Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Zwanger en onschuldig vast voor kindermoord: ‘Verdacht gemaakt door vriendin die zelf de dader bleek’

Zwanger en onschuldig vast voor kindermoord: ‘Verdacht gemaakt door vriendin die zelf de dader bleek’

Relaties & opgebiecht
Zwanger en onschuldig vast voor kindermoord: ‘Verdacht gemaakt door vriendin die zelf de dader bleek’

Marjan (46) zat tijdens de zwangerschap en bevalling van haar zoon Jesse (24) 103 dagen onschuldig vast, omdat haar vriendin haar had beschuldigd van de moord op de driejarige Robin, die deze maand 25 geleden verdween in Breda. Een moord die zij zelf had gepleegd. ‘Ze zei dat ze het had gedaan omdat ze jaloers was op mijn zwangerschap.’

“‘U wordt aangehouden voor moord, c.q. doodslag, c.q. wederrechtelijke vrijheidsberoving van Robin Bogers.’ De woorden drongen niet echt tot me door. Ik kwam net terug van de snackbar, waar ik met een vriendin frietjes had gehaald. We hadden – samen met haar vriend en mijn man – die hele zondag geklust en behangen in de babykamer. Nog twee maanden, dan zou ik bevallen. Ik was pas 21, maar ik kon niet wachten. Mijn man en ik hadden het al helemaal uitgestippeld: we wilden een groot gezin met vijf of zes kinderen, dus daarom wilden we vroeg beginnen. Ik was dolgelukkig toen ik vrij snel zwanger bleek te zijn, en ik had een zwangerschap volgens het boekje. Er leek geen vuiltje aan de lucht.”

Vermist buurmeisje

“Elf dagen eerder had ik helpen zoeken naar een vermist buurmeisje van drie jaar oud: Robin. Ik kende haar alleen via mijn tante, tevens goede vriendin: Trudy. Het jaar daarvoor verloren Trudy en mijn oom Ad hun zoontje Nicky aan een hersenafwijking. Nicky speelde vaak met Robin, ook op de dag dat hij overleed. De hele dag was er niets aan de hand geweest. Hij was gaan spelen met Robin en toen hij thuiskwam viel hij in slaap op de bank. Hij werd alleen niet meer wakker. Trudy was stuk van verdriet. Een verschrikkelijke tijd. Als vriendin probeerde ik haar zo veel mogelijk te steunen. Ik deed boodschappen en kwam regelmatig langs voor een praatje. Ik zag dat ze het zwaar had. Ze dronk steeds meer en hoewel ik wist dat dat niet goed was, vond ik het moeilijk om haar daarop aan te spreken.”

‘Marjan, er is iets ergs gebeurd: Robin is weg!’

“Ondanks Nicky’s overlijden kwam Robin nog weleens bij Trudy en Ad over de vloer. Ook die bewuste middag, toen Trudy pannenkoeken was gaan bakken. Ik ging die middag even bij Trudy langs, maar voordat ik kon aanbellen, kwam ze al naar buiten en zei paniekerig: ‘Marjan, er is iets ergs gebeurd: Robin is weg!’ Ik dacht nog: hoezo, weg? Hoe kan een kind van drie zomaar weg zijn? Trudy vertelde dat ze pannenkoeken hadden gegeten en dat Robin daarna even naar huis was gegaan om iets op te halen. Ze hoefde daarvoor alleen een brede stoep over, maar ze was nooit thuis aangekomen. Ik keek naar de overkant van de straat, naar het huis waar Robin woonde. Carla, de moeder van Robin, stond voor het huis, samen met wat andere buren. Ze had haar handen voor haar gezicht, een buurvrouw wreef over haar arm om haar te troosten. Ik kreeg er een naar gevoel van en stapte meteen in de auto om te gaan zoeken. Ik reed blokjes door de buurt en vroeg aan verschillende mensen of ze een klein meisje hadden gezien. Ik dacht: zo’n meisje alleen, dat moet toch opvallen? Iemand moet haar hebben gezien. Maar niemand kon me iets vertellen. Ook andere buurtbewoners die waren gaan zoeken, hadden Robin niet gezien.”

Meerdere verklaringen

“Elf dagen later, op het politiebureau, kreeg ik tijdens het eerste verhoor te horen dat Trudy ook was gearresteerd omdat ze haar verdachten van betrokkenheid bij Robins verdwijning. Ze is toen in paniek geraakt en heeft meerdere belastende verklaringen afgelegd, waardoor niet alleen ik, maar ook mijn man en mijn oom Ad werden opgepakt. In de ene verklaring was Robin van de trap gevallen en had ik haar lichaampje laten verdwijnen. In een andere hadden mijn man en Ad Robin ontvoerd voor losgeld en zou ik haar via de achterdeur het huis van Trudy uit hebben gesmokkeld. Dat Robin niet meer leefde was inmiddels duidelijk: die ochtend was haar voetje gevonden op een vuilnisbelt…”

Genadeklap

“Hoe beter ik meewerkte, hoe eerder ik thuis zou zijn, was mijn idee. Maar ik had het mis… Na drie dagen werd mijn voorarrest verlengd met nog eens tien dagen. En toen kwamen er nog eens dertig bij. En nog eens dertig. De keren dat ik in die periode van pure ellende en wanhoop huilend op mijn handen en knieën door mijn cel ben gekropen zijn niet te tellen. Ik dacht: ik word veroordeeld voor iets wat ik niet heb gedaan en blijf hier minstens tien jaar zitten. Ik werd elke dag verhoord. Alles wilden ze weten. Dat ging heel ver: van wat ik had gegeten, tot op welke dagen ik seks had gehad met mijn man. Als ik dacht: nu heb ik alles verteld, begonnen ze weer van voren af aan, om te kijken of er onregelmatigheden in mijn verhaal zaten.Toen kwam de genadeklap: ik kreeg weer een verlenging, waardoor ik nog dertig dagen in de cel zou moeten blijven. Dat hield in dat ik in de gevangenis zou bevallen.”

Lees ook
Rosanna’s broer is al vier jaar spoorloos: ‘Het punt dat ik geen hoop meer heb, is nog niet bereikt’

Bevallen in de gevangenis

“Op de dag van mijn bevalling heb ik eerst zes uur alleen in mijn cel gelegen terwijl ik al weeën had. Uiteindelijk mocht ik naar het ziekenhuis, maar in plaats van mijn man zat rechercheur Joop naast mijn bed. Mijn man was er wel bij, hij mocht voor de bevalling overkomen vanuit de gevangenis in Vught, maar we mochten niets tegen elkaar zeggen. De verpleegkundigen wisten waarvan ik werd verdacht: kindermoord. Daardoor gingen ze niet al te vriendelijk met me om. Ik kreeg geen pijnstilling en als ik kreunde van de pijn zeiden ze kortaf: ‘Tja, een kind krijgen doet zeer hè!’ Het was allemaal heel kil. Van het moment waarop Jesse werd geboren en op mijn buik werd gelegd, weet ik maar amper iets. Het zijn verdrongen herinneringen. Te heftig, denk ik. Alsof ik er zelf niet bij was. Nadat Jesse geboren was mocht ik een halfuurtje met hem in het ziekenhuis blijven, daarna moest ik terug naar de penitentiaire inrichting. Jesse mocht bij mij in de cel blijven. Best raar eigenlijk: ik werd verdacht van kindermoord, maar mijn kind mocht wel bij mij in de cel.”

Lees het hele verhaal van Marjan in Flair 14-2021. Wil je deze editie nabestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Vivienne Groenewoud | Fotografie: Marloes Bosch

Shoppen is altijd een goed idee