Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Linda overleefde een auto-ongeluk: ‘Ineens besefte ik: het is een spiegel, die vrouw met al dat bloed ben ik’

Linda overleefde een auto-ongeluk: ‘Ineens besefte ik: het is een spiegel, die vrouw met al dat bloed ben ik’

Relaties & opgebiecht
Linda overleefde een auto-ongeluk: ‘Ineens besefte ik: het is een spiegel, die vrouw met al dat bloed ben ik’

Linda Commandeur (42) overleefde twintig jaar geleden maar nét een ernstig auto-ongeluk. Het zorgde voor een ommekeer: ‘Ik voelde al dat mijn leven niet bij me paste, maar durfde het niet anders te doen.’

Mooie autoroute

“De regen viel met bakken uit de lucht en mijn ruitenwissers draaiden overuren. Het was het soort weer waar mensen hun rijstijl op aanpassen, maar ik was niet van plan me te laten ophouden door wat regen en onweer. Ik was doodop en wilde na mijn lange werkdag niets liever dan zo snel mogelijk in bed liggen. Huppakee gas erop, dacht ik. De weg van het vliegveld in Genève, waar ik zojuist was geland, naar mijn huis in Fribourg is een van de mooiste autoroutes van Europa. Aan de ene kant de bergen, aan de andere kant het prachtige meer van Genève. Maar die avond zag ik helemaal niks. Het was grijs. Het maakte mij niet uit. Ik baalde vooral dat het een kort nachtje zou worden.”

‘Hoe gaat dit in de film, hoorde ik een stem in mijn hoofd zeggen’

“Ik moest de volgende dag gewoon weer om acht uur op kantoor zijn. Ik zuchtte terwijl ik de regen op mijn voorruit hoorde kletteren. Ook nog dat shitweer. Ik was het zat. Ik was op. Verzonken in gedachten over m’n werk, schrok ik op van een raar gevoel in mijn buik. M’n banden begonnen opeens te glijden, alsof ik over een ijsbaan reed. In één klap was ik in het nu. Ik realiseerde me dat er zo veel water op de weg lag dat de auto compleet onbestuurbaar was geworden. Oké Lin, hoe gaat dit in de film, hoorde ik een stem in mijn hoofd zeggen.”

Oorverdovend geluid

‘Niet remmen, alleen maar sturen’, zei ik hardop. Maar ik was machteloos. Niets wat ik deed, maakte een verschil. Terwijl m’n auto over de kletsnatte weg gleed, ontstond er kortsluiting in m’n hoofd. Dit is niet de bedoeling, dacht ik. Ik ben hartstikke jong, ik ben pas net begonnen met mijn leven, ik kan niet nu al doodgaan. Een paar seconden later volgde er een onbeschrijflijk harde klap. Het geluid was oorverdovend. De trillingen trokken door m’n hele lichaam. Die klap veranderde de koers van mijn leven.”

In de vijfde versnelling

“Mijn hele leven deed ik al precies wat er van me werd verwacht – en wat ik van mezelf verwachtte. Ik haalde goede cijfers, ging bedrijfskunde studeren, haalde m’n diploma en ging daarna aan de slag voor een grote multinational. Op m’n 23ste kreeg ik de kans uitgezonden te worden naar Zwitserland. Het voelde als een logische stap. Ik zou buitenlandervaring opdoen en vervolgens terugkeren naar een hogere functie in Nederland. Voor mij was dit het vanzelfsprekende pad: studeren, een goede baan vinden, promotie maken en doorstromen naar een nóg betere baan. Iedereen wil succesvol zijn, toch? Mijn gedachte ging dat het leven draaide om carrière maken en dat deed ik verdomd goed.”

‘Ik had het voor mijn gevoel allemaal op de rit, was in de goede trein gestapt die op hoge snelheid doorreed’

“Ik was een 23-jarige expat in een van de luxueuste landen van de wereld, ik kreeg een prachtig huis toegewezen, had een flink salaris en vliegen naar een werkoverleg was voor mij net zo normaal als de bus nemen. Daarnaast had ik een druk sociaal leven en een relatie. Het was door zijn extreme jaloezie geen gezonde verhouding, maar ik was verliefd en voor de buitenwereld waren we een mooi stel. Ik had het voor mijn gevoel allemaal op de rit, was in de goede trein gestapt die op hoge snelheid doorreed. Mijn dagen vulden zich met werkoverleggen, presentaties, afspraken; ik hield altijd honderd ballen in de lucht. Mijn werkgever was tevreden, maar mijn gejaagde bestaan begon steeds meer aan me te knagen. Ik leefde van werkdag naar werkdag. Vond ik dit eigenlijk wel leuk?”

Snel, snel, snel

“Had ik wel plezier in deze corporate wereld waar er vaak geen lachje vanaf kon? Dit soort vragen wuifde ik snel weer weg. In de eerste plaats omdat ik geen tijd had om over de antwoorden na te denken, maar vooral omdat ik het onzin vond. Hoe kon ik dit nou niet leuk vinden? Ik zat als goedverdienende piepjonge expat verdorie in Zwitserland. Dus ging ik door. Tot de klap.”

“Die ochtend was ik vroeg met het vliegtuig naar Nederland vertrokken voor een dag vol werkoverleggen. Dat was geen uit-zondering. Ik haalde een kop thee bij mijn vaste tentje op Schiphol, racete met mijn huurauto naar m’n afspraken, rende en praatte de hele dag de longen uit m’n lijf. Ik had bewust een late vlucht teruggeboekt zodat ik mijn ouders nog snel even kon zien. We aten een hapje samen, waarna ik ze een knuffel gaf en weer in mijn huurauto sprong om terug te racen naar Schiphol. Snel, snel, snel.

‘Ik wist niet dat het twee weken zou duren voordat ik weer in mijn eigen bed zou liggen’

“Ik had inmiddels gehoord dat er noodweer op komst was in Zwitserland. Maar als doorgewinterde vliegtuigreiziger deed het me niks. Als ik maar op tijd thuis ben want ik moet morgen weer aan het werk, was alles wat ik dacht. Toen het toestel niet kon landen door het aanhoudende onweer baalde ik dan ook flink. We bleven maar rondjes vliegen en ik zat me op te vreten. Strontchagrijnig liep ik rond middernacht het vliegtuig uit. Ik was kapot en moest nog honderd kilometer rijden. Een afstand die ik zo snel mogelijk wilde afleggen, zodat ik eindelijk kon slapen. Ik wist niet dat het twee weken zou duren voordat ik weer in mijn eigen bed zou liggen.”

Koekblik

“Toen ik na de harde klap mijn ogen opende, zag ik dat ik op de vangrail was geknald. De auto was door de hoge snelheid – ik reed ruim honderd kilometer per uur – als een soort koekblik in elkaar gekreukt. Mijn deur kreeg ik met geen mogelijkheid open. De adrenaline gierde door m’n lijf en ik ging direct over tot actie. Ruimte voor angst was er niet. Weer stelde ik mezelf de vraag: wat gebeurt er in films bij een ongeluk? Dan ontploft de motor en vliegt de auto in de fik. Dus zette ik snel de motor stil en probeerde mezelf de auto uit te manoeuvreren door naar de bijrijdersstoel te kruipen. Het enige wat ik hoorde in mijn hoofd was: ik moet hier uit, ik moet hier uit.”

Ben ik in de hemel?

“Maar het lukte niet. De auto was te ingedeukt en mijn lijf te zwaar. Na heel wat gewring verloor ik mijn bewustzijn. Ik werd wakker door getik op m’n raam. Ik opende mijn ogen en keek recht in de ogen van een onbekende man. Mijn eerste gedachte was: ben ik in de hemel? Is dit het? Ik zag zijn lippen druk bewegen en draaide met moeite mijn raam een stukje naar beneden. Hij stak een heel verhaal af in het Frans. Verward antwoordde ik in het Nederlands dat ik hem niet begreep. Hij vroeg naar mijn naam, maar die wilde ik niet geven. Waarom zou ik mijn naam geven aan een vreemde man?”

‘Ik zag een vreemde poster met daarop een vrouw die volledig in de kreukels lag, het was geen poster, maar een spiegel’

“Ik snapte niks van de hele situatie, ik ben flarden kwijt, maar voor ik het wist, werd ik uit mijn auto geknipt en op een brancard gehesen. Mijn gedachten waren compleet blanco, alsof het niet om mij ging. Bij het zien van het felle licht van de ambulance ging ik weer out. Ik werd wakker in het ziekenhuis. Wat ik toen zag, zal ik nooit meer van m’n netvlies krijgen. Ik werd op een brancard een lift in geduwd. Ik keek naar het plafond en zag een vreemde poster met daarop een vrouw die volledig in de kreukels lag. Ze had bloed op haar gezicht, haar kleding zat scheef en haar arm hing in een rare hoek aan haar lichaam. Wat stom dat ze die poster hier ophangen, dacht ik. Belachelijk. Waar maken ze überhaupt reclame voor met deze afbeelding? En toen viel het kwartje. Het was geen poster, maar een spiegel. Ik schrok enorm, begon keihard te huilen.”

Lees ook
Renata (34) draagt groot geheim met zich mee: ‘Mijn man weet niet dat ik €40.000 schuld heb’

Een engeltje

“Er knapte iets in me. Ik keek mezelf recht in de ogen en voelde diepe teleurstelling. Je bent de controle over je leven verloren,  dacht ik. Waar ben je nou helemaal mee bezig? Mijn tranen bleven stromen. Pas toen merkte ik ook dat mijn lichaam niet meewerkte. Dat ik m’n schouder niet kon bewegen, dat ademen moeilijk ging. Ik had al die tijd in de overlevingsstand gezeten, in shock, maar nu kwamen alle emoties en fysieke pijn binnen. Artsen vertelden dat ik een engeltje op m’n schouder had gehad. Mijn schouder, ribben en sleutelbeen waren gebroken en ik had een klaplong, maar ik was buiten levensgevaar. Ik was door het oog van de naald gekropen. Die dag besloot ik tijd nooit meer als vanzelfsprekend te zien. Ik had een tweede kans op het leven gekregen. Mijn tijd hier op aarde zou de moeite waard zijn.”

Lees het volledige interview in Flair 39-2020. Deze ligt t/m 29 september in de schappen. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Jadrike Boels

Shoppen is altijd een goed idee