Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Caroline over Donna: ‘Ik heb geen woorden om uit te leggen hoe het voelt als je hoort dat je kind niet meer leeft’

Caroline over Donna: ‘Ik heb geen woorden om uit te leggen hoe het voelt als je hoort dat je kind niet meer leeft’

Caroline over Donna: ‘Ik heb geen woorden om uit te leggen hoe het voelt als je hoort dat je kind niet meer leeft’

Het dochtertje van Caroline Mol (31) en 3JS-zanger Jan Dulles (46) overleed vorig jaar vlak voor kerst door een scheurtje in haar middenrif. Drie maanden na haar overlijden raakte Caroline opnieuw zwanger. Verdriet en geluk gaan hand in hand, deze kerstdagen. “Ik ben vooral blij en heel dankbaar dat we aan tafel zullen zitten met een kleine baby.”

“‘Je moet komen, het is niet goed.’ Jan klopte in paniek op de deur bij de buurvrouw waar ik met mijn zoontje James op bezoek was. Heel even bevroor ik, maar toen hij riep dat ik nú moest komen, rende ik naar de deur. Ik wist dat het om Donna ging. Ze had de hele nacht bij me in bed gelegen. Ze ademde zwaar en kon de borstvoeding niet binnenhouden. Echt zorgen maakte ik me niet. Ze had al drie dagen niet gepoept en had moeite met persen. Heel gek is dat niet voor een baby. Ik had in de ochtend wat pruimensap in haar flesje gedaan in de hoop dat het laxerend zou werken.

Toen ik op het punt stond naar de buurvrouw te gaan, zag ik dat Donna witter was dan normaal. ‘Dit is niet goed, Jan. Bel jij de huisarts? Die kan haar vast wat voor haar darmpjes geven!’ riep ik terwijl ik de deur uitliep. Toen Jan na tien minuten aanklopte, wist ik dat het niet goed zat, maar er was geen haar op mijn hoofd die ook maar de mogelijkheid overwoog dat we onze dochter zouden verliezen. Toen ik de woonkamer inliep en zag dat Donna, mijn kleine meisje van dertien weken, werd gereanimeerd, was ik in shock.

Het was alsof al mijn emoties en gedachten werden uitgeschakeld. Ik huilde niet, ik praatte niet. Het enige wat ik kon was in mezelf herhalen dat het goed zou komen. Dat er niks aan de hand was. Dat ze gisteren nog lag te spelen in de box. Dat dit niet echt was. De huisarts zei: ‘Dit mag hij niet zien’, wijzend naar James die toen één was. Op de automatische piloot liep ik met hem de trap op naar zijn kamer. Daar belde ik mijn ouders die zouden komen oppassen. ‘Je hoeft niet te komen, hoor ma, het is niet meer nodig,’ zei ik verdoofd. Ik wilde niet dat ze het zouden weten. Maar ze hoorden de sirenes en de commotie op de achtergrond.

‘Jan wist dat ze al was overleden in zijn armen. Hij voelde het leven uit haar vloeien, maar durfde ’t niet te zeggen’

Het duurde niet lang voor het hele dorp wist dat er bij ons iets aan de hand was. Voor mijn gevoel stonden mijn ouders al binnen een paar seconden voor me om James over te nemen. Ik pakte snel een tasje voor Donna met wat luiers en een knuffeltje. ‘We zijn zo terug,’ zei ik. Onder begeleiding van de politie reden we met loeiende sirenes naar het AMC. Donna in de ambulance, wij erachter in een politiewagen. De agent zei nadrukkelijk: ‘Jullie moeten van het ergste uitgaan,’ maar ik weigerde zijn boodschap te accep-teren. ‘Het komt goed, Jan. Er zijn nu allerlei artsen bezig met ons meisje. Dat is hun werk. Als ze in het ziekenhuis is, komt het goed.’

Jan wist al dat het niet goed zou komen. Hij wist dat ze al was overleden in zijn armen. Hij voelde het leven uit haar vloeien, maar durfde het niet tegen me te zeggen en staarde verdoofd voor zich uit. Het was de langste rit van mijn leven. Ook toen ik Donna in haar blootje op de behandeltafel zag liggen, met allerlei apparatuur en artsen om haar heen, dacht ik nog dat het goed zou komen. Jan en ik zaten op plastic krukjes naar ons meisje te kijken. Nog steeds zonder tranen. Compleet verdoofd.

‘Dit is een nacht- merrie,’ zei Jan. En dat was het. Het was verschrikkelijk. We knepen in elkaars handen in de hoop dat we wakker zouden worden. Pas toen ik de artsen tegen elkaar hoorde zeggen dat Donna’s lichaamstemperatuur onder de 32 graden was gezakt, wist ik het. Ons meisje was er niet meer.”

Echte liefde

“Al zo lang ik me kan herinneren, heb ik de droom gehad om moeder te worden. Ik wilde een jongen en een meisje, het perfecte plaatje. In dat perfecte plaatje werd ik rond mijn dertigste moeder en had ik mijn eigen huis in Volendam, mijn dorp. Toen ik op mijn vijftiende Jan voor het eerst zag spelen in de dorpskroeg, voelde ik: ooit ga ik met jou. Klinkt misschien gek, maar zo raar was het niet. Alle Volendammers zijn fan van de 3JS en ik was echt niet het enige tienermeisje dat een crush had op de leadzanger.

Op mijn negentiende kwam ik hem weer tegen in het dorp en raakten we aan de praat. Geen idee waarover, maar ik weet nog dat ik dacht: oeh, dit is wel écht een leuke man. Verder dan die gedachte ging het niet. Hij had een relatie en ik stond op het punt een huis te kopen met mijn vriend. Jaren later, op de Volendammer kermis, troffen we elkaar weer. Mijn relatie was stukgelopen en ook Jan was dit keer vrijgezel. We wisselden nummers uit en van het een kwam het ander.

Onze eerste date was een ritje door de drive-inn bij de McDonald’s in Purmerend. Vond ik heel grappig. Voor mij was Jan gewoon de zanger uit ons dorp, maar voor de rest van het land was hij beroemd. We konden niet zomaar naar een restaurant gaan, dan zou het internet de volgende dag vol staan met berichten over zijn nieuwe liefde. Maar ook zonder romantische eerste date was het direct raak.

Ik werd verliefd op de man van wie ik op mijn vijftiende al dacht dat hij ooit de mijne zou zijn. Hoe bijzonder is dat? Dit moest wel voorbestemd zijn. Mijn omgeving was er in eerste instantie niet zo enthousiast over. Hij is zestien jaar ouder dan ik en leefde in een heel andere wereld. Ik werkte fulltime bij de viskraam in het dorp, hij speelde voor uitverkochte zalen. Andersom gold voor hem hetzelfde: wat moest hij met zo’n jonge meid? Maar onze verliefdheid woog zwaarder dan andermans mening. We passen supergoed bij elkaar omdat we elkaar aanvullen.

Ik ben emotioneel, Jan is rationeel. Ik praat veel, Jan luistert. En als we ruzie hebben, loopt Jan gewoon weg en is het de volgende dag weer goed. Waar we ook tegenovergesteld in zijn, is onze kinderwens. Jan had nooit een uitgesproken kinderwens. Zijn droom was de muziek, de 3JS groot maken. Hij zei nooit uit zichzelf: ik wil een kindje. We besloten het toch te proberen.

Binnen een halfjaar was ik zwanger. Ouders worden is het bijzonderste dat ons is overkomen. We voelden beiden heel sterk dat niks in het leven ooit nog belangrijker zou zijn dan ons kind. Een jaar na de geboorte van James begon het weer te kriebelen. ‘We zitten nu toch nog midden in de luiers, laten we maar doorpakken,’ zei Jan nuchter. En dat deden we.”

Roze wolk

“Binnen een paar maanden was ik weer zwanger. Stiekem hoopte ik op een meisje, zoals ik het me altijd had voorgesteld. De geslachtsbepalende echo verviel door corona, maar ik twijfelde er eigenlijk niet aan: het was een meisje, ik voelde het aan alles. Toen ik de woorden ‘het is een meisje’ hoorde, barstte ik in huilen uit. Ik ben compleet, dacht ik. We zijn klaar. We hebben een jongen en een meisje, een koningskoppel.

Ik kon mijn geluk niet op. Ze leek precies op mij: donker haar, donkere ogen, donkere wenkbrauwen en met een pittig karakter. We noemden haar Donna, bedacht door de broer van Jan. Ze was een heerlijke baby. Heel vrolijk en ze wilde overal bij zijn. Heel anders dan James, die ik overal kon wegleggen. Het was flink aanpoten met twee kinderen onder de twee jaar én borstvoeding geven, maar ik ben een geboren moeder. Mijn kindjes kunnen bij mij niks fout doen.

En een geluk bij een ongeluk: ik beviel vlak voor de lockdown in oktober vorig jaar. Alle optredens van Jan waren gecanceld, waardoor we veel samen waren als gezin. De eerste maanden van Donna’s leven zaten we op een roze wolk met z’n viertjes. Ik ben nog nooit zo gelukkig geweest: mijn gedroomde man, mijn gedroomde gezin in mijn gedroomde dorp. Ik had mijn perfecte plaatje. Tot het noodlot toesloeg op 19 december.”

Het afscheid

“Ik rende gillend de ziekenhuisgang op. Huilend en schreeuwend werd ik door verpleegsters opgevangen. Ik heb geen woorden om uit te leggen hoe het voelt als je hoort dat je kind niet meer leeft. Die emoties zijn alles verscheurend, verlammend. En ik was vervuld met schuldgevoel. Ik was bang dat ik haar dood had veroorzaakt. Dat het het pruimensap was. Dat er iets mis was met mijn borstvoeding. De rest van die dag is een waas.

Ik weet nog wel dat de arts de familiekamer binnenkwam, waar we zaten met onze ouders en James, met de beelden van de scan. We zagen de omtrek van het kleine lijfje van Donna waarin alle organen op de verkeerde plek zaten. Haar darmen waren door een scheurtje in haar middenrif naar boven gekomen. Zo intens zielig. Het verklaarde waarom ze ’s nachts benauwd was geweest, haar longen werden verdrukt. Ze had geen schijn van kans.

We kregen Donna mee in een roze dekentje en keerden compleet verslagen met haar in onze armen terug naar huis. Een huis dat gevuld was met luiers, speentjes, knuffeltjes en haar wiegje. Een huis dat voor het eerst sinds de geboorte van James was gevuld met stilte. We konden geen woord uitbrengen. Op advies van de begrafenisondernemer is het lichaam van Donna nog dezelfde avond gebalsemd. Zo zouden we haar tot de begrafenis kunnen vasthouden.

Lees ook:
Sergio Vyent verloor zijn moeder en zus en werd vervangen als First Dates-gastheer: ‘Ik kan niet tegen medelijden’

Ik kon er niet aan denken haar op te baren of in een kistje te leggen. De dagen in aanloop naar haar begrafenis ben ik geen seconde van haar zijde geweken. Ze lag in mijn armen of ze lag naast me in bed. Ik heb niet gegeten, niet geslapen en was aan de kalmeringsmiddelen. Als ik er op terugblik, weet ik eerlijk gezegd niet hoe ik het heb overleefd. Ik kon die dagen ook niet voor James zorgen. Ik kon niks.

Donna’s begrafenis op 24 december heb ik amper bewust meegemaakt. Ik was verdoofd. Door medicijnen en verdriet. Ik kon het niet aan. Op kerstavond hebben we direct haar wiegje en box uit huis gehaald. Ik wilde na haar begrafenis wakker worden zonder de directe confrontatie met haar afwezigheid. Het was te pijnlijk. Hoe ik de dagen en weken daarna ben doorgekomen, weet ik echt niet.

Het voelt alsof met het verlies van Donna een stuk van mijn hart is weggehaald. Alsof ik nooit meer zou kunnen lachen, zou kunnen genieten van het leven. Maar met behulp van medicijnen en de gesprekken samen met Jan en onze psychiater hebben we elke dag toch een stapje gezet. James is daarin mijn redding geweest. Hij is de reden dat ik elke dag wakker moest worden. Hij gaf mij de kracht om door te gaan. Ik moest leven voor hem.”

Lees het hele interview met Caroline en Jan in Flair 51-2021, deze ligt van 22 t/m 28 december in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

tekst Jadrike Boels | fotografie Bart Honingh