Je bent hier: Home > Opgebiecht > Opgebiecht: ‘Ik had een bijbaan in de porno-industrie’

Opgebiecht: ‘Ik had een bijbaan in de porno-industrie’

Opgebiecht
Opgebiecht: ‘Ik had een bijbaan in de porno-industrie’

Marieke (36): ‘Het gaat goed met mij. Ik heb een man van wie ik hou en een prachtige kleuterdochter. Mijn man heeft een goede baan bij een groot bedrijf en ik zit in de communicatie. Ik heb een eigen pr-bureau en dat loopt boven verwachting goed. Inmiddels heb ik twee leuke meiden in dienst en het gaat top, we gaan als een speer. Maar nog elke dag vrees ik ervoor dat iemand mij herkent uit een pornofilm.

Lees ook: Opgebiecht: ‘Ik doe het weer met mijn ex’

Nooit had ik destijds kunnen bedenken dat iets zo’n lange nasleep zou hebben. Ik was nog niet eens twintig, woonde in Den Haag en had een grote vriendengroep. Die club vrienden was op het randje. Er zaten wat boefjes tussen: sommige jongens hadden vage handeltjes, er waren mensen aan de drugs en het nachtleven riep ons. Laat ik vooropstellen dat het een geweldig leuke tijd is geweest.

Nog steeds heb ik een aantal vrienden en vriendinnen uit die periode. We zijn veranderd – ongelooflijk veranderd zelfs – en degenen die ik nog zie, zijn allemaal op het rechte pad beland. Maar we hebben ook vrienden verloren, met een paar mensen uit die club is het minder goed afgelopen en een paar zaten vaker in de bak dan erbuiten. Zelf heb ik nooit iets in de drugs gedaan, behalve het zelf nemen dan. Iedereen om me heen had altijd veel geld te besteden en het ging er ook met bakken uit. Bij mij was dat minder, omdat ik bij louche handeltjes vandaan bleef. Maar toen ik een aanbod kreeg dat perfect verdiende en waarvoor ik niet hoefde te dealen, ging ik meteen overstag: ik werd gevraagd voor pornofilms.

‘Ik deed het nooit met tegenzin’

Het klinkt waarschijnlijk stom, maar ik vond het best een leuk bijbaantje. Ik hoefde alleen maar seks te hebben, vaak ook nog met redelijk aantrekkelijke mannen. En ik kreeg er flink voor betaald. Schaamte kende ik in die tijd helemaal niet, we namen een snuifje van het een of ander en gingen er flink tegenaan. Soms was het gek, omdat je het vaker deed met degene achter de camera dan met je tegenspeler, maar het ging ook met veel lachen gepaard. Ik deed het in elk geval nooit met tegenzin. Ons werd verteld dat de opnamen verkocht werden in het buitenland. Ik weet niet of dat zo was, maar ik heb nooit iets teruggezien. Daar zou ik me niet op mijn gemak bij voelen, het lijkt me nog steeds vreselijk om jezelf zo te zien.

Dit is nu allemaal dik vijftien jaar geleden en in de tijd daarna heb ik me er eigenlijk nooit druk over gemaakt. We waren geen lieverdjes en het kon me allemaal niet zoveel schelen. Inmiddels vind ik het idee minder prettig dat ik naakt ben vastgelegd en dat er ongetwijfeld mannen – en misschien ook wel vrouwen – zichzelf bevredigen met mijn beeld voor zich. Nou kan ik best leven met dat idee, maar ik merk dat ik er vaker aan moet denken. Die jaren erna ben ik langzaam maar zeker steeds beter terechtgekomen. Ik heb een studie opgepakt en ben voor werk verhuisd naar het noorden van het land, waar ik Danny leerde kennen. We zijn al vijf jaar getrouwd en hebben een dochtertje: Sanne. Danny heeft een goede baan met redelijk wat aanzien. Ik ben de eerste twee jaar na de geboorte van Sanne thuisgebleven en begon vanuit huis steeds meer pr te doen voor bedrijven. Dat kon ik allemaal prima combineren en het werk blijft zich nog steeds aandienen. Het gaat me nu zo voor de wind, dat ik bang ben dat het zo niet door kan gaan.

Danny weet niets van mijn ‘wilde’ verleden. Zelf ben ik ook best keurig geworden, ik moet ook wel voor dit werk. Ik moet geregeld naar bedrijven toe en kom dus met veel mensen in aanraking. En dat vind ik soms eng. Ik ben namelijk zo bang dat ik ooit herkend ga worden. Stel je toch voor, mijn hele leven zou instorten als een plumpudding! Er gaat geen dag meer voorbij zonder dat ik eraan denk, misschien heeft dat wel met ouder worden te maken. Ik heb nu verantwoordelijkheid, toen wist ik niet eens wat het was. Als je diep in mijn hart zou kijken, heb ik niet eens echt spijt van mijn verleden. Het enige waarvoor ik elke dag opnieuw bang ben, is dat iemand me herkent. En niet alleen in het bedrijfsleven, als het straks op het schoolplein bekend wordt, vind ik dat minstens zo erg.’

Dit verhaal komt uit Flair 50, die nu in de winkel ligt. Ook iets op te biechten? Stuur dan een mailtje naar flair@sanoma.com.
Interview: Valerie van der Meer | Beeld: iStock