Je bent hier: Home > Opgebiecht > Opgebiecht: ‘Dronken zoende ik met een buurvrouw’

Opgebiecht: ‘Dronken zoende ik met een buurvrouw’

Opgebiecht
Opgebiecht: ‘Dronken zoende ik met een buurvrouw’

Kelly (33): ‘Twee keer per jaar hebben we een feest met de hele straat. Een zomer- en een winterfeest, altijd op het veldje bij ons om de hoek en altijd met een BBQ en veel drank. In de winter worden er terrasbranders voor aangesleept. Het past bij de sfeer van ons dorp: gemoedelijk en gezellig. En oh ja, uiteindelijk loopt het altijd uit de hand. De laatste keer was ik zo dronken dat ik heb gezoend met een vrouw (!) uit mijn straat.

Lees ook: Opgebiecht: ‘Ik ben dol op kinderen, maar hij heeft twee monstertjes’

René en ik wonen hier nu al weer een jaar of vier. In dit dorp zijn we allebei opgegroeid. We hebben er onze vrienden, familie en hele geschiedenis. We gingen zelfs naar dezelfde basisschool, maar René zat een paar klassen hoger dan ik. We zijn inmiddels verloofd, hebben nog geen kinderen en hebben het naar onze zin in deze buurt. Er wonen veel mensen van onze leeftijd, veel kinderen ook. Mensen uit de stad vinden het vaak ouderwets hier, of net iets te plattelands, maar wij vinden het prettig. Iedereen houdt elkaar in de gaten, maar op een fijne manier.

Als je iets nodig hebt, zijn er genoeg mensen bij wie je kunt aankloppen. Ik drink soms even thee met de buurvrouw, René squasht met een overbuurman. Dat idee. Toen wij hier kwamen wonen, was het al traditie om feesten te houden voor de hele straat. Wij waren daar wel voor in en eigenlijk leeft het bij iedereen. Er is niemand die niet komt. Dat even ter inleiding, maar nu het ergste: afgelopen winterfeest. Het was niet koud, het was leuk en we hadden flink gedronken. De muziek stopt altijd op tijd, daarna drinken we een laatste glaasje en dan is het klaar. Deze keer ging het niet anders. Lekker gegeten, gedanst en na afloop helpt iedereen om de zooi op te ruimen. Ik liep te lallen en te dansen, had een paar wijntjes te veel op. René was met een paar mannen de partytenten aan het afbreken, volgens mij.

Ik weet het niet eens meer precies. Wel weet ik dat Anne – met wie ik de halve avond al had gedanst – me vroeg of ik haar wilde helpen. Samen deden we flessen en eten in kratten, die we daarna naar de keuken brachten. Dat ging met vallen en opstaan, zij had ook wel wat op. Uiteindelijk kregen we bij haar in de keuken vreselijk de slappe lach. Als dat gebeurt als je dronken bent, kun je dus nooit meer stoppen. Ik weet nog dat er iets van het aanrecht viel, dat zij bukte en ik haar wilde helpen. Maar aangezien we allebei niet vast op onze benen stonden, eindigden we zittend tegen elkaar aan en gierend van de lach op de grond. En toen ging het fout. Zij zoende me op m’n mond. Zomaar, uit het niets! En het mafste: ik zoende terug! Het idiote is dat ik van die hele avond een vage herinnering heb, maar dat dat zoenen heel scherp op mijn netvlies staat. Alsof ik op slag nuchter was. Waarom ze het deed, weet ik nog steeds niet. Waarom ik me niet heb afgewend, weet ik ook niet. Blijkbaar was het op dat moment oké. Tot we de deur hoorden opengaan en haar man binnenkwam.  ‘Oh, zijn jullie hier,’ zei hij. Hij heeft niks gezien, want we hoorden hem aankomen. Ik heb nog eventjes geholpen met de spullen en ben toen weggegaan. René was nog aan het afbreken en was iets later thuis. We zijn gaan slapen en het feest is als ‘geslaagd’ de boeken in gegaan. Maar oh, wat voelde ik me ongelukkig de dag erna. De kater was groter dan ooit. Het ergste vind ik nog: een vrouw! Ik heb nog nooit gevoelens gehad voor een vrouw. En dat is nog steeds zo. Als ik met haar man had gezoend, zou ik het ook vreselijk vinden. Maar ik denk dat ik het dan wel had opgebiecht aan René en de drank de schuld had gegeven. De schuld ligt nu ook bij de drank, maar dit krijgt niemand van me te horen, zelfs hij niet. Anne heb ik niet meer gesproken sindsdien. Ook zonde, wat ze is superleuk. Als buurvrouw dan. Ik weet niet of zij zich er ook zo lullig over voelt. Ik ben haar nog niet tegengekomen en doe alles om dat te voorkomen. Ik zou willen dat ik de moed had haar onder ogen te komen en het uit te spreken. Maar vooralsnog overheerst de vreselijke schaamte.’

Dit verhaal komt uit Flair 01, die nu in de winkel ligt. Ook iets op te biechten? Stuur dan een mailtje naar flair@sanoma.com.

Interview: Valerie van der Meer | Beeld: iStock