Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Mieke (31): ‘Mijn man probeerde me te vermoorden’

Mieke (31): ‘Mijn man probeerde me te vermoorden’

Relaties & opgebiecht
Mieke (31): ‘Mijn man probeerde me te vermoorden’

Mieke (31) werd acht jaar lang mishandeld en vernederd door haar man Frank. Toen ze erachter kwam dat hij haar ook nog bedroog, wilde ze bij hem weg, waarop hij helemaal doordraaide.

Bijna vermoord door mijn man

Mieke: “Ik was net 21 en had nog niet veel ervaring in de liefde toen ik Frank tegenkwam. Ik studeerde, en werkte ’s avonds in een restaurant waar hij weleens kwam eten. Ik vond hem een beetje een patser, maar wel charmant. Hij gaf me altijd complimentjes en liet merken dat hij me leuk vond. Toen hij me uitnodigde om samen iets te gaan eten, heb ik niet lang getwijfeld.”

Met de minuut verliefder

“Na die eerste date had ik eigenlijk al moeten weten dat Frank niets voor mij was. Hij wond zich enorm op in het restaurant, omdat we naar zijn zin te lang moesten wachten. Ik zei dat het niet uitmaakte, dat het ons meer tijd gaf om te praten, maar hij ging over de rooie. Hij wilde de eigenaar spreken en schopte een hele scène. Ik geneerde me, maar
probeerde het te zien als: hij wil indruk op me maken. We verkasten uiteindelijk naar een pizzatentje iets verderop. De boze Frank was helemaal weg en ik zag die charmante man weer. Hij zei steeds hoe geweldig hij me vond en ik voelde me met de minuut verliefder worden. Aan het einde van de avond zette hij me thuis af en kuste hij me. Tien minuten later kreeg ik al een berichtje, dat hij zo had genoten. We sms’ten de hele nacht en tegen de ochtend was ik verkocht.”

‘En daar was de klap. Ik had het niet zien aankomen, was compleet verbijsterd’

“Twee weken later woonden we samen. Veel te snel natuurlijk, maar Frank pakte me zo in, dat ik geen verweer meer had. Als ik niet bij hem was, sms’te hij me steeds. In elke sms stond wel hoeveel hij van me hield en hoe verdrietig hij zonder me was. Dus toen hij me vroeg bij hem te komen wonen, zei ik ja. Mijn ouders gingen door het lint dat ik zo snel ging samenwonen, maar dat liet me koud. Ik was verliefd op de meest fantastische man ter wereld, de rest deed er niet toe.”

De mist in

“Ik denk dat we nog geen maand samenwoonden toen het voor het eerst misging. Ik zat te studeren toen hij thuiskwam. Hij was chagrijnig en vroeg waarom het zo’n rommel was. Nu hadden we daar vaker discussies over, maar meestal lachten we erom dat we zulke verschillende ideeën over rommel hadden.”

Eerste klap

“Ook nu maakte ik een grapje: ‘Lieve autist, ligt niet alles zoals het hoort?’ En daar was de klap. Ik had het niet zien aankomen, was compleet verbijsterd. Ik heb niets gezegd, ik was totaal in shock. Hij keek me aan met ogen vol haat en liep toen weg. Tien minuten later kwamen de tranen. Ik begreep niet wat er was gebeurd. In mijn hoofd speelde ik de gebeurtenis steeds opnieuw af, op zoek naar een verklaring.”

‘Twee weken later sloeg hij me opnieuw. Een week daarna weer. Toen werd het normaal’

“Uiteindelijk viel ik in slaap en werd ik wakker van Frank die me in zijn armen naar onze slaapkamer droeg. Daar overlaadde hij me met kussen, bedreef de liefde met me alsof het onze eerste keer was. Pas daarna zei hij dat het hem speet. ‘Ik wil je geen pijn doen. Maar je daagde me zo uit, dat ik de controle verloor. Beloof je me dat je dat nooit meer doet?’ Natuurlijk hoorde ik wel dat hij de schuld bij mij legde. Maar ik beloofde het hem. Ik was zo blij dat hij niet meer boos was en dat alles weer goed was.”

Waar moest ik heen?

“Twee weken later sloeg hij me opnieuw. Een week daarna weer. Toen werd het normaal. Hij werd kwaad om niks en het was altijd mijn schuld. Met zijn neus tegen de mijne siste hij: ‘Waarom maak je me toch altijd zo kwaad? Waarom haal je altijd het slechtste in me naar boven?’ Toen wilde ik al weg bij hem. Maar waar moest ik heen? Ik had geen contact meer met mijn ouders en ik heb geen broers en zussen. Ik had wel vrienden, maar ik kon toch niet zomaar met een koffer in mijn hand bij hen aanbellen? En Frank was niet alleen maar agressief. De dag nadat hij me had geslagen of geschopt, was hij altijd superlief. Dan was ik zijn godin, zijn alles. Dan beloofde hij me dat alles goed zou komen, dat we nooit meer ruzie zouden maken. Elke keer opnieuw wilde ik dat geloven. Tegen hem ingaan deed ik niet. De combinatie van zijn overdonderende liefdesverklaringen en zijn agressieve uitvallen maakten me murw. Als ik terugdenk aan die tijd, begrijp ik niet dat ik hem zo zijn gang heb laten gaan en acht jaar bij hem ben gebleven.”

Drie ribben gebroken

“Ik ging pas weg toen ik erachter kwam dat hij me bedroog. Ik vond een sms’je van een van zijn veroveringen en was woedend. Na alles wat ik had doorstaan, ging hij vreemd? Ik schreeuwde tegen hem, iets wat ik nooit deed. Ik duwde zijn mobiel onder zijn neus en smeet die vervolgens kapot. De frustratie van al die jaren kwam eruit. Franks antwoord was geweld, natuurlijk. Hij sloeg me, hard. Ik viel op de grond en hij begon me te schoppen. Harder dan hij ooit eerder had gedaan. Ik was een hoer, schreeuwde hij. Een vuile spion die in zijn spullen neusde. Hij greep me bij mijn haar en trok me de kamer door, smeet me tegen de muur en bleef maar slaan. Net zoals altijd ging hij op een gegeven moment weg. Ik ben met een taxi naar het ziekenhuis gegaan. Mijn oogkas en drie ribben waren gebroken.”

Stalken

“Drie dagen later, ik logeerde bij een vriendin, belde Frank me. Hij vroeg waar ik was en wanneer ik naar huis kwam.  ‘Nooit meer, Frank,’ zei ik. Hij werd woest. Ik hing op, waardoor hij nog meer over de rooie ging. Op mijn voicemail schreeuwde hij: ‘Je denkt toch niet écht dat je mij kunt verlaten, hoer? Ik beslis dat. Ik maak je kapot!’ Toen begon hij me te stalken. Dag en nacht belde en bedreigde hij me. Ik was doodsbang. Ik ging naar de politie, maar ze konden niks voor me doen, zeiden ze.”

Gevecht op leven of dood

“Toen ik op een avond na mijn werk naar huis reed, kreeg ik een heel onbehaaglijk gevoel. Zo snel mogelijk liep ik van mijn auto naar de voordeur. Toen ik die achter me dicht wilde doen, werd die met een gigantische klap opengeduwd. Frank. Hij sloeg me tegen het deurkozijn, ik voelde mijn ribben kraken. Ik zag pure waanzin in zijn ogen en wist dat hij deze keer niet zou stoppen. ‘De politie op me afsturen? Wie denk je wel niet dat je bent?’ brulde hij, terwijl hij mijn keel begon dicht te knijpen. Als een dier heb ik gekrabd, gebeten, geslagen. Ik wist dat dit een gevecht op leven of dood was.”

‘Elke seconde van de dag ben ik bang’

“Ik kon loskomen uit zijn greep en kroop naar de keuken. Ik probeerde bij mijn telefoon te komen. Maar toen stond hij boven me. Zijn gezicht vertrokken van haat, een keukenmes in zijn hand. Met alle kracht trapte ik hem, net op het moment dat hij stak, waardoor het mes mijn arm schampte. Daarna stak hij opnieuw, deze keer in mijn zij. Alles ging razendsnel. Het enige wat ik dacht was: ik ga dood.”

Doodstraf

“Toen zijn aandacht heel even verslapte, duwde ik hem met de allerlaatste kracht die ik in me had weg. Hij viel, ik krabbelde overeind en rende naar buiten. Daar heb ik staan gillen en krijsen. Een buurman kwam naar buiten en Frank smeerde hem snel. Ik was gered. Ik werd naar het ziekenhuis gebracht, de politie kwam erbij, Frank werd opgepakt. Hij zit nu in voorarrest. Daardoor heb ik de tijd om een beetje tot mezelf te komen, maar het voelt alsof ik de doodstraf heb gekregen. Want hij komt vrij, natuurlijk. En dan komt hij weer achter me aan, dat weet ik zeker. Niemand schijnt te beseffen dat hij door een paar jaar cel niet zal veranderen.”

Lees ook
Opgebiecht: ‘Ik wil niet kiezen tussen mijn nieuwe liefde en mijn zoontje’

Constante angst

“Ik denk erover om in het buitenland te gaan wonen. Ik wil niet vluchten, maar wat heb ik hier nog? Alleen maar angst en slechte herinneringen. Mijn ouders zijn naar het ziekenhuis gekomen, maar het enige wat ze zeiden was dat ik het zelf had opgezocht. Op steun van hen hoef ik dus niet te rekenen. Ik weet dat Frank krankzinnig is. Ik weet dat hij doorgaat tot het uiterste. En dus ben ik elke seconde van de dag bang. Ik heb er zelfs aan gedacht om uit het leven te stappen. Alles is beter dan die constante angst, denk ik dan. Maar dan gaan mijn gedachten ook terug naar die helse nacht. Zie ik weer voor me hoe ik vocht voor mijn leven. Daardoor weet ik dat ik van het leven houd. Ik zou heel graag ooit écht gelukkig worden met een lieve man, misschien zelfs met kinderen. Daarom blijf ik vechten. Ik wil dit winnen.”

Dit artikel komt uit het Flair & VIVA Zomerboek 2020. Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks in Flair. Wil je een editie (na)bestellen? Dat kan hier. Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je dan gratis in voor onze nieuwsbrief.

Beeld: Canva

Shoppen is altijd een goed idee