Je bent hier: Home > Relaties & opgebiecht > Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik een dochter heb’

Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik een dochter heb’

Relaties & opgebiecht
Opgebiecht: ‘Niemand weet dat ik een dochter heb’

Anniek (34): “Ik was vijftien toen ik zwanger raakte, en dat was uiteraard niet de bedoeling. Mijn ouders spraken er schande van, ze zijn erg gelovig. Mijn dochter is nu negentien, ik heb geen contact met haar. Ook niet meer met mijn ouders, dat gaat nooit meer goed komen. Ik heb mijn verleden achter me gelaten en ben opnieuw begonnen.”

Liefde tekort

“Mijn ouders zijn streng en extreem gelovig. Ik heb geen broers of zussen en ik heb altijd het idee gehad dat mij dat kwalijk is genomen. Mijn moeder kon geen kinderen meer krijgen na mij. Dat was een ramp, ze wilden natuurlijk een groot gezin. Het klinkt hard, maar ik geloof niet dat mijn ouders van mij hielden. Aanraken, knuffelen deden ze zo weinig mogelijk. Ik ben inmiddels wat therapie verder en weet dat ik liefde tekort ben gekomen.”

‘Ik werd ondergebracht bij familie, waar mijn buik kon groeien zonder dat iemand het zag’

“Toen ik vijftien was, raakte ik zwanger van een jongen die ik amper kende. Ik was onverschillig, blij dat iemand aandacht aan me schonk. Vriendinnen had ik niet; ik werd zó klein gehouden thuis. Als ik terugkijk, lijkt het niet van deze tijd, maar als je in zo’n streng christelijk dorp woont is dat de realiteit. Tegen de tijd dat ik doorhad dat ik zwanger was, was de verkering al over. Die jongen heeft nooit geweten van zijn kind.”

Adoptie

“Mijn ouders waren woest, niet normaal. Abortus was geen optie. Ik werd ondergebracht bij familie, waar mijn buik kon groeien zonder dat iemand het zag. Ver weg van ons dorp, ik kom uit Zeeland en moest naar Groningen. School? Dat was niet belangrijk meer. Mijn vader had geregeld dat ik een jaar zou overdoen. Natuurlijk heb je leerplicht, maar dat telde nu even niet. Er is daar verteld dat ik ziek was. Ik ben bevallen en heb mijn dochter afgestaan. Achteraf gezien had ik me misschien meer moeten verzetten, maar ik wás er ook niet klaar voor. Mijn dochter ging naar een pleeggezin. Later is het officieel geregeld met adoptie, dat betekende dat ik geen rechten meer had. Haar adoptieouders zijn wettelijk gezien haar ouders.”

‘Ik heb mijn ouders nooit meer gezien’

“Het was heftig allemaal; ik had behoefte aan steun en die kwam niet. Ik was de schande van mijn familie. Daarnaast is mij het zwijgen opgelegd: ik haalde het niet in mijn hoofd om iets aan wie dan ook te vertellen. Ik was eenzaam, lag echt in puin. Niet door die bevalling, maar door het verdriet. Ik heb zelfmoord overwogen, wilde niet meer.”

Geen contact

“Na de bevalling ben ik teruggegaan naar mijn ouders, want waar kon ik anders heen? Ik haatte ze, echt intens, dus het ging thuis niet meer. Op mijn zestiende ben ik vertrokken. Naar een stad zo ver mogelijk van mijn ouders en de gemeenschap vandaan. Dat was niet makkelijk, maar ik heb het gered. Ik ben er nooit meer terug geweest en heb mijn ouders nooit meer gezien. Ik heb aanvankelijk nog wel contact gehouden met de tante bij wie ik tijdens mijn zwangerschap verbleef, maar zij koos de kant van mijn ouders en de wereld waarin ik niet paste. Het contact met het pleeggezin is er ook niet meer. Zij vonden het beter om de banden te verbreken. Ik begreep dat. Uiteindelijk heb ik toegestemd met adoptie, omdat ik mijn dochter een goed leven gunde. Dat konden zij haar geven, ik niet. Ze hebben me beloofd dat ze mijn dochter steunen als ze besluit om mij op te zoeken.”

Lees ook
Opgebiecht: ‘Die erfenis van bijna €500.000 had ik liever niet gehad’

Nieuw leven

“Natuurlijk betreur ik hoe alles is gelopen. Ik heb er veel verdriet van en ben eenzaam in dat verdriet. Dat ligt ook aan mezelf: ik kán en ik wíl het niet delen, al weet ik dat dat verkeerd is. Ik heb een nieuw leven opgebouwd. Werk, vriendinnen, vrienden, een partner en mensen die écht om me geven. Mijn vrienden en partner weten dat ik ruzie heb met mijn ouders, dat het gevoelig ligt en dat ik er niet over wil praten. Niemand kent de echte reden. Als ik een paar meiden op straat zie lopen, denk ik bijna altijd: zou zij het zijn? Of zij? Ik hoop dat ze ooit contact zoekt. En hoe kwaad ik ook ben op alles uit mijn jeugd: soms bid ik toch, in de hoop dat het ooit gaat gebeuren: een brief, of de bel. Pas dan zal ik het delen.”

Dit artikel komt uit Flair 35-2020, de editie die t/m 1 september in de schappen ligt. Wil je ‘m liever laten bezorgen? Bestellen (of nabestellen) kan hier.

Tekst: Valerie van der Meer | Beeld: iStock

Shoppen is altijd een goed idee