Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Barbara (26): ‘Als je zo vaak hoort dat je lelijk bent, ga je het vanzelf geloven’

Barbara (26): ‘Als je zo vaak hoort dat je lelijk bent, ga je het vanzelf geloven’

Barbara (26): ‘Als je zo vaak hoort dat je lelijk bent, ga je het vanzelf geloven’

Barbara (26) werd als kind behoorlijk gepest. Tot op de dag van vandaag draagt ze de gevolgen daarvan met zich mee.

Tekst: Vivienne Groenewoud

‘Wanneer ik niet lekker in mijn vel zit en in de spiegel kijk, denk ik: gatverdamme. Dat negatieve zelfbeeld van vroeger komt heel snel weer terug. Ik wéét dat het iets is wat me is aangepraat, maar dat is nu juist het verschil tussen gevoel en verstand. Ik probeer dan altijd maar te benoemen waar ik blij en dankbaar voor ben. Onder andere met hoe ik uit die rottige periode ben gekomen, bijvoorbeeld.
Tegenwoordig ben ik blij met mijn volle lippen, maar vroeger haatte ik ze. Een stel jongens begon in groep drie nare opmerkingen te maken over mijn ‘zoembalippen’. Dat werd door de een na de ander opgepikt en al snel was ik het pispaaltje van de klas. Ik werd uitgescholden voor lelijkerd of ze zeiden: ‘Ga weg met je vieze lippen.’ Omdat ik niets terug durfde te zeggen, was ik een makkelijk slachtoffer. Ook omdat ik andere kleding had dan de rest van de klas. Ik droeg bijvoorbeeld heel wijde broeken, van die tenten. Mijn moeder maakte veel kleding zelf. Voor mij was dat normaal, ik wist niet beter, maar voor mijn klasgenoten was het een reden om me belachelijk te maken. Het begon met schelden en dingen als als laatste gekozen worden met gym.

Dat doet wel zeer, zeker op die leeftijd. Uiteindelijk werd het pesten ook fysiek. Ik werd geduwd, aan mijn haren getrokken. Ik kan me nog herinneren dat als de schoolbel ging, we allemaal een beetje stonden te dringen bij de deur om naar binnen te gaan. Op die momenten werd ik vaak hard in mijn rug geduwd. Als ik dan viel en vroeg wie dat had gedaan, begon iedereen te lachen. Dan kwam ik weer huilend in de klas, moest iedereen lachen en was het van: ‘Ja hoor, Babs huilt weer.’ De leraren gaven de pestkoppen straf. Maar even later begonnen ze toch weer naar me te kijken, te fluisteren of te giechelen. Dat soort dingen gebeurde dagelijks. Ook stond ik tijdens de pauze altijd maar een beetje toe te kijken terwijl mijn klasgenoten aan het spelen waren. Ik mocht niet meedoen. Meestal zat ik maar gewoon in mijn eentje binnen te wachten totdat de pauze voorbij was. Ik weet eigenlijk niet of dat ooit een leraar is opgevallen. Ik ben in elk geval nooit door iemand aangesproken.’

Vaak buikpijn

‘Het duurde niet lang of ik had heel vaak buikpijn. Ik heb geen idee meer hoe het begon. Ik had gewoon buikpijn en vond dat een legitieme reden om niet meer naar school te hoeven. Mijn moeder ging met me naar de dokter die me helemaal onderzocht, maar er werd geen lichamelijke oorzaak gevonden. Uiteindelijk vroeg mijn moeder: ‘Ligt het niet aan hoe het op school gaat?’ Ik heb mijn ouders wel verteld dat ik geplaagd werd en ze zijn ook een aantal keren op school gaan praten, alleen veranderde er niet echt iets. Ik weet dat zij zich heel machteloos hebben gevoeld. Ze deden 
echt hun best, toch hielp dat maar tot op zekere hoogte. Je kunt wel met de leraren praten, maar die zien nu eenmaal niet alles wat er op het schoolplein gebeurt. Dat was bij mij ook zo. Als de pestkoppen zich in de klas koest hielden omdat ze wisten dat er op ze werd gelet, dan pakten ze me gewoon op een ander moment. Er was één leraar die zich echt voor me inzette. Hij zette me bijvoorbeeld vooraan in de klas, zodat ik dicht bij hem zat en hij in de gaten kon houden wat er gebeurde. Maar ook hij kon niet de hele tijd mijn hand vasthouden.’

Aanstellerij?

‘Wat ze precies allemaal deden, weet ik niet meer. Het pesten heeft zo veel impact gehad dat ik de details eigenlijk heb verdrongen. Wat ik wel weet, is wat voor gevoel het me gaf: dat ik me heel lelijk voelde, een vreemde eend in de bijt. En dat ik me continu moest bewijzen. Dat kwam onder andere doordat sommige pestkoppen ineens heel aardig deden, bijvoorbeeld als de leerkracht er iets van had gezegd, en me de volgende dag weer glashard lieten vallen.

Als ik eraan terugdenk, denk ik nog steeds weleens: heb ik me aangesteld? Had ik misschien niet moeten huilen? Was ik echt een watje? Onzin natuurlijk, dat weet ik inmiddels wel. Maar het is echt dat stemmetje van vroeger dat soms opduikt in mijn hoofd als ik even niet oplet. Daar komt denk ik ook het streberige dat ik in me heb vandaan. Ik wil mezelf nog steeds bewijzen.
Als ik me als kind onbegrepen voelde en dacht dat niemand naar me wilde luisteren als ik weer eens werd gepest, liep ik gewoon weg van school. Dan voelde ik me zo opgesloten dat ik in een impuls naar huis rende. Mijn moeder bracht me dan weer terug. Dan volgde er vaak weer een gesprek en ging alles weer gewoon op dezelfde manier door. Het punt was dat we een moeilijke groep hadden. Er zat een jongen met een gedragsstoornis in de klas, en hij drukte een heel groot negatief stempel op de hele sfeer en alle leerlingen.

Op hockey had ik gelukkig wel vriendinnetjes, daar werd ik niet gepest. En bij ons thuis was het ook altijd gezellig. Mijn ouders deden vaak leuke dingen met ons. De relatie met mijn twee jaar jongere broertje is goed en hij had veel vriendjes die vaak kwamen spelen. Ik speelde dan weleens mee. Verder zaten er een paar meisjes in mijn klas die me, als ik weer eens was uitgescholden, kwamen troosten. Maar niemand van hen kwam voor me op als het pesten plaatsvond. Ik vroeg er weleens naar, waarom ze niets zeiden. Dan antwoordden ze dat ze bang waren dat ze zelf gepest zouden worden. Dat begreep ik dan ook wel weer, al stak het wel.’

Lees ook
Pauline: ‘Soms zeggen mannen ronduit dat ze mij te lelijk vinden’

Lesje zelfvertrouwen

‘Ik kon best goed leren, maar ik had dyscalculie waardoor ik achterop raakte met rekenen. Daarom, en omdat mijn ouders me steeds ongelukkiger zagen worden, stuurden ze me in overleg met de leerkrachten naar een andere school. Een school met kleinere groepen, waar ik extra begeleiding kon krijgen voor het rekenen en voor mijn zelfvertrouwen. Iedereen om me heen, de school en mijn ouders, vond dit de beste beslissing voor mij. Zelf was ik aanvankelijk heel verdrietig, bang en nerveus. Hoe kon ik, die er al raar uitzag met mijn zoemba-lippen, het nou gaan redden op een andere school, met vast nog meer mensen die me zouden gaan pesten? Gelukkig bleken mijn zorgen voor niets. Toen ik daar eenmaal op school zat, kreeg ik supergoede begeleiding en trainingen om mijn zelfvertrouwen op te krikken. Mijn cijfers gingen als een raket omhoog, maar het allerbelangrijkste was:

ik voelde me er thuis. Op deze school werd ik geaccepteerd om wie ik was. Voor het eerst sloot ik hechte vriendschappen en kreeg ik een onbezorgde schooltijd. Ik leefde helemaal op.
In de derde klas van de middelbare school ben ik het reguliere onderwijs weer 
ingestroomd, op dezelfde school waar de mensen die mij hadden gepest ook zaten. Ik wist van tevoren dat ik weer met ze geconfronteerd zou worden. Maar in de tussentijd was ik zo veel sterker geworden dat ik dacht: jullie kunnen me wat. Ik zal jullie eens laten zien wie ik ben geworden. Toen ik eenmaal de klas binnenliep, straalde ik blijkbaar zoiets anders uit dat ze niet eens meer hebben geprobeerd me te pesten. Toch bleef er altijd een afstand, een soort van angst was er constant. Maar de gedachte dat ik nu van me af durfde te bijten, heeft me gesterkt op de momenten dat ik het spannend vond om mijn pestkoppen tegen het lijf te lopen.’

Vooruitkijken

‘Het is nooit meer tot een confrontatie gekomen. Ook niet later, via social media of zo. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om die mensen weer op te zoeken en geen van hen heeft contact met mij gezocht. Een jongen die me vroeger heeft gepest, zie ik nog weleens. Hij gaat om met een aantal mensen met wie ik ook omga. Maar ik heb het met hem nooit over het pesten gehad. Ik wil geen oude koeien uit de sloot halen, ik wil juist vooruitkijken.

Op een bepaalde manier ben ik blij dat ik ben gepest. Daardoor weet ik nu hoe sterk ik ben en hoeveel ik aankan. Dat is natuurlijk iets anders dan dat ik er opnieuw voor zou kiezen als ik het over kon doen. Het pesten heeft me gevormd en gesterkt, maar ik heb er ook nu nog weleens last van. Daarom vind ik het superbelangrijk dat hier aandacht aan wordt besteed. Ik denk dat pesten een probleem is dat nog steeds op veel scholen voorkomt zonder dat men het weet. En ik heb het idee dat mensen zich nog steeds niet realiseren hoeveel impact het heeft. Ze zien het als een lolletje, maar hoe kun je iets als een lolletje zien als iemand huilend wegloopt?

Doordat ik zo ben gepest, heb ik soms extra het gevoel dat ik mijn gram wil halen in een discussie. Daar kan ik nog weleens in doorslaan. En ja, dat heeft in het begin ook wel zijn invloed gehad op mijn relatie. Als ik me gedurende de dag ondergesneeuwd heb gevoeld door iemand met een sterke mening, kan ik me daar de hele avond over opwinden. Mijn vriend krijgt het dan over zich heen. Het is puur afreageren wat ik dan doe. Gelukkig gaat hij er goed mee om en vat hij het niet persoonlijk op. Hij weet waar het vandaan komt: het is die oude pijn die stamt uit de periode dat ik het gevoel had dat mijn mening en mijn gevoelens er niet toe deden.’ •

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.