Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Rihana (30) werd als kind ontvoerd: ‘Mijn moeder trof een leeg huis aan: alles was weg’

Rihana (30) werd als kind ontvoerd: ‘Mijn moeder trof een leeg huis aan: alles was weg’

Rihana (30) werd als kind ontvoerd: ‘Mijn moeder trof een leeg huis aan: alles was weg’

Rihana (30) was negen jaar toen ze door haar vader naar Syrië werd ontvoerd. Een jaar later ontvoerde haar moeder haar terug naar Nederland. ‘Pas nu begin ik te snappen wat ik als kind heb meegemaakt.’

Verandering

“Van de eerste jaren uit mijn leven herinner ik me alleen maar mooie dingen. Mijn ouders waren blij, er hing een goede sfeer in ons rijtjeshuis in Amsterdam, we vierden de feestdagen uitgebreid, er kwamen vriendjes en vriendinnetjes over de vloer. Mijn moeder is van Marokkaans-Algerijnse afkomst en werkte als chef-kok. Ze was ’s avonds en in de weekenden altijd weg. Mijn vader kwam uit Syrië, werkte toen nog niet en was in die avonduren veel bij ons. Hij was zorgzaam. Als ik als baby in slaap viel tijdens het autorijden, reed hij rondjes tot ik wakker was omdat hij me niet wilde wekken. Toen ik ouder werd, wandelden we veel door het park en leerde hij me allerlei vogelsoorten. Hij was een zachte man. Misschien wel te zacht: ik vraag me weleens af of hij de westerse samenleving aankon. Als ik een moment moet aanwijzen waarop er spanning tussen mijn ouders ontstond, was dat toen mijn zusje één was en ik zes. Mijn ouders maakten veel ruzie – felle discussies in de keuken met de deur dicht, terwijl wij in de woonkamer zaten. We kregen er niet veel van mee, het is niet zo dat er glazen kapot werden gegooid, maar ik vóélde: er is iets veranderd.”

Voorbeeldscheiding

“Mijn ouders gingen uit elkaar. Ze waren voor de islamitische wet getrouwd, maar niet voor de Nederlandse, dus die break-up verliep vrij vlekkeloos. Er werd snel een huis gevonden voor mijn moeder, mijn zusje en mij. Mijn vader verbouwde dat, verfde onze kamers. Hij vond een woning in dezelfde flat; wij zaten aan het begin van de galerij, hij aan het eind. We zagen hem in de weekenden en doordeweeks als mijn moeder weg moest. Hij at soms mee en bracht me naar ballet. Voor een gezin met gescheiden ouders deden we het best voorbeeldig. Ik denk alleen dat mijn vader niet gelukkig was. Hij miste Syrië, kon niet aarden in Nederland, sprak de taal niet goed. Erg gelovig was hij niet, we kregen ook nooit zo veel mee van de Syrische cultuur. Syrië was voor mij dat land waar mijn oma woonde, waar de zon vaak scheen en mooie bergen zijn. Er was geen oorlog, die brak daar pas jaren later uit. Twee jaar na de scheiding, in 1999, beloofde mijn vader mij en mijn zusje mee te nemen naar Disneyland Parijs. Ik was uitgelaten: al die attracties, en dat kasteel! Ik was toen negen, mijn zusje vier. We zouden drie dagen gaan en op zondag terugkomen, want de volgende dag moesten we weer naar school. Mijn moeder zwaaide me uit, weet ik nog, en wenste ons veel plezier.”

“Ik heb geen moment gedacht: we doen iets wat niet mag. We vlogen inderdaad naar Parijs, maar vanuit daar pakten we een ander vliegtuig. Ik heb geen stennis geschopt, maar  wel gevraagd waarom we niet naar Disneyland gingen. Maar ik dacht ook: misschien moeten we nog een stukje vliegen naar het kasteel. Kinderlogica. Ik voelde me niet onveilig, we gingen wat leuks doen. Ruim vijf uur later landden we in Libanon, vanuit daar gingen we met de auto via vrienden van mijn vader naar Syrië. Toen legde mijn vader wel het een en ander uit: dat we naar een ander land gingen, waar onze oma was, omdat mama ziek was. Ik begon me zorgen te maken om mama. Het was niet zo dat ik haar meteen miste, ik was vooral verward: wat zou er dan aan de hand zijn? Wanneer gaan we weer terug? Komt mama dan naar ons toe? Mijn vader negeerde die vragen en ik hield na een paar dagen op met ze te stellen. We waren zo jong, stonden niet stil bij wat dit allemaal betekende – en we waren ons al helemaal niet bewust van de doodsangst waarin mijn moeder inmiddels verkeerde. Ze had gewacht op ons, die zondagavond, was naar het appartement van mijn vader gelopen. Misschien zijn ze daar nog wat eten, dacht ze, of had de vlucht vertraging. Daar trof ze een leeg huis aan: alles was weg. Toen wist ze dat het foute boel was. Pure paniek. Ze schakelde de politie in, familie, vrienden. Ze deed alles om ons te vinden. Na een paar dagen was wel duidelijk: hij was naar Syrië vertrokken. En wij waren daar toen inderdaad aangekomen.”

Groot in het nieuws

“In Nederland waren we groot in het nieuws: mijn moeder klampte iedereen aan die het verhaal wilde horen, dus ook journalisten. Ik heb alles later weleens terug zitten zoeken en kijken: het is net of het niet over mij gaat. Op een gegeven moment, na veel bellen, rondvragen, bellen en nog meer rondvragen, hebben mijn opa en oma achterhaald waar wij waren. Ze boekten op stel en sprong een ticket. Mijn moeder ging niet mee, omdat het niet zeker was dat opa en oma ons ook écht zouden vinden. Maar áls dat lukte, moest mijn moeder in Nederland op stel en sprong allerlei zaken regelen voor onze terugkeer.”

“Opa en oma vonden ons, vraag me niet hoe. Mijn oma deed open, we hoorden ze praten. Ik herkende ze meteen. Het was heel gek om ineens vertrouwde stemmen uit Nederland te horen, daar, in dat warme land. Ik vloog ze om de nek – en bleef mezelf afvragen: hoe kan dit? Ze kwamen binnen, de sfeer was best oké, er werden geen verwijten gemaakt naar mijn vader toe. Ik denk omdat ze beseften dat ze zich rustig moesten houden. Voor mijn opa en oma was het emotioneler dan voor ons, zij wisten niet hoe ze ons zouden aantreffen. Wij waren vooral blij.”

‘Als je me vraagt wat traumatisch was: dát moment’

“Een paar weken later kwam mijn moeder – ze moest in Nederland heel veel regelen met de autoriteiten, omdat ze ons meteen wilde meenemen naar Nederland. Om sterker te staan, had ze de cameraploeg van Tros vermist meegenomen. In Syrië heeft de vader namelijk de ouderlijke macht tot de kinderen dertien jaar zijn. We liepen door de straat en ineens hoorden we iemand heel hard roepen. Mijn moeder rende naar ons toe, met open armen, ze riep onze namen, knuffelde ons plat. En dan die cameraploeg erachteraan, heftig. Maar tegelijkertijd zo begrijpelijk, ze had ons een jaar niet gezien, niet gesproken. Een jaar! Onvoorstelbaar.”

“Ik heb die beelden teruggezien: zij was aan het huilen, gillen, omhelzen, weer omhelzen, en ik stond daar maar te staan en te lachen. Het was surrealistisch. Zodra mijn moeder in Syrië was, verloor ze ons geen minuut meer uit het oog. We werden door de presentator van het programma in een hotelkamer gezet met onze ouders, en toen begon het getouwtrek. Als je me vraagt wat traumatisch was: dát moment. Ik wist heel goed dat als ik naar huis wilde, ik mijn vader niet meer zou zien. Mijn moeder kon haar immense woede gelukkig goed voor zich houden, maar ik wilde eigenlijk alleen maar dat we met z’n allen weer naar huis konden gaan. Mijn vader wilde niet, hij was bang voor een straf, omdat dit volgens de Nederlandse wet ontvoering was, en mijn moeder kreeg het bij de Syrische autoriteiten niet voor elkaar ons mee te mogen nemen. Ze zou volgens de Syrische wet de gedeeltelijke voogdij krijgen als ze in Syrië een huis zou hebben. Dus dat deed ze. Tuurlijk deed ze dat. Wat moet je anders?”

Lees ook
Tamar reisde in haar eentje de wereld af: ‘Dat ik een vrouw alleen was, was mijn grote voordeel’

Niet boos

“Mijn vader is geen boeman. Het is verdrietig wat er is gebeurd en daar moeten we allemaal mee leren leven. Het is wat het is. Ik ben blij dat we elkaar af en toe zien, al gaat het soms moeizaam: we zijn niet met elkaar vergroeid, zoals je dat in andere gezinnen hebt. Ik ben niet boos. Misschien is dat gek, maar hij deed dat waarvan hij dacht dat het ’t beste was. Wel ben ik dankbaar dat we in Nederland zijn opgegroeid. Dit voelt als mijn thuis – Syrië was een vervreemdend uitstapje. Gek, hoe anders het leven was gelopen als mijn moeder ons niet had kunnen meenemen: dan was ik misschien al wel getrouwd geweest en had ik in Syrië van dichtbij een burgeroorlog meegemaakt. Dat raakt me nog steeds. Het is belangrijk dat mijn verhaal gehoord wordt, want er worden nog steeds kinderen ontvoerd. Zij hebben zorg en aandacht nodig als ze weer terug zijn. Dat had mij heel erg geholpen in die tijd. Maar ik kijk er niet met wrok op terug. Ik heb er ook veel van geleerd: dat je je als mens kunt aanpassen als het moet, kunt overleven op een plek waarvan je niet eens wist dat die plek bestond. En dat, als je vast komt te zitten in je hoofd, je hulp moet zoeken en je er dan weer uit kunt komen. Ik ben daar het levende bewijs van. Ik heb het allemaal meegemaakt, ik heb het doorstaan, ik kan erover vertellen. Dit heeft me gemaakt tot wie ik ben. Dit is mijn verhaal.”

Lees het hele verhaal van Rihana in Flair 16-2021. Wil je deze editie nabestellen? Dat kan kan hier

Tekst: Lisanne van Sadelhoff | Fotografie: Mariel Kolmschot

Shoppen is altijd een goed idee