Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Leonie verloor tegelijk haar beide ouders: ‘Instinctief wist ik direct: dit hebben ze zelf gedaan’

Leonie verloor tegelijk haar beide ouders: ‘Instinctief wist ik direct: dit hebben ze zelf gedaan’

Relaties & opgebiecht
Leonie verloor tegelijk haar beide ouders: ‘Instinctief wist ik direct: dit hebben ze zelf gedaan’

De ouders van Leonie (43) pleegden tien jaar geleden samen zelfmoord. Dat zorgde voor groot verdriet en een net zo groot schuldgevoel. ‘Het heeft lang geduurd, maar ik heb het mezelf kunnen vergeven. Ik besef dat het hun keuze is geweest. En dat een gezond mens nooit zo’n keuze had gemaakt.’

Roze wolk

“11 januari 2010 was een grauwe dag met een dik pak sneeuw. Ik was bij mijn zus op bezoek, omdat zij die nacht was bevallen van mijn nichtje. Als tante zat ik op een roze wolk, we waren allemaal uitgelaten van geluk. De deurbel ging, mijn zwager deed open. Er stonden agenten voor de deur. Ik was natuurlijk wel benieuwd waar het over ging, dus ik liep ook naar de deur. De agenten wilden mijn zus spreken. Ik gaf aan dat zij boven lag bij te komen van een bevalling en dat ik haar zus was. Ik zag dat de agent schrok. ‘Jullie ouders zijn levenloos aangetroffen’, zei hij. Die woorden vergeet ik nooit meer. Ik hoorde ze iets zeggen over het onderzoek dat ze gingen verrichten, maar instinctief wist ik direct: dit hebben mijn ouders zelf gedaan.”

Depressies

“Toen ik opgroeide, had ik niet het idee dat mijn ouders anders waren dan die van leeftijdsgenoten. We hadden een normaal gezin, bestaande uit mij, mijn zus en twee jongere geadopteerde broertjes. Mijn moeder was een betrokken, intelligente vrouw. En mijn vader werkte als scheikundedocent, deed veel voor zijn leerlingen en had een goed gevoel voor humor. Mijn moeder was wel veel ziek. Ze had vaak migraine en dan lag ze soms dagenlang op bed. Of ze had last van depressies, dan was ze verdrietig en teruggetrokken. Dan zat ze als een lege huls beneden op de bank. Ze staarde voor zich uit en contact maken was dan bijna niet mogelijk.”

‘Toen ik opgroeide, had ik niet het idee dat mijn ouders anders waren dan die van leeftijdsgenoten’

“Ik liet haar dan zo veel mogelijk met rust. Maar ik vond het niet raar, je groeit ermee op en dit was voor mij normaal. Ik had ook het idee dat ik uit een warm gezin kwam door de liefde die mijn ouders voor elkaar hadden. Zij hadden zo’n hechte band. De manier waarop mijn vader voor mijn moeder zorgde, was mooi om te zien. Wat ze ook nodig had, hij stond voor haar klaar. Dan bracht hij haar bijvoorbeeld eten en drinken op bed, en nam hij het huishouden van haar over als zij zich niet goed voelde. Rond mijn twaalfde duurde een neerslachtige periode van mijn moeder zo lang, dat ze een paar maanden in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen.”

Goede en slechte dagen

“Ik heb daar niet zo veel herinneringen aan. Ik denk dat ik die heb verdrongen, omdat ik het heel heftig vond, ik herinner me alleen nog dat we een keer bij haar op bezoek gingen. Erg beangstigend vond ik dat. Op de afdeling van mijn moeder waren allemaal mensen aan wie je kon zien dat ze psychisch niet in orde waren. Zo zag ik mijn eigen moeder niet. Ik weet wel dat de opname haar goed deed. Toen ze terugkwam, was ze actief en lachte ze weer. Ze had nog steeds goede en slechte dagen, maar wij functioneerden daar als gezin omheen. We gingen ook gewoon een dagje naar een pretpark. En als mijn moeder zich niet goed voelde, gingen we met mijn vader. En op goede dagen had ik ook gezellig vriendinnetjes over de vloer en stond mijn moeder in de keuken pannenkoeken te bakken. Net zoals de moeders in andere gezinnen dat deden.”

Steeds meer achteruit

“Op mijn achttiende besloot ik op kamers te gaan. In de buurt van mijn ouders, zodat ik regelmatig op bezoek kon, maar wel een eigen plekje had. Toen merkte ik pas hoezeer het leven thuis altijd in het teken had gestaan van mijn moeder. Ineens had ik niet die constante zorgen over hoe het met haar ging en stond ik zelf op de eerste plaats. Ik begon met een studie psychologie, leerde nieuwe mensen kennen en begon mijn eigen leven op te bouwen. Maar na een paar jaar kreeg ik last van neerslachtigheid. Ik kon me niet concentreren op mijn studie en had weinig energie, ik ben hiervoor in therapie gegaan.”

‘Ik kon me niet concentreren op mijn studie en had weinig energie’

“Mijn behandelaars zeiden dat de geschiedenis van mijn moeder mede zorgde voor een aanleg voor depressies. Niet alleen het erfelijke aspect, maar ook omdat ik bepaalde persoonlijkheidskenmerken van haar had overgenomen. Dat was volgens de therapeut heel normaal voor kinderen waarvan een ouder psychische problemen heeft. De therapie hielp me door die periode heen. Terwijl ik steeds sterker in mijn schoenen kwam te staan, zag ik tijdens de bezoeken aan mijn ouders dat mijn moeder er steeds slechter uit begon te zien. Voorheen ging het op en neer, nu ging ze alleen maar achteruit. Rond haar zestigste bereikte het een dieptepunt.”

Reddingspogingen

“Waar ze zichzelf eerst oppepte als ik op bezoek kwam omdat ze het fijn vond dat ik er was, reageerde ze nu heel vlak. Ze at niet meer, wilde niet meer drinken. Haar ogen zagen er leeg uit, alsof ze zich erbij had neergelegd dat het bijna voorbij was. Ik voelde aan dat ze niet meer wilde. ‘Pap, misschien moet je haar laten gaan’, zei ik. Ik dacht dat ze misschien een euthanasietraject in zou willen, iets om haar uit dit lijden te verlossen. Wat dat precies moest worden, daar had ik nog niet echt over nagedacht. Maar je zag dat het zo niet ging. Haar hart klopte nog, maar haar ziel leek te zijn verdwenen. Mijn vader wilde dat niet accepteren. Hij hield zo veel van haar, hij wilde haar proberen te redden.”

Psychotische blik

“Mijn vader stelde als laatste redpoging een nieuwe opname op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis voor aan mijn moeder. Zij stemde in. Na een paar maanden kwam ze terug. Ik schrok hoe erg ze was veranderd. Voor ze wegging, was ze een kasplantje geweest. Nu was ze hyperactief aan het ratelen. Ze was boos op het ziekenhuis. Zij hadden haar een behandeling gegeven, die voor allemaal fysieke klachten zorgde, zoals pijn, een droge huid en heel droge ogen. ‘En dat is de schuld van het ziekenhuis’, zei ze dan boos. ‘Kijk wat ze me hebben aangedaan. Het leven is zo niet langer leefbaar.’ Vooral haar ogen beangstigden me. Die hadden een psychotische blik.”

Lees ook 
Linda overleefde een auto-ongeluk: ‘Ineens besefte ik: het is een spiegel, die vrouw met al dat bloed ben ik’

Strijd

“Wie is deze vrouw? dacht ik. Mijn vader ging helemaal met haar mee in haar boosheid. Ze waren altijd een eenheid geweest. Hij steunde haar immers in alles. Dus ook nu stond hij pal achter haar. ‘We gaan ze aanklagen’, zei hij. ‘Je ziet toch wat ze haar hebben aangedaan.’ Ik schrok van zijn houding. Mijn hele leven was hij de gezonde van de twee. Degene op wie ik kon bouwen en nu leek ook hij de realiteit compleet uit het oog te verliezen. In de bezoeken daarna hadden ze het alleen maar over hun strijd tegen het ziekenhuis. Ik merkte dat hun wereld steeds kleiner werd, omdat ze hier zo mee bezig waren. Ik probeerde erover met ze te praten, hun ideeën leken wel een soort wanen.”

Contact verbreken

“Ik hoopte vooral tot mijn vader door te dringen. Hij moest dit toch kunnen inzien? Maar hij wilde het niet horen. Mijn moeder was tijdens die bezoeken heel fel tegen mij. Ze begon meteen te praten over wat haar was aangedaan en wilde weinig van me horen om dat te nuanceren. De sfeer in huis werd een beetje grimmig. Het voelde psychotisch, hoe ze deden, en dat maakte me bang. Daarom besloot ik het contact te verbreken. Ik schreef ze een brief waarin ik uitlegde dat het contact voor mij niet goed voelde, ik hield de deur open voor de toekomst. Ik hoopte, denk ik achteraf, dat de brief mijn vader wakker zou schudden. Dat hij zou inzien hoe onrealistisch het was waar ze mee bezig waren. Ik kreeg daarop een korte reactie: ze betreurden mijn beslissing, maar niks over een gesprek of enige toenadering. Dat vond ik heel erg. Omdat we bij elkaar in de buurt woonden, kwam ik ze weleens tegen. In de supermarkt bijvoorbeeld. Dan deden we allebei hetzelfde: geforceerd doen alsof je de ander niet zag. Heel ongemakkelijk.”

Klein contactmoment

“In november 2009 organiseerde mijn oude school een reünie. Mijn vader gaf op die school les en was ook aanwezig. Vooraf had ik bedacht dat ik hem uit de weg zou gaan. Maar toen zag ik hem staan: bleek, de schouders gebogen en met een verdrietige blik in zijn ogen. Iets in me brak. Ik ging naar hem toe en zei zachtjes: ‘Hoi pap.’ Hij leek blij me te zien en groette mij ook. Het was maar een klein contactmomentje. We wisten allebei niet zo goed wat te zeggen, hoe we verder moesten. Daarom liep ik maar snel door naar een vriendin die ik zag staan, weg van die ongemakkelijke situatie. Hoe kon ik weten dat dit de laatste keer zou zijn dat ik mijn vader zag? Dan had ik het natuurlijk anders gedaan. Had ik mijn armen om hem heen geslagen. Hem omhelsd. Als ik daaraan denk, krijg ik een brok in mijn keel. Maar op dat moment had ik geen idee wat er stond te gebeuren.”

Denk je aan zelfmoord? Neem contact op met 113 (0900 0113). De crisislijn is 24/7 open, ook kun je er terecht voor therapie met een psycholoog, of doe de zelfhulpcursus. Anoniem en vertrouwelijk.

Lees het volledige interview in Flair 40-2020. Deze ligt t/m 6 oktober in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Michelle Iwema

Shoppen is altijd een goed idee