Je bent hier: Home > Opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor insecten’

Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor insecten’

Opgebiecht
Opgebiecht: ‘Ik ben doodsbang voor insecten’

Sanne (28): ‘Het klinkt idioot en dat weet ik best. Door de reacties die ik dagelijks te horen krijg, weet ik dat mensen mijn angst vaak lachwekkend vinden. Ik ben dus echt doodsbang voor insecten. Spinnen, torren, dat soort griezels. Nou vindt bijna niemand het gek dat je als vrouw een beetje bang bent voor spinnen, maar dat begrip heeft wel z’n grenzen. Ik durf tegen niemand te zeggen dat ik er ’s nacht wakker van lig. Het heeft me zelfs al eens een relatie gekost.

Lees ook: Opgebiecht: ‘Mijn vriend voelt zich meer vrouw dan man’

Vroeger was ik al niet gek op beestjes. Een hond of kat is een ander verhaal, maar als kind was ik al als de dood voor spinnen. Ik kan makkelijk verklaren waar het vandaan komt: mijn moeder. Die gilde vroeger het hele huis bij elkaar als ze een spin zag. Mijn vader haalde het beest vervolgens mopperend weg en iedereen kon weer verder met zijn leven. Hoe stom ik dat gedrag van mijn moeder ook vond, ik heb het wel overgenomen. Ik kan me herinneren dat mijn vader haar weleens toebeet: ‘Houd je mond, straks gaat dat kind ook zo raar doen.’ Dat heeft hij goed ingeschat. Ik heb het misschien nog wel erger dan zij. Het beperkt zich bij mij niet tot spinnen, ik verstijf ook als ik een tor of bijvoorbeeld een oorwurm zie. Het liefst draai ik me om en vlucht ik weg. Alleen is dat in je eigen huis lastig, want je kunt geen kant op. Mijn tactiek: alle moed verzamelen en er een glazen pot omheen zetten, zodat de eerste die hier binnenkomt het beest kan weghalen. Ik word dus vet uitgelachen door vrienden. Dan probeer ik maar mee te lachen, zeg zo onverschillig mogelijk dat ik ze ‘gewoon vies’ vind en wacht tot het beest door de wc wordt gespoeld. Maar ik vertel er niet bij dat ik dan soms al nachten niet rustig heb kunnen slapen. Soms ga ik zelfs mijn bed uit om te kijken of dat torretje er nog wel zit. Ook heel stom, want vervolgens zie ik de rest van de nacht niets anders dan dat kruiperige beest als ik mijn ogen dichtdoe.

‘Ik houd de hele dag in de gaten of er niet ergens iets beweegt’

Op het moment heb ik geen vaste relatie, soms date ik wat via Tinder of Happn. Uiteraard krijgt een date nooit iets over mijn fobie te horen, want het heeft me een paar jaar geleden mijn relatie gekost met een grote liefde, Rudy. Toen we voor het eerst samen op vakantie waren in Spanje, ging het helemaal fout. O-ver-al beestjes! Het was alsof ze zich verzamelden als wij op het strand waren of gingen wandelen. Hier thuis was hij er wel aan gewend dat ik er bang voor ben. Hij vond dat nog wel schattig en was nooit te beroerd om iets weg te halen. Nou moet ik er wel bij zeggen dat ik nooit mijn raam open heb – alles om ze buiten te houden. Hier zit dus bijna nooit iets, maar daar zag ik niet anders. Dus het was steeds ‘OOOH!’ en ‘DAAR!’. Ik zag ze overal en hij zag werkelijk niks. Hij was dat snel zat en dat begrijp ik ook. Wat een hysterische trut ben ik dan! Die vakantie heeft Rudy het uitgemaakt. De reden was dat hij zich keer op keer rot schrok als ik het uitgilde omdat ik iets zag bewegen. ‘Doe normaal joh!’ heb ik die week zo vaak gehoord. Hij zei me dat ik er hulp voor moest zoeken, omdat er best iets aan te doen is. Dat weet ik, maar moet je voor de grap eens googelen. Elke therapeut zegt dat je juist de confrontatie moet aangaan. Rustig zo’n beestje bekijken, erover lezen en het uiteindelijk zelfs aanraken. Ja daaag, ik ben toch niet gek? Dat dúrf ik dus niet. Zit er niet in, gaat niet gebeuren, nu niet en nooit niet! Rudy heeft destijds gezegd dat hij het opnieuw wilde proberen als ik van die idiote fobie af zou komen. Dat was zijn manier om me te helpen. Inmiddels ben ik wel over hem heen en wil ik hem niet eens meer terug. Maar die fobie is er nog steeds. Ik houd de hele dag in de gaten of er niet ergens iets beweegt. Ik weet van alle plekjes op muren of in vloerbedekking dat het vuil is en geen spin. Als er ergens een pluisje ligt, móét ik mezelf er eerst van overtuigen dat het geen insect is. Anders heb ik geen rust…’

Dit verhaal komt uit Flair 48, die nu in de winkel ligt. Ook iets op te biechten? Stuur dan een mailtje naar flair@sanoma.com.

Interview: Valerie van der Meer | Beeld: iStock

Shop de leukste items: