Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Persoonlijke verhalen > Ontslagen: ‘Hij 
praatte, 
ik dacht alleen maar: 
kut. Nu kan ik in het weekend niets leuks met mijn kinderen doen’

Ontslagen: ‘Hij 
praatte, 
ik dacht alleen maar: 
kut. Nu kan ik in het weekend niets leuks met mijn kinderen doen’

Ontslagen: ‘Hij 
praatte, 
ik dacht alleen maar: 
kut. Nu kan ik in het weekend niets leuks met mijn kinderen doen’

Goed nieuws: de werkloosheid in Nederland blijft maar dalen. En toch zitten er nog steeds 611.000 mensen thuis. Zo ook Mariska.

“Als ik weer eens werkloos ben, kan ik somber worden. In de zomer geniet ik van mijn tuin, maar in de winter denk ik al snel: waarom lukt het niet? Waarom willen ze me niet? Al weet ik het antwoord wel: werkgevers snappen niets van mij. Ik heb een creatieve studie gedaan, een paar jaar als productieleider bij theatergezelschappen gewerkt. Toen kwam de crisis met als gevolg daarvan bezuinigingen in de culturele sector. Daardoor werd ik gedwongen verder dan mijn studie te kijken. Sales, administratie, financiën: ik pas niet meer in een hokje. Leg dat maar eens uit in een brief van een A4’tje.”

“Een paar jaar geleden was ik helemaal klaar met de afwijzingen, dus besloot ik te solliciteren op een baan waarvan ik zeker wist dat ik aangenomen zou worden. Bij een callcenter. Ik wilde gewoon werken, waar dan ook. En een beetje salaris was natuurlijk ook niet mis. Ik kon al snel beginnen en had er zin in. Op de een of andere manier had ik mezelf ervan overtuigd dat ik zelfs daar een verschil zou kunnen maken. Dat was naief. Het was een fabriek, ze hadden overal targets voor. Legde ik een oma uit hoe ze digitale boeken op haar e-reader kon zetten, dan stond mijn baas al snel te gebaren. Afkappen. Duurt te lang. Na acht maanden hield ik het niet meer vol. Ik kwam terug van vakantie en had buikpijn omdat ik weer aan het werk moest. Het voelde alsof mijn hersenen afstierven daar; ik wilde weer zelf nadenken. Ik had zo veel meer in huis, daar moest ik toch iets mee.”

Ik wist genoeg

“De afgelopen tijd heb ik gelukkig weer een paar leuke functies gehad. Op plekken gezeten waarvan ik dacht: hier hoor ik. Maar altijd was het tijdelijk. Ik verving iemand die met zwangerschapsverlof was, of op vakantie. Het lijkt me zo fijn om op een plek te wortelen; dat de telefoon gaat en ik meteen weet waarover het gaat. Dat mensen balen als ik een dag vrij ben, omdat alles dan minder soepel verloopt. Eens in de zoveel tijd vind ik een vacature die helemaal bij me past. Als office assistent bijvoorbeeld. Urenlang kan ik dan puzzelen op mijn brief. Als ik dit woord gebruik, wat denken ze dan van me? Is het niet beter als ik het zo verwoord? Ik word gek van mezelf. Dan moet ik even weg, naar mijn atelier bijvoorbeeld, waar ik mozaïek en sieraden maak. Hoofd leegmaken, verstand op nul en resetten. De volgende dag gaan we weer door. Vacatures zoeken, brieven schrijven en hopen dat er eens een baas komt die door mijn cv heen prikt en meer in me ziet dan een tijdelijke kracht. Die zegt: ‘Jij hebt het in je. Jij blijft.’“Ik stond op, liep naar het kantoor van mijn baas en klopte op zijn deur. ‘Heb je even?’ Hij knikte, dus ik ging tegenover hem aan zijn bureau zitten. ‘Mijn contract loopt bijna af. Ik wil graag weten waar ik aan toe ben.’ Hier had ik lang over getwijfeld, maar de onzekerheid maakte me gek. Mijn baas zei: ‘Laten we een afspraak inplannen om verder te praten.’ Toen wist ik genoeg. Hij praatte verder, ik hoorde het niet meer. Ik dacht alleen maar: kut. Steeds dat woord. Nu kan ik mijn dochters niet meer verwennen in de weekends: lekker samen naar het pannenkoekenrestaurant of nieuwe schoentjes kopen. Ik moet het alleen doen, heb geen partner om de lasten mee te delen. Ik weet heus wel dat uit eten gaan en winkelen geen basisbehoeften zijn, dat mijn kinderen zonder ook gelukkig zijn, en toch voelde het als falen dat ik ze dat niet meer kon bieden.”

Lees ook
Shelly Sterk werd ontslagen net na haar bevalling: ‘Ondertussen raakt het mij niet meer’

“Inmiddels heb ik zo’n honderd sollicitatiebrieven gestuurd. Soms hoor ik helemaal niets, heel vaak krijg ik een standaardafwijzing en af en toe mag ik op gesprek komen. Een keer werd ik aangenomen, maar bleek het na vijf maanden geen goede match te zijn. Ik heb toen zelf opgezegd, voelde me doodongelukkig in dat enorme bedrijf. Op vrijdagmiddag zag ik al op tegen maandag. Ik had daarna nog een aantal sollicitatiegesprekken. Zo was ik een van de laatste twee voor een baan bij een bedrijf in Barendrecht. Ik werd zo vrolijk van het voor-uitzicht daar aan de slag te gaan. Mijn tweede gesprek had ik op een snikhete dag. In een nette polo ging ik erheen. Na een fijn gesprek werd ik gebeld: ik was het niet geworden, onder meer omdat ik geen colbertje droeg. Daar kan ik zo gefrustreerd van raken; waarom kijken ze niet verder dan dat? Naar alles wat ik kan toevoegen? Waarom zien ze mijn waarde niet? Dat gevoel duurt ongeveer een uur, daarna probeer ik het los te laten. Geen vacatures kijken, geen blogs over marketing lezen, überhaupt geen internet. Even niets. Gelukkig komt de positiviteit dan vanzelf terug.”

Beeld: Getty Images