Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik ben verliefd op mijn radioloog’

Opgebiecht: ‘Ik ben verliefd op mijn radioloog’

Relaties & opgebiecht
Opgebiecht: ‘Ik ben verliefd op mijn radioloog’

Lotte (33): “Mijn wereld stond stil toen ik hoorde dat ik kanker had. Alsof ik een klap tegen mijn hoofd kreeg die me totaal knock-out sloeg. Inmiddels zit ik midden in de behandelingen. Elke dag moet ik naar het ziekenhuis voor een bestraling. Een klein voordeel in deze onrustige tijd: mijn radioloog is een superleuke vent, waar ik echt de vlinders van krijg.

Ik was vol ongeloof toen ik te horen kreeg dat ik ziek was. Waarom voelde ik me niet ziek? Hoe kon ik kanker hebben als het in mijn familie niet voorkomt? Was ik hier niet te jong voor? Ging ik snel dood? Er kwamen zo veel vragen in me op toen ik het nieuws te horen kreeg. Ik kon het niet geloven en nog heb ik er moeite mee. Ik weet inmiddels wel dat ik ziek ben. Ik heb in het ziekenhuis gelegen, ben geopereerd en zit nu in het traject van bestralingen. Elke dag, behalve in het weekend. Het is te doen hoor, ik voel me niet ziek door de bestralingen. En dat bestralen neemt slechts een paar minuten in beslag, maar ik moet er wel elke doordeweekse dag voor naar het ziekenhuis, 6 weken lang.

‘Bij hem in de buurt word ik onhandig. Alsof ik weer een tiener ben, verliefd, en van die blubberknieën krijg’

Ik zag er enorm tegenop, maar al na mijn eerste bezoek aan de radioloog zag ik het wat rooskleuriger in. Wat een waanzinnig fijne man! Heel positief, aardig en hij neemt echt de tijd om alles uit te leggen. Hij is lief, heeft een sexy uitstraling en als ik ’m alleen al zie, krijg ik het warm. Dat is niet elke dag, maar 1 of 2 keer per week. Ik meld hem dan hoe het gaat en hij bekijkt of mijn huid niet is aangetast door de behandelingen. Elke keer als ik hem spreek, merk ik dat ik een rode kop krijg. Vaak denk ik: doe niet zo stuntelig joh! Bij hem in de buurt word ik onhandig. Alsof ik weer een tiener ben, verliefd, en van die blubberknieën krijg. Ik denk dat hij denkt dat ik zo ben aangedaan door die ziekte, maar ik word onzeker van hem. Hij zal ergens in de 40 zijn, heeft donker haar, donkere ogen, is lang, goed gebouwd en hij ziet er zelfs in die suffe, witte ziekenhuisjas goed uit. Ik heb het idee dat ik een beetje een voorkeursbehandeling krijg van hem, maar misschien verbeeld ik me dat. Ik ben wel een van zijn jongste patiënten, dat schept wellicht een band.

‘Ik twijfel helemaal niet aan mijn relatie of zo’

De eerste keer dat ik bij hem was, was ik er samen met Nathan, mijn vriend. Nathan is een held in deze periode, hij is een grote steun voor me. Hij wil precies weten wat er gebeurt, heeft zich volledig verdiept in alle behandelingen en gaat zo veel mogelijk met me mee naar afspraken. Ik twijfel ook helemaal niet aan mijn relatie of zo. Wij horen bij elkaar, al 10 jaar en dat zit wel goed. Het is geweldig om zo’n fijne vriend te hebben die er écht voor me is. Ik kan bij hem schuilen, we kunnen samen huilen en ik voel me veilig bij Nathan. Natuurlijk heb ik hem niet verteld dat ik vet de kriebels krijg van mijn arts. Hij maakt zich al genoeg zorgen om me.

Lees ook
Opgebiecht: ‘Mijn kinderen staan niet op de eerste plaats’

Naar de bestralingen ga ik vaak alleen, soms gaat er een vriendin mee. Laatst was ik er met Heidi, mijn beste vriendin. Die wist ook niet wat ze zag toen ze mijn radioloog ontmoette. Ik had geen afspraak met hem, maar hij sprak me aan terwijl ik wachtte tot ik aan de beurt was. Het enige wat zij daarna uitbracht was:  ‘Zooooo…’ Ze was zwaar van hem gecharmeerd. Uiteindelijk liepen we lachend het ziekenhuis uit en zei ze iets als: ‘Je gunt dit natuurlijk niemand, maar hij mag mij ook best behandelen!’ Ik ben alleen maar blij dat er soms nog wat te lachen valt. Natuurlijk is deze periode afschuwelijk. Toch denk ik elke keer als ik dat ziekenhuis in stap: misschien zie ik hem zo. En anders morgen. Of overmorgen. Ik lijk een verliefde puber, terwijl ik me realiseer dat het nooit iets zal worden tussen ons. Dat zou ik ook niet eens willen. Zijn trouwring viel me bij het eerste gesprek al op, natuurlijk is zo’n man bezet. Whatever, ik vind het eigenlijk wel lekker om stiekem verliefd te zijn. Een betere afleiding van al die ellende in het ziekenhuis bestaat volgens mij niet.”  

Dit artikel komt uit Flair 32-2019, de editie die t/m 13 augustus 2019 in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen kan hier.

Tekst: Valerie van der Meer | Beeld: iStock