Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Anne (25) wil kinderen, maar is niet zwanger én niet ongesteld. ‘Ben ik al in de overgang?’

Anne (25) wil kinderen, maar is niet zwanger én niet ongesteld. ‘Ben ik al in de overgang?’

Anne (25) wil kinderen, maar is niet zwanger én niet ongesteld. ‘Ben ik al in de overgang?’

Anne (25) heeft een sterke kinderwens. Ze probeert al twee jaar zwanger te raken, maar zonder succes. Na verschillende onderzoeken blijkt dat ze vervroegd in de overgang is.

‘Mijn ogen gleden over het schap met zwangerschapstesten. Ik barstte bijna uit elkaar van opwinding en onderdrukte de neiging om de vrouw naast me bij haar arm te grijpen, die met een ongeïnteresseerd gezicht stond te kijken naar de potjes multivitamines. Ik wilde haar door elkaar schudden en ‘Ik ben zwanger!’ in haar oor schreeuwen. Oké, technisch gezien wist ik het nog niet helemaal zeker, maar het kon niet anders. Na bijna twee jaar vruchteloos proberen was het nu eindelijk zover. Ik voelde het in elke vezel van mijn lichaam.

Vroeger, als ik aan mijn toekomst dacht, zag ik altijd hetzelfde plaatje: ik met een baby in mijn armen. Vriendinnen van mij die eerder behoorlijk ambivalent tegenover het moederschap stonden, hebben nu zelf ook kinderen. Toen de een na de ander een baby kreeg, stak dat, omdat het bij ons maar niet wilde lukken. Dat zou ik natuurlijk nooit toegeven, want iedereen mag van mening veranderen over zoiets ingrijpends als het krijgen van kinderen. Het gebeurt zo veel mensen, zo rond de dertig. En ik gunde het ze ook echt. Maar toch voelde het oneerlijk. Ik had nooit getwijfeld, ik verlangde al zo naar een kind. En uitgerekend ik was degene voor wie nooit een babyshower werd georganiseerd. Als ik het tweejarige dochtertje van mijn vriendin op haar zag aflopen voor een knuffel, ging er een steek door mijn hart. Ik verlangde zo naar een klein mensje dat zijn of haar armpjes naar me zou uitstrekken, ik kon me niet voorstellen dat ik dat nooit zou meemaken. Rik, mijn vriend, stond er wat nonchalanter in. Ik werd soms gek van hem met zijn goedbedoelde clichés. ‘Je bent er te veel mee bezig, misschien lukt het daarom wel niet.’ Hoe vaak ik hem ook duidelijk probeerde te maken dat dat bakerpraatjes zijn, hij was er heilig van overtuigd. Als een boekhouder met een dwangneurose hield ik mijn ovulatie bij. Dat was niet makkelijk, want mijn menstruatie was altijd al onregelmatig geweest. Overtijd was ik wel vaker, daar was ik inmiddels aan gewend. Na een paar keer vals alarm had ik een muur om me heen gebouwd, ik wilde mezelf beschermen tegen de zoveelste teleurstelling. Alleen deze bewuste maand was ik wel heel laat: anderhalve week. Ik kreeg hoop, maar probeerde rationeel te blijven.’

Goed gevoel

‘Ik schoof het doosje met de zwangerschapstest over de toonbank. ‘Volgens mij weet je het al, of niet?’ zei het meisje achter de kassa, terwijl ze in de lach schoot bij het zien van de grote grijns op mijn gezicht. ‘Ach, dat weet je nooit zeker natuurlijk. Maar ik heb er wel een goed gevoel over.’ Ik rekende af en wist niet hoe snel ik naar huis moest rijden. De test in mijn tasje voelde als de sleutel naar een ander leven. Alsof ik eindelijk mijn ticket uit de wachtkamer te pakken had. ‘Vertel me wat ik wil horen,’ fluisterde ik zacht tegen het witte doosje, terwijl ik het in de badkamer tevoorschijn haalde. Ik las de gebruiksaanwijzing. Voor de betrouwbaarste uitslag moest ik testen met ochtendurine, daarin zou de concentratie zwangerschapshormonen het hoogst zijn. Even voelde ik teleurstelling, maar daar zette ik me snel overheen. Wat was nog een halve dag wachten op bijna twee jaar? Bovendien kon ik de rest van de dag onbekommerd van mijn droombeeld genieten.
’s Avonds kregen we eters. Het voelde de hele avond alsof ik een geheim met me meedroeg. Rik merkte op dat ik zo afwezig leek: de gesprekken aan tafel met zijn broer en schoonzus gingen grotendeels langs me heen. Toen ik koffie aan het maken was, voelde ik een pijnlijke tinteling in mijn borsten. Wat is dit? dacht ik. Het was niet de gebruikelijke tinteling die ik voelde als ik ongesteld werd. Dat we bezoek hadden, kon me niet meer schelen. Ik maakte snel twee cappuccino’s en een espresso voor Rik, bracht die naar de woonkamer en zei dat ik nogal last had van hoofdpijn en naar boven ging om even te liggen. Ik had wel vaker last van migraine, dus mijn smoes werd meteen geaccepteerd. Rik vroeg zelfs bezorgd of ik een nat doekje voor mijn hoofd wilde, maar ik zei dat dat niet nodig was. Ik wilde alleen zijn. Alleen met mijn iPad, waarop ik begon te googelen zodra ik in bed lag. Zie je wel. Gevoelige borsten: een van de eerste symptomen van zwangerschap. Zou het dan echt? Toen Rik naar bed kwam, wilde ik hem dolgraag vertellen dat ik een test had gekocht. Maar ik besloot nog even af te wachten. Tot de volgende dag, wanneer ik het zeker wist. Die nacht droomde ik dat ik een kitten vond, ergens in een papieren bootje in een goot. Ik werd wakker om half vijf. Oké, het is ochtend, zei ik tegen mezelf. Ik glipte uit bed, haalde de test tevoorschijn en plaste eroverheen. Ook over mijn handen, maar dat kon me op dat moment niets schelen. Ik legde de test op een stukje toiletpapier en wachtte. Een paar minuten lang ijsbeerde ik door de badkamer en graaide toen de test van het papiertje. ‘Niet zwanger’. De woorden waren zo felblauw dat ze in de witte achtergrond gebrand leken. Ik hield de test anders onder het licht. Was er toch misschien ergens een dun lijntje te zien? Heb ik niet lang genoeg gewacht? Er veranderde niets. Niet zwanger. Ik liep terug naar bed en kroop naast Rik, die nog steeds sliep. Het kon nog, zei ik tegen mezelf. Misschien had ik te vroeg getest? De dagen erna testte ik opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Steeds met hetzelfde negatieve resultaat. Ik snapte er niets van, want ik werd maar niet ongesteld.’

Lees ook
Blowen tijdens de zwangerschap: Christine (42) deed het stiekem

Alleen maar huilen

‘Uiteindelijk vertelde ik het Rik, gepaard met een flinke huilbui. Hij snapte er natuurlijk ook niets van en we besloten naar de huisarts te gaan. Ik had inmiddels ook andere rare verschijnselen, zoals agressieve buien, huilbuien en zweetaanvallen, maar die weet ik aan de stress en teleurstelling. De dokter hoorde mijn verhaal aan besloot een aantal tests te doen. Toen daar niets uitkwam, richtten ze zich op mijn hormoonspiegel. En wat daaruit kwam, was wel het laatste wat iedereen had verwacht. Ik was vervroegd in de overgang. Hoe kon dit? Ik snapte er niets van, ik was pas 25. Het enige wat door me heen ging, was dat mijn grootste wens nooit zou uitkomen. Een gezin zou ik nooit kunnen stichten. Ik liep naar buiten, weg uit die kille spreekkamer, en begon te lopen. Het maakte me niet uit waarheen. Rik belde me wel honderd keer op mijn mobiel, maar ik nam niet op. Links en rechts zag ik vrouwen van mijn leeftijd. Met dikke buiken, bakfietsen met daarin twee of drie kindjes. Ik voelde me een buitenstaander, een oude vrouw in een jonge verpakking.
Na een uur of twee kwam ik enigszins bij mijn positieven en besloot naar huis te gaan. Rik was boos, hij was doodongerust geweest. Gelukkig trok hij snel bij toen hij mijn gezicht zag. Die avond op de bank bleef ik maar huilen, Rik wiegde me als een baby. We durfden het allebei niet over onze toekomst te hebben. Nu nog niet. Wel had hij alvast een vervolgafspraak gemaakt waarin we het zouden hebben over de consequenties van mijn ‘aandoening’.
Ik sloeg me als een zombie door de dagen heen. Het kon toch niet dat er niets aan te doen was? Tijdens de volgende afspraak kreeg ik te horen dat wat mij overkwam, heel zeldzaam was. Slechts twee procent van de vrouwen raakt vervroegd in de overgang. Ik kreeg een lijstje klachten waarmee ik te maken kon krijgen. Botontkalking. Gewichtstoename. Vaginale droogte. Verminderd libido. Hartkloppingen. Gewrichtspijnen. En nog veel meer. Maar al die dingen had ik met alle liefde op de koop toe genomen als niet mijn hele toekomstdroom in één klap was weggevaagd. Het is zo moeilijk uit te leggen hoe het voelt als je hele lichaam verlangt naar een baby. En het allerergste is: dat gevoel luistert niet naar ratio. Nooit.’

Lichtpuntje

‘Om eventuele klachten tegen te gaan, slik ik nu hormoonsupplementen. Die verzachten de lichamelijke ongemakken, maar mijn depressieve gevoelens verdwijnen niet. Ik zou antidepressiva kunnen slikken, maar dat voelt onnatuurlijk. Ik vind het logisch dat ik die gevoelens heb, het zou eerder ongezond zijn als het niet zo was. Ik kamp met een minderwaardigheidscomplex, voel me geen complete, volwaardige vrouw. Hoe vaak Rik ook zegt dat hij ook gelukkig kan zijn zonder een kind. Dat hij van me houdt, en we op een andere manier invulling aan ons leven kunnen geven. Ergens blijft een stemmetje fluisteren dat hij me op een dag verlaat voor een vrouw die hem wel een gezin kan geven. Wanhopig klamp ik me vast aan dat ene lichtpuntje: dat uit een laparoscopie is gebleken dat er niets mis is met mijn baarmoeder. Ik zou nog zwanger kunnen worden door middel van eiceldonatie. Het is een lastige weg, maar wel een die we aan het onderzoeken zijn. Ik ben nog niet klaar om mijn droom los te laten. Om te rouwen om het kind dat ik nooit zal krijgen. Die gedachte is te overweldigend.’ •

Tekst: Vivienne Groenewoud. Dit verhaal heeft eerder in VIVA gestaan.