Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Christel (44) verloor haar zusje bij de kabeltreinramp in Oostenrijk: ‘Ik was volledig verdoofd’

Christel (44) verloor haar zusje bij de kabeltreinramp in Oostenrijk: ‘Ik was volledig verdoofd’

Relaties & opgebiecht
Christel (44) verloor haar zusje bij de kabeltreinramp in Oostenrijk: ‘Ik was volledig verdoofd’

Op 11 november is het twintig jaar geleden dat 155 mensen in het Oostenrijkse Kaprun om het leven kwamen door een brand in een kabeltrein. Er vielen twee Nederlandse slachtoffers, onder wie de 22-jarige Claudia Maijer, het zusje van Christel (44). ‘Het gemis wordt alleen maar groter.’

Vier handen op één buik

“Claudia was mijn jongere zusje, we scheelden twee jaar. We konden elkaar soms letterlijk de tent uit vechten, maar we waren ook vier handen op één buik. Ik weet nog goed dat we een keer zo’n ruzie hadden, dat we allebei aan een eind van een bezemsteel stonden te trekken. De bezem kwam los en de steel schoot dwars door een schilderij dat achter een van ons hing. De ruzie was direct vergeten; we repareerden de scheur als een team en pas vijf jaar later, tijdens een verhuizing, ontdekte onze moeder wat er was gebeurd.”

Nieuw gezin

“Onze ouders waren gescheiden toen we nog heel jong waren. Mijn vader heeft ons niet de liefde gegeven die hij ons had moeten geven, hij koos voor zijn nieuwe gezin. Claudia had daar heel veel verdriet van. Ik probeerde haar daarin te beschermen door haar te harden. ‘Hij is je verdriet niet waard’, zei ik dan. Ik snapte niet dat ze zich zo door hem liet raken. We waren daarin totaal verschillend.”

Gemakkelijk doelwit

“Claudia was doof en werd gepest op school. Ze had ook nog eens een bril en een buitenboordbeugel. Dat maakte haar tot een gemakkelijk doelwit. Pas toen ze van regulier onderwijs naar een school voor dove kinderen ging, vond ze haar plek. Ze leerde er gebarentaal en werd niet langer gepest. Toch was het leed al geleden. De wanhopige zoektocht naar liefde en acceptatie bleef een rode draad in haar leven. Ze trof de meest waardeloze kerels die haar stuk voor stuk bedrogen. Terwijl ze juist zo’n mooi mens was…”

Smoorverliefd

“Op haar twintigste ontmoette ze Barry. Ze was smoorverliefd en wilde niets liever dan hem gelukkig maken. Barry en ik hadden niet veel met elkaar, maar dat hoefde ook niet; als Claudia maar gelukkig was. In diezelfde periode werd onze vader ongeneeslijk ziek. We hadden op dat moment geen contact meer met hem, maar hij wilde ons weer zien, liet zijn vrouw weten. Voor mij hoefde dat niet, voor Claudia wel. Ik ben met haar meegegaan om haar niet alleen te laten en ze heeft de laatste weken van zijn leven naast zijn bed gewaakt. Ze vergaf hem in haar eeuwige hang naar liefde alles. Ik was alleen maar boos. Boos om hoe verdrietig hij haar keer op keer maakte door zijn desinteresse. Hij bleef haar teleurstellen.”

Caravan

“Barry’s vader had een caravan in het Oostenrijkse Zell am See, waar ze regelmatig naartoe gingen. In november 2000 reisden ze voor de verandering een keer naar Zwitserland. Nog voor hun terugreis gingen ze nog even naar Zell am See om de caravan te inspecteren. Het had er namelijk behoorlijk gestormd. Daar zijn ze gebleven om nog een dag in Kaprun te gaan snowboarden. Die maandag zou Claudia beginnen met haar nieuwe baan, waar ze erg naar uitkeek.”

Op het journaal

“Het was op een zaterdagochtend dat ik de tv aanzette en op het journaal zag dat er in Oostenrijk brand was uitgebroken in een tunnel waar een kabeltrein doorheen ging. Er waren veel doden gevallen. Wat heftig, dacht ik. De mogelijkheid dat Claudia in die trein zat, kwam geen seconde in me op. Ze was naar mijn weten met Barry in Zwitserland. Ik ging naar de Dappermarkt waar mijn moeder aan het werk was en we hadden het nog even over het ongeluk. Ook bij mijn moeder gingen er geen alarmbellen rinkelen.”

‘Ze lagen niet in een ziekenhuis. Niemand had ze gevonden. En er waren maar twaalf overlevenden. Ze moesten wel dood zijn’

Zestien gemiste oproepen

“Die avond had ik met een vriendin afgesproken. Mijn telefoon had ik in de auto laten liggen. Hooguit vijf mensen hadden mijn nummer; een mobiel was toen nog lang niet zo vanzelfsprekend als nu. Toen ik rond 23.30 uur terug wilde rijden, zag ik dat ik zestien gemiste oproepen had, waaronder meerdere van mijn ex-vriend. Ik belde hem als eerste terug. ‘Waar ben je?’, wilde hij weten. Ik vertelde waar ik reed. ‘Oké, dus je bent nog niet langs het huis van mijn moeder gekomen. Ik wil dat je naar haar toe gaat, ze wacht op je.'”

Ongeloof

“Ik snapte er niets van en raakte in paniek. ‘Is er iets met mijn moeder?’, wilde ik weten. Mijn ex-vriend wilde niets vertellen. Pas toen ik de auto had geparkeerd, vertelde hij het: Claudia zat in de verongelukte trein. ‘Néé! Claudia zit in Zwitserland!’, riep ik stellig. Ik klopte zo hard op het raam van zijn moeder dat ik er bijna dwars doorheen ging. Ze opende de deur en sloeg haar armen om me heen. ‘Och meisje, ik vind het zo erg voor je’, zei ze in tranen. Ik wilde dat niet horen. Het was nog niet zeker dat ze dood was, toch? Er was toch nog hoop?”

De hoop niet opgeven

“Barry’s vader had eerder die dag het Duitse journaal gekeken en Barry’s bus op de parkeerplaats zien staan. Daarop had hij de beheerder van de camping gebeld, die naar Kaprun was gereden om poolshoogte te nemen. Hij kreeg daar dan wel niet bevestigd dat ze waren omgekomen, maar Barry’s vader wist genoeg. Ze lagen niet in een ziekenhuis. Niemand had ze gevonden. En er waren slechts twaalf overlevenden. Ze moesten wel dood zijn.”

Lees ook
Dessie’s zoontje (3) is ernstig ziek: ‘Ik voelde dat onze roze wolk rammelde, en langzaam grijs werd’

Ontkenning

“Ik huilde niet, ook niet toen ik mijn moeder weer zag. Ik duwde haar van me af toen ze me wilde omhelzen. ‘Houd op nou!’, riep ik. Ik was zo boos. En in ontkenning. Een dochtertje van vrienden vroeg of we Claudia niet moesten gaan zoeken. Het meisje was een jaar of zeven, denk ik – wist zij veel. Maar haar woorden gaven me hoop. We moesten zoeken, niet de hoop al opgeven. Mijn moeder en Barry’s vader vertrokken met twee vrienden naar Kaprun. Mijn oom lichtte mijn oma in, haalde haar op en bracht haar bij mij. We wilden allebei niet alleen zijn. Ik was volledig verdoofd. Het kon er bij mij niet in dat ik mijn zusje nooit meer zou zien. Het was zo onwerkelijk. Ik wilde niets, ik wilde alleen maar Claudia levend terug.”

Lees het volledige interview in Flair 46-2020. Deze ligt t/m 17 november in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Hester Zitvast, beeld: Canva

Shoppen is altijd een goed idee