Je bent hier: Home > Health > Opgebiecht: ‘Ik wilde mijn baas vermoorden’

Opgebiecht: ‘Ik wilde mijn baas vermoorden’

Health
Opgebiecht: ‘Ik wilde mijn baas vermoorden’

Tanja (29): ‘Hij liep schuin voor me de brede betonnen trap in ons kantoorpand af en ik dacht: als ik hem nu een zetje geef, wordt alles beter. In het slechtste geval breekt hij iets en is-ie een paar weken afwezig, op z’n best ben ik voor altijd van hem af. De hond, de klootzak, de slavendrijver. Ik keek om me heen. We waren alleen. Dit zou het uitgelezen moment zijn, niemand zou het zien en dan had ik eindelijk rust.

Het duurde een seconde voordat ik me realiseerde wat ik zojuist had bedacht en ik schrok me dood. Met een heet hoofd en een racend hart stoof ik langs m’n baas de trap af richting het toilet. Ik sloot me op in een hokje en probeerde mijn gedachten te ordenen. Wat was
er met me aan de hand? Hoe kwam ik aan dit soort gedachten? En vooral: hoe kwam ik hier vanaf?

Het laatste wat ik zou willen, was m’n baas iets aandoen. Rationeel wist ik ook wel dat hij het probleem niet was en het lijkt me ook niet echt oké om de bak in te draaien voor doodslag. Dat onze prachtige dochter Sterre me één keer per week zou kunnen opzoeken in de gevangenis, de horror! En toch werd de drang om het te doen elke dag een stukje groter.

Een paar maanden geleden kreeg ik op het werk de kans om in een mooi nieuw onderzoeksproject te stappen. Met een team ambitieuze collega’s deden we ons best om in korte tijd een subsidieaanvraag in elkaar te draaien. We moesten allemaal wat extra uren maken en dat deed ik met liefde. Maar als ik ‘s avonds in bed lag, kreeg ik m’n hoofd niet rustig. Ik sliep slecht, was overdag niets waard en had een extreem kort lontje. Soms stond ik in de supermarkt en had ik geen idee wat ik in godsnaam moest kopen. Dan ging ik maar weer naar de snackbar. Morgen weer een dag.

Toen de onderzoekssubsidie eindelijk rond was, vierde iedereen feest. Behalve ik. Ik stond met knallende koppijn in een hoekje te wachten tot ik naar huis en naar bed kon. In de weken die volgden, ging het snel slechter. Ik zat met suizende oren achter de computer en kreeg last van migraine. Toen ik voor de derde keer in een maand vroeg naar huis ging, gaf m’n baas aan dat hij wilde praten. Hij zag dat het niet goed ging en vreesde dat ik overspannen zou worden.

De huisarts bevestigde zijn vermoeden: ik was te gestrest. Een paar weken rust zouden me goed doen. Mijn baas reageerde begripvol, maar vroeg me regelmatig hoe het ging. Van zijn mailtjes ging mijn bloeddruk door het dak. ‘Laat me met rust, eikel,’ dacht ik als ik z’n naam in mijn mailbox zag verschijnen. Toen ik na drie weken weer bij de huisarts kwam, concludeerde die dat het niet beter ging. Hij stuurde me door naar de psycholoog. Ik moest weer een paar uur gaan werken, maar ook in therapie voor m’n drukke hoofd. We begonnen met een ‘piekerkwartiertje’.

Ik moest elke dag alles opschrijven dat door m’n hoofd spookte. Dat werkte goed, maar het was ook erg confronterend. Ik had zúlke rare gedachten. En één ding kwam elke dag weer duidelijk naar boven: de haat voor m’n baas. Ik vond het raar en schaamde me ervoor, zo erg dat ik het niet durfde te bespreken met m’n therapeut. Tot het moment dat ik overwoog hem te vermoorden…

Vanuit het toilethokje belde ik met trillende stem de psychiater voor een spoedafspraak
en de volgende dag vertelde ik haar voor het eerst echt álles. Mijn baas heb ik daarna nog maar één keer gezien. Toen ik mijn spullen inleverde op de zaak. Ik durfde hem amper aan te kijken, hij moest eens weten wat ik met hem van plan was. Na een pittige periode
in de ziektewet heb ik nu een andere baan met minder uren en minder uitdagingen. Dat is voor iedereen beter, vooral voor m’n leidinggevende.’

Ook iets op te biechten? Stuur een mailtje naar Flair@sanoma.nl

Wil je niets meer missen van Flair? Neem een abonnement. Profiteer nú van onze speciale lente-aanbieding: 10 nummers voor slechts €10

Shoppen is altijd een goed idee