Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting!

Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik op instorten sta’

Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik op instorten sta’

Relaties & opgebiecht
Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik op instorten sta’

Marlous (33): “Mijn leven is het afgelopen jaar helemaal omgeslagen. Ik had een leuke vriend en dito baan en ik ben ze allebei kwijt. Voor die baan kan ik corona de schuld geven, die vriend is mijn eigen schuld. Ik lig met mezelf overhoop, heb nergens zin in en heb nul energie om iets aan te pakken. Ik realiseer me dat je nu een lange adem moet hebben en moet volhouden en doorzetten. Maar ik kán niet meer.”

Op instorten staan

“Het jaar 2020 gaat voor mij de boeken in als het ergste jaar ooit. Het begon zo mooi, op 1 januari zat ik samen met mijn vriend Jim in New York. We waren er op vakantie en we zagen het nieuwe jaar beginnen op Times Square. Het was echt fantastisch! Het jaar eindigt straks minder mooi: zonder Jim, zonder werk en zonder vriendinnen. Ik heb het aan mezelf te danken, maar ik zie het gewoon niet meer zitten, het lijkt of ik een depressie heb en niet weet wat ik moet doen om eruit te komen. Ik ben negatief over alles, houd vriendinnen en familie af en ik vertel aan niemand hoe ik me werkelijk voel.”

Ineens thuiswerken

“Soms pak ik niet eens de telefoon meer op, omdat ik bang ben dat ik breek terwijl ik met iemand praat. Ik word alleen maar geteisterd door zware hoofdpijn. Alles ging fout toen dat vreselijke virus zijn intrede deed. Aanvankelijk moest ik net als iedereen ineens vanuit huis werken. Dat was goed te doen, ik werk als marketingassistent. Jim en ik woonden nog niet samen en omdat hij ook thuis moest werken, dachten we in het begin nog dat het leuk zou zijn om dat samen te doen. Dat hadden we beter niet kunnen doen, de irritaties liepen vrij snel op.”

Vaker kibbelen

“We maakten allebei fouten; als ik hem iets hoorde bespreken met collega’s, vroeg ik hem daar later naar. Hij bemoeide zich ook met dingen van mij en al snel bleek dat het goed was dat wij geen collega’s waren. Dat etterde door in onze relatie, we begonnen steeds vaker te kibbelen, het werd er niet gezelliger op. Jim trok zijn conclusie en ging terug naar zijn eigen huis. We zagen elkaar in de avond of in het weekend.”

‘Alles ging fout toen dat vreselijke virus zijn intrede deed’

“Waarschijnlijk had onze relatie al wat deukjes opgelopen, of misschien kwam het doordat we voortdurend op elkaar waren aangewezen, maar de irritaties werden erger. Toen ik in augustus te horen kreeg dat mijn contract niet werd verlengd – iedereen met een jaarcontract vloog eruit dankzij corona – ging het slechter met mij. Jim steunde me wel, maar wist ook alles beter. Daar heb ik met hem over gesproken, maar hij bleef me betuttelen. Ik kon dat niet hebben en we lastten op mijn verzoek een time-out in. Jim stemde toe, maar was beledigd. Ik trok zijn aanwezigheid even echt niet meer, had mijn handen vol aan mezelf, en dat zag hij niet.”

Mensenvrees

“Ook van vriendinnen of van familie moest ik niks hebben. Het leek wel of ik werd opgeslokt door corona; alles volgen, nieuws bijhouden, praatprogramma’s kijken, het werd me te veel. Als een vriendin belde om iets af te spreken, verzon ik een smoes, want ik was bang om de deur uit te gaan. Mijn ouders zijn nog lang niet boven de zeventig, maar ik zocht ze niet op, omdat ik angstig was. Het leek wel of ik mensenvrees aan het ontwikkelen was: ik wilde iedereen letterlijk en figuurlijk op grote afstand houden. De laatste maanden ben ik een soort kluizenaar geworden.”

Boodschappen doen

“Ik zie niemand meer en ga mijn huis enkel uit voor boodschappen. Mijn ouders weten dat ik veel last heb van hoofdpijn en blijven erop hameren dat ik naar de huisarts moet. Ze weten nog niet eens dat het definitief over is met Jim. Dan moet ik dat weer uitleggen en daar hebben ze vast hun bedenkingen bij. Ik slaap en eet slecht en beweeg veel te weinig. Aan de sportschool moet ik nu helemaal niet denken.”

Lees ook
Opgebiecht: ‘Onze relatie gaat steeds meer op die van broer en zus lijken’

Lange strandwandelingen

“Samen met Jim maakte ik vaak lange strandwandelingen, dat doe ik ook niet meer. Ik heb geen energie om iets te doen, alles is me te veel en ik ben zo down. En ik moet vaak zomaar ineens huilen. Soms denk ik: zal dit dan een burn-out zijn? Want ik herken mezelf niet. Ik denk niet dat het goed komt, met mij niet, maar ook met de wereld niet. Wat een ellende overal!”

Dit artikel komt uit Flair 46-2020, de editie die t/m 17 november in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Valerie van der Meer, beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee