Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Frances’ vader keek niet naar haar om: nu hij stervende is, wil ze nog maar één ding. Zijn geld

Frances’ vader keek niet naar haar om: nu hij stervende is, wil ze nog maar één ding. Zijn geld

Frances’ vader keek niet naar haar om: nu hij stervende is, wil ze nog maar één ding. Zijn geld

Sinds haar zevende had Frances (26) verdriet om een vader die niet naar haar omkeek. Maar nu hij stervende is, wil ze nog maar één ding: zijn geld.

‘Geld en familie. Het staat erom bekend een explosief mengsel te zijn. Maar in mijn geval ga ik de explosies juist uiterst behoedzaam uit de weg. Ik laveer door het spreekwoordelijke mijnenveld als een Noord-Koreaan die weet dat het beloofde land aan de andere kant van de grens op hem wacht. Het is wellicht een wat dramatische vergelijking, maar ik weet dat als ik er nu voor zorg dat ik niet ontplof, mijn leven straks een stuk makkelijker gaat worden. Daarom blijf ik behoedzaam. Slik ik mijn woorden in en gil ik alleen soms uit opgekropte frustratie als ik alleen in mijn afgetrapte autootje zit.
Ik las laatst de uitkomst van een onderzoek door het Netwerk van Notarissen. Daaruit bleek dat dertien procent van de mensen overweegt hun kinderen te onterven en dat maar negen procent bereid is zijn of haar ouders in huis te nemen.

Ik snap dat. Ik moet er inderdaad niet aan denken mijn vader bij me in huis te hebben wonen. Maar aan de andere kant moest ik er een jaar geleden ook niet aan denken dat ik überhaupt een relatie met hem zou hebben. Laat staan dat ik zou doen alsof ik ook maar een greintje dochterlijke liefde voor hem voel. Toch doe ik dat. Waarom? Omdat ik mijn eye on the prize heb.’

Gesjok met zijn vriendin

‘Schuldgevoel heb ik niet. Nog geen seconde. Dat heeft mijn vader ook niet. Hoe ik dat weet? Ik heb het hem gevraagd nadat we weer contact kregen. Mijn vader verdween uit mijn leven toen ik nog maar net zeven was. Zonder enige uitleg. Mijn ouders gingen scheiden. En na een handjevol vreugdeloze uitstapjes in het weekend waarbij ik in een of andere dierentuin of pretpark als overtollige ballast achter hem en zijn nieuwe vriendin aansjokte, besloot mijn vader me maar gewoon helemaal niet meer op te halen. Mijn hart was gebroken.
Wat volgde, was een beetje de omgekeerde wereld. In plaats van dat mijn moeder mijn vader bij me weghield om hem te straffen omdat hij haar maandenlang had belazerd, smeekte ze hem om zijn bezoekregeling na te komen. Zij was in staat haar eigen gevoelens opzij te zetten in mijn belang, maar mijn 
vader had er gewoon ‘geen zin an’ zoals hij het zo charmant uitdrukte. Als ie een van zijn spraakzame buien had, blafte ie ook nog: ‘Jij wilde toch zo graag een kind?!’ Daar kon mijn moeder – en ik dus – het mee doen. Mijn vader was een echte klootzak. Iets waar mijn moeder helaas te laat achterkwam. Desondanks heb ik best een fijne jeugd gehad, al zorgt zoiets natuurlijk wel voor een flinke knauw in je ziel en is het allesbehalve goed voor je eigenwaarde.’

Rozen voor vergeving

‘Gelukkig kwam mijn moeder drie jaar later 
een schat van een man tegen die als een vader voor me was. Na de geboorte van mijn jongere broertje heb ik me officieel door hem laten adopteren. Daar deed mijn biologische vader geen moment moeilijk over. Het scheelde hem alleen maar alimentatie. Na een hoop gesprekken met een psycholoog ben ik er eindelijk achter dat er niets mis is met mij. Dat ik geen waardeloos kind was. Mijn vader had gewoon nooit kinderen moeten krijgen. Maar aangezien hij dat dus wel deed, vind ik dat er best een stukje compensatie mag staan tegenover het leed dat hij heeft veroorzaakt. En aangezien ik emotioneel niets meer van hem wil – al zou hij het me nu wel willen geven – 
wil ik die compensatie in de vorm van geld.
Mijn vader is rijk. Niet ‘hij hoeft nooit meer te werken’-rijk, maar ‘hij zou nooit meer hoeven werken, al wordt hij zevenhonderd jaar’-rijk. Alleen dat gaat hij niet halen. Hij gaat zelfs de zeventig niet halen. Wat zeg ik? Hij mag al blij zijn als hij er nog zeven maanden is.
Mijn vader heeft alvleesklierkanker en zijn prognose is beroerd. Iets wat hem blijkbaar het licht heeft doen zien, want ineens heeft hij spijt van hoe hij met me is omgesprongen.
Op de een of andere manier heeft hij achterhaald waar ik woon. Er werd een gigantische bos bloemen bezorgd met daarin welgeteld negentien lichtroze rozen. Ik had geen idee, maar later leerde ik dat lichtroze rozen symbool staan voor vergeving. Op het kaartje stond: ‘Een lichtroze roos voor 
elk jaar zonder jou. Nu mijn laatste jaar is ingegaan, hoop ik dat we elkaar weer kunnen vinden. Liefs van (ondanks alles, toch nog) je vader.’ Eronder stond een telefoonnummer.
Gevoel voor drama kan hem niet worden ontzegd. Dat was waarschijnlijk ook wat de blik van mijn moeder, die normaal zo helder was, had vertroebeld toen ze voor hem viel.’

Alleen met zichzelf bezig

‘Het eerste wat ik deed, was de rozen in de kliko gooien. Maar even later ging ik toch terug om het kaartje te pakken. Ik las het nog eens. En nog eens. En hoewel ik ervan baalde, was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Ik had zo ontzettend graag mijn moeder willen bellen om haar om raad te vragen, maar dat ging helaas niet meer. Mijn lieve mama, mijn alles, overleed al toen ik negentien was. Het enige wat ik van mijn vader kreeg, was een standaard condoleancekaart. Ik probeerde te bedenken wat zij in mijn plaats had gedaan. Lastig, want zij was een veel beter mens dan ik ooit ben geweest. Zij was van het ‘iedereen verdient een nieuwe kans’-model. Ik niet. Toch pakte ik – drie overvolle glazen rode wijn later – mijn telefoon. Voordat ik het wist, stuurde ik een appje naar het telefoonnummer op het kaartje. ‘Wat bedoel je met ‘je laatste jaar?’ schreef ik. Een verdere introductie leek me niet nodig. Al binnen een paar minuten had ik een berichtje terug. Een verhaal in vijf delen waarin hij vertelde over zijn diagnose. Pas na drie minuten kwam er nog een appje achteraan waarin stond: ‘En hoe gaat het met jou?’ Goh dacht ik. Hij is niks veranderd. Het ging nog steeds allemaal over hem. Zíjn leven. Zíjn behoeften. Toch reageerde ik niet direct afwijzend toen hij vroeg of ik met hem wilde afspreken omdat hij me zo graag wilde zien. Zijdelings had ik weleens iets meegekregen over zijn zakelijke successen. Ik had hem uit nieuwsgierigheid ook weleens gegoogeld, dus ik wist wel dat mijn zogenaamde vader – of zaaddonor zoals ik hem tegenover mijn vrienden altijd noemde – niet onbemiddeld was. Mijn moeder was destijds veel te lief en 
te trots om een herberekening en daarmee een pittige alimentatie te eisen. Ze bleef braaf tevreden met de fooi die ooit was vastgesteld voordat het geldschip van mijn pa binnen was gevaren. Maar ik ben niet zo lief. Ik vond dat mijn vader best wat te compenseren had. Zijn aandacht waar ik jaren naar had gesnakt hoefde ik niet, maar zijn geld? Dat wilde ik wel.
Nu zal je zeggen: je erft toch sowieso van je ouders? Maar in mijn geval dus niet. Doordat mijn moeders tweede man mij officieel heeft geadopteerd, ben ik nu in juridisch opzicht zijn kind. Hij is mijn echte vader. En zo voel ik dat ook, met heel mijn hart. Maar dat is dus ook de reden waardoor ik niet automatisch recht heb op de erfenis van mijn ‘verwekker.’ De enige manier waarop ik alsnog van hem kan erven, is als hij me zou opnemen in zijn testament.’

Je oogst wat je zaait

‘Zo lief, vergevingsgezind en naïef als mijn moeder was, zo ijskoud en berekenend kan ik zijn. En ik schaam me er niet voor, want dat ben ik alleen tegenover mensen die het ernaar hebben gemaakt. Mijn zogenaamde ‘vader’ valt voor honderd procent in die categorie. 
Hij heeft nooit iets bijgedragen aan mijn opvoeding en ik had tijdens mijn studie soms drie bijbaantjes om mezelf te onderhouden. Er is alleen iets wat ik met geen tien bijbanen bij elkaar kan sprokkelen, en dat is de vervolg­opleiding die ik dolgraag zou willen volgen: Cinematografie, aan de filmacademie. In New York. Het collegegeld van de NYFA bedraagt 30.000 dollar per jaar en en daar komt nog zo’n 15.000 à 20.000 dollar bij aan woonkosten en levensonderhoud. Ik vind dat hij daar best voor mag betalen. Zeker omdat hij zijn geld moeilijk kan meenemen in zijn graf. Ik wist echter ook zeker dat als ik hem dat zo ronduit zou zeggen, ik de erfenis kon vergeten. Ik moest het dus subtiel aanpakken. Dat ijskoude dat ik in me heb, is waarschijnlijk een erfenis uit de tijd dat ik me als klein meisje af moest leren sluiten voor mijn gevoelens, omdat het verdriet om mijn verdwenen vader zo groot was.
Je oogst wat je zaait, papa, dacht ik. En 
typte een appje met het voorstel elkaar te ontmoeten. Hij was dolblij en stelde meteen een dag en een tijd voor, in een peperduur restaurant. Hoewel ik van tevoren wel een beetje zenuwachtig was – ik ben tenslotte ook niet totaal gevoelloos – probeerde ik me te focussen op mijn doel. Op mijn toekomst. En eigenlijk verbaasde het me hoe weinig ik voelde toen ik voor het eerst in negentien jaar tegenover mijn vader zat. Hij was zo anders dan de vader uit mijn herinnering, de vader die ik zo lang had gemist. Niet langer een grote, sterke reus, maar een klein, gelig, mager mannetje dat direct waterige ogen kreeg toen ik aan zijn tafeltje schoof.’

Lees ook
Bijna-doodervaring: Eva kreeg een hartaanval toen ze met haar dochter op de markt liep

Geen spat veranderd

‘Die middag liep hij helemaal leeg. Over hoe zijn naderende dood hem de ogen had geopend over wat er werkelijk telde in het leven. Dat hij zo graag de kans zou willen krijgen om me te leren kennen. Heel even had ik zelfs de indruk dat hij echt was veranderd. Dat hij in staat was om naar zichzelf te kijken 
en zou kunnen erkennen dat hij fout had gehandeld. Een heel kort ogenblik voelde ik me zelfs weer dat kleine meisje dat zo naar de liefde van haar vader had verlangd en was ik bereid hem in mijn hart te sluiten. Ik vergat zelfs mijn hele plan toen ik geëmotioneerd vroeg of hij er spijt van had dat hij al die jaren met mij had weggegooid en me gewoonweg in de steek had gelaten. Maar zijn reactie deed werkelijk elke twijfel die ik nog over mijn plan had binnen een milliseconde wegsmelten.
‘Nee, eigenlijk miste ik je toen niet,’ zei hij. ‘Je was destijds een soort kloon van je moeder. En ik kon werkelijk geen seconde langer bij haar in de buurt zijn, met dat zwakke karakter van haar. Het spijt me meid, want ik weet dat je van haar hield en ze heeft je goed groot­gebracht. Maar ik kon er echt niet tegen, dat weeïge gedrag altijd. Het was natuurlijk niet voor niets zo dat ik voor een ander viel, al bleek dat ook een verschrikkelijk mens. Maar zij had tenminste een stel mooie benen, haha!’

Beter mens dan hij

‘Vraag niet hoe, maar het lukte me om mijn gezicht in de plooi te houden. Mijn moeder zwak? Goed, dan zou ik laten zien dat ik dat niet was. Ik was vastbeslotener dan ooit. Ik slikte het brok in mijn keel weg en vroeg: ‘Misschien kunnen we elkaar alsnog leren kennen in de tijd die we nog hebben?’ Mijn vader zei direct dat het hem geweldig leek. Ik heb de rest van ons etentje naar de succesverhalen over zijn werk geluisterd. Toen ik thuiskwam, gooide ik al mijn eten er weer uit. Direct daarna schoof ik achter mijn laptop en googelde: ‘prognose alvleesklierkanker.’ Die bevestigde wat hij me eerder al had verteld.
Een halfjaar toneelspel, zodat ik mijn droom waar kon maken. Dat zou me wel lukken. Tenslotte is er maar één ding dat mijn vader lijkt te respecteren. Tomeloze ambitie. Dat ik over die kwaliteit beschik, zal ik hem laten zien. Door het hem te vertellen, stukje bij beetje in onze gesprekken. Terwijl ik met hem wandel, zijn medicatie ophaal bij de apotheek en meega naar zijn afspraken in het ziekenhuis. Natuurlijk zal ik af en toe laten vallen dat het me vreselijk zou helpen als ik gewoon weer word opgenomen in zijn testament.
Mijn plan lijkt te werken. Pas geleden zei hij dat hij een afspraak met de notaris had gemaakt om alles nog eens extra goed te regelen. 
‘Ook voor jouw acteercarrière,’ zei hij met een knipoog. Hij heeft dus niet eens geluisterd naar wat ik precies wil gaan doen. Hoewel het met het acteren volgens mij prima gaat, want om mijn nieuwe leven in de VS veilig te stellen ben ik bereid om over lijken te gaan. Dat van mijn vader, welteverstaan. En ach, zo geef ik hem toch een paar leuke laatste maanden.
Ondanks alle zogenaamde vrienden die hij tijdens zijn leven om zich heen had verzameld, zijn er nu nog maar bitter weinig mensen die zich om hem bekommeren. Uiteindelijk maakt het dus geen zier uit hoeveel geld je hebt, maar gaat het erom wat voor gevoel je mensen geeft. En dat ik hem nu een goed gevoel geef, zelfs zonder het te menen, maakt mij alsnog een beter mens dan hij.’ •

Tekst: Vivienne Groenewoud