Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Margot zegt haar baan op en wordt thuisblijfmoeder: ‘Welke moeder vindt het moederschap nou niet zo denderend?’

Margot zegt haar baan op en wordt thuisblijfmoeder: ‘Welke moeder vindt het moederschap nou niet zo denderend?’

Margot zegt haar baan op en wordt thuisblijfmoeder: ‘Welke moeder vindt het moederschap nou niet zo denderend?’

Vier dagen per week werkt Margot, moeder van twee kleine kinderen. Altijd maar racen en schipperen, zelden echt volle aandacht voor haar jongens. Daarom neemt ze een besluit: ze stopt een jaar met werken om fulltime te gaan moederen en wordteen thuisblijfmoeder.

Fulltime thuisblijfmoeder

Vóór ik begin, wil ik graag benadrukken dat ik veel van mijn kinderen hou. Ik zou diep ongelukkig worden als we nooit meer bij elkaar zouden zijn. Dat gezegd hebbende: mijn jaar als fulltime thuisblijfmoeder was het zwaarste jaar van mijn leven. Ik had al wel het vermoeden dat ik niet de beste moeder ter wereld was, sterker nog: ik vond het moederschap vaak helemaal niet zo leuk. Mijn vaste mamadag op maandag, toen ik nog werkte, vond ik vaak saai en vermoeiend tegelijk. Op de grond spelen met Duplo, auto’s of K’nex, eindeloos van het buurtglijbaantje af… mèh.

Ik genoot heus wel van voorlezen en samen koekjes bakken, maar als peuter Berend en kleuter Simon (toen bijna twee en vier) eenmaal op bed lagen en ik ze op dinsdag weer bij de kinderopvang afleverde, ging er vaak ook een zucht van verlichting door me heen. Daarover voelde ik me natuurlijk schuldig: welke moeder vindt het moederschap nou niet zo denderend?

Misschien, dacht ik, mis ik iets doordat ik vier dagen per week werk. Misschien gun ik mezelf te weinig tijd om alle kleine, bijzondere momenten te zien. Mijn eigen moeder was tenslotte thuisblijfmoeder geweest en die vond het de mooiste tijd van haar leven, zei ze altijd. Bovendien betwijfelde ik al lange tijd of mijn kinderen het er nou wel zo leuk hadden, daar op hun kinderdagverblijf. Ja, ze hadden lieve, energieke leidsters, ze leerden er samen spelen, delen en groente eten die ze thuis onmiddellijk walgend weggeduwd zouden hebben.

Moderne ouders

Maar hoe prettig voelden mijn zoontjes zich echt in de kakofonie van geroep en gepoep? Was drie lange dagen opvang werkelijk optimaal voor een kleuter en een peuter?  “Maar ja, er zit nou eenmaal niks anders op,”  zei hun vader dan als we ’s avonds samen theedronken en ik mijn twijfels weer eens uitsprak. Inderdaad: we zouden allebei blijven werken, hadden we al voor de geboorte besloten, want dat doen moderne ouders natuurlijk.

Maar ik dacht steeds vaker: wat als er wél wat anders opzit? Als ik me er nou helemaal in stort, in dat moederschap, zou ik Simon, mijn ingewikkelde oudste met zijn boze buien, dan beter gaan begrijpen? Als ik al mijn tijd daadwerkelijk met mijn kinderen zou doorbrengen, zou er dan minder gehaast zijn en meer tijd voor eindeloos voorlezen, fietsen, geiten aaien en kastanjes zoeken? En vooral: zou ik er dan meer van gaan genieten en een lievere, geduldigere moeder worden die minder vaak in woede uitbarst?

“Ben je gek geworden?” zeiden vrienden en collega’s. “Je hebt nu toch het beste van twee werelden? Bovendien, als je nieuwe schoenen wilt, ga je daar dan echt om vrágen bij je man?” Maar ik wist het zeker, ik wilde een betere moeder voor mijn kinderen worden, eentje die in elk geval had geprobeerd om het moederschap geweldig te vinden. En dus zegde ik mijn opdrachtgevers af, zette mijn hakken achter in de kast en schreef mijn kinderen uit bij het kinderdagverblijf.

Mijn keuze

Drie maanden later. Het is een prachtige zomerdag, maar ik ril van de kou. Net heb ik – na een enorme woede-uitbarsting van Simon die eindigde met een klap in mijn gezicht – mijn geduld verloren en hem veel te hardhandig in de gang gezet. Nu zit hij op de mat te huilen, ijsbeert Berend ongerust door de kamer en giert de adrenaline door mijn lijf, terwijl ik me afvraag: als dit is wat mijn thuisblijfmoederschap met ons doet, is het dan wel zo’n goed idee?

“Je hebt hem iets te hard neergezet,” zegt mijn man als ik het ’s avonds beken,  “zo erg is dat toch niet?” Maar ik denk: je begrijpt het niet. Dat denk ik tegenwoordig wel vaker. Na een hele dag met de kinderen snap ik precies welk verhaal ze hun vader bij het avondeten proberen te vertellen en zie ik tot in de kleinste details hoe aandoenlijk Berend zijn Duplopopjes elkaar laat redden als ze bijna van tafel vallen.

Lees ook
Jennifer Hoffman over moederschap: ‘Hoe moet dat dan met borstvoeding?’

Ik begrijp, na honderden uren observatie, dat Simon met een grapje misschien wél zijn bord zou leegeten in plaats van met een boze opmerking, en ik zie zijn hap macaroni al vallen voor het daadwerkelijk van zijn lepel kukelt. Maar mijn wederhelft praat maar door over zijn werk. Hij lijkt blind voor de kleine kinderdingen die ineens mijn realiteit bepalen, terwijl ik moeite moet doen om me te concentreren op zijn verhalen over collega’s. Soms vrees ik dat dit experiment ons uit elkaar drijft, even onherroepelijk als twee continenten die ooit aan elkaar vastzaten.

Zijn jullie liever fulltime aan het werk of een thuisblijfmoeder?

Het hele artikel lees je in Flair 41-2021. Deze ligt t/m 19 oktober in de (online) schappen. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Illustratie: Lobke van Aar