Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Jennifer: ‘Nadat ik werd ontslagen werd ik 
een bedrieger, de helft verzon ik om geld te verdienen’

Jennifer: ‘Nadat ik werd ontslagen werd ik 
een bedrieger, de helft verzon ik om geld te verdienen’

Jennifer: ‘Nadat ik werd ontslagen werd ik 
een bedrieger, de helft verzon ik om geld te verdienen’

Toen Jennifer (27) na haar ontslag geen nieuwe baan kon vinden, besloot ze haar geld te verdienen als helderziende. Maar wat begon als een grap, was al snel niet lollig meer.

Tekst: Vivienne Groenewoud

‘Ik weet nog hoe ik laatst voor de spiegel stond. Ik bekeek mijn opgestoken bruine krullen en mijn jurk met felgekleurde bloemen. Links en rechts trok ik een haarlok los, zodat ik er wat minder streng uitzag, en ik hing mijn verzilverde ketting met het ankh-teken recht. Perfect. Ik zag er uit als een normale vrouw, met net dat vleugje spiritualiteit dat me geloofwaardig maakte. Ik keek mezelf aan. In de spiegel zag ik warme, bruine ogen met lange herten-wimpers: mijn grote trots. Ogen die betrouwbaarheid en medeleven uitstraalden. En toen kwam ineens de schaamte weer. Elke dag vond ik het moeilijker worden mezelf recht aan te kijken.’

Dag baan

‘Het begon ruim een jaar geleden. Ik zat in mijn woonkamer, op de achtergrond klonk Koffietijd. Een hyper-enthousiaste Quinty Trustfull vroeg André Hazes de oren van zijn hoofd. Onwillekeurig trok mijn maag samen bij het geluid van de klepperende brievenbus. Daar lag de gevreesde dikke envelop. Nu was het definitief: ik was werkloos.Drie maanden daarvoor werden ik en de rest van het personeel van de instelling waar ik werkte, bijeengeroepen. Met een bezorgd gezicht vertelde de directeur dat we in een zeer zorgelijke situatie zaten. Dat was me natuurlijk niet ontgaan. Twee collega’s en ik waren verantwoordelijk voor de werving en selectie, maar er viel al een hele tijd niets meer te werven, noch te selecteren. Er was een vacaturestop ingelast en al wekenlang werden we opgezadeld met rotklusjes die niets met onze taakomschrijving te maken hadden. Toch konden we er toen nog om lachen, wanneer we archiefkasten aan het opschonen waren. Als we samen onze schouders eronder zetten, zouden we binnen de kortste keren weer onze eigen werkzaamheden kunnen uitvoeren, dachten we nog. Die hoop vervloog echter snel na de bijeenkomst. Het was veel erger dan we dachten, zelfs onze salarisbetaling bleek in gevaar. Er zou flink geschrapt moeten worden in het personeelsbestand, volgens het principe last in, first out. Ik wist wat dat betekende, ik werkte pas tien maanden bij dit bedrijf. Na het overlijden van mijn vader en het stuklopen van mijn relatie had ik flink in een dip gezeten. Dit was de eerste baan geweest waar ik het echt leuk had. Ik kreeg weer zin om op te staan, niet in de laatste plaats door mijn lieve collega’s. Ik voelde me heel erg zielig. Had ik niet genoeg op mijn bord gehad? Er was niets meer aan te doen; er volgde een collectief ontslag in de hoop te redden wat er te redden viel. De eerste tijd solliciteerde ik me rot, maar ik werd steeds afgewezen. Te jong, te oud, overgekwalificeerd. Ik werd er heel moedeloos van.’

In de ban van tarot

‘In die periode was de vrijgezellendag van een goede vriendin. Haar zus had een waarzegster geregeld die de toekomst kwam voorspellen met tarotkaarten. Ze gaf ons allemaal een reading. Niet alleen waren haar voorspellingen in veel gevallen hilarisch,

ze waren ook behoorlijk raak. Zo wisten ‘de kaarten’ me te vertellen dat ik op een kruispunt stond in mijn leven. Dat klopte inderdaad, al was het meer een zevensprong. Ik had namelijk geen idee wat ik met mijn leven aan moest. Thuis dacht ik er nog eens over na. De tarotkaarten fascineerden me en langzaam vormde zich een plannetje in mijn hoofd. De volgende dag ging ik naar een spiritueel winkeltje in de stad. Voorheen liep ik er altijd langs, gniffelend om de types die er naar binnen gingen. ‘Klankschaal-verslaafden’ noemde ik zulke mensen, waarbij ik visioenen kreeg van stoffige interieurs vol zelf gevlochten rieten mandjes en wand-kleden van lama-haar. Ik opende de deur die luidruchtig tingelde door een snoer met belletjes. Er hing een overweldigende geur van patchoeli. Vastbesloten liep ik op het rek met tarotkaarten af. Ik was verbaasd over hoeveel soorten er bestonden en koos op mijn gevoel een pak uit. Ook kocht ik een boekje waarin stond wat de verschillende kaarten symboliseerden. Eenmaal thuis raakte ik in de ban van de kaarten. Je kon ze op zo veel verschillende manieren interpreteren, dat het altijd wel toepasbaar was op je eigen situatie. En daarin zat ’m nu precies de clou.’

Schuldgevoel

‘Ik had geen zin meer om steeds te worden afgewezen tijdens sollicitaties en zo’n WW-uitkering is ook niet echt een vetpot. Dus besloot ik tarotreadings te gaan geven. Zo kon ik wat bijverdienen en had ik tegelijker-tijd iets om handen. Na een aantal keer succesvol op mijn vriendinnen te hebben geoefend, was het zover. Ik plaatste een advertentie in De Telegraaf waarin ik mezelf presenteerde als helderziende. Al snel werd ik gebeld voor mijn eerste sessie: een bedrijfsfeestje. Het ging me wonderbaarlijk goed af. Ik kende de betekenissen van de kaarten inmiddels uit m’n hoofd. En wat ik niet wist, verzon ik er gewoon bij, door goed te letten op de reacties van degene voor wie ik de kaarten legde. Ik ben altijd goed geweest in het ‘lezen’ van mensen en dat talent kwam nu van pas. Tweehonderd euro en een leuke ervaring rijker ging ik naar bed. Schuldgevoelens had ik toen nog niet; de sfeer was luchtig en er werd veel gelachen om mijn voorspellingen. Dit proces herhaalde zich een aantal keer. Ik begon steeds meer in mijn rol van helderziende te groeien. Op een dag werd ik gebeld door een man, hij wilde een reading. Toen ik mijn oude Opeltje de volgende dag parkeerde voor de deur van zijn Vinex-woning, leek er nog niets vreemds aan de hand. Een man van achter in de dertig liet me binnen. In de woonkamer hingen foto’s van een vrouw met lang blond haar en een net zo blond meisje van een jaar of negen. Op andere foto’s stond de vrouw ook, maar nu met felgekleurde hoofddoeken. Een onaangenaam gevoel bekroop me. ‘Mijn vrouw en dochter,’ zei de man ongevraagd. ‘Mijn dochter zit nu op school. Mijn vrouw is twee maanden geleden overleden. Darmkanker.’ Ik probeerde de grote brok die ineens in mijn keel zat, weg te slikken. ‘Ik heb nog steeds een heel onrustig gevoel 
over haar overlijden. Alsof ze geen rust kan vinden,’ ging de man ongevraagd verder. ‘Daarom hoop ik dat jij me wat meer kunt vertellen.’ Ik voelde me vreselijk. Tot nu toe had ik geen gewetensbezwaren gehad, maar dit was anders dan wat ik hiervoor had gedaan. Dit waren echte emoties. Rauw verdriet. Maar hoe kon ik nu nog terugkrabbelen zonder mezelf te verraden? ‘Laten we maar beginnen,’ zei ik snel. Ik spreidde de kaarten uit op tafel en vroeg hem er zeven te trekken. Ik legde ze in een Keltisch kruis en begon te vertellen over een groot verdriet, een afscheid en dat er iemand was die zich zorgen maakte over haar gezin. ‘Je kunt misschien een ritueel doen met je dochter, waarbij je een kaarsje brandt en haar vertelt dat jullie het wel redden samen. Dan zal ze de banden met het aardse kunnen door-knippen,’ zei ik. De man keek me aan met vochtige, blauwe ogen. ‘Je bevestigt precies wat ik voelde. Dank je wel!’ Haastig rekende ik met hem af en ging naar huis. Mijn schuldgevoel lag als een loodzware steen op mijn maag. Het werd nog erger toen ik de volgende dag een e-mail kreeg van de man, waarin hij vertelde dat hij mijn raad had opgevolgd. Samen met zijn dochtertje had hij een Thaise gelukslampion opgelaten ergens aan het strand, op een plek waar ze vroeger vaak als gezin kwamen. ‘Ik voel me veel rustiger, alsof ze nu pas echt het leven heeft kunnen loslaten,’ schreef hij. Hij bedankte me nog eens uitvoerig en schreef dat hij me zou aanbevelen, mocht dat nodig zijn. Ik wilde nog wat terugmailen, maar ik wiste elke keer weer wat ik had getypt. Wat moest ik nog zeggen? Ik was een bedrieger, niets meer en niets minder.

Met een korreltje zout

‘Toch werkt het heel raar, als je eenmaal zo’n morele drempel over bent. Het schuldgevoel slijt. Alsof de duvel ermee speelde, kreeg ik steeds meer aanvragen. En het geld was erg verleidelijk. Wat maakte het uit dat het niet helemaal waar was, mensen geloven toch wat ze willen geloven? Ik liet ze zich beter voelen, dus in die zin hielp ik er ook mensen mee. Zo probeerde ik goed te praten wat ik deed. Toch knaagde mijn geweten aan me. De druppel was toen er een jonge vrouw bij me kwam, wier vriend in coma lag. Zijn prognose was heel slecht, vertelde ze. Ze zag me als haar laatste hoop, ze wilde zo graag weten of hij wakker werd. Haar wanhoop raakte me diep. Ik heb haar eerlijk verteld dat ik er niets zinnigs over kon zeggen. Dat ik haar alleen maar kon meegeven dat ze door moest met leven, niet moest blijven hangen in verdriet. Toen ze de deur uit was, had ik knallende koppijn. Ik walgde van mezelf. Na die keer besloot ik alleen nog boekingen aan te nemen voor feestjes waarbij duidelijk is dat mijn voorspellingen met een korreltje zout moeten worden genomen. Maar als ik eerlijk ben, lig ik nog regelmatig wakker van wat ik uit pure hebberigheid heb gedaan. Ik had die kant van mezelf liever nooit leren kennen.’

DIT VERHAAL HEEFT EERDER IN VIVA GESTAAN.