Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Michelle raakte gewond bij een bomaanslag: ‘Wil je mijn ouders bellen als ik het niet haal, vroeg ze’

Michelle raakte gewond bij een bomaanslag: ‘Wil je mijn ouders bellen als ik het niet haal, vroeg ze’

Michelle raakte gewond bij een bomaanslag: ‘Wil je mijn ouders bellen als ik het niet haal, vroeg ze’
Vijf jaar geleden was Michelle (23) op vakantie in Thailand toen tijdens het stappen een bom ontplofte. Daarbij viel een dode en tientallen mensen raakten gewond, onder wie Michelle. “Na de keiharde knal zag iets ik onder mijn huid zitten, en er begon bloed uit te stromen. Foute boel, dacht ik.”‘Ik kan nog steeds huilen om de hulpeloosheid die ik toen heb ervaren’

“Op een kruispunt stonden we met mijn groepje te overleggen wat we zouden doen: gingen we naar het strand of toch nog naar een andere bar? Ineens hoorden we een keiharde knal en er kwam een enorme stoot lucht op me af. Daarna heb ik een gat in mijn geheugen. Het eerste wat ik me weer herinner, was de rook die ik om me heen zag en de allesoverheersende piep die in mijn oren klonk. Ik vroeg me af of het vuurwerk was geweest. In Thailand heb je weleens vuurwerkshows dus dat was de eerste associatie die ik had. Maar toen keek ik naar mijn been. Ik zag iets onder mijn huid zitten en er begon bloed uit te stromen. Foute boel, dacht ik. Ik ben geraakt door een kogel.”

Op mezelf aangewezen

“Het was op de laatste avond voor ik terug zou vliegen na een reis van vijf weken. Ik had die in de zomer gemaakt, voordat ik zou starten met mijn studie geneeskunde. Ik had er bewust voor gekozen om niet met vriendinnen ergens naartoe te gaan, maar een groepsreis te boeken die een organisatie organiseerde in Thailand. Ik vond het een leuke uitdaging om iets te doen waarbij ik echt op mezelf zou zijn aangewezen. Ook het programma sprak me aan: ik zou veel van het land zien en verschillende ervaringen opdoen. In Bangkok ontmoette ik een aantal van de andere reisgenoten, onder wie een Nederlandse meid met wie ik meteen een klik had. Die vijf weken trokken we veel samen op. We maakten de mooiste dingen mee, zoals werken met
olifanten in de jungle, tempels bezoeken, meedoen aan boeddhistische ceremoniën. Doordeweeks kon iedereen kiezen voor verschillende activiteiten, in de weekenden kwamen alle reisgenoten samen om te stappen. Zo ook die laatste avond in het kustplaatsje Hua Hin, waar we met een groepje nog één keer gezellig aan de cocktails wilden.

De bom – want dat was het – die was afgegaan, bleek vol te
zitten met kogels, waardoor ik dus ook geraakt was. Ineens legde ik de link naar andere aanslagen en raakte ik in paniek. In een reflex ben ik door de rook gaan lopen. Ik liep een zijstraatje in en daar zag ik anderen van mijn groep die toevallig hetzelfde hadden gedaan. Hoe het me was gelukt om daar naartoe te lopen, weet ik niet. Zodra ik bij het groepje kwam, kon ik niet meer op mijn been staan, het lopen zal dus puur op adrenaline zijn gegaan. Het Nederlandse meisje met wie ik het zo goed kon vinden, zat er ook. Zij had kogels in haar rug gekregen. Uit mijn ooghoek zag ik een Duits meisje van ons groepje zitten. Zij was er bijzonder slecht aan toe: de bom had een deel van haar arm weggeblazen en zij bloedde erg. Ik was bang. Straks komen
de aanslagplegers het afmaken, dacht ik. Dan schieten ze me zo door mijn hoofd. Mijn Nederlandse vriendin raakte erg in paniek. ‘Wil je mijn ouders bellen als ik het niet haal,’ vroeg ze me. Ik stelde haar gerust, zei dat het goed zou komen. Ik merkte dat ik juist niet in paniek raakte en heel helder kon nadenken. Een soort survivalinstinct denk ik. Ik was vooral bezig om alles in me op te nemen. Ik zag aan de manier waarop het bloed uit mijn been stroomde dat er geen slagader was geraakt. Vanaf dat moment kreeg ik er vertrouwen in dat het goed zou komen, mits we snel uit dat zijstraatje werden weggehaald.”

Kille fotografen

“De eerste mensen die naar ons toekwamen, waren de fotografen. Die zeiden niks maar maakten allemaal foto’s van ons. Eentje ging ook echt door de knieën om het perfecte plaatje
van ons te schieten. Zonder überhaupt te vragen of alles goed met ons ging. Ze maakten de foto en ineens waren ze weer verdwenen. Het maakte me boos en ik voelde me er heel hulpeloos door. Daarna zagen we militairen lopen, maar dat gaf me ook niet meteen vertrouwen. We wisten immers niet wie de aanslag had gepleegd, wat er was gebeurd. Stonden die militairen wel aan de goede kant? Ik praatte veel met mijn vriendin om haar gerust te blijven stellen. Vooral over de aanslag en wat ik dacht dat het kon zijn. Dat er geen andere bommen waren afgegaan of schoten gelost. Hierdoor was het gevaar vast wat geweken. Dat ik niemand in paniek zag rennen, leek me ook een goed teken. Er kwamen lokale mensen naar ons toe, die probeerden te troosten. Dat voelde heel fijn, vooral na de kille fotografen. Toen de ambulances kwamen, begon ik me geruster te voelen. Ik was maar wat blij toen ik in een ambulance werd afgevoerd: eindelijk kon ik weg van die plek van de bom. In het ziekenhuis moest ik lang wachten voor ik werd geholpen. Ik putte er troost uit: het betekende dat het goed met me ging. De andere twee meiden werden naar de operatiekamers gebracht. Terwijl ik wachtte, maakte ik me vooral veel zorgen om hen. Ik probeerde de artsen aan te klampen, te vragen of ze wisten hoe het met hen ging. Maar ze konden mij niks vertellen en liepen snel door. Toen ik eindelijk aan de beurt was, brachten de artsen me naar het hoekje van dezelfde zaal waar ik had gewacht. Ik had drie kogels in mijn been waarvan er eentje, in mijn onderbeen, er meteen uit moest, de andere konden langer blijven zitten. Zonder me te waarschuwen, begonnen ze die ene kogel eruit
te snijden. Ik weet niet of ze de verdoving vergeten waren of dat ze dachten dat het wel kon zonder, maar het deed zo veel pijn dat ik schreeuwde om een verdoving. Die kreeg ik gelukkig en daarna ging het wel weer. Het was heel raar om de kogel te zien liggen. Alsof ik me toen pas echt realiseerde wat er gebeurd was. Ik was nog helemaal niet emotioneel geweest, maar op dat moment knapte er iets en begon ik te huilen. Wat me was overkomen, was zo onwerkelijk, dat het gewoon tijd nodig had om tot me door te dringen, denk ik. Dit soort dingen zie je toch alleen op het nieuws?”

Vipbehandeling

“Na die ingreep werd ik naar een grauwe ziekenhuiskamer gebracht. Ik lag er met allemaal Thaise mensen en ik kreeg een soort grijze pap te eten die nergens naar smaakte. Een paar
uur later werd ik ineens opgehaald en naar een andere kamer gebracht, waar groot ‘vip’ op stond. Daar lagen ook mijn Nederlandse vriendin en het Duitse meisje wier arm deels was weggeblazen. Het Duitse meisje had een pin of plaat in haar arm gekregen. Met beiden ging het goed en wat was ik blij hen te zien! De vipkamer was ook een stuk aangenamer dan de kamer waar ik vandaan kwam. Hier hingen mooie gordijnen en we kregen lekker eten voorgeschoteld. Waarom wij in een vipkamer werden ondergebracht weet ik niet, maar ik denk dat ik wel een gok kan wagen. Ze vonden het vast vreselijk dat wij bij een aanslag gewond waren geraakt; in Thailand is toerisme zo ontzettend belangrijk. Waarschijnlijk wilden ze zorgen dat we het zo comfortabel mogelijk zouden hebben.

Pas toen ik hier met de andere meiden lag, besefte ik dat ik mijn familie nog helemaal niet had gesproken, dus ik belde meteen naar huis. Mijn ouders hadden van de reisorganisatie al gehoord over de aanslag en waren vreselijk ongerust. Mijn vader zei dat hij direct een vlucht ging boeken om me op te halen. Ik ben altijd erg zelfstandig en heb nooit heimwee maar toen ik de dag erna wachtte op mijn vader, verlangde ik intens naar huis. Ik weet nog hoe ik even mijn ogen sloot om een dutje te doen en toen ik ze weer opendeed, mijn vader aan de rand van mijn bed zag zitten. Hij pakte me beet en we hielden elkaar lang vast, de tranen van blijdschap liepen ons over de wangen. We beseften op dat moment allebei zo goed hoe anders het had kunnen lopen. Ik kreeg ook steeds meer details te horen over de aanslag. Er bleken tientallen mensen gewond geraakt te zijn en een Thaise vrouw was om het leven gekomen. De ambassadeur kwam bij ons langs in het ziekenhuis om uit te leggen wat hij wist. In het zuiden van Thailand waren weleens bomaanslagen door separatisten die een aparte zuidelijke staat wilden
afdwingen. Maar zo noordelijk als Hua Hin waren ze tot dan toe nog nooit geweest. Dat was dus een behoorlijke schok, want dit gebied werd als veilig gezien. De pleger van de bomaanslag is volgens mij nooit gevonden.”

Compleet geblokkeerd

“Terug in Nederland meldde ik me in het ziekenhuis om de twee kogels die nog in mijn been zaten eruit te laten halen. Maar dat vonden de artsen geen goed idee. Ze konden geen kwaad en met een operatie zou ik verder van huis zijn. Op zich begrijpelijk, maar tegelijkertijd vond ik rond blijven lopen met die kogels een naar idee. Terwijl ik fysiek goed herstelde, begon ik psychisch steeds meer last te krijgen. Ik sliep slecht, voelde me vaak angstig, ik kwam er niet los van. Daarom heb ik aan
de bel getrokken bij de huisarts die me doorverwees voor EMDR-therapie. Hierbij herbeleefde ik de beelden van de aanslag telkens opnieuw tot ik het verwerkt had. Na zeven
sessies was ik klaar met de therapie, maar dat betekende niet dat het trauma weg was. Vooral het eerste jaar na de aanslag had ik behoorlijk veel last ervan. Ik kon me slechter concentreren wat heel vervelend was omdat ik net aan mijn studie geneeskunde was begonnen. Ook kon ik plotseling vreselijk bang
worden. Ik had een baantje bij een dierenpension en toen ik op een avond in mijn eentje moest afsluiten, was ik ineens zo verlamd van angst dat ik compleet blokkeerde, ik kon gewoon niet uit mijn stoel komen. Alleen naar buiten lopen en in het donker naar huis te moeten fietsen… Het idee vloog me aan. Het duurde echt een tijd voordat ik gekalmeerd was en naar buiten durfde te stappen. Gelukkig namen die angstige momenten in de loop van de tijd wel af. Maar het kan nog steeds ineens de kop opsteken. Zo ging ik een keer met
studiegenoten paintballen, iets wat ik nog nooit had gedaan
en waar ik dus ook geen voorstelling bij had. De oorlogssetting, de schietgeluiden, het opgejaagd worden: ineens was ik qua gevoel weer in Thailand in dat zijstraatje. Ik stond letterlijk
aan de grond genageld. Gelukkig wisten mensen die erbij waren wat ik had meegemaakt en konden ze me goed bijstaan. Maar een sessie paintballen sla ik voortaan liever over.

De aanslag blijft een kwetsbare plek, het is niet iets waar ik iedereen over vertel. Tegelijkertijd heeft het me ook gevormd
tot wie ik nu ben. Ik weet dat als ik ooit in een heel stressvolle situatie beland, ik daarmee om zal kunnen gaan. Toen ik in dat straatje zat, kon ik helder nadenken. Dat vind ik heel mooi en dat geeft me een krachtig gevoel. Als arts moet ik ook vaak onder enorme druk werken en ik weet nu dat ik op dat vlak veel aankan. De aanslag heeft me ook geleerd hoe fijn het is als een arts empathie toont – iets wat ik heb gemist in het ziekenhuis in Thailand. Als ik straks iemand moet helpen die iets naars heeft meegemaakt, zal ik altijd een paar minuten de tijd nemen om even te vragen hoe het gaat. Ik wil een arts zijn die wél die tijd voor haar patiënten neemt. Die begrijpt wat voor impact een nare gebeurtenis kan hebben op je geest. Hopelijk maakt dat me een betere arts dan als ik dit niet had meegemaakt.”

Door met het leven

“Deze zomer is het alweer vijf jaar geleden. Elk jaar op 11 augustus denk ik terug aan die dag, soms heb ik ook even
contact met mijn reisgenoten van toen. Dan praten we over
hoe het gaat, wat we nu doen. Voor zover ik dat kan weten, zijn zij er ook allemaal goed vanaf gekomen. Al hebben we vooral appcontact, omdat we ver uit elkaar wonen.

De eerste jaren na de aanslag leunde ik vooral op mijn ouders en zus voor steun op momenten dat het minder goed ging. Maar sinds tweeëneenhalf jaar heb ik een vriend en is hij degene die voor me klaarstaat als het even niet gaat.
Bijvoorbeeld als ik op tv nieuws zie over andere aanslagen. Dan
denk ik aan hoe die mensen zich voelen, aan de paniek en de verwarring. Zie ik foto’s van zo’n aanslag, dan denk ik terug aan de fotografen, en hoe die ons op de meest kwetsbare momenten van ons leven kwamen vastleggen. Ik kan nog steeds huilen om de hulpeloosheid die ik toen heb ervaren. Mijn vriend geeft me dan een knuffel, we praten erover en dan kan ik er weer tegenaan. Je moet ook door met leven, er niet in blijven hangen. Wat mij is overkomen, is gewoon domme pech.
Ik was letterlijk op de verkeerde plek op het verkeerde moment.
Dit had werkelijk iedereen kunnen overkomen.”  ■