek in haar nek. Ze zei dat papa haar hard had vastgegrepen, omdat ze haar groenten niet wilde opeten. Ik durfde hem er niet over aan te spreken, maar heb de school gevraagd of ze een oogje in het zeil willen houden.

En nu ben ik bang: ’s nachts blijft het door mijn hoofd malen hoe het verder moet. Ik heb me al laten informeren over juridische stappen en ik weet dat het in je nadeel werkt als je je negatief uitlaat over de vader. Ik heb het geweld ook nooit gemeld bij de politie, dus ik moet het allemaal rustig aanpakken. Eigenlijk moet ik bij wijze van spreken wachten tot het nog eens misgaat. Mijn grootste angst is nu dat hij zijn woede afreageert op Lore als hij hoort dat we iets in gang hebben gezet. En dus heeft hij ons eigenlijk nog altijd in zijn macht.

Ik kan nu beter over Marco praten dan vijf jaar geleden en ik weet dat ik anderen over een drempel kan helpen door dat te doen. Misschien vinden zij daardoor de moed om iets aan hun situatie te doen, want ik weet als geen ander hoe moeilijk dat is. Wat ik in elk geval niet wil, is dat mensen medelijden hebben: dat maakt me weer kleiner dan ik ben. Ik wil mijn kracht laten zien. Ik voel me soms down, maar ik ben trots dat ik er nog sta. Dat heb
ik aan mijn dochter te danken: zij is mijn drijvende kracht, omdat ik wil dat ze een veilige toekomst heeft. Het is heel dubbel. Ik hou zo veel van haar, maar ze is ook een stuk van hem. Soms ben ik kwaad op mezelf: waarom heb ik met Marco een kind gekregen? Die acceptatie van wat er is gebeurd en dat ik dat niet meer kan terugdraaien: dat gaat nogwel even duren. Daarvoor moet ik eerst mezelf kunnen vergeven, maar zover ben ik nog niet.’

Dit verhaal heeft eerder in Flair gestaan.