Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Isabel wilde een abortus: ‘Waar moest ik het geld vandaan halen? Ik was zelf nog een kind’

Isabel wilde een abortus: ‘Waar moest ik het geld vandaan halen? Ik was zelf nog een kind’

Isabel wilde een abortus: ‘Waar moest ik het geld vandaan halen? Ik was zelf nog een kind’

Deze week: Isabel (25) over haar beslissing om abortus te laten plegen.Wil je ook je verhaal vertellen in Flair? Mail dan naar redactie@flaironline.nl.

‘Dat sommige mensen zoiets moois laten weghalen, dat snap je toch niet?’ merkte mijn zwangere collega op nadat ze haar echofoto had laten zien. Iedereen viel haar bij. ‘Helemaal mee eens. Een kind laten aborteren: hoe kún je dat doen?’ Ik zei niets, maar voelde de tranen branden. Het was een paar jaar daarvoor gebeurd.

Hoewel ik gewoon de pil slikte en hem nooit was vergeten, kwam ik er na weken misselijkheid achter dat ik zwanger was. Ik schrok me kapot. Zwanger? Ik? Ik was pas 21 jaar en net begonnen aan een musical-opleiding: een kind paste totaal niet in mijn leven. Ik wilde mijn studie afmaken, optreden in theaters, reizen met Tim, met wie ik toen pas zes maanden een relatie had. Een kind opvoeden; waar moesten we het geld vandaan halen met onze bijbaantjes in de horeca? Bovendien waren we zelf nog kinderen.

Veel te jong

Ook Tim schrok, al dacht hij meteen aan de oplossing: we zouden het laten weghalen. Dat was het beste, ook voor het kind, benadrukte hij steeds. Tijdens het bezoek aan de verloskundige bleek ik al elf weken in verwachting te zijn. ‘Wil je dat ik een echo maak?’ werd er gevraagd. Achteraf snap ik niet waarom ik toen ‘ja’ heb gezegd. Ik kreeg vervolgens niet alleen de echo te zien, de verloskundige vertelde me ook hoe groot de foetus was, waar het precies zat én ze liet me het hartje horen. Na het bezoek was ik compleet in de war. Het was écht, er groeide leven in mij. De echo had alles veranderd. Dat gevoel dat zwangere vrouwen altijd zeggen te hebben, dat heerlijke gevoel dat er een kindje in je groeit, dat had ik plots ook. Tegelijkertijd voelde dat heel naar, omdat ik het niet mócht voelen, niet wilde voelen ook. ‘Denk aan alle reizen die je nog wilt maken’, ‘Hoe ga je met een baby je school afmaken?’ en: ‘Je bent veel te jong.’

Lees ook
Hester: ‘Nee, abortus valt niet te vergelijken met vaccineren’

Een vervelend stemmetje somde continu alle rationele bezwaren op in mijn hoofd, terwijl mijn lijf zich tegelijkertijd meer en meer aan het kind ging hechten. Tim snapte niet waarom ik zo in de war was na het zien van, in zijn ogen, ‘maar’ een foto. Voor hem bleef het een ongelukje dat zo snel mogelijk ongedaan moest worden gemaakt. Het irriteerde me dat hij er geen snars van begreep, maar het sterkte me ook in mijn besluit. Een abortus was de juiste beslissing. En dus stapte ik een week later de kliniek in Rotterdam binnen, waar ik door een dame in een klein kamertje volledig werd afgebrand. Ze vroeg of ik wel wist wat ik deed en benadrukte voortdurend dat ik zo onvoorzichtig was geweest. Uit wanhoop begon ik te huilen. Ik was niet onvoorzichtig geweest, probeerde ik haar uit te leggen, ik was aan de pil en vergat hem nooit! Na de ingreep werd ik wakker op een zaal met allemaal meisjes van een jaar of zestien. Ik wil hier weg, met Tim mee naar huis, was het enige wat ik dacht. Thuis hadden mijn huisgenoten, die van de abortus af wisten, een feestje georganiseerd. Ik was woest.

Word ik ooit nog moeder?

Natuurlijk wilde ik geen feest. Ik had mijn kindje laten weghalen! Niemand begreep het. Ze hadden verwacht dat ik blij en opgelucht zou zijn. Maar ik was niet blij, ik kon alleen maar huilen. Vijf weken heb ik me opgesloten in huis. Ik ging niet naar college en afspraken zegde ik af. Ik was somber en bang dat ik gestraft zou worden. Tim steunde me. We praatten veel, zonder hem was ik er niet bovenop gekomen. Nu, drie jaar later, hebben we het er soms nog over, al merk ik dat het voor hem een afgesloten hoofdstuk is. Voor mij niet. Elk jaar op 8 november, mijn uitgerekende datum, denk ik aan hem. Het was een jongetje, dat weet ik zeker. Het blijft een raar idee dat ik nu moeder had kunnen zijn van een jochie van drie. Waarschijnlijk was ik dan met mijn studie gestopt en ik vraag me af of Tim en ik nog samen waren geweest. Als ik daaraan denk, heb ik geen spijt van mijn beslissing. Ik was er nog niet klaar voor, ik had het kind te weinig kunnen geven. De baby na negen maanden dragen afstaan, was ook geen optie. Na elf weken praatte ik al tegen mijn buik, voelde ik een band met het kindje. Nee, abortus was de enige juiste beslissing, maar desondanks ben ik wél verdrietig dat het zo is gelopen. Je kunt het een beetje vergelijken met een relatie die je beëindigt: je weet dat je samen niet verder kunt, maar je houdt wel van de ander en voelt je schuldig dat je hem of haar pijn doet. En je bent bang, bang dat je uiteindelijk geen nieuwe liefde vindt. Zo ben ik ook bang dat ik nooit meer moeder word. Ik hoop dat het me nog gegund is, het liefst over een paar jaar. Maar stél dat er eerder een ongelukje gebeurt, dan is het kindje van harte welkom.’

Interview: Steffie Taal