Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > De zoon van Linda (48) werd voor haar ogen aangereden: ‘Het enige wat ik kon, was gillen’

De zoon van Linda (48) werd voor haar ogen aangereden: ‘Het enige wat ik kon, was gillen’

Relaties & opgebiecht
De zoon van Linda (48) werd voor haar ogen aangereden: ‘Het enige wat ik kon, was gillen’

Linda van Kooij (48) kreeg de schrik van haar leven toen haar zoon Dean (18) voor haar ogen door een auto werd geschept. Het gezin ging door een zware periode, maar positiviteit voert inmiddels de boventoon. “Ik kan mezelf afvragen of ik pech heb omdat Dean is aangereden, of geluk omdat hij het heeft overleefd.”

Reizen door Zuid-Amerika

“Met een camper door Zuid-Amerika trekken of met een backpack door Azië: gelukkiger kun je mij niet maken. Al vanaf mijn zestiende maak ik verre reizen. Mocht ik kinderen krijgen, dan neem ik ze gewoon mee, zei ik altijd. Toen ik mijn man Jeroen zestien jaar geleden ontmoette, werd al snel duidelijk dat hij daar hetzelfde in stond. Ik was op dat moment alleenstaande moeder van Dean, die net een jaar was. Dean heeft Jeroen altijd als zijn echte vader gezien, en andersom ook: ze hebben een supersterke band. Met dochters Jana, die nu veertien is, en Inez van tien was ons gezin compleet.”

“We werkten hard en spaarden veel om na elke tweeënhalf jaar in Nederland een jaar op reis te gaan. Vier jaar geleden namen we deel aan het televisieprogramma Helemaal Het Einde. Hiervoor werden we een jaar lang gevolgd terwijl we een nieuw bestaan opbouwden in Pichilemu, een stad in Chili. We bouwden er een huis en yogaschool.”

“Na dat jaar zijn we nog een jaar gebleven om vervolgens acht maanden met een camper door Zuid-Amerika te reizen. Zowel wij als onze kinderen ondervonden geen enkele hinder van het lange weg zijn. Integendeel, we leerden zo veel nieuwe dingen. Zoals Jana, die beter Engels dan Nederlands spreekt, of Dean, die elke dag uren met zijn surfboard de zee op kon. Dat we zo veel tijd met elkaar doorbrachten, maakte ons gezin hechter. Een van de mooiste momenten vond ik een wandeltocht in Peru. We moesten die dag tien uur lopen, over wegen die afwisselend omhoog en weer naar beneden gingen. Een stevige tocht, waarin we het om de beurt zwaar hadden. Als iemand zo’n moment had, begonnen de anderen bemoedigend een liedje te zingen, wat diegene motiveerde verder te gaan. Met z’n vijven al zingend de Peruaanse heuvels over illustreert voor mij de harmonie van ons gezin.”

Als aan de grond genageld

“In de zomer van 2019 besloten we terug te keren naar Nederland. Jeroens ouders waren vijftig jaar getrouwd en daar wilden we graag bij zijn. Ook de scholing van de kinderen was een belangrijke reden. Op basisschoolniveau konden we zelf lesgeven, maar Dean zou inmiddels naar de vierde klas van de havo gaan en hem begeleiden werd lastiger. Zelf kon hij ook niet altijd genoeg tijd vinden voor zijn huiswerk. Daarom zou Dean hier eindexamen doen en daarna zagen we wel verder.”

“We waren een maand in Nederland toen Dean en ik naar huis fietsten na een bezoek aan een vriendin. We waren druk in gesprek en ons huis was al in zicht. Toen ik de parallelweg ernaartoe wilde oversteken, zag ik achter me een auto aan komen scheuren. Hij reed veel harder dan de toegestane tachtig kilometer, dus snel stapte ik af. Ik dacht dat Dean hetzelfde deed, maar toen ik voor me keek, zag ik dat hij wél overstak. ‘Dean, dat kan niet!’ riep ik. ‘Die auto rijdt veel te hard!’ Dean zwalkte nog even terug richting het fietspad, maar het was al te laat. Met hoge snelheid raakte de auto hem en hij vloog over de motorkap. Een paar meter verder kwam zijn lichaam met een plof tot stilstand. Doodstil lag hij op de grond. Is hij dood, ging er met een golf van angst door me heen. Moet ik hem reanimeren? Naar hem toe gaan, kon ik niet. Ik stond als aan de grond genageld en het enige wat ik kon, was gillen. Jeroen, die in de tuin aan het werk was, kwam op mijn geschreeuw af gerend. Toen hij Dean zag liggen, dook hij naast hem op de grond en belde 112. Langzaam kwam ik weer bij zinnen en durfde ik naar hem toe te lopen. Er stroomde bloed uit zijn hoofd en zijn ogen draaiden steeds weg. Dat beeld was zo schokkend, dat ik bang was dat ik mijn zoon kwijt zou raken. Op onze knieën zaten we naast hem en bleven we zeggen dat hij wakker moest blijven. Tien minuten later arriveerde de ambulance; de langste tien minuten van mijn leven.”

Allebei bang

“‘Mam, waar ben ik?’ waren de eerste woorden van Dean in het ziekenhuis. ‘Mam, ik hou van je.’ Die zinnen bleef hij herhalen. Ik schrok van zijn verwarde toestand, maar het bleek een symptoom van een zware hersenschudding te zijn. De arts dacht dat het daar misschien wel bij bleef: alle scans en onderzoeken lieten geen ernstige bloedingen, botbreuken of andere complicaties zien. Ik kon me dat niet voorstellen. Ik had gezien hoe hard de auto hem raakte, het kon niet alleen een hersenschudding zijn. ‘Maak je niet zo’n zorgen,’ zei de arts. ‘Hij kan toch geluk hebben gehad?’ Hoe graag ik dat ook wilde geloven, ik voelde dat het niet goed was. Dean bleef klagen over pijn in zijn linkerarm, maar de arts concludeerde nogmaals dat er op de foto’s niets te zien was. Toen er de volgende dag nog steeds geen beweging in zijn arm zat, werd er toch een plaatselijke MRI-scan gemaakt. Het bleek foute boel: Dean had door de klap zo’n harde knik met zijn hoofd gemaakt, dat drie van de vijf zenuwen tussen zijn arm en ruggenmerg waren losgeschoten. Twee zaten er nog vast, maar één daarvan was beschadigd. Midden in de nacht onderging Dean een spoedoperatie waarbij de drie losgeraakte zenuwen werden vastgeknoopt aan de onbeschadigde zenuw, die wel verbonden is met zijn ruggenmerg. De hoop is dat er daardoor ooit wat meer gevoel in zijn hand en onderarm terugkomt. Volledig herstellen gaat het nooit meer; zijn linkerarm, linkerschouder en linkerborstspier zijn verlamd.”

Lees ook
Chetanya (47) is helderziend: ‘Ineens wist ik waar het leven écht over ging’

Nieuwe droom

“Nu, anderhalf jaar later, gaat het veel beter. Dean kan steeds beter overweg met zijn handicap en heeft een nieuwe droom. Het zaadje daarvan werd in september al gezaaid, toen hij net uit het ziekenhuis was. De moeder van een vriendin van hem was over de vloer. Zij vertelde over de Paralympische Talentdag op Papendal in Arnhem: the place to be voor topsporters. Die dag worden sporters met een beperking beoordeeld op hun talent voor de selectie van de paralympische teams. ‘Is dat niet iets voor jou?’ vroeg ze. De Talentdag was een maand later en ik twijfelde of Dean daar klaar voor zou zijn. Hij zat midden in zijn acceptatieproces, terwijl sporten bij een paralympisch team betekent dat je een gehandicapte sporter bent. Dat stempel krijgen, zou misschien te snel voor hem zijn. Maar Dean zei meteen: ‘Daar ga ik naartoe.’ Als echte sportfanaat genoot hij van die dag, waar allerlei sporten samenkwamen. Zijn talent werd ook snel erkend: van vijf sportteams kreeg hij de uitnodiging om een keer mee te trainen. Het werd snowboarden. Voor dit snowboardavontuur traint hij één keer in de twee weken op zaterdag mee met het talentherkenningsteam. Daar leert hij alle basistechnieken en wordt uit-eindelijk bepaald of hij voldoende talent heeft. Vanuit daar hoopt hij een overstap te maken naar het talententeam, waar hij dan wordt klaargestoomd voor het paralympisch team. Een stap dichter bij zijn allergrootste droom: deelnemen aan de Paralympische Spelen van 2026.”

Lees het hele verhaal van Linda in Flair 22-2021. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in ons magazine. Wil je een editie (na)bestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Linda Pol | Fotografie: Mariel Kolmschot

Shoppen is altijd een goed idee