Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Hoe komt het toch dat zedenslachtoffers nog steeds stuiten op onbegrip?

Hoe komt het toch dat zedenslachtoffers nog steeds stuiten op onbegrip?

Relaties & opgebiecht
Hoe komt het toch dat zedenslachtoffers nog steeds stuiten op onbegrip?

Ongeloof, desinteresse, victim blaming. Zedenslachtoffers – zo’n 40 procent van de Nederlandse vrouwen heeft ooit seksueel geweld meegemaakt – stuiten nog steeds op onbegrip. Hoe komt dat? Journaliste Floor Bakhuys Roozeboom ging op onderzoek uit.

Voor Lindsay (26) begon het allemaal met een Tinderdate. Ze had al een poosje contact met deze man over de app, maar nu zou ze hem dan in het echt ontmoeten. Ze had er zin in, maar wilde ook voorzichtig zijn. Niet thuis afspreken, maar in een café ergens in de stad. Zoals altijd tijdens de date nog even appcontact houden met een goede vriendin – voor het geval dat. Maar eenmaal in het café ontspande ze. Het leek goed te zitten. Het klikte, was gezellig. Zo gezellig, dat ze besloot om de date bij haar thuis nog even voort te zetten. En ook daar was het fijn. Ze kletsten en zoenden wat. Maar opeens sloeg de sfeer om. Wat er daarna gebeurde, voltrok zich in een soort roes. Ze herinnert zich hoe ze opeens halfnaakt op bed lag, met hem bovenop zich. Hoe ze zei dat ze geen seks met hem wilde, maar hoe hij zich daar niets van aantrok. Hoe ze meerdere keren ‘nee’ zei, maar hij gewoon doorging. Hoe hij zijn handen om haar nek legde en seks met haar had. Hoe bang ze was. Hoe stil ze zich hield. Hoe ze hoopte dat het maar zo snel mogelijk achter de rug zou zijn. Hoe het zomaar ineens voorbij was. En dat hij zich gedroeg alsof er niets was gebeurd.

Gemeen stemmetje

Een verhaal als dat van Lindsay zal niemand onberoerd laten. Verkracht worden na een Tinderdate, in je eigen huis, dat is vreselijk. Dat wens je niemand toe. En toch zullen er ook mensen zijn die haar aangrijpende verhaal lezen en die ergens achterin hun hoofd een klein stemmetje horen. Een stemmetje dat zegt: “Tja, dan had ze hem maar niet mee naar huis moeten nemen.” Of: “Had ze niet duidelijker tegen hem kunnen zijn? Had ze hem niet van zich af kunnen vechten?” Het is een gemeen – en hardnekkig – stemmetje. Een stemmetje dat voortkomt uit de neiging om de schuld voor aanranding en verkrachting vooral bij het slachtoffer te leggen. Een vrouw die ’s nachts alleen naar huis fietst, vraagt er zowat om om verkracht te worden. Een meisje dat een kort rokje draagt, moet niet raar opkijken als ze wordt aangerand. Wie op een Tinderdate gaat met een vreemde, neemt zelf een risico. Victim blaming noemen we dat ook wel. En zelfs anno 2019 komt dit in onze samenleving nog steeds heel veel voor. En dat is een groot probleem. Het vergroot namelijk het trauma van slachtoffers, die zichzelf vaak toch al de schuld geven van wat hen is overkomen.

Lees ook
Deze beroepen krijgen het meest te maken met (seksuele) intimidatie op de werkvloer

Ook Lindsay schaamde zich aanvankelijk voor wat er was gebeurd. Ja, hij was doorgegaan toen zij ‘nee’ zei. Ja, hij had seks met haar gehad, terwijl zij dat niet wilde. Terwijl hij wíst dat zij het niet wilde. En toch. En toch. Had ze het niet ergens uitgelokt door hem binnen te laten? Had ze hem niet van zich af moeten vechten? Had ze niet moeten schreeuwen? Enkele eenzame maanden hield Lindsay die maalstroom van gedachten voor zichzelf. Maar de chaos in haar hoofd werd haar teveel. Ze nam een aantal mensen die dichtbij haar stonden in vertrouwen over wat er was gebeurd. En die spraken voor haar uit wat ze zelf nog niet had hardop had durven zeggen: “Wat jou is overkomen, dat mag niet. Er is jou iets ergs aangedaan. Je bent verkracht.” Ze raapte al haar moed bij elkaar en belde de politie. Maar dat gesprek liep anders dan ze had verwacht. Ze werd niet uitgenodigd op het bureau, maar kreeg te horen dat aangifte waarschijnlijk geen zin had. Dat de seks niet vrijwillig was geweest, was immers moeilijk te bewijzen. Voor Lindsay was het een bevestiging van wat ze toch al voelde. Ze had zich niet genoeg verzet, het was haar eigen schuld. Ze voelde zich eenzamer dan ooit.

Zelfbescherming

Hoe komt het toch dat slachtoffers van verkrachting zo vaak het gevoel krijgen er alleen voor te staan? Volgens experts komt victim blaming vooral voort uit een behoefte aan zelfbescherming. “Mensen willen graag geloven dat de wereld een veilige plek is en dat er altijd een reden is waarom narigheid gebeurt,” zegt Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum in het UMC Utrecht “Ze willen niet geloven dat iets gruwelijks als een verkrachting iedereen zomaar kan overkomen. Door de schuld bij het slachtoffer te leggen, stellen mensen zichzelf eigenlijk gerust. Want in feite zeggen ze: wij zouden dat nooit doen, dus ons kan het niet overkomen.”

Maar de cijfers laten iets anders zien. Zo’n 40 procent van de Nederlandse vrouwen heeft ooit seksueel geweld meegemaakt. Bij 85 procent is de dader een bekende. Vorig jaar meldden zich elke dag 4 mensen bij het Centrum Seksueel Geweld omdat ze korter dan 1 week geleden slachtoffer waren geworden van misbruik. Hiervan deed een derde aangifte. Veruit het grootste deel van de slachtoffers meldt zich helemaal niet. Het Centrum Seksueel Geweld schat in dat zij slechts 2 procent van alle acute slachtoffers over de vloer krijgen.

Het volledige artikel lees je in Flair 14, deze editie ligt nu in de winkels. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Zelf slachtoffer?

Ben je zelf slachtoffer geworden van seksueel geweld en wil je hulp? Dan kun je contact opnemen met het Centrum Seksueel Geweld. Daar werkt een team van gespecialiseerde professionals – politie, artsen, verpleegkundigen en psychologen – samen om slachtoffers de hulp te bieden die nodig is. Het Centrum Seksueel Geweld heeft vestigingen in 16 regio’s en richt zich vooral op iedereen die recent slachtoffer is geworden van seksueel geweld. De eerste 7 dagen na een aanranding of verkrachting worden ook wel de gouden week genoemd, vanwege de kansen op medisch, forensisch en psychologisch vlak. Omdat in die week vaak nog bewijsmateriaal verzameld kan worden en bijvoorbeeld medicatie tegen soa’s of een ongewenste zwangerschap kan worden vertrekt. En ook op het gebied van traumaverwerking is die eerste week belangrijk en kan het helpen als je zo snel mogelijk psychologische hulp krijgt. Aangifte doen mag, maar hoeft niet. Volgens landelijk coördinator Iva Bicanic geldt voor het melden bij het CSG: “Hoe eerder hoe beter, maar het is nooit te laat.”

Het Centrum Seksueel Geweld is 24 uur per dag bereikbaar op 0800-0188.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Tekst: Floor Bakhuys | Beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee