Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Direct na de huwelijksreis zei ik dat ik bij hem weg wilde en iedereen vond mij een vals kreng

Direct na de huwelijksreis zei ik dat ik bij hem weg wilde en iedereen vond mij een vals kreng

Direct na de huwelijksreis zei ik dat ik bij hem weg wilde en iedereen vond mij een vals kreng

‘De ochtend van ons huwelijk voelde ik me misselijk. Ik wílde hier niet zijn. Ik wilde mijn trouwjurk niet aantrekken, ik wilde niet naar beneden, naar de familie en vrienden die op me stonden te wachten. En bovenal wilde ik niet naar Jef, die over een paar uur mijn man zou zijn.

Ik had toen moeten zeggen dat ik het wilde afblazen. Ik had anderhalf jaar eerder, toen Jef me vroeg, moeten zeggen dat ik eigenlijk niet wilde trouwen.

Tweeëntwintig was ik, toen ik hem leerde kennen. Ik had net een relatie achter de rug, mijn flirt met Jef was eerder een vlucht om mijn eerste liefde te vergeten. Niet dat dat echt lukte, ik merkte aan alles dat het met Jef niet was zoals met mijn ex. Wat ik met hem had beleefd, was zo intens en zo vol passie geweest. Terwijl ik die gevoelens voor Jef helemaal niet had. Maar ja, mijn ex had me bedrogen – meteen ook de reden van onze breuk – dus ik had mezelf voorgenomen dat ik het anders zou aanpakken. Geen passie meer, want daar verloor ik mezelf in. Een beetje meer met het verstand, dát had ik nodig. Dus toen Jef mij mee uit eten vroeg, stemde ik in. Ook al was hij mijn type niet en voelde ik geen vlinders in m’n buik. Hij was een lieve jongen. Rustig, beheerst, zacht. Nét wat ik nodig had.

Het ging ook goed tussen Jef en mij. We maakten geen ruzie, hij was het altijd met me eens. In het begin vond ik het heerlijk, zo’n rustige relatie. Maar na een tijd begon het te irriteren. Er was geen ruzie, maar er kwam ook geen initiatief van Jef. Als ik hem vroeg wat hij wilde doen, was zijn standaard antwoord: ‘Wat wil jij?’ Hij ergerde me. Maar ik vond het ook verwend van mezelf. Hoe hard had ik niet gehuild om mijn ex? Moest ik niet juist blij zijn met een jongen die zo lief voor me was? Dus gingen we verder. Het stemmetje van onvrede dat ik hoorde, legde ik het zwijgen op met: geen enkele relatie is perfect.’

Cold feet

‘Drie jaar later zaten we op Oudejaarsavond bij vrienden. Jef stond op. Ik voelde me rood worden toen hij op één knie ging zitten. Te midden van onze vrienden vroeg hij me ten huwelijk. Ik dacht niet na, zei gewoon ‘ja’. Hij had me zo verrast met zijn vraag, iedereen stond te kijken, hoe had ik nee moeten zeggen?
Ik blokte de gedachte dat het niet helemaal goed zat tussen ons. Tijdens avonden waarop we iets te veel dronken, dacht ik wel: ik moet hiermee stoppen, ik hou niet van deze man. Dat was de waarheid. Maar de volgende ochtend gooide ik het op de drank en ging ik gewoon verder. De week voor ons huwelijk kreeg ik écht twijfels. Elke avond ging ik slapen met de gedachte dat ik de volgende ochtend écht met Jef zou praten. Dan nam ik me voor om het huwelijk af te blazen. Het zou meteen het einde van onze relatie betekenen, maar ik zou me 
wel redden. In het donker bedacht ik allerlei toekomstscenario’s. Ik zou een leuk appartementje zoeken, de tijd nemen om bij te komen en genieten van het vrijgezellenleven. Ik keek ernaar uit, had er zin in. Maar als ik dan ’s morgens opstond, hield ik mijn mond. Ik kon het gewoon niet. Ik wilde Jefs hart niet breken. Hij zou het niet begrijpen. Niemand zou het begrijpen. Inclusief ikzelf. Want Jef was écht een heel lieve, zorgzame man. Wat maakte het uit dat er geen passie was?

Ik hield mezelf voor dat het gewoon pre-huwelijksstress was. Cold feet. Een vriendin vroeg me of ik geen twijfels had. Toen ik heel aarzelend – maar stiekem blij dat ik eindelijk over mijn angst voor de trouwerij kon vertellen – toegaf dat ik niet helemaal zeker was, zei ze euforisch dat het heel normaal was. ‘Da’s een héél goed teken! Ik twijfelde ook, en kijk naar ons, bijna zes jaar getrouwd!’ straalde ze. Ik wilde zo graag geloven dat ik over zes jaar ook zo euforisch zou zijn over mijn huwelijk. Ik wilde zo graag gewoon gelukkig zijn. Ik legde de twijfels over mijn huwelijk niet bij Jef, maar bij mezelf. Kon ik nooit eens blij zijn met wat ik had? Kon ik nooit rust vinden in mijn leven? Ik was zo moe van het eeuwige getwijfel, van het me alsmaar afvragen of dit het nu was.’

Venetië

‘De ochtend van ons huwelijk was het alsof ik van een afstandje naar mezelf keek. Ik voelde ergens wel de spanning toen de visagiste kwam en toen ik mezelf in mijn trouwjurk zag. Ik zag er zo mooi uit, sprookjesachtig haast. En het wás ook een heel mooie dag. Onze familie, onze vrienden, iedereen was er. We dansten, we aten, we genoten. Ook ik. De kater, die kwam de dagen erna. Jef en ik zouden naar Venetië gaan op huwelijksreis, omdat het mij zo’n romantische stad leek. Het was alsof het met een ring om mijn vinger allemaal nog beklemmender voelde: hoe hij altijd naar mij keek om beslissingen te nemen. Hoe er van hem geen enkel initiatief kwam. Hoe weinig we elkaar te zeggen hadden als ik het woord niet voerde…
Onze huwelijksreis was een ontzettende anticlimax. En ook al hield ik mezelf voor dat het kwam omdat ik er te veel van had verwacht, stiekem wist ik dat het kwam doordat ik de fout van mijn leven had gemaakt.

Jef wilde vrijen, terwijl mijn libido compleet weg was. Een keer liet ik hem begaan, ik kon toch niet alsmaar weigeren? Na afloop viel ik huilend in slaap. Ik begreep het zelf niet goed: Jef was mijn man, vrijen hoort bij een relatie. Hoe kon het dan dat ik me zo vies voelde?

Het probleem was dat ik mijn twijfels niet meer kon wegduwen zoals ik dat voor ons trouwfeest wél kon. Toen we thuiskwamen van onze huwelijksreis en ik de sleutel in het slot stak, wist ik dat ik de fout van mijn leven had begaan. Die avond, toen Jef sliep, ben ik op zoek gegaan naar een huurappartement. De volgende dag kon ik er eentje bekijken en heb ik ook meteen het huurcontract getekend. Een paar weken later kon ik erin trekken. Het was officieel, ik had de knoop doorgehakt. Nu hoefde ik het alleen nog maar aan Jef te vertellen en dan aan mijn familie en vrienden.

We zaten te eten toen ik het gewoon zei: ‘Ik ga bij je weg.’ In mijn hoofd had ik het gesprek honderd keer gerepeteerd, ik had al tig keer gedacht: zeg het. Nu! Maar toch was het verschrikkelijk moeilijk. Hij had meteen door dat ik geen grapje maakte en begon te huilen. Vroeg me waarom. Ik zei dat ik niet gelukkig was. Dat het me speet, zo erg speet. Dat ik hem niet had willen kwetsen, maar dat ik hem nu nog harder kwetste door er zo lang mee te wachten. Hij kwam naar me toe en omhelsde me al huilend. Hij bleef maar huilen. Het was verschrikkelijk. Ik heb me nooit in mijn leven zo slecht gevoeld over mezelf.
Ik ben vertrokken met een tas met wat kleren erin. Ik 
kon nog niet in mijn appartement, maar thuis kon ik niet blijven. Ik wist dat ik van gedachten zou veranderen als ik bleef: ik voelde me zo schuldig tegenover Jef.
Ik ging naar mijn ouders, vertelde daar het hele verhaal. Mijn moeder was ‘teleurgesteld’ . Ze was gek op Jef, ze vond me een wispelturig, verwend nest. Mijn vader zweeg, maar ik zag dat hij verdrietig was. Mijn ouders waren elkaars eerste liefde, hij begreep niet dat ik wegging. En dat na iets meer dan een week na ons trouwfeest…’

Single en unhappy

‘Niemand begreep het. Zelfs niet wanneer ik het uitlegde. Als ik hen vertelde over de twijfels die er eigenlijk al vanaf het begin waren, vroegen ze allemaal, zonder uitzondering: ‘Maar waarom ben je dan getrouwd?’ Ik zag dat ze me een kreng vonden, omdat ik Jef, die zo veel van mij hield, zo veel verdriet had gedaan.
Ik kon ze geen ongelijk geven. Ik baalde ook gigantisch van mezelf. Waarom was ik niet gewoon vanaf het begin eerlijk tegen mezelf en tegen hem geweest?
We zijn nu twee jaar verder en ik heb nog altijd spijt van toen. Mijn leven is veranderd, maar niet ten goede. Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik intussen oprecht gelukkig ben. Dan was al dat verdriet niet voor niets geweest. Maar dat is niet zo. Ik ben nog altijd single en niet happy.
Soms denk ik zelfs dat het beter was geweest als ik was gebleven. Jef was echt lief. En op zulke momenten haat ik mezelf. Ik heb zijn leven kapotgemaakt. Via vrienden hoor ik dat hij nog altijd niet over onze breuk heen is. We hebben geen contact meer, dat is zijn keuze. Het doet hem te veel pijn om me te zien. Nee, ik vind mezelf geen fijn mens. En zolang ik zo denk, blijf ik ver weg van een relatie. Ik ben dan misschien ongelukkig in mijn eentje, maar op dit moment vind ik dat ik niet beter verdien.’