Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Diana’s autistische zoon wilde een meisje worden: ‘Er was moed voor nodig, maar het was het waard’

Diana’s autistische zoon wilde een meisje worden: ‘Er was moed voor nodig, maar het was het waard’

Diana’s autistische zoon wilde een meisje worden: ‘Er was moed voor nodig, maar het was het waard’

Diana’s zoon Darren werd geboren met autisme en een licht verstandelijke beperking. Al toen Darren heel klein was, bleek dat hij het liefst een meisje wilde zijn. Een lange weg vol obstakels volgde, maar Diana besloot haar – én Darrens – hart te volgen. “Toen Darren in zijn jurk in de aula verscheen, ging iedereen staan klappen.” 

“Ik vertel dit verhaal namens Darren. En ook een beetje namens mezelf, want ik heb het ook meegemaakt, we hebben dit samen gedaan. Maar Darren kan door haar beperkingen niet zo goed haar verhaal vertellen, dus doe ik het. Want het is een verhaal dat mensen moeten horen. Dus ik ben nu haar stem.

Dat is vroeger ontstaan, toen Darren nog een jongen was. Tot zijn zesde sprak hij niet meer dan drie woorden, door zijn autisme en licht verstandelijke beperking kon hij niet met de buitenwereld communiceren, hij leefde in een fantasiewereld. De eerste anderhalf jaar was er niets aan de hand: Darren was een lieve baby, tevreden, rustig, ontwikkelde zich goed. Toen hij twee was, zeiden ze op het consultatiebureau tegen me: ‘Maar je ziet toch wel dat er iets aan de hand is met jouw kind?’ Ik schrok me kapot. Iets aan de hand? Wat dan?”

Uitzinnige peuter

“Gekropen heeft Darren nooit, maar hij kon al wel wat stapjes zetten. En nee, hij praatte niet, maar goed, dat zou nog wel komen, toch? Maar langzaam maar zeker ging ik inzien: ze hadden gelijk. Geleidelijk aan werd het moeilijker. Hij schreeuwde veel, huilde veel, sliep niet meer. Ik had een woedende peuter in huis, continu, die niet praatte maar gilde. We kwamen in een mallemolen terecht. Ik weet nog dat er mensen over de vloer kwamen om Darren testen af te nemen om te kijken hoe hij zou reageren op bepaalde prikkels. Die testen konden niet worden afgenomen: Darren werd uitzinnig en dan had ik weer een halfuur lang een totaal overstuur en trillend kind in mijn armen, nat van het zweet. Toen had ik niet meer de illusie dat er niets aan de hand was.

‘Er was moed en heel veel liefde voor nodig, maar het was het waard’

Darren bleek autistisch te zijn en hij had een ontwikkelingsachterstand van anderhalf jaar. Het was heftig. Mijn man en ik lagen toen in scheiding, hij was niet de biologische vader van Darren, en ik had nog een oudere dochter, Carmen. Ik stond er nagenoeg alleen voor, woonde ook alleen met mijn kinderen. Darren moest naar een medisch kinderdagverblijf. Daar schrik je van, als ouder, als je zoiets hoort. Het grootste probleem was dat Darren in een fantasie-wereld leefde. Hij was altijd Pippi Langkous, Assepoester of Sneeuwwitje. Als ik aan hem vroeg of hij kwam eten, stoorde ik hem tijdens zijn spel: Sneeuwwitje wilde niet aan een tafel zitten, Sneeuwwitje was in haar prinsessenjurk in het bos aan het dansen. Dan liet hij zich op de grond vallen of sloeg hij met zijn hoofd tegen de muur.

Ik wist niet meer wat ik moest doen. Soms deed ik er ook aan mee: het was de enige manier om contact met mijn kind te maken. Dan at Darren een hap van de appel uit de fruitschaal, viel hij neer en moest Carmen of ik hem wakker kussen. Dat heeft ook wel iets moois, maar het werd ingewikkelder toen hij óók in de supermarkt een appel uit het schap pakte, erin beet en dood neerviel. Wat ik ook deed – huilen, smeken, roepen, trekken – Darren stond niet op. Alleen als ik hem een kus gaf. In het begin schaamde ik me, maar al snel zette ik me daar overheen. Carmen had er meer moeite mee, ze was toen een puber.”

‘Ik meisje! Ik meisje!’

“Vanaf zijn tweede kreeg Darren enorm veel interesse in meisjesspullen. Hij hing altijd om de juffen heen die de langste haren hadden en de meeste sieraden droegen. Als hij thuiskwam van school, deed hij alles om zijn armen wat hij kon vinden, zodat het leek of hij ook armbanden omhad, of hij hing elastiekjes als oorbellen in zijn oren, of legde een boa op zijn hoofd, alsof hij lang haar had; hij was heel creatief. Hij wilde ook alleen maar spelen met de barbies, niet met auto’s, en trok mijn schoenen met hakken uit de kast om erop te lopen. Als ik met hem door de Etos liep, stak hij altijd wel stiekem een haarspeldje of een roze elastiekje in zijn zak.

Zeggen ‘ik ben een meisje’ kon hij niet, want hij praatte niet. Hij had zijn eigen taal, zei bijvoorbeeld:  ‘Piema piema’, en dan wisten wij dat hij zijn speen wilde. Hij gebruikte totaal andere woorden en dat maakte ook dat hij gekke dingen deed om uit te drukken wat hij voelde. Toen ik hem een keer in bad deed, probeerde hij zijn geslachtsdeel eraf te trekken. Hij was toen drie jaar, ik had nog nooit een kind zoiets zien doen. Hij riep:  ‘Ik meisje, ik meisje!’  Toen zei ik:  ‘Nee, kijk maar, Darren heeft een plassertje.’  Toen draaide hij door. En met doordraaien bedoel ik: gillen, schreeuwen, nog harder trekken aan zijn plassertje. Ik moest hem echt vasthouden. Dan huil je, als moeder. En dan weet je ook:hier klopt iets niet.

Ik was zo verbijsterd dat een kind van die leeftijd zijn geslacht eraf probeerde te trekken. Ik kon het niet geloven. Maar professionals wuifden alles weg als  ‘een fixatie vanuit het autisme’. Daardoor ging ik ook denken dat dat ‘meisjesgedeelte’ misschien wel bij zijn fantasiewereld hoorde. Dus bleef ik, op advies van de psychiater en de orthopedagoog van zijn school, jongenskleren voor hem kopen. Ik moest zijn fantasie begrenzen. Ik hield me vast aan die adviezen omdat ik een goede moeder wilde zijn, en die mensen, die zouden het wel weten, zij hadden ervaring en kennis.”

Lees ook
Anne-Maartje (42) verloor haar derde kindje: ‘In een rouwproces ben je altijd alleen’

Tegen alle adviezen in

“Het ging steeds slechter met mijn kind. Hij kon niet meer slapen, wilde niet meer alleen zijn. Ik had een kind van zes, maar moest er continu bij zijn. Ik kon hem niet geruststellen. Naarmate hij ouder werd, verzette hij zich steeds meer tegen de stoere jasjes en jeans die ik met hem wilde kopen. Hij rende dan huilend naar de meisjesafdeling van de H&M. Ook als hij naar de kapper moest voor een kort koppie, begon hij te huilen. Ik kon het alleen nog goedmaken door een van zijn haarlokken blauw te laten verven, want dat was voor hem oké: met een blauwe lok was hij net een zeemeermin. In mijn hart groeide het besef: volgens mij is dit niet alleen zijn autisme. Volgens mij voelt hij zich echt een meisje.

Ik ben er ruimte voor gaan maken, tegen alle adviezen in. Via een maatschappelijk werker die zelf ook transgender is, belandden we bij de genderpoli in het VUMC in Amsterdam. Darren was toen zes jaar. Ze vonden het erg extreem gedrag voor zo’n jong kind en we spraken af dat we om de paar maanden zouden bellen over hoe het ging omdat ze Darren nog te jong vonden om een traject in te gaan. Met zijn biologische vader overlegde ik wel, maar we zaten nooit echt op één lijn. Dat was lastig, pijnlijk zelfs. Maar ik kende mijn kind inmiddels goed genoeg om te zien dat er iets moest gebeuren. Darrens zus zag het ook. Ze was negen jaar ouder dan hij, het was soms pittig voor haar om een broer te hebben die zo worstelde.

Op school stagneerde Darren. Er kwam niets uit zijn handen. Medicatie was de laatste optie. Om uit die fantasie-wereld te komen en een beetje meer te aarden in deze wereld. Het was onze laatste hoop, dus ik zei: oké, we doen het. Antipsychotica hielpen Darren. Hij werd rustiger, zijn angsten verdwenen, hij was meer in het hier en nu, hij had het niet meer over Assepoester of Sneeuwwitje, keek geen Disneyfilms meer. Maar één ding bleef, en dat was dat Darren zei: ‘Ik wil echt een meisje zijn.’  Toen ben ik naar de Shoeby gegaan, ik weet het nog heel goed. We kochten meidenkleren voor hem die hij in de weekenden en ’s avonds mocht aantrekken. Ik had het gelukkigste kind van de wereld.”

Het hele interview lees je in Flair 39-2021. Deze ligt t/m 5 oktober in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief

tekst Lisanne van Sadelhoff | fotografie Ester Gebuis