Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Renée (32) verloor op vakantie haar ongeboren tweelingdochters: ‘Ik durfde maar heel even te kijken’

Renée (32) verloor op vakantie haar ongeboren tweelingdochters: ‘Ik durfde maar heel even te kijken’

Relaties & opgebiecht
Renée (32) verloor op vakantie haar ongeboren tweelingdochters: ‘Ik durfde maar heel even te kijken’

Renée Brouwer (32) had net één van haar ongeboren tweelingdochters verloren toen ze met haar gezin op vakantie ging. Het zou hen wellicht goeddoen en kon medisch gezien geen kwaad. Maar het liep anders. “Dat ik aan het bevallen was, kwam totaal niet bij me op.”

Ongeboren tweelingdochters verloren

Renée kon haar geluk niet op toen ze op de echo twee hartjes zag: ze was in verwachting van een eeneiige tweeling. Haar vriend en zij hadden altijd al een groot gezin gewild, en nu zouden hun zoons (nu vijf en zeven) twee broertjes of zusjes krijgen. Renée begon al te dagdromen over de dochters die ze zo graag wilde, maar de verloskundige waarschuwde dat eeneiige tweelingzwangerschappen vaak gepaard gaan met veel complicaties.  “Gek genoeg voelde ik al snel aan: of ze komen allebei niet, of er komt er maar één.”

Controle kwijt

“In het begin van de zwangerschap droomde mijn vriend over twee doodskistjes, waar wij omheen zaten. ‘Het is maar een droom,’ zei ik nog. Maar drie maanden later, in juli 2018, werd die helaas werkelijkheid. De zwangerschap verliep al vanaf het begin anders dan die van de jongens. Toen was ik hooguit een beetje misselijk, nu moest ik om het uur overgeven. Heel naar. Ook voor mijn zoontjes, die zagen hoe ziek ik was. Soms stonden ze ineens achter me bij de wc:  ‘Gaat het, mama?’ Een zware periode.”

Dreigende TTS

“Met vijftien weken kreeg ik ineens een heel dikke buik. Gek, want door al dat overgeven was ik juist afgevallen. Uit een eerste echo bleek dat er niets aan de hand was. Het waren twee gezonde kindjes: meisjes, zoals ik al hoopte! Maar toen ik kort daarna een harde buik kreeg, bleek dat ik dreigende TTS had, het tweeling transfusie syndroom. Hierbij zijn de bloedsomlopen van de ongeboren baby’s – die via bloedvaten over de placenta met elkaar zijn verbonden – niet in evenwicht.”

‘We moesten iets doen, anders was de kans dat onze dochters allebei zouden doodgaan negentig tot honderd procent’

“Normaal gesproken geven en krijgen de baby’s ongeveer evenveel bloed van en aan elkaar, maar nu gaf de een bijna alles weg en kreeg de ander veel te veel. De baby die alles weggaf, ging door het tekort aan bloed steeds minder plassen en kreeg daardoor steeds minder vruchtwater. Dat kan erg gevaarlijk zijn. Ingrijpen hoefde in eerste instantie niet: dat doen ze pas als de ‘donor’ minder dan twee centimeter vruchtwater heeft, en de ‘ontvanger’ meer dan acht. Maar de donor kreeg al snel zo weinig vruchtwater dat ze klem kwam te liggen. We moesten iets doen, anders was de kans dat onze dochters allebei zouden doodgaan negentig tot honderd procent, volgens de arts. Ze waren in levensgevaar. Ik raakte in paniek; het voelde alsof we ineens alle controle kwijt waren. Wat moesten we in godsnaam doen? We konden bij een van de baby’s de navelstreng dichtmaken, zodat die zou overlijden en de ander zou overleven, maar dat leek ons een onmogelijke optie: ik wilde dat ze allebei bleven leven.”

Op vakantie

“De beste mogelijkheid – met 64 procent kans dat ze het beiden zouden redden en 85 procent dat één zou overleven – was een operatie waarbij de gezamenlijke bloedvaten dicht gelaserd werden, zei de arts. Hierdoor zouden de meisjes geen bloedsomloop meer met elkaar delen en was het de hoop dat ze allebei voldoende aan hun eigen placentadeel hadden. Maar de kans dat ze het allebei niet zouden redden, was vijftien procent. Ik hoorde het huilend aan.”

Operatie geslaagd

“We kozen voor de operatie, die gelukkig goed verliep. Toen onze gynaecoloog na een paar weken – ik was negentien weken zwanger – zei dat alles er goed uitzag, vroeg ik voorzichtig of we misschien een week op vakantie naar Spanje konden gaan. ‘Waarom niet?’ zei hij. Hij adviseerde ons te gaan voordat ik 24 weken zwanger zou zijn en de baby’s levensvatbaar waren. Tot die tijd zouden ze, heel cru gezegd, toch niks kunnen doen als het misging, zei hij. Of het nu hier of in Spanje gebeurde. We waren opgelucht dat de operatie geslaagd was en boekten een vakantie om alle ellende en stress van ons af te zetten.”

Te laat

“Eén dag voor vertrek ging ik naar het ziekenhuis voor een extra echo. Er was iets mis, zei de echoscopist: het vlies van de baby die het meeste vruchtwater had, was waarschijnlijk deels losgekomen en om haar navelstreng gedraaid. Heel gevaarlijk. Ik schoot meteen in de actiemodus en wilde alles doen wat nodig was om haar te redden. Terwijl de  echoscopist met de gynaecoloog overlegde, voelde ik me heel alleen. Ik appte mijn vriend dat hij moest komen, maar er was geen tijd om op hem te wachten. Op de echo klopte het hartje van de baby heel langzaam, zag ik. ‘Haar hartje is net gestopt,’ zei de gynaecoloog. ‘Maar ik zie het nog kloppen!’ schreeuwde ik. Maar helaas: die bewegingen waren samentrekkende suikers in het hart. Ik had zojuist onze dochter zien overlijden.”

‘Hij keek me vol ongeloof aan, sloeg zijn handen voor zijn gezicht en begon hard te huilen’

“Het was alsof ik uit mijn lichaam trad. Met onze andere dochter ging alles goed, zei de gynaecoloog, maar alles ging langs me heen. Totaal overstuur wachtte ik op mijn vriend. Toen hij binnenkwam, vertelde ik hem huilend dat onze dochter het niet had gered. Hij keek me vol ongeloof aan, sloeg zijn handen voor zijn gezicht en begon hard te huilen. De arts legde uit dat het een complicatie van de laseroperatie was geweest, waar helaas niets aan te doen was geweest. Het kwam amper binnen.”

Geen medische reden om niét te gaan

“De overleden baby moest blijven zitten: als de één werd geboren, zou de ander ook komen. Als we wilden, konden we gewoon op vakantie, zei de arts. Dan kregen we wellicht wat welverdiende rust. Maar als we niet wilden, schreef ze net zo lief een brief voor onze annuleringsverzekering. We waren doodsbang onze andere dochter ook te verliezen en vroegen wel vijf keer of het echt geen kwaad kon. Maar er was geen medische reden om niet te gaan, zei ze. En dus stapten we die nacht op het vliegtuig. De jongens hadden al zo veel stress gehad; we gunden hen die vakantie.”

Enorme buikpijn

“We gingen rouwend op reis. Onbewust heb ik waarschijnlijk gedacht dat we konden wegvliegen van alle ellende. Op Schiphol keek iemand naar mijn buik en vroeg of het mijn derde was. ‘Eh, ja,’ zei ik maar. Ik wilde mijn overleden kind niet ontkennen, maar ook niet alles vertellen. In het vliegtuig kreeg ik een paniekaanval: mijn ademhaling ging zo snel dat ik bijna geen lucht kreeg. Waarom gingen we in godsnaam nu naar Spanje? Ik zei tegen mezelf dat het goed kwam, waardoor ik iets rustiger werd. Eenmaal op de camping aan de Costa Brava was het of we een toneelstukje opvoerden.”

Lees ook
Simone overleefde de aardbeving in Nepal: ‘John had me aan de top ten huwelijk willen vragen’

Joëlle en Féliz

“Ik dacht: niemand ziet aan ons in welke hel wij zitten. Maar we konden ons niet volledig in het verdriet storten, want we moesten er ook zijn voor onze jongens. Zo maakte de rouw af en toe plaats voor het besef dat we hen nog hadden. We besloten onze dochters namen te geven. Het overleden meisje noemden we Joëlle, het levende meisje Féliz. Door haar zouden we altijd weten hoe Joëlle eruit had gezien, zeiden we.”

De echo

“Na een paar dagen voelde ik ineens wat lopen. Ik dacht dat ik in mijn broek plaste, maar het bleef maar lopen. Ik schrok: was dit vruchtwater? Van welke baby? Ik kon nu toch niet bevallen? We gingen snel naar het lokale ziekenhuis. Omdat er geen kinderen in de wachtkamer mochten zijn, moesten mijn vriend en onze zoons terug naar de camping. Wéér was ik alleen in het ziekenhuis terwijl ik een echo kreeg. Doodeng. Ik hoopte dat het op wonderbaarlijke wijze toch geen vruchtwater was. Omdat ik ook slijm verloor, dacht ik dat het misschien een schimmelinfectie was. De arts ging mee in mijn vermoeden toen uit een test bleek dat ik inderdaad geen vruchtwater verloor. Met een recept voor antibiotica mocht ik weer gaan. Twijfelend vroeg ik nog wat de foutmarge van zo’n vruchtwatertest was. ‘Vijf procent,’ antwoordde de Spaanse arts. Ik dacht nog: wedden dat ik bij die vijf procent hoor? Féliz was nog veilig, al had ze nog steeds weinig vruchtwater.”

‘Ik durfde niet meer terug naar het Spaanse ziekenhuis, omdat ik daar weer in mijn eentje heen zou moeten’

“Het liefst wilde ik naar het ziekenhuis in Nederland, maar mijn arts stelde me telefonisch gerust: Féliz’ situatie klonk onveranderd. ‘We nemen je waarschijnlijk toch niet op, dus maak je vakantie lekker af,’ zei ze. Dat ik aan het bevallen was, kwam daardoor totaal niet bij me op. Ook niet toen ik de volgende ochtend wakker werd met enorme buikpijn die de hele dag aanhield. De pijn voelde niet als weeën zoals ik ze kende, maar dat moeten ze wel zijn geweest.”

Naar de wc

“Mijn vriend maakte zich zorgen, maar moest de jongens in de gaten houden. Ik wilde ook bij ze zijn, maar kon alleen maar in bed liggen. Ik verloor veel slijm en was doodsbang dat het niet goed zat, maar durfde niet meer terug naar het Spaanse ziekenhuis, omdat ik daar weer in mijn eentje heen zou moeten. Het liefst wilde ik naar mijn eigen ziekenhuis, waar ik me veilig zou voelen. Ik raakte in paniek: het voelde alsof ik naar de wc moest, maar ik was bang dat Joëlle eruit zou komen als ik ging. Toch moest ik er uiteindelijk aan toegeven.”

‘Wat gebeurde er?’

“Toen ik op het krappe toilet zat, voelde ik ineens iets zakken. Ik keek naar beneden. Er stak iets uit me, met een rare rode kleur. Een beentje. Ik was in shock. Een beentje! Waarom hing het daar? Wat gebeurde er? Het moest terug! Als een bezetene wapperde ik met mijn handen langs mijn gezicht. Het was doodstil in de caravan. Ik zette voorzichtig een stap om mijn telefoon van de tafel voor het toilet te pakken, toen ik plotseling iets uit me voelde glijden. Ik keek naar beneden en zag in mijn onderbroek een kleine baby liggen. Ze bewoog. Ik durfde maar heel even te kijken.”

Lees ook
Ellen’s dochters werden slachtoffer van turncoach Gerrit Beltman: ‘Ik word misselijk als ik aan hem denk’

Paniek

“In paniek pakte ik mijn telefoon en belde 112. Terwijl ik vertelde wat er was gebeurd en dat er snel een ambulance moest komen, kwam mijn oudste zoontje vrolijk de caravan binnen. Hij was met mijn vriend en zijn broertje naar de speeltuin geweest. Hij schrok zich rot toen ik schreeuwde dat hij papa moest roepen en dat hij en zijn broertje even buiten moesten blijven. Ik had geen idee welke baby net geboren was. Ik hoopte Joëlle, maar ergens wist ik al dat het Féliz was. Zij lag onderaan en zou als eerste komen. Ze zijn er niet meer, dacht ik.”

Lees verder in Flair 37-2020. Deze ligt t/m 15 september in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Kim van der Meulen

Shoppen is altijd een goed idee