Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Cynthia veroorzaakte een dodelijk ongeluk: ‘Ook al ben ik
 vrijgesproken,
 het schuldgevoel blijft’

Cynthia veroorzaakte een dodelijk ongeluk: ‘Ook al ben ik
 vrijgesproken,
 het schuldgevoel blijft’

Cynthia veroorzaakte een dodelijk ongeluk: ‘Ook al ben ik
 vrijgesproken,
 het schuldgevoel blijft’

De Vlaamse Cynthia Buyse (34) veroorzaakte een dodelijk ongeval. En ook al werd ze definitief vrijgesproken door de rechtbank, haar leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Tekst: Amanda van Schaik

Februari 2016

‘Na mijn werk rijd ik naar huis. Het is een uur of vijf ‘s middags en nog licht. De benzinemeter geeft aan dat ik moet tanken. Dat wilde ik eigenlijk al eerder doen, maar ben ik vergeten. Na het tanken rijd ik weg van het benzinestation en wil links afslaan. Hiervoor moet ik een weg oversteken waar een file staat. Ik kijk, links, rechts, links. Een vrouw in een donkere auto laat me voor. Ik kijk weer – links, rechts, links – en langzaam trek ik op. Ineens is er een enorme knal. Het voelt alsof mijn auto ontploft, maar het zijn alleen de airbags. Ik open mijn portier, stap uit en val. Iemand helpt me overeind en ondersteunt me terwijl ik naar de overkant strompel. Ik kijk voor me en zie iemand liggen. Meters voorbij mijn auto. Ik schreeuw en wil ernaartoe lopen maar word tegengehouden door een aantal mensen.
Ik word naar een winkeltje gebracht waar ik ga zitten en mijn vriend bel. Ik ben maar een paar minuutjes van ons huis en hij is er in een mum van tijd. Hij wil weten wat er is gebeurd, maar ik weet het niet. De politie komt, ik vraag wat er aan de hand is met degene die daar ligt. Niemand vertelt me iets. Ik word meegenomen in de ambulance en naar het ziekenhuis gebracht, mijn vriend volgt met zijn auto. Daar onderga ik allerlei onderzoeken, maar er wordt niet onmiddellijk iets gevonden. Ik leg een verklaring af bij de politie en doe een ademtest waaruit blijkt dat ik geen alcohol heb gedronken. De persoon die ik zag, was een motorrijder die tegen mijn auto is geknald, wordt me verteld. Ik begrijp het niet, ik heb hem niet gezien. Een paar uur later hoor ik van de spoedarts dat de motorrijder ter plaatse is overleden. Ik huil, schreeuw. Ik heb iemand aangereden en die is dood. Ik krijg een kalmeringsmiddel toegediend en mijn vriend brengt me naar huis.’

Repeterende film

‘De eerste dagen na het ongeluk huilde ik bijna non-stop. Ik was ontroostbaar. Ik voelde me enorm schuldig. Keer op keer speelde het gebeurde zich voor mijn ogen af. Ik ben altijd een voorzichtige rijder geweest, maar had ik dan toch niet goed gekeken? In de krant las ik over het slachtoffer. Een 49-jarige man, met een vriendin. Een man die er niet meer was, door mij. Ik wist niet waar ik terechtkon met mijn emoties. Slachtofferhulp is voor slachtoffers van een verkeers­ongeval. Niet voor veroorzakers. Mijn moeder had van slachtofferhulp de naam en het nummer van de vriendin gekregen. Zodat ik eventueel met haar kon afspreken. Zodat ik kon vertellen dat het nooit mijn bedoeling was geweest. Om te zeggen dat het me spijt. Om uit te leggen wat er was gebeurd. Mijn moeder belde haar en de vrouw vertelde dat zij en hij geen relatie meer hadden en dat ze geen contact met me wilde. Ik wil er niets mee te maken hebben, zei ze, het is gebeurd en ik neem je dochter niets kwalijk.
Ik nam het mezelf wel kwalijk. Net zoals mijn moeder: die was erg geschrokken en ging ervan uit dat ik iets verkeerds had gedaan. Mijn vader was heel nuchter: dit soort dingen gebeuren nu eenmaal, ook al rijd je goed, en: wat is gebeurd, is gebeurd. Mijn goede vrienden stuurde ik een krantenartikel over het ongeval met de instructies: lees het, heb je vragen, mail me dan want ik kan er niet over praten. Ik kreeg lieve kaarten en berichten van hen. Met reacties als: je kon er niets aan doen; wrong time, wrong place, je bent niet schuldig. Op dat moment had ik daar weinig boodschap aan, de rechter zou besluiten of ik schuldig was of niet. Wanneer de rechtszaak zou plaatsvinden, wist ik niet. Ik wilde weten waar ik aan toe was, maar hoorde niets van de rechtbank. Ik vroeg aan de politie wat me te wachten stond en kreeg te horen dat eerst het dossier zou worden opgebouwd. Daarna zou ik bericht krijgen. Mijn vriend steunde me enorm. Ik had niet geweten wat ik zonder hem had gemoeten. De eerste week na het ongeluk nam hij vrij om me bij te staan. Ook al praatten we er niet veel over, het hielp me wel. Hij was er voor me. Op maandag gebeurde het, op donderdag zat ik weer achter het stuur. Huilend. 
Ik wilde niet, durfde niet. Mijn vriend zei: ‘Als je nu niet gaat rijden, dan ga je nooit meer rijden.’ Het was rustig op de weg. Ik reed als een slak, 30 kilometer per uur. Op de terugweg reed mijn vriend.’

Lees ook
Brief van de Week: ‘Door een akelig ongeluk werd mijn lieve vriendin uit ons leven gerukt’

Diepe val

‘Na een week thuis te hebben gezeten, ging ik weer aan het werk. Op het moment van het ongeval werkte ik net drie maanden als verzekeringsagent. Na mijn terugkomst had ik concentratieproblemen – het ongeval bleef door mijn hoofd spoken. Ik werd ontslagen met als reden dat ik niet meer aan de eisen voldeed. Heel gek, want vlak voor het ongeval kreeg ik nog een positieve beoordeling. Ik vermoed dat ze van me af wilden, ze waren bang dat ik in de ziektewet terecht zou komen en daar financieel niet voor op wilden draaien. Ik kwam thuis te zitten en viel heel diep. Hele dagen zat ik op de bank te piekeren en huilen. Wat gaat er met me gebeuren? Word ik aangeklaagd? 
Ik werd verteerd door schuldgevoel en sliep nauwelijks. Mijn huisarts verwees me door naar een psychiater. Die luisterde naar mijn verhaal en schreef me emotie-onderdrukkende medicatie voor. Dat hielp, ik was niet meer de hele dag aan het malen en huilen en kon zonder meteen emotioneel te worden praten over het ongeval. Hij verwees me ook door naar een psycholoog die me hielp bij het verwerkingsproces. Nu lukte het me ook om te praten met mijn vrienden, zonder meteen te verzanden in verdriet. Die luisterden naar me zonder te oordelen, gaven me een knuffel. Weten dat ik niet alleen was, voelde goed.’

Opborrelende woede

‘In november werd ik gedagvaard door de rechtbank. Die brief werd gebracht door de deurwaarder. ‘Onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg’ was me ten laste gelegd. Ik mocht naar de rechtbank om het dossier van het ongeval in te kijken. Het was en dikke map met alle verslagen, ook medische, en verklaringen van verkeersdeskundigen. Het slachtoffer reed 78 km per uur op een weg waar je 70 mocht en haalde de file in. Ik reed 11 km per uur. In principe kon ik hem onmogelijk gezien hebben omdat hij heel snel reed, las ik in een verklaring van een deskundige. Ik las verder. Het slachtoffer was onder invloed van alcohol en drugs en had geen motorrijbewijs. Hij reed onverzekerd. Woede borrelde in me op. Ik dacht: wat deed je daar? Onder invloed, zonder rijbewijs? Zonder verzekering? Dan ben je een gevaar op de weg, voor jezelf of andere weggebruikers. Stel dat er een fietser of voetganger had overgestoken. Maar ik werd gezien als de veroorzaker.
Toen mijn moeder het dossier inzag, was voor haar ook duidelijk dat het niet mijn schuld was. Ik had graag eerder geweten dat hij zo snel de file inhaalde en onder invloed was. Ik ging al tien maanden gebukt onder een enorm schuldgevoel. Als ik al eens leuke dingen deed, dacht ik: je verdient dit niet. Vijf maanden na het ongeval ging ik samen met mijn vriend en zijn twee kinderen op vakantie naar Marokko. Een reis die we een jaar daarvoor geboekt hadden. Ook daar was ik er constant mee bezig, het was altijd op de achtergrond. Mijn zinnen verzetten lukte me gewoon niet. Maar ik hield een façade op. Voor de kinderen was het ook niet leuk als ik de hele dag een zuurpruim was, dus ik lachte soms mee. Maar altijd met een wrang gevoel. Toen ik eenmaal wist dat die man daar onder invloed had gereden, hoopte ik dat mijn schuldgevoel minder zou worden maar dat was helaas niet zo. Het was immers de bedoeling dat ik eerder zou gaan tanken, maar dat was ik vergeten. Stel nou dat ik wel eerder had getankt, dan was alles anders gelopen. Ik bleef het moment herbeleven. Wat had ik anders kunnen doen?
In januari 2017, bijna een jaar na het ongeval, begon de rechtszaak. 
Ik had een rechtsbijstandsverzekering en daardoor een advocaat. Tijdens de strafprocedure stelde de voormalige vriendin van het slachtoffer zich op als burgerlijke partij: ze eiste schadevergoeding voor de waarde van de motor en een emotionele schadevergoeding, zij had de motor namelijk cadeau gedaan aan haar ex. En ook de vrouw die me voor had gelaten, eiste een compensatie voor schade aan haar auto. Het worstcasescenario: als ik schuldig zou worden bevonden, hingen me een gevangenisstraf en boete boven het hoofd en zou mijn rijbewijs ingenomen worden. En zou ik een strafblad hebben. Ik was aanwezig bij elke zitting – dit was niet verplicht, maar ik wilde weten wat er precies werd gezegd. Na negen zenuwslopende maanden kwam de uitspraak. ‘U bent vrijgesproken,’ sprak de rechter. De rest herinner ik me niet meer. 
Ik werd overspoeld door emoties. De op­-
luchting was immens. Mij trof geen blaam, het is gebeurd en ik kon er niets aan doen.’

Nasleep

‘De opluchting was van korte duur: er werd hoger beroep aangetekend en er volgde meteen een tweede proces. Een jaar geleden was die uitspraak, waar opnieuw slapeloze nachten aan voorafgingen. Opnieuw werd ik vrijgesproken. Deze keer definitief. Ik heb daarna niets van de eisers gehoord. Twee jaar lang heeft mijn leven stilgestaan. Het ongeval hing als een donkere wolk boven me, elke dag weer. Niet alleen mentaal, ook financieel is het zwaar. Ik kan de kosten van mijn total loss verklaarde auto bijvoorbeeld nergens terugvorderen, omdat de motorrijder niet verzekerd was. En ik heb geruime tijd in de ziektewet gezeten. Sinds april werk ik halve dagen als commercieel medewerker. Ik ben nog erg vermoeid door de nasleep van het ongeval en de rechtszaken. Gelukkig gaat het geleidelijk aan beter. De band met mijn vriend is door het hele gebeuren alleen maar hechter geworden. Op het moment van het ongeval waren we anderhalf jaar samen. Ik was vrolijk, positief en sociaal. Maar lange tijd was er niets van die Cynthia over. Ik was humeurig, ging niet naar feestjes, mocht van mezelf niet lachen. Ik was geen leuk gezelschap. Ik denk dat veel mensen dat niet hadden geaccepteerd en waren weggelopen. Mijn vriend bleef bij me en ik kon altijd op hem bouwen. Daardoor weet ik hoe sterk onze relatie is.’

Delen lucht op

‘Voor mij is het goed om over het ongeluk te praten met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Ze weten hoe het voelt, hoe het is om met een schuldgevoel te leven. Het is fijn om te weten dat ik niet de enige ben die dit heeft doorgemaakt. Daarom heb ik me aangesloten bij Even Zeer, een lotgenotenvereniging voor veroorzakers van een verkeersongeval. Want al zijn wij geen slachtoffers, ook veroorzakers dragen dit de rest van hun leven met zich mee. Ik hoop anderen te helpen. Met een schouderklopje of knuffel, dingen die mij ook hielpen. Vooral niet zeggen: je kunt er niets aan doen. Uit eigen ervaring weet ik dat je daar geen boodschap aan hebt, je gelooft dat toch niet. Ik luister. Ook al zegt iemand tien keer hetzelfde, ik weet dat het oplucht om het te delen. Ik ken mensen die door de pers doodrijder zijn genoemd. Ik ben zo nooit beschreven, ik was Cynthia B.. Dat woord doodrijder is ontzettend pijnlijk en kwetsend. Ik zou mensen op het hart willen drukken dat woord nooit te gebruiken als je de context niet kent. Iedereen heeft een eigen verhaal.

Het schuldgevoel zal altijd blijven, ook al ben ik vrijgesproken, ook al treft mij geen schuld. Het aantal lastige momenten is wel minder nu. In het begin spookte het ongeval constant door mijn hoofd. Ik lag veel wakker en als ik sliep, had ik nachtmerries. Als ik een motorrijder zie of als ik een weg moet oversteken en afslaan, denk ik eraan terug. Om me er vervolgens volledig voor af te sluiten. Dat is de enige manier hoe ik er op dat moment mee om kan gaan. Ik kan mezelf af en toe nog steeds gek maken: als ik daar niet was geweest, was het niet gebeurd. Maar ook: als hij daar niet had gereden, was het ook niet gebeurd. En waarom reed hij daar, zonder rijbewijs en onder invloed van drank en drugs? Ik probeer hier minder over te malen, want zo blijf ik bezig. Nu moet ik vooruitkijken. Ik ben niet anders gaan rijden. Ik was al nooit onvoorzichtig. Ik nam nooit risico’s, keek goed, ook voor het ongeluk. Ik zou de tijd willen terugdraaien, zodat ik er niet was. Maar ik zou niet weten wat ik anders had kunnen doen.
Ik was at the wrong place at the wrong time.’ •

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.